is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1952, no 54, 18-10-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en Tauk volheid. j Psalm 24 : 1 y

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOK EVANGELIE 'EN SOCIALISME

VERSCHIJNT 50 MAAL PER JAAR 50STE JAARGANG VAN ~DE BLIJDE' WERELD”

Zaterdag 18 October 1952 NrS4

Redactie: ds J. J. Buskes Jr ds L. H. Ruitenberg dr J. G. Bomhoff

Redactie-Secr.: Roerstraat 48® Amsterdam-Zuid Telefoon 24386 p/a dr J. G. BomhofF

Vaste medewerking van prof. dr W. Banning J. Hulsebosch H. van Veen dr M. V. d. Voet ds H. J. de Wijs Mej. dr M. H. v. d. Zeyde e.a.

■«r per jaarfS,— ; halfjaar/2,75; kwartaal J 1,50 plus ƒ 0,15 incasso. Losse nrs ƒ 0,15; Postgiro 21876; Gem. giro V 4500; Adm. N.V. De Arbeiderspers, Hekelveld 15, Amsterdam-C; Postbus 800

Laat Jeruzalem opkomen in uw hart

Wie de Jeremla van Michel Angelo kent, weet, dat het voor Jeremla een hard lot Is geweest, dat hij door God tot profeet werd geroepen. Geen lofzangen, maar klaagliederen heeft hij ons nagelaten. Jeruzalem, de stad Gods, wordt in de dagen van Jeremla veranderd In een puinhoop. Van Godswege moet deze profeet zijn landgenoten oproepen tot overgave en onderwerping aan de vijand. Men scheldt hem uit voor defaltist en landverrader.

Jeruzalem Is verwoest en de bloem van de natie Is gedeporteerd naar Babel. Dat is het einde.

Bij dat einde, het einde ook van zijn profetische werkzaamheid, zegt Jeremla tot de gedeporteerde Joden In Babel: Dit Is het einde niet, gij, die aan het zwaard ontkomen zljt, gaat voort, staat niet stil, gedenkt uit de verte aan den Heer en laat Jeruzalem opkomen In uw hart! Het laatste Tyoord heeft de Joden vergezeld door de eeuwen heen.

Aan de klaagmuur In Jeruzalem hebben zij hun leed het leed van eeuwen uitgeklaagd In een voortdurende onafgebroken litanie: Vanwege het paleis, dat verwoest Is, vanwege de tempel, die verwoest Is, vanwege de muren, die afgebroken zijn, vanwege de heerlijkheid die voorbij is, vanwege de grote mannen, die omgekomen zijn, vanwege de kostbare stenen, die verbroken zijn... zitten wij eenzaam neer en wenen!

Totdat er kwamen, die geloofden dat Jeruzalem herrijzen zou en de Joden zouden terugkeren naar de stad Gods, de Zionisten, die tot elkander zelden: •

Ontmoedigt niet, wij hebben veel verloren, maar nooit ontviel één hart, ontviel één geest

de hoop, dat land en stad ons zullen hooren, waar Davld konlng Is geweest.

Het zijn woorden van Jacob Israël de Haan, deze diep gekwelde Jood, die, teruggekeerd tot het geloof van vader en moeder, eens zei, toen men hem vroeg naar de toekomst van het Joodse volk: „Het antwoord? Ik lees de drie spreuken, die met

hun prachtige Hebreeuwse letters de wanden van mijn kamer sieren. Rechts van mij: Israël, die misdreef, bleef Israël! Links van mij: Eer Ik u, Jeruzalem, vergete, verdorre mijn rechterhand! Achter mij: Voor Zlon komt een Verlosser en voor de bekeerden van Jacob spreekt de Heer! En voor Mij ? Immers In een nevel van tranen het gezicht van Jeruzalem en Zlon. Neen, wij zullen niet vergaan, ons volk zal door recht verlost worden.”

