is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 2, 10-01-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De SPD en de godsdienst

In September van het vorig jaar is' in Dortmund een congres van de SPD gehouden, waarin opnieuw de grondslagen van het culturele program van deze partij zijn behandeld en geformuleerd.

In het blad van de Duitse religieus-socialisten „Christ und Sozialist” (nr. 11 van 1952) lezen wij van de hand van dr Otto Gerlach een beschouwing over deze uiterst belangrijke aangelegenheid.

■Wat wij hier meedelen, ontlenen wij aan zijn gegevens.

Wie aan cultuur denkt, denkt aan de school. Steeds, wanneer men over buitenlandse schoolverhoudingen leest, krijgt men een gevoel van dankbaarheid, dat reeds vroeg de socialistische beweging hier te lande een verhouding op schoolgebied heeft willen aanvaarden, die enig is in de wereld, nl. de vrije school naast de openbare. Thans is er, wat Nederland betreft, ten minste ruimte voor de vraag, wat de geestelijke grondslagen moeten zijn voor deze openbare school.

In Duitsland gaat men gebukt onder de traditie van een hardnekkige en onopgeloste schoolstrijd. Practisch stond de SPD steeds een godsdienstloze overheidsschool voor, met als uiterste concessie een gemeenschapsschool met godsdienstonderwijs. Dat klinkt tot op heden door. Ook Dortmund wil zoiets, zij het dan niet godsdienstloos. „Het schoolwezen moet zo opgebouwd worden, dat het alle kinderen in een organisch geleed schoolsysteem verenigt.” En op die school moet dan een opvoeding gegeven worden in de geest van verdraagzaamheid tot sociaal verantwoordelijkheidsgevoel en voor de idealen van de democratie en internationale samenwerking. Men lette erop, hoe het hier vooral om een politieke gerichtheid gaat.

Over godsdienst en kerk zwijgt het nieuwe program. Zeker, de zin uit het Erfurter program van 1891, dat „godsdienst privaatzaak” is, zal men niet meer vinden. Maar in de practijk van het politieke leven heeft deze overtuiging zich gehandhaafd. In feite zal deze gedachte steeds aanwezig zijn, waar men over kerk en godsdienst zwijgt. Daarom is het van zulk een eminent belang, dat het program van de P. v. d. A. er niet over zwijgt.

De enige vooruitgang in het Dortmunder program van godsdienstig standpunt dan is te vinden in het feit, dat thans godsdienstonderwijs op de gemeenschapsscholen niet meer als concessie, maar ter wille van de zaak zelf aanvaard wordt.

In feité, aldus dr Gerlach, gaat dit nieuwe program uit van de aanvaarding van de zedelijke eisen van verdraagzaamheid en eerbiediging der menselijke persoonlijkheid. Dit houdt niets specifiek socialistisch in. Men kan deze eisen vinden in elk liberaal en democratisch program van elke West-Europese partij. Zelfs de invoering van het begrip „solidair gemeenschapsbesef”, zoals de vertegenwoordigers van de socialistische jeugd wilden, werd niet aanvaard.

Wanneer zulk een program niet de mogeiijkheid opent om tot een positieve uiteenzetting te komen met de progressieve krachten in het katholicisme en het protestantisme, dan dreigt wel sterk een sociale en geestelijke „verzuiling”, aldus een der sprekers op het congres.

Dit lezende, krijgen wij de indruk, dat wij democratisch-socialistische Nederlanders onze Duitse ja, wat moeten wij zeggen: „geestverwanten”? Laten wij liever zeggen: mede-socialisten met onze inzichten helpen kunnen.

L. H. R.

Tweede en laatste aankondiging. Tijd en Taak-bijeenkomst te Bentveld 24 en 25 Januari 1953 Na de viering van het „Blijde Wereld”-jubileum nu het beraad over „Tijd en Taak”. Wij organiseren In Bentveld een Tijd en Taak-bijeenkomst. De leiding berust bij L. H. Ruitenberg. Redactie en medewerkers zullen, zo mogelijk, aanwezig zijn. Dit is het programma: Zaterdag 24 Jan. 5 uur opening; 6 uur broodmaaltijd; 7.30 uur J. J. Buskes: Belijdend Christendom en Humanisme binnen het socialisme. Zondag 25 Jan. 9.45 uur morgenwijding door L. H. Ruitenberg; 10.15 uur J. G. Bomhoff: Het sociale element in de moderne roman; 2.30 uur W. Banning: De waarde der socialistische zelfcritiek; 4.30 uur Korzelige Kes: Ter zake. We hopen dat dit programma voldoende aantrekkelijk is om veel lezers te bewegen naar Bentveld op te trekken. Gij trouwe lezer, die reeds jarenlang „Tijd en Taak” leest, gij nieuw-aangetreden abonné, beschouwt u allen persoonlijk uitgenodigd. Meldt u aan per briefkaart bij de administratie van de A.G. der Woodbrookers te Bentveld. Mocht de deelnemersprijs ƒ per persoon u te zwaar vallen, meldt het op uw briefkaart. We zullen zien wat we doen kunnen. Maar meldt u snel! Tot ziens in Bentveld! REDACTIE „TIJD EN TAAK”

