is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1952, no 48, 06-09-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET Kabinet

Er blijft niet veel nieuws over het kabinet Drees—Staf te schrijven als men de dagbladpers een beetje gevolgd heeft. ledereen heeft gezegd dat het lang geduurd heeft. Alleen prof. Romme vindt dat niet zo héél erg. Allicht niet. Velen maken zich verbolgen over de onmacht der democratie om met een krachtige regering voor de dag te komen en geven lucht aan de ergernis van het touwtrekken. De niet-socialistische pers geeft de P.v.d.A. de schuld, behalve dan de Nieuwe Rotterdamse Courant, die in deze weken het beste te zien heeft gegeven van wat een onafhankelijke liberale traditie kan bieden. Al die klagers vergeten te gemakkelijk, dat in het gevecht tussen de partijleiders en de fracties een strijd werd uitgestreden over de mate, waarin constructief – socialistische denkbeelden zouden worden toegelaten. Niet in het program, maar in de mensen. Overzien wij het resultaat, dan moeten wij vaststellen, dat die strijd zal voortgaan. Het doet wat raar aan, na al dat eindeloze touwgetrek te lezen, dat dit kabinet toch heus extra-parlementair is, d.w.z. dat de partijen er geen directe verantwoordelijkheid voor nemen. Maar waarom hebben ze zich er dan zo mateloos druk over gemaakt en de arme Kamerleden van de twee grootste partijen genoopt hun onontbeerlijke vacantie op te offeren?

Toch moeten hier een paar opmerkingen ons van het hart die wij elders niet vonden.

In de eerste plaats willen wij met dankbaarheid vaststellen, dat dit kabinet twee leden telt, die eng aan onze „TijdenTaak”- gedachtenwereld verbonden zijn. V. d. Kieft was tien jaar lang penningmeester van Bentveld en Suurhoff neemt door zijn bestuurslidmaatschap er thans verantwoordelijkheid voor. Dit te constateren betekent uiteraard niet, dat wij daar enige politieke beschouwing aan zouden willen vastknopen. Bentveld vertegenwoordigt geen godsdienstige richting, noch een politieke vleugel.

In de tweede plaats: de vreugde over de verkiezingsuitslag is aanmerkelijk getemperd nu wij het kabinet zien. Het is als steeds: door de traditie van de coalitie, die bij sommigen nog heimwee naar voorbije tijden wekt, kon te weinig weerstand worden geboden tegen de eisen van de K.V.P. Want laten wij goed opletten: K.V.P.- ministers bezetten al die departementen waardoor gewichtige bestuursbenoemingen gedaan worden en die het culturele beeld van Nederland bepalen. Nu is er zelfs een bijgekomen: Maatschappelijke zorg. Naast Onderwijs en Binnenlandse Zaken biedt nu ook Maatschappelijke Zorg de gelegenheid de voortgaande verzuiling van ons volksleven te bewerkstelligen. De P.v.d.A. heeft zich geconcentreerd op de gebieden, die in het sociaal-economisch vlak liggen. Al moest zij Wederopbouw prijsgeven, toch blijft haar invloed juist in die sector het sterkst. En in de geestelijk-culturele sector blijft zij opvallend zwak. De reden daarvan is duidelijk. Terwijl in de P.v.d.A. een diepe aandacht voor de maatschappelijke problemen van oudsher aanwezig is, heeft het socialisme altijd wat verlegen gestaan tegenover de geestelijke vormgeving. Deze zaak kwam pas in de laatste jaren aan de

orde. De confessionele partijen, de K.V.P. voorop, die in andere tijdsdimensies denkt, weten te goed, dat uiteindelijk hier de allerbelangrijkste beslissingen vallen. Ook al zijn ze dan niet zo spectaculair voor het heden. Wij moeten ons goed realiseren wat het voor de verzuiling van ons volksleven betekent, dat straks, in 1956, het ministerie, waar eenmaal prof. v. d. Leeuw de schepter zwaaide, tien jaar door rooms-kathoiieken geleid werd.

Op de democratische socialisten rust de plicht in de komende tijd na te gaan, wat zij zouden willen, indien zij juist op dat gebied meer invloed kregen.