Het Joodse volk Is naar Palestina teruggekeerd en de Joodse staat Is een werkelijkheid. Jeruzalem Is de stad Gods, het sjmibool van het werk Gods op aarde. En Babel Is het symbool van alle ulterlijke en innerlijke machten, die het werk Gods op aarde weerstaan. Babel en Jeruzalem staan In de bijbel tegenover elkander. Babel Is de bedreiging van Jeruzalem. En telkens Is er de ondergang van Jeruzalem en de ballingschap van hen, die bij Jeruzalem behoren. Door de vijandschap en de macht van Babel. Maar ook door de ontrouw en de halfheid van hen, die bij Jeruzalem behoren, die Jeruzalem verloochenen en vergeten en andere góden aanbidden: het geld, het geweld, de wereldse macht. Daarom altijd weer de profetische oproep: Laat Jeruzalem opkomen in uw hart!

Het Is nodig, dat er In ons lets Is van wat er was In het hart van Jacob Israël de Haan, lets van het heimwee en het verlangen, lets van de hoop en de verwachting. Ons hart Is te groot voor deze wereld.

Ik, een koningszoon, ben ook verdreven

In een tijd, die konlngen verbant, ’t Enigst, dat mij over Is gebleven.

is een heimwee naar mijn vaderland.

Onder vreemden leef Ik, die niet weten

wat het zegt, een banneling te zijn, die Jeruzalem niet kan vergeten

In het vreemde land, die leed mijn pijn.

’k Ben niet één, die overal kan wonen.

waar mijn honger wordt gestUd met brood, liever nog de minste uwer zonen.

vaderland, dan In de vreemde groot.

Als de ballingen aan Babels stromen

daaglijks, als zij bogen langs hun pad, uitziend naar het Westen, in hun dromen

bouwden aan de nieuwe koningsstad.

zo kan niets de hoop in ’t hart mij doden,

schoon het nu in duistre dagen rouwt, dat het eens nog, bij het morgenroden,

van zijn stad de muren ziet herbouwd.

Laat Jeruzalem opkomen in uw hart!

Dat is de Messiaanse oproep, de oproep tot het Rijk.

Dit betekent niet terugdenken aan het verleden, dat steeds meer verleden wordt en dus; klaagliederen. Dit betekent veel meer zich uitstrekken naar de toekomst, het komende Godsrijk, en dus: liederen van bevrijding.

De bijbel spreekt over een Nieuw Jeruzalem, dat de oude profeten al reeds in hun visioenen gezien hebben, een wereld van vrede en gerechtigheid.

Wij zullen moeten beseffen, dat wij door onze ontrouw, onze halfheid, ons defaitisme, ons cynisme, ons ongeloof, het werk van God op aarde telkens weer verhinderen en belemmeren. Wij zullen ook moeten beseffen, dat de wereld telkens weer zo beslag op ons legt, dat het heimwee verloren gaat en het verlangen naar het Rijk uitgehold wordt.

Daarom is het een noodzakelijkheid, dat wij de verwachting in ons midden levend houden, opdat wij het niet verleren onze droom te dromen.

Jeruzalem, dat is: de stad Gods, het werk van God op aarde. Jeruzalem, dat is: God in deze wereld en in ons leven. Jeruzalem, dat is: het komende Godsrijk, de tijd, die komt en waarnaar ons verlangen uitgaat.

Wij zijn soms innerlijk heel ver weggezworven.

Het is goed, dat er altijd weer zijn, die ons oproepen tot de verwachting: Denkt uit de verte aan de Heer en laat Jeruzalem opkomen in uw hart!

Ik denk aan de woorden van Adama van Scheltema, die wij zonder zelfingenomenheid en farizeïsme wat dieper opvatten dan men het deed in zijn dagen:

o tijd, die komt, wiens stem wij in ons dragen

als een belovend, eens verlossend woord,

die eens de vloek van deze vloekbre dagen oplost in uw onmetelijk accoord.

En in vloekbre dagen, waarin het wereldgebeuren ons met moeheid en moedeloosheid bedreigt, sterken wij ons zelf door stil de woorden van Jacob Israël de Haan te herhalen:

Door de nacht hoor ik uw stem,

stad van mijn land: Jeruzalem!

J. J. BUSKES Jr.