is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1952, no 55, 25-10-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De stem van een jongere uit gereformeerde kring

In de tijd voor en na de verkiezingen zijn in Tijd en Taak door enkele redacteuren en medewerkers artikelen geschreven over de positie van de A.R. Partij.

Naar aanleiding van die artikelen ontving de redactie meerdere brieven. Eén van deze brieven is het, op welke wij wat nader willen ingaan, omdat hij vragen aan de orde stelt, die, geloof ik, voor alle lezers van Tijd en Taak van betekenis zijn.

De brief is van een jongere uit gereformeerde kring, die rekenschap afiegt van de door hem op de P.v.d.A. uitgebrachte stem. Dat is begrijpelijk, daar het in gereformeerde kringen toch eigenlijk van zelf spreekt, dat men A.R. stemt.

Waarom stemde deze jonge gereformeerde vriend op Drees?

Naar mijn mening is de belangrijkste politieke kwestie in de komende jaren de sociaal-economische politiek. Het doel van deze sociaal-economische politiek moet zijn: a) de vergroting van de algemene welvaart; b) een rechtvaardiger inkomstenverdeling dan de tegenwoordige; c) een uitschakeling van de grote vermogensverschillen, die behoren tot het ethisch te veroordelen kapitalisme. De Partij van de Arbeid heeft deze drie punten op haar program staan.

Deze drie programpunten zijn de toepassing van het gebod der naastenliefde in concreto. In de programma’s van de christelijke politieke partijen ontbreken zij al te zeer. Deze christelijke partijen hebben zich de laatste tientallen jaren te veel in de liberaai-indivldualistische hoek laten drijven.

Daar komt dan nog bij, dat men op een

zeer onchristelijke wijze propaganda voor de A.R. Partij heeft gemaakt. De briefschrijver spreekt van halve waarheden, doordat men een aantal feiten verzweeg, insinuaties en het gebrek aan stijl, dat de verkiezingsartikelen kenmerkte. Hij heeft ook bezwaar tegen de al te vlotte wijze, waarop men woorden als kruisbanier, navolging van Jezus en Miiitia Christi gebruikt, wanneer men de mensen opwekt, op de A.R. Partij te stemmen. Het al te gemakkelijke gebruik van deze woorden getuigt van een gebrek aan geestelijke ootmoed en bescheidenheid.

Geen wonder, dat velen op de P.v.d.A. stemden en zich verheugden over de nederlaag van de A.R. Partij.

Het is natuurlijk mogelijk, dat men tegen deze motivering bezwaren heeft, maar ik geloof dat velen uit A.R.-kring inderdaad op grond van deze motivering hun stem niet op Schouten, maar op Drees hebben uitgebracht.

Er zou voor ons echter geen aanleiding bestaan op de Inhoud van deze brief nader In te gaan, indien deze niet behalve de motivering van het stemmen op Drees ook een beschouwing over de christelijke partij als zodanig bevatte.

De briefschrijver immers gaat, wanneer hij uiteengezet heeft, waarom hij op Drees stemde, aldus verder: „Doch hiermee is de Protestants Christelijke Partijvorming niet principieel veroordeeld.”

Volgens hem Is het in zekere zin een toevalligheid, dat de A.R. Partij in de liberaalindividualistische hoek terecht is gekomen. Dit liberaal-individualisme behoort niet tot haar wezen. Zij kan zich van haar zonde bekeren. Doet zij dat niet, dan kan men alieen hopen en voorspellen, dat zij bij de volgende verkiezingen nog door veel meerderen in de steek zal worden gelaten. Men moet echter hopen, dat zij zich bekeren zal. Want het is voor een christen toch eigenlijk onmogeiijk, om lid van de P.v.d.A. te worden.

De redenen, waarom dit onmogelijk is, zijn de volgende:

1) De christenheid moet op politiek terrein een krachtig sociaal en democratisch getuigenis geven, al ware het alleen om zich vrij te maken van de schuld van de laatste tientallen jaren. Dat getuigenis zai positief moeten zijn.

2) De konsekwenties van de politieke doorbraak zijn moeilijk te aanvaarden. Welke krant moet men lezen? Het Vrije Volk is de krant van de buitenkerkelijke arbeiders. Het is een enkele keer godsdienstig, maar het is bij de voortduur en in wezen humanistisch. Van Het Parool geldt hetzelfde. Met de radio is het niet anders gesteld. De Vara kan nooit de omroep voor het christelijk gezin zijn. Evenmin het NVV de vakbeweging voor de mensen van de kerk. De rode pers, de rode radio, de rode

vakbeweging, de rode jeugdbeweging zijn een gevaar voor het christelijk gezinsleven.

