is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 9, 28-02-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Oostenrijk

Socialistische winst

Wat zijn politieke ontwikkeling betreft, doet Oostenrijk het beter dan zijn noorderbuur West-Duitsland. Een van de oorzaken hiervan is, dat het land, hoewel gesplitst in zones, een werkelijke verdeling bespaard gebleven is. In de Russische zone, zo goed als in de andere, kan het politieke leven zich vrij ongestoord ontwikkelen. Arrestaties door de Russische politie, zoals bij deze verkiezingen plaats gevonden hebben, van socialisten die zich met vuurwapenen zouden hebben uitgerust, zijn nog altijd min of meer uitzondering. De Russische voogden hebben tot nog toe geen ingrijpende maatregelen willen of durven nemen.

Een en ander wil niet zeggen, dat de nog steeds voortdurende situatie van bezetting en onzekerheid ten aanzien van de toekomst van het land geen invloed heeft op het politieke gedrag der Oostenrijkers. De verleiding van het communisme bestaat er nog maar nauwelijks. De communisten zijn bij de verkiezingen van afgelopen Zondag weer een zetel teruggelopen en staan nu nog op het onbetekenende aantal 4. Aan verleidingen van rechts extremisme weten de Oostenrijkers ook aardig het hoofd te bieden. Toch bezet de partij der onafhankelijken, waarin veel nazi’s een tehuis gevonden hebben, nog altijd 14 zetels. Hoopvol echter is, dat de huidige verkiezingen hun een verlies van twee zetels hebben gebracht. (Zij hadden er 16.)

De grootste invloed der huidige omstandigheden is af te lezen uit de lang niet hartelijke, maar in feite wel vrij trouwe coalitie tussen socialisten en volkspartij (r.k.). Niet hartelijk, want tegenstellingen en oud zeer zijn er volop te vinden. De Oostenrijkse sociaal-democraten zijn nogal links van opvatting. Uiteraard is

zulks geen reden voor verwijt. Wij merken dit enkel op, omdat daardoor de samenwerking met de katholieken, die op hun beurt weer bepaald niet van het progressiefste slag zijn, extra moeilijk is.

De socialisten streven duidelijk naar ver doorgevoerde sociale zekerheid en hebben voorts enige nationalisatie op hun program staan. De volkspartij daarentegen houdt het op een conservatiever beleid, waarbij het hoeveel van de staatsuitgaven wordt afgemeten aan de hand van het hoeveel der mogelijkheden bij het huidige belastingstelsel. Anders gezegd: de socialisten wensen een nog verder gaande herverdeling van het nationale inkomen, maar de katholieken verzetten zich daartegen met hand en tand.

Dit conflict is oorzaak geworden van de opzegging der coalitie afgelopen najaar. Aangezien er toen nauwelijks andere mogelijkheden waren, heeft een zgn. zakenkabinet het landsbestuur voortgezet.

De onderhandelingen, die nu moeten worden gevoerd, beloven extra-moeilijk te worden, omdat de socialisten een belangrijke winst geboekt hebben, nl. 6 zetels, en de volkspartij enig verlies (3 zetels). De verhouding in de volksvertegenwoordiging is nu: volkspartij 74 zetels, socialisten 73. Bovendien hebben de socialisten meer stemmen op zich verenigd dan de katholieken, al blijkt dat niet uit de zetelverdeling.

De socialisten hebben nu dus nog veel meer reden dan voorheen om tegemoetkoming aan hun wensen te verlangen. De volkspartij, voor wie deze nederlaag een vervelende verrassing was, heeft nu reeds moeite zich aan de gewijzigde toestand aan te passen.

De onderhandelingen zullen dan ook

moeilijk zijn, te meer daar meningsverschillen over de keuze der candidaatministers nog een persoonlijke noot aan het geheel geven.

Er staat tegenover, dat de wensen van de socialisten ten aanzien van meer sociale voorzieningen, momenteel ook volgens conservatief financieringsbeleid beter uitvoerbaar zijn dan een half jaar geleden. De economische positie van Oostenrijk is gedurende het laatste half jaar nl. aanmerkelijk verbeterd; de mogelijkheid voor meer uitgaven is dientengevolge ook aanwezig in beginsel.

De dwang der omstandigheden laat nauwelijks toe, dat een der beide grote partijen wordt uitgesloten. Daartoe zou samengaan nodig zijn met de onafhankelijken, hetgeen voor de partij die zulk een waagstuk wil aangaan, vrijwel zeker de politieke dood betekent. Immers, door samen te gaan met de oud-nazi’s, compromitteert men zich wel al te duidelijk. Daarbij geldt als overweging, dat de onaf hankelij ken bij zulk een samengaan een zeer machtige positie zouden bezetten (veel invloedrijker dan hun zetelaantal aangeeft).

Voor de socialisten is dit geen, voor de katholieken nauwelijks een alternatief.

Welke invloed deze verkiezingsuitslag op de mogelijkheden van een vredesverdrag kan hebben, laat zich wel raden. Nl. géén. Alleen een éclatante communistische overwinning zou voor de Russen aanleiding hebben kunnen zijn om Oostenrijk uit de bestaande onzekerheid te verlossen. Omdat Rusland ten aanzien van Oostenrijk dan een grotere zekerheid zou verkrijgen. Nu de communisten weer verder zijn teruggedrongen, en in wezen slechts een splinterpartijtje zijn gebleven, is daar geen enkele kans op.

De toekomst van Oostenrijk blijft dus afhankelijk van de algemene internationale ontwikkeling. Hetgeen helaas beduidt, dat de toestand voorlopig wel onveranderd zal blijven. H. VAN VEEN

geëvacueerden 100 stuks zou moeten ontvangen. Voegt men daarbij nog de overweldigende zendingen uit het buitenland, dan begrijpt men, dat niet alleen de slachtoffers maar ook vele andere behoeftigen van kleding zullen worden voorzien. Dit betekent een geweldige verslapping van de kooplust.

Voor de buitenlandse goederen is dat zonder meer duidelijk. Voor de binnenlandse niet, omdat men kan zeggen, dat de gevers nieuwe kledingstukken zullen gaan kopen. Er zou slechts sprake zijn van een herverdeling van goederen. Toch is ook dat niet juist. Vele mensen hebben zich niet ontdaan van het onontbeerlijke maar van het overtollige. In plaats van in een kast jarenlang opgeborgen te blijven, is een jas weer in „dienst” opgeroepen. Zo is er voor de winkeliers, vooral op kledinggebied, een ramp bij gekomen.

De oplossing van dit vraagstuk is niet eenvoudig. Men kan zich voorstellen, dat een fonds gevormd zou worden, waaruit zij een zekere schadeloosstelling ontvangen voor gederfde winst. Maar het zal wel ontzaglijk moeilijk zijn om hier tot een rechtvaardige oplossing te komen,

De regering staat voor moeilijke problemen. Slechts enkele materiële vraagstukken heb ik aangesneden en het zal duidelijk zijn hoe moeilijk deze reeds zijn op te lossen. Wij kunnen ons slechts gelukkig prijzen met de wetenschap, dat de ministers niet slechts de totale rijkdom van het land in het oog zullen houden, maar eveneens de eerlijke verdeling daarvan. Of om het juister te zeggen: de eerlijke verdeling van de armoede, die door deze watersnood nog groter geworden is. Rotterdam j. q. VAN DER PLOEG

De mens tegenover ziekte en dood

Weekendconferentie van 21—22 Maart 1953 te Bentveld

Richard Siebeck definieert volgens Barth de gezonde mens als de mens die een gevoel heeft van vreugde en kracht.

Hij leeft, zonder te weten hoe dat eigenlijk in zijn werk gaat, in de natuurlijke drang zich te ontplooien en iets uit te richten. Hij is tegen allerlei moeilijkheden opgewassen, in ruime mate beschermd tegen heel wat gevaren en niet in de laatste plaats is hij bereid zijn krachten volop te geven en zich te wijden aan werk en prestaties en, wanneer het moet, menigmaal ook in de nood.

Hoe gezonder wij ons voelen, des te minder letten wij er op, des te minder weten wij er van. En wanneer aan onze gezondheid iets gaat haperen, realiseren we ons dat oude gezegde dat „gezondheid een grote schat” is. En ergens hebben we er weet van dat ziekte iets is dat niet hoort bij het menselijk leven en er toch in de verschijning van het leven op onze aarde onlosmakelijk mee verbonden is. Eigenlijk kun je niet spreken van de voluit gezonde mens.

De mens, die staat in dit leven en daarin zijn weg zoekt, zijn taak zoekt te volbrengen, komt elke keer weer te staan tegenover de problematiek van de ziekte t.o. de dood, die een einde maakt aan zinvolle opdrachtsvervulling én een schijnbaar zinloos bestaan. Die ziekte en dood treedt massaal op of werkt verstorend in een klein persoonlijk

( Vervolg op pag. 8)