In de tweede plaats: het is alweer géén anti-papisme, wanneer wij onze blijdschap er over uitspreken, dat Buitenlandse Zaken niet geheel door K.V.P.-ministers bezet is. Wie geregeld volgt wat de rooms-katholieken willen, voelt, dat hier tussen hen en vele anderen een groot klimaatsverschil optreedt. Wij menen, dat bijvoorbeeld de

wijze van benaderen van het Oost—Westprobleem misschien wel in de resultaten bij rooms-kathoiieken en oecumenisch denkende protestanten gelijk is, maar dat er toch een verschil in klimaat is, dat op besiissende ogenblikken aan de dag treedt. De rooms-katholiek blijft voor ons gevoel kwetsbaar, omdat hij op een andere manier dan wij moet denken over bijv. Italië en Spanje. De oecumenische christen houdt zijn reiaties met de kerken achter het ijzeren gordijn. Voor de r.k. is het ijzeren gordijn absoluut. Nu moet echter helaas toegegeven worden, dat het internationaal denken in de r.k. wereld van oudsher sterker is dan zelfs in de socialistische wereld. Dat overigens een zakenman voor een der posten gevraagd werd, is typisch voor de tegenwoordige constellatie.

In de vierde plaats: moeten wij, het resultaat overziende, tot de slotsom komen, dat het eigenlijk toch maar beter was geweest in de oppositie te gaan als democratisch-socialistische partij ? Wij menen van niet. Om twee redenen.

Ten eerste omdat bij een oppositie de mogelijkheid voor een progressief beleid niet zo groot zou zijn geweest als thans. Wij mogen, de ni’euwe of opnieuw benoemde mannen ziende, verwachten, dat de lijn die sinds de oorlog gevolgd is, niet al te veel zal worden omgebogen. Al ligt er veel waarheid in de opmerking.

De eensgezinde olie

Olie is een van de goedkope grondstoffen, althans: moet dit zijn. De productiekosten zijn veelal laag. Het transport vraagt evenmin hoge kosten. Pijpleidingen en een efficiënt werkende tankervloot maken dat mogelijk. Dat neemt niet weg, dat West-Europa vele jaren lang kunstmatig hoge prijzen voor zijn olie heeft moeten betalen, dank zij de voortreffelijke samenwerking der oliemaatschappijen.

Het is verwonderlijk, dat deze kwestie thans aan de dag getreden is, en niet reeds veel eerder. De Amerikaanse regering heeft nu een rapport gepubliceerd, waarin de grote oliemaatschappijen prijsopdrijving en overtreding van de anti-trustwet in de schoenen worden geschoven. Het is een ietwat schelderig rapport geworden, met veel uitroeptekens en sterke verhalen, maar dat komt omdat de Amerikaanse anti-trustwetgeving zulks nu eenmaal bevordert. Laat men de stukjes voor de tribune weg, dan biijven er nog twee zeer belangrijke beschuldigingen over:

1. De zeven grote oliemaatschappijen, waaronder de Koninklijke Shell, hebben de wereldmarkt verdeeld, zodat onderlinge concurrentie in samenwerking is omgezet. 2. Zij hebben prijsovereenkomsten gesloten, waardoor een hoge prijs voor het product van elk hunner mogelijk werd. Om een voorbeeld te noemen: de olieprijs werd gebaseerd op de productiekosten in de golf van Mexico. Europa betrok zijn olie voornamelijk uit het Midden-Oosten, waar de productiekosten aanzienlijk lager liggen. Enig prijsvoordeel hebben wij daarvan niet gehad. Ook wij hebben de prijs moeten be-

talen van de duurst geproduceerde olie. Aangezien tegen dit laatste feit al enige malen werd geprotesteerd, is langzamerhand daarin wel enige verandering gekomen, maar nog lang niet voldoende. Er zijn meer beschuldigingen, zoals bijvoorbeeld de „kartellisatie” van de tankervloot, maar deze vloeien voort uit de twee bovengenoemde.

Amerika bereidt zich nu voor op een vinnige strijd. Wat voor Engeland en naar wij menen ook voor ons land, geen wetsovertreding is, is in de Verenigde Staten een economische misdaad van de eerste rang. Nog steeds proberen de Amerikanen de fictie op te houden van een vrije economie, met het spel van vraag en aanbod, enzovoorts. Als het bedrijfsleven deze wetten van vrije handel en prijsvorming wil verzetten, zondigt het tegen het principe en kan het door de overheid vervolgd worden. De regering der Verenigde Staten wil in de eerste plaats de andere bedrijfsgenoten, en dan ook nog het gedupeerde publiek tegen dergelijke praktijken beschermen.

Het zal een grote opgave zijn om de samenwerking der oliemaatschappijen ten aanzien van prijzen en marktverdeling te breken. Reeds nu zijn de woordvoerders der maatschappijen met grote woorden gekomen: zij zijn tot samenwerking overgegaan opdat de Westerse wereld een zo goed en zo intensief mogelijk gebruik van de beschikbare olie kon maken. Een nogal dwaas klinkende verontschuldiging, want de vastgestelde hoge prijs lijkt ons nogal belemmerend voor het gebruik, zeker voor het Westeuropese gebruik. Er zullen echter nog