is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1952, no 45, 16-08-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gesprek over het Midden-Oosten

Op Duitsland na is hetgeen in het Midden-Oosten plaats vindt, voor de politiek van Oost en West het belangrijkste. Sommige der gebeurtenissen der laatste maand in dit gebied van Joegoslavië naar Egypte in het zuiden, van Israël naar Perzië in het oosten, geven reden tot tevredenheid, andere tot ernstige bezorgdheid.

Hoopvol is de steeds verder gaande toenadering tussen Joegoslavië en Griekenland. Maarschalk Tito verzacht zijn regiem, niet enkel in het binnenland, waar hij de al te eenzijdig principiële maatregelen ter vestiging van een marxistisch-communistische staat stuk voor stuk laat vallen. Ook ten aanzien van het buitenland. Hij kan zich nog geen openlijke verdragen met zijn buurlanden en met het Westen veroorloven. Daarvoor heeft hij te veel op het Westen afgegeven, de laatste jaren. Maar blijkbaar durft hij het thans aan, om zijn absolute isolatie niet enkel op economisch en cultureel, maar ook op strategisch terrein te laten varen. Veelvuldig is het overleg met de Griekse regering en met Turkije. Regelmatig vindt raadpleging plaats der Westerse diplomaten. Al is de vorm ook formeel uiterst zwak, toch kan gezegd worden, dat hij thans is overgegaan tot een defensieve alliantie met genoemde landen. Een nieuwe kleine entente is herleefd.

Dit feit op zich zelf al onderstreept de ernst van de toestand. De vele geruchten bevestigen, dat Joegoslavië door Russische bases is omringd. Een sterke communistische legermacht staat aan zijn grenzen. De aanwezigheid daarvan is nog geen reden tot paniek. Als Rusland had willen toeslaan, had het dat eerder kunnen doen. Maar dat neemt niet weg, dat zulk een constante bedreiging voldoende reden geeft tot ernstige ongerustheid. Aangezien Albanië eveneens een hechte Russische basis geworden is, is de strategische positie van Joegoslavië dus niet rooskleurig. Zelfs niet ondanks de sterke Joegoslavische legermacht (maar deze heeft een nijpend tekort aan zwaar materieel), zelfs niet hoewel het landschap in Tito’s land een verdediging goed mogelijk maakt.

Bovenal is van belang, dat Tito’s hoop kennelijk gevestigd is op een behoud van de vrede door een zo sterk mogelijke positie samen met het Westen tegenover Rusland. Tito heeft er geen belang bij een oorlog met Rusland te winnen, als zijn land opnieuw verwoest wordt. Zijn enig werkelijke belang is mee te helpen een oorlog te voorkomen.

Het Westen heeft er dus een goede, stellig betrouwbare, hoewel hoogst curieuze bondgenoot bij gekregen.

Mossadeqs avonturen

Mossadeq, de Perzische premier, is bijna dictator. Het geweld van een fanatieke geloofsgemeenschap heeft hem weer in het zadel geholpen, heeft het mogelijk gemaakt dat het verzet in de, volksvertegenwoordiging werd gebroken, maar is nog niet in staat geweest de Senaat helemaal om te krijgen. De houding van de Senaat moeten wij niet zien als een democratisch-politieke uiting. Integendeel, want van democratie is in dit land nauwelijks sprake. Zij geeft evenwel ervan blijk, dat er in Perzië tegenkrachten zijn van betekenis, die Mossadeq nog niet heeft kunnen overwinnen. Hier ligt de laatste rem op de avonturen van

deze vreemde staatsman, ofschoon het geen garantie biedt tegen voortdurende verwarring in het land en toekomstige avonturen van de reactionnaire heersers van gisteren. De enorme beweging in Perzië put in wezen zijn kracht uit de onrust, ontevredenheid en hopeloze armoede van het Perzische volk. In Azerbeidsjan, de noordelijke provincie, die onder Russische invloed vrijwel autonoom is geweest, is 90% tegen de regering van Teheran. Hetgeen hier betekent, dat deze 90% sympathiek staat tegenover het aan hun noordgrens liggende Rusland. Er is geen aiternatief. In de Perzische gewesten zal de situatie iets gunstiger zijn, maar ook daar is de sociale nood zo hoog gestegen, dat van een anti-communistische meerderheid geen sprake is. De ondergrondse Toedeh-partij, een communistische organisatie van het zuiverste water, wint met de dag meer terrein. Met zorg moeten wij ons afvragen, wanneer het moment gekomen is, dat haar leiders voldoende macht hebben voor een staatsgreep.

Intussen wordt de positie van het land door het gemis der olie-inkomsten met de dag slechter, en de kans op een uitbarsting derhalve nog groter. De Perzische staat is bankroet, vandaar de jongste toenaderingspogingen van Mossadeq om met Engeland alsnog tot een soort vergelijk te geraken. Maar het Westen is vrijwel onmachtig op dit moment. Het kan nauwelijks iets doen, waardoor de situatie in het land wezenlijk verbetert. Tenzij het Westen bereid is, na omzichtige toenadering, tot een werkelijk onbaatzuchtige steun, niet aan het een of andere regiem, maar aan het Perzische volk zelf. Maar zo iets is gemakkelijker neergeschreven dan in de praktijk gebracht. Er zou een door het Westen geïnspireerde staatsgreep voor nodig zijn, in samenwerking met werkelijk progressieve elemen-

ten. Dus een militair ingrijpen, dat Rusland op grond van verdragsbepalingen niet behoeft te tolereren. Bovendien zou, als zulk een staatsgreep had plaats gevonden, voortdurende Westerse hulp op welhaast alle terreinen nodig zijn, want Perzië heeft praktisch geen betrouwbare intelligentsia, die het hervormingswerk kan opknappen. Een werk van jaren dus, dat slechts in een rustige atmosfeer kan worden verricht.

