is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 41, 17-10-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SPEL DER MACHTEN

De aanleiding tot dit artikel is een stuk, dat vanavond in heel grote opmaak op de voorpagina van mijn dagblad stond. In zware kapitalen troonde het opschrift er boven: Russische H-bom dwingt V.S. tot koerswijziging.

De inhoud van dat stuk heeft me geschokt en in verwarring gebracht. Laat ik dat mogen verklaren en daartoe een paar passages uit het bedoelde stuk citeren.

„President Eisenhower heeft gisteren op een persconferentie te kennen gegeven, dat Amerika op het ogenblik dringender dan ooit de bedoelingen van de communistische landen wil leren kennen, ten einde door onderhandelingen een bevredigende internationale situatie te scheppen. Hy noemde in dit verband het tot ontploffing brengen van een waterstofbom in de Sowjet-Unie van grote betekenis voor de wereld... Tal van waarnemers zien in deze verklaring een nieuwe aanwyzing, dat de jongste ontwikkelingen in Rusland de strategische plannen van de commissie van staf-chefs in de V.S. hebben gewijzigd... De Nationale Veiligheidsraad der V.S. zou in het licht van deze ontwikkelingen de internationale toestand aan een nieuwe diepgaande beschouwing willen onderwerpen en de mogelijkheden willen onderzoeken om tot overleg met de Sowjet-Unie te komen... AFP meent in dit verband nog te weten, dat in de afgelopen week overleg is gepleegd tussen de leden van de Nationale Veiligheidsraad en de leiders van de Burgeriyke Verdediging. Tydens deze besprekingen zou men tot de conclusie zyn gekomen, dat er geen enkele bescherming bestaat tegen de H-bom. Eén bom van deze soort zou alles in een straal van tien kilometer eenvoudig verpulveren en alles in een straal van twintig kilometer vernietigen, terwijl het merendeel van de huizen in een straal van veertig kilometer ernstig zou worden beschadigd. In het licht van deze schrikbarende feiten zouden de leiders van de Amerikaanse defensie tot de slotsom zijn gekomen, dat het niet tot een atoomoorlog tussen de V.S. en de Sowjet-Unie mag komen...”

Niet het lugubere relaas van het effect van een waterstofbom heeft me het meest geschokt. Ik kan ook niet beoordelen in hoe verre zo’n mededeling juist is. Evenmin is er echter reden om aan te nemen, dat het minder erg zal zijn. We weten dan op één punt, waar we zo ongeveer aan toe zyn, nl. aan de meest absolute en krankzinnige massa-vernietiging in het geval, dat een nieuwe oorlog zou uitbreken. Men zou tot de conclusie zijn gekomen, dat er geen enkele bescherming bestaat tegen de Hbom... Dat laat weinig hoop over en... kan ook een eind maken aan een gevaarlijke illusie, die tot nu toe in alle oorlogen nog opgeld deed, nl. dat er tegen elk aanvalswapen wel een effectief verdedigingswapen gevonden kon worden. Een volgende oorlog zal geen overwinnaars meer kennen, alleen de volslagen vernietiging en chaos. Daarom is er inderdaad maar één alternatief tegenover de collectieve zelfmoord.

namelijk, er mag geen atoomoorlog komen. Er schuilt maar één zwak punt in deze argumentatie, nl., dat het woord atoomooxlog wordt gebruikt. Er zou eenvoudig moeten staan: er mag geen nieuwe wereldoorlog komen. Het is nl. niet denkbaar, dat een volgende wereldoorlog zonder atoomwapens zou worden gevoerd...

Maar wat mij schokte, waren de mededelingen, dat men blijkbaar als koersmjziging in de V.S. de mogelijkheden om tot overleg met de Sowjet-Unie te komen, zou willen onderzoeken; dat de wijziging der strategische plannen hierin zou bestaan, dat men door onder handeling en een bevredigende internationale toestand zou willen scheppen (cursiveringen van mij. J. H.).

Want, tenzij deze berichten naar inhoud en vorm een volkomen verkeerde voorstelling van zaken geven, kan men hieruit toch moeilijk anders dan deze conclusie trekken: de tot nog toe gevolgde koers ging uit van de praemissen, dat de weg tot overleg niet gegaan moest worden, dat een bevredigende internationale toestand primair moest worden nagestreefd door middel van het innemen van een overheersende (militaire) machtspositie en dat in de strategie van dit „spel” een atoomoorlog was ingecalculeerd.

Ik denk in dit verband aan een gesprek, het vorig jaar gevoerd met een zeer vooraanstaand Duits politicus, die zijn afwijzing van een herbewapening van Duitsland o.a.

motiveerde met het argument, dat een dergelijke herbewapening niet alleen psychologisch uiterst gevaarlijk, maar ook in het licht der internationale verhoudingen onnodig was. Naar hij meende, ging het hierbij nl. niet om een herstel van evenwicht, maar om het scheppen van een zodanig Westers (Amerikaans) overwicht, dat binnen enkele jaren de Sowjet-Unie aan de conferentietafel onder zodanige militaire druk zou kunnen worden gezet, dat deze ultimatieve eisen wel zou moeten inwilligen.

Een ander gesprek met een geenszins pro-Russische Nederlander, die kort geleden na een langdurige studiereis uit de V.S. terugkeerde, ging in dezelfde richting. Ook daarin klonk grote bezorgdheid door ten aanzien van de koers en de bedoelingen der Amerikaanse politiek, met name onder het bewind van Eisenhower en vooral van Poster Dulles.

Wanneer deze angstwekkende conclusies juist zouden zijn, dan zou het inderdaad logisch zijn, dat het bezit van de H-bom aan Russische zijde een wijziging der Amerikaanse politiek noodzakelijk zou maken. Want de voorwaarde voor die politiek: een voldoende militair overzicht zonder te grote risico’s, zou door de Russische H-bom zijn vervallen.

Maar daarmee zou aan het vertrouwen in de Amerikaanse politiek ongetwijfeld bij velen een ernstige schok worden toegebracht.

Toch dienen wij voorzