is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 21, 23-05-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(Vervolg van pag. 4).

dat op de openbare school ook r.k. onderwijzers binnendrongen! Is de openbare school nu openbaar of Is het een school van de humanistische groep?

Op de achtergrond van al deze misverstanden verrijst torenhoog een ander probleem: vele onzer partijgenoten in de grote steden zijn onkerkelijk. In de weifelende situatie tussen het traditionele kerkgeloof en het uitgesproken humanisme zullen zij zich bij voorkeur op de organisatorische vormen van het culturele partij werk storten, omdat zij geen weet hebben van de levensbeschouwelijke inhouden. Zij stellen zich voorlopig tevreden met vage termen en zijn nergens zo bang voor als voor voorbarige dogmatische richtlijnen. (Ook het officiële humanisme is dogmatisch I)

Zij beschouwen zich zelf daarenboven als dè partijleden bij uitstek, omdat bij hen de partij een betekenis heeft, die ver uitgaat boven die ener politieke beweging van gelijkgezinden. Meestal moeten dezulken van de Werkgemeenschappen niets hebben, maar hun voorkeur gaat uit naar de humanistische. Als ze eerlijk zijn, vinden ze het eigenlijk jammer, dat men hun vraagt: kleur te bekennen. Liever zouden zij, en zij alleen, de Partij vertegenwoordigen. Ze zitten vaak zo vol ressentiment tegen kerk en kerkelijkheid en waarderen in hun christelijke partijgenoten meer het feit van hun lidmaatschap dan de bijdrage aan de opinievorming. Hün grote ijver en opoffering voor de partij maakt de kerkmensen wel eens verlegen, als ze nl. vergeten dat aan hen ook nog tijd en geld gevraagd wordt voor kerkelijk werk.

Men kan zeggen en hiermee besluit ik dit eerste artikel de doorbraak loopt gevaar, niet van buiten, maar van binnen, als een der vele groepen, die zich op basis van het program der partij bij haar aangesloten hebben, zich aanmatigen zou alleen en bij uitsluiting de politiek en de sfeer en de personeelspolitiek der partij te bepalen.

Ik zeg niet, dat dit thans gebeurt. Liever zeg ik, dat dit niet gebeuren mag!

DE UITSTORTING VAN DE H. GEEST Gothische houtsculptmr in de kerk te Oldenburg (15de eeuw)

J. G. B.

De jaarvergadering

Een fatsoenlijke vereniging houdt elk jaar een jaarvergadering. Een fatsoenlijke vereniging heeft altijd een groot aantal leden, die zo’n groot vertrouwen hebben in het bestuur, dat ze bij voorbaat alles goedvinden. Pas als er ruzie in de lucht hangt of als er kwesties dokterd moeten worden, ontwaken vele leden en verschijnen zij ter vergadering. Zulk een fatsoenlijke vereniging nu blijkt ook de Arbeiders Gemeenschap van Woodbrookers te zijn, die op 11 Mei haar jaarvergadering te Bentveld hield. Er was — als gewoonlijk — geen ruzie, er waren geen kwesties uit te dokteren en het bestuur rustte klaarblijkelijk op het grote, zwijgzame vertrouwen van honderden leden. Wij glimlachen daarover en wij zeggen, dat wij het jammer vinden. In Bentveld en

Kortehemmen wordt een werk gedaan, dat enig In zijn soort Is In Nederland en In heel Europa. Wie er bij betrokken zijn, voelt de eigenaardige zuiging van dit werk, dat. een gemeenschap tussen mensen sticht van bijzonder aroma. Wij menen, zonder grootspraak, dat méér van dat aroma Nederland, In het bijzonder de kerken en de socialistische beweging, geen kwaad zou doen. Goed dan, de jaarvergadering. Daar zaten wij dan met zijn vijftigen. In de grote zaal, die het huls zoveel bewoonbaarder heeft gemaakt nó, de verbouwing.

Ik moet aan breder kring lets mededelen over het jaarverslag, ditmaal zeer uitvoerig en boeiend. De leden krijgen het In zijn geheel toegestuurd, maar ook anderen zullen In de gegevens, daar vermeld. Interesse hebben.

Om te beginnen; de leden. Het Is de A.G. ernst wanneer zij zegt géén massa-organlsatle te willen worden. Zij bindt de leden zo weinig mogelijk, heeft geen afdelingen over Nederland en jut niemand op om lid te worden. In het conferentlewerk ligt de kracht. Daarom worden slechts zij, die twee maal een cursus hebben bijgewoond, gevraagd lid te worden. Practlsch nierkt men nooit het verschil tussen een lid en een nlet-lld, wanneer men een cursus bezoekt. Alleen op die ene middag met de jaarvergadering Is er onderscheid. Welnu, op 31 Dec. 1952 bedroeg het ledental 525, dat was 9 meer dan het jaar tevoren.

Nu mag het, dit ledental ziende, toch wel verbazing wekken, dat deze organisatie In het bezit Is van twee conferentle-oorden waar het werk geleld wordt door een vaste staf, waaronder twee academisch gevormden. Het mag ook wel eens gezegd worden, welk een kracht van zulk een kleine kring kan uitgaan, als men hoort, dat deze leden voor de verbouwing van Bentveld ...ƒ 12.000 op tafel legden. Offerzin Is er. Mlsslonnalre drang echter minder. Dat merken wij, wanneer wij het bezoek (Vervolg op pag. 6)