Hef is middernacht, dr Schweitzer

De naam van Albert Schweitzer is voor millioenen mensen zowel in als buiten de kerken het symbool geworden van een practisch christendom. Geen wonder, dat er nu reeds belangstelling bestaat voor een verfilming van zijn leven. Schweitzer zelf voelt er echter niets voor als trekpleister voor de bioscoop-cassa op te treden. „Mijn leven is gewijd aan dienen en niet aan verdienen” gaf hij een Hollywoodse filmmaatschappij, die voor het recht op de verfilming van zijn leven een geweldige som wilde neertellen, tot bescheid. En nu is de Schweitzerfilm er toch gekomen. Echter in een zeer eenvoudige vorm en met uiterst bescheiden middelen vervaardigd, zodat het zelfs de vraag is of het verwende bioscooppubliek voor deze sobere weergave van een episode uit Schweitzers levensgeschiedenis voldoende interesse zal tonen.

De film begint in Straatsburg, waar dr Schweitzer van 1905 tot 1912 medicijnen studeert. Hij heeft dan reeds naam gemaakt op theologisch gebied en als Bachkenner en -vertolker. In 1912 trouwt hij met Helene Breslau, die hem in alles trouw terzijde staat. In de film komt mevrouw Schweitzer echter niet voor, Schweitzer wordt door een medestudente terzijde gestaan. Nadat Schweitzer eerst nog door het geven van een aantal concerten het nodige geld bijeen gekregen heeft, schepen zij zich in naar Centraal-Afrika. Een groot geleerde en kunstenaar acht zich niet verheven boven het werk van de zendingsarts.

In Lambarene ziet men zich tegenover geweldige moeilijkheden gesteld. Schweitzer moet niet alleen als dokter en chirurg maar ook als bouwmeester en opzichter over inlandse arbeiders optreden. Nauwelijks is de blanke dokter gearriveerd of de zieken komen van alle kanten opdagen. De eerste operaties vinden plaats in het kip-

penhok. Onschatbare diensten bewijst de kok Jozeph Azoawani, Schweitzers eerste inheemse helper. Gaandeweg verrijst er aan de zoom van het oerwoud een centrum, waar de nood van de Negerbevolking gelenigd wordt. Aan dit zegenrijke werk dreigt echter de die in 1914 uitbreekt, een einde te maken. Schweitzer wordt eerst in zijn eigen nederzetting geïnterneerd en later als Elzasser is hij Duits staatsburger naar een concentratiekamp in Frankrijk over gebracht. Met zijn vertrek uit Lambarene en zijn belofte om terug te keren en het werk voort te zetten eindigt de film.

De betekenis van „Het is middernacht, dr Schweitzer” ligt niet alleen in de hierboven beschreven weergave van gebeurtenissen doch ook en vooral hierin, dat deze film de levensinzichten van de grote blanke dokter vertolkt. Zo bijv. zijn „eerbied voor het leven”. Een van de eerste dingen, die hij in Lambarene doet is het doodslaan van een grote, gevaarlijke spin. Hij realiseert zich, dat hij kwam om het leven te redden doch begint met het doden van een levend wezen. Op persoonlijke aanwijzing van dr Schweitzer is in de film ook opgenomen de vraag van een Neger: waarom voeren de Europeanen oorlog, als zij elkaar toch niet opeten? Schweitzer antwoordt hierop, dat zij elkaar toch verslinden, al is het op een andere manier. Ook de ontmoetingen tussen de r.k. geestelijke, die voor de zielen bidt, en de protestantse dokter, die de lichamen tracht te genezen, getuigen van de geestelijke achtergrond waartegen het werk van Schweitzer moet worden gezien. Dit alles maakt deze eenvoudige, bijna documentaire rolprent, waarop filmisch nog wel het een en ander aan te merken valt, tot een waardevol werk. J. A. HES