Hervormend Egypte Eigenlijk is de situatie in Egypte niet veel gunstiger. Ook hier doet zich hetzelfde probleem voor. De militaire zuiveraar Nagoeib stuit nu al op nieuwe corruptie, waardoor zijn ingrijpen een siag in de lucht dreigt te worden. Zelfs als hij op een gegeven moment besluit om ook de politieke macht geheel tot zich te trekken (er zijn tekenen die daar op wijzen), is zijn succes dubieus. Onbaatzuchtigheid van de Westerse mogendheden ten aanzien van Egypte is vrijwel uitgesloten. Het Suezkanaal is te belangrijk om prijs te geven ten behoeve van een vele jaren vragende en qua resultaat dubieuze hervorming van Egypte met Westerse steun. Overigens heeft generaal Nagoeib zich reeds te veel vastgelegd op de nationalistische eisen van zijn land

Het spreekt vanzelf, dat ondanks deze moeilijkheden het thans plaats hebbende overleg tussen Engeland en de Verenigde Staten hoogst belangrijk is. Terecht stellen de Amerikanen het zo, dat strategisch het gehele Midden-Oosten bij elkaar hoort. Het ligt dus voor de hand, dat het Amerikaanse streven er op gericht zal zijn militaire regelingen te ontwerpen voor dit gebied in zijn geheel. Engeland schijnt de neiging te hebben om de defensie van het Midden-Oosten desnoods tot enkele landen te beperken. Dit is het actuele strijdpunt. De Amerikaanse weg is moeilijker, maar wellicht op den duur beter. De Engelse houdt vooral rekening met de onmiddellijk noodzakelijke versterking van het oostelijke Middellandse-Zeegebied. H. VAN VEEN

H. VAN VEEN

BENTVELDNIEUWS

POLITIEKE BEWEGING EN CULTERELE TAAK Bentveld 23—26 Juli 1952.

In de inleiding van dr A. van Biemen over „Massa en massamens” gaf de inleider duidelijk te kennen, dat de begrippen massa en massamens schematisch bedoeld zijn.

De massamens geeft een schematisch beeld van een levenshouding niet van alle eeuwen, doch van een bepaalde cultuur (een crisissituatie). De massa wenst bevrediging van de behoefte die aan aile kanten aan de lopende band opgekweekt wordt.

De stadsbewoners kunnen beschouwd worden als nomaden in een steenwoestijn. Zij zijn overal thuis, doch nergens echt thuis. De cultuurontvankelijkheid van de moderne stedeling raakt uitgeput. Er ontstaat een cultuurcommercialisering. Daar de massamens vormloos, normloos (de gemeenschap en eeuwenoude culturele tradities zijn vervallen) en inhoudsloos is, ontstaat de vraag welke groepen en welke personen in onze moderne kunnen werken en leiding en richting kunnen geven. Kunnen politieke bewegingen hierbij ook een taak vervullen?

De tweede inleider, ds L. H. Ruitenberg, gaf een duidelijk overzicht van de ontwikkeling van de socialistische beweging in Nederland. „Het culturele gezicht van de socialistische beweging”.

Een havenarbeider krijgt een ander beeld van de socialistische beweging dan een student. De beweging is dus een centraal fungerend en bijkomstig gedeelte, doch elk onderdeel schakeert de kleur van de beweging.

De spreker liet duidelijk uitkomen, dat onderwijsvernieuwing de totale doorbraak is van de gezagsverhouding. De vroegere socialisten stelden vertrouwen in de

groeiende macht van de arbeiders. Zij hadden een mystiek vertrouwen in de organisatie en de scholing en zij bezaten een grote verbetenheid jegens de rijkaard. Zij hadden een anti-burgerlijk cultuurbesef en hun kleding was anti-traditioneel. Zij leefden iets voor naar nieuwe verhoudingen. Uit deze mensen ontstonden de S.D.A.P.-ers, die meest welbespraakt, slagvaardig en welbewust waren.

Door de vorming van Vara, 1.v.A.0., en de vrouwenclubs ontstaat een dooreenmenging van een nieuwe cultuur, door het verdragen van verschillende groepen die elkaar in de socialistische partij hebben gevonden.

De Vara moet dus cultuurvormend werken, wat helaas echter niet altijd het geval is. Ook de partijpers kan hierin een zeer belangrijke rol spelen. Zeer terecht eindigde ds Ruitenberg met het gezegde: „Voor wie goed toeziet, is het gelaat het wezen zelf niet”.

„De culturele functie van de politieke beweging en de politieke partij.” Hierover sprak Jan Hes. Hij zei o.m. dat politiek de vormgeving is van maatschappelijke krachten uit zedelijke beginselen. De cultuur geeft een zekere levensstijl aan. Het bestaan van een politieke secte kan leiden tot het ontstaan van een of meer politieke partijen. Een politieke beweging is een emancipatiebeweging van bepaalde bevolkingsgroepen. De functie van een politieke beweging is een bepaalde maatschappelijke ontwikkeling te verkrijgen en daarmee bepaalde bevolkingsgroepen tot hun recht te laten komen. De samenleving kan hierdoor veranderen en volkomen anders worden. Het calvinisme is een bij uitstek politiek vormgevende macht geweest. In de P.v.d.A. bestaat een spanning tussen de