is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 35, 05-09-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE EVANGELISCHER KIRCHENTAG IN HAMBURG EN DE RELIGIEUS-SOCIALISTEN

De Evangelischer Kirchentag 1953, die op zijn hoofdbijeenkomst een 300.000 mensen als een tevende, biddende en zingende gemeenschap verenigd zag, was veel sterker dan zijn voorgangers, een duidelijk bewijs, dat God midden uit de wereld, die in de grond vijandig tegenover God staat, de zijnen in het openbaar tot een indrukwekkende eenheid kan samensmeden.

De grootsheid van de aanblik van zovelen, die hun geloof in Christus beleden, maakte een diepe indruk, zowel op de deelnemers als op de God hoede de Kerk er echter voor, dat ze zich niet, als door zoete wijn laat brengen in de roes van een verkeerd bewustzijn van haar kracht!

Deze Kirchentag heeft duidelijk gemaakt dat de evangelische kerk en haar leden

onvermijdelijk in de rauwe nooddruftige werkelijkheid van het menselijk bestaan zijn geplaatst.

Duidelijker dan ooit hebben de leken in de kerk gepoogd de brandende vragen van alledag onverhuld aan het Evangelie te toetsen.

Zo kreeg de Kirchentag een grote politieke betekenis, die door de broederlijke ontmoeting met de 15.000 gelovigen uit de Sowjet-zone nog een bijzonder accent kreeg.

De Bond van Religieus-Socialisten in Duitsland had ondanks de overbezette tijd van de Kirchentag-bezoekers hen opgeroepen tot een buitengewone vergadering, waardoor men de belangstelling kon merken van veel christenen, en ook opmerkelijk velen uit de Oostzone, voor de zaak van het religieus-socialisme, die, zoals de voorzitter van de bijeenkomst, Regierungsdirektor Schleich, deed uitkomen, immers een zaak Gods was.

Schleich bracht de vergadering de groeten van de burgemeester van Hamburg, Max Brauer, over, die een overtuigd religieus-socialist is en op dat ogenblik op de demonstratie van de mannen zijn vreugde uitdrukte over diepgaande verandering van het kerkelijk denken, die de breuk tussen kerk en arbeiders steeds verder heeit.

Op de vergadering van de religieussocialisten waren aanwezig: Kopf, de minister-president van Nedersaksen; Metzger, de minister van Eredienst van Hessen; Wünsch, professor in de theologie; dr Gneuss, van het partijbestuur van de S.P.D. te Bonn; Wehn, de secretaris van de S.P.D. van Hamburg, en vele andere actieve sociaai-democraten, benevens een groot aantal gelijkgezinde predikanten zowel uit Oost- als uit West- Duitsland.

De hoofdschotel van de vergadering was de lezing van dr Schenkel, predikant te Stuttgart, minister van Onderwijs, over: „De Evangelische Kerk en het Socialisme”.

De spreker zette uiteen, dat de Bond van Religieus-Socialisten, waar hijzelf reeds meer dan 25 jaar lid van was, de brug van het christendom naar de wereld van de arbeiders sloeg. Aan de religieus-socialisten is het vooral te danken, dat de afwijzende houding van de socialistische beweging tegenover de kerk, die maar al te rechtvaardig was, zich sterk wijzigde, hoewel de kerk haar alleen had laten staan in haar strijd tegen de afschuwelijke misstanden van het kapitalistische liberalisme van vroeger jaren.

Wichern, de heilige van Hamburg, en Karl Marx, de helper van het proletariaat, hebben in dezelfde tijd hun harde critiek op de huichelarij en de sociale onrechtvaardigheid van de kapitalistische maatschappij vorm geuit. Beiden hadden eigenlijk als voorvechters van werkelijke recht-

vaardigheid moeten gaan samenwerken. Maar de roeping van Wichern, om het geweten van de kerk te scherpen, om haar tot een nieuwe ordening van de maatschappij op te wekken, mislukte, door de behoudzucht van de kerkelijke overheid, en haar starre troon- en altaarpolitiek. Wichern werd bevorderd tot Oberkonsistorialrat (hoge kerkelijke functionaris, vertegenwoordiger) en werd als vader van de Inwendige Zending op een zijspoor gerangeerd.

Blumhardt, de pionier van het religieussocialisme, die in 1900 tot de S.P.D. toetrad, moest wegens dit feit zijn ambt ais predikant opgeven. Dat Wurm echter Duits-nationaal afgevaardigde werd, keurde de kerk echter wel goed en niemand legde hem daarbij een strobreed in de weg. Toen dr Schenkel wegens zijn anti-Hitler-uitingen door toedoen van de nazi’s zijn ambt verloor, maakte de leiding der kerk hem heftige verwijten wegens zijn afwijzing van Hitler. Pas de gemeenschappelijke vervolging en het gemeenschappelijke lijden zouden kerk en sociaal-democratie dichter bij elkaar brengen. De kerk moet goed beseffen, dat 95% van alle socialistische kiezers tot de kerk behoren. Niet de door Marx begonnen strijd van de arbeiders ter bereiking van de allereerste rechten van de mens heeft de onkerkelijke instelling onder de socialisten bewerkt. De burgerlijke filosofie van Hegel en de „Wereldraadsels” van Heckel, een verbitterde tegenstander van de S.P.D., hebben de arbeiders, op zoek naar waarheid, in hun denken beïnvloed.

De kerk ziet eveneens gaarne voorbij, dat aile natuurwetenschappen materialistische wetenschappen zijn. Ook diepgodsdienstige wetenschapsbeoefenaars als Plank hebben bij hun onderzoekingen streng volgens materialistische methoden gewerkt.

De kerkelijke bezwaren tegen de zogenaamde socialistische dwangeconomie zijn geheel misplaatst, omdat deze steeds een gevolg van het militarisme is.

Het christendom heeft door de kerkelijke houding tegenover de massa zijn prestige verloren. In tegenwoordigheid van dr Schenkel vroeg Gandhi gedurende een bezoek aan Duitsland, wat hij van het christendom dacht. Gandhi antwoordde slechts aarzelend, dat het christendom een heel goede zaak was. Wat de kerk er echter van gemaakt heeft, deed hem zijn zogenaamd heidendom hoger schatten. De kerk en de christenen, zo riep dr Schenkel uit, moeten nu toch eindelijk eens gaan begrijpen, dat in het streven van de sociaal-democratie niets ligt, dat tegen het Evangelie ingaat. De sociale rechtvaardigheid als een rechtmatige ordening van de maatschappij komt overeen met het Evangelie. Van hun zijde moeten ook de socialisten erkennen, dat de bijbelse waarheid niets bevat, dat tegen het socialisme gericht is.

Woord, geest, daad en kracht behoren bij elkaar. Wezenlijke toenadering tussen kerk en sociaal-democratie is het dringende gebod van dit ogenblik.

De lezing en de bijdragen van de sprekers in de discussie werden over de gehele linie met bijval bejegend.

Na deze vergaderihg werd een organisatorische bespreking gehouden. Daarbij werden nieuwe vrienden voor de Bond gewonnen. Unaniem werd vastgesteld, dat het werk van de Bond in het huidig tijdsgewricht meer dan ooit noodzakelijk is.

Frankfort a. d. M.

Dr HEINRICH SCHLEICH

vert. H.E.Z.

(Vervolg van pag. 6)

merkende van het Indische streven is: sociale democratie plus een zo groot mogelijke onafhankelijkheid t.a.v. de Oost-West-situatie. India is derhalve bepaald geen bondgenoot van de Verenigde Staten. Maar het is ook ailerminst een vijand van Amerika. Zolang de Amerikanen bereid zijn de nationale aspiraties der Aziatische volken royaal tegemoet te treden, zullen zij India aan hun zijde vinden. Waar echter met gevaar voor de vrede en ontkenning van de menselijke rechten Amerikaanse machtspolitiek wordt bedreven, heeft India geen behoefte aan steun van de Amerikanen. Ongeveer een zelfde standpunt, ofschoon iets krachtiger, neemt dit land in tegenover het communistische blok. In zekere zin is India een voorbeeld van de derde weg.

PAKISTAN-AMERIKA

In Washington is men hiermede allerminst tevreden. Dit blijkt vooral uit de nadrukkelijke toenadering tot Pakistan en de gehele Arabische wereld. Pakistan neemt een scherpere houding aan tegenover de Sowjet-Unie (dit land wordt dan ook directer bedreigd) en is ter wille van de goede uitslag van het overleg over Kasjmir (het op India betwiste grensgebied in het noorden) gesteld op Amerikaanse steun. Het is echter zeer dubieus of een partijkiezing in de Arabische wereld op den duur voor de Amerikanen wel zo profijtelijk zal zijn. Door de felie tegenstellingen in deze kring, door de onscrupuleuze politiek, die de meeste der Arabische leiders voeren, en ten slotte door de nationale aspiraties, die ook hier een steeds aanzienlijker roi gaan spelen, kan een Amerikaanse politiek, zoals Foster Dulles deze thans ten aanzien van de Arabische ianden voert, op den duur nauwelijks vruchten afwerpen.

H. VAN VEEN