De doorbraak wordt door velen gepropageerd vanuit de gedachte van het apostolaat: de christen heeft in de wereld te getuigen. Men zal echter ook rekening dienen te houden met de bewarende kracht van de christelijke groepsvorming. Afzonderlijke christelijke partij formatie kan gemotiveerd worden vanuit de gedachte van het pastoraat.

Daarom moet aan de christelijke partijformatie worden vastgehouden, in elk geval op die terreinen, waar de geestelijke vraagstukken aan de orde komen. Dan zal het echter een christelijke partij formatie moeten zijn, die ook bij de niet-kerkelijken waardering vindt. Alle interne saecularisatie het politiek liberalisme bijv. zal moeten worden uitgebannen.

Voor de Protestants Christelijke Werkgemeenschap heeft de briefschrijver veel waardering, omdat deze in zekere zin zo’n christelijke groepsvorming betekent. De P.v.d.A. doet dat echter niet. Daarom blijft christelijke partij formatie een noodzakelijkheid.

Wij hebben de gedachten van onze jonge gereformeerde vriend zo uitvoerig mogelijk en bijna letterlijk weergegeven, omdat wij menen, dat het de gedachten zijn, die niet alleen bij vele gereformeerde jongeren in het bijzonder, maar ook bij veie protestantse jongeren in het algemeen leven. Men zou kunnen zeggen, dat hier het pleidooi gevoerd wordt voor een in sociaal en politiek opzicht progressieve christelijke partij naast de P.v.d.A.

De bezwaren van de P.v.d.A. tegen de A.R. Partij in haar tegenwoordige vorm worden aanvaard. Men meent echter, dat deze bezwaren overwonnen kunnen worden. En men acht het zowel voor ons volk in het algemeen als voor het christelijk volksdeel in het bijzonder noodzakelijk, dat de christelijke partij formatie niet wordt prijs gegeven.

Wat de briefschrijver voor ogen staat is dus een christelijke partij, die in opzet en bedoeling verwant is aan de vroegere C.D.U., een zeer vooruitstrevende, wellicht democratisch socialistische, maar een christelijke partij.

In een voigend artikel hopen wij over dit zeer belangrijke vraagstuk van de christelijke partij formatie enkele opmerkingen te maken.

J. J. BUSKES Jr.

(Vervolg van pag. 3)

Quakers kunnen niet toveren, maar ze kunnen wei van stap tot stap voortgaan, en aan elke kleine schakel een volgende toevoegen.

De vruchten, die zich in de tweede Quaker wereldconferentie in 1935 hebben gezet, kwamen vijf jaar later aan de dag. In de najaarsvlagen van komende jaren zullen de vruchten moeten rijpen van wat in de zomer van 1952 op de derde Quaker wereldconferentie aan de orde is geweest.

„O Heer, Die ons op deze plaats tezamen hebt gebracht

Die met ons zijt geweest in al onze samenkomsten

wij vragen U ons te geleiden bij onze uitgang naar de wereld.

Verhelder ons inzicht in de diepte van haar noden en openbaar ons waar wij Uw vergiffenis van node hebben.

Vervul ons met Uw overwinnende liefde opdat wij mogen deelhebben aan Uw Victorie.

Leidt ons, o Heer, en wij volgen.” G. L. VAN DALFSEN

TER ZAKE

„De Telegraaf” en „De Courant-Nieuws van de dag” hadden onlangs (11 X) een verhaal met interview over drie buitenlandse theologen, die hun studie voltooiden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Twee van de drie waren uit Zuid-Afrika; een hunner maakte lang niet malse opmerkingen over de geest van zijn gastheren:

iets van de geest en sfeer der Boeren heb ik aileen maar kunnen vinden op het platteland. In de stad is de strijd om het naakte bestaan zo vermaterialiseerd, dat het soms ergerlijk aandoet. De autobestuurders bijv. vind ik vreseiijk. De manier waarop de mensen in Amsterdam aan de tram hangen en elkaar elk plaatsje misgunnen, vind ik onsympathiek. Doch...” en dan komt de pieister op de wonde met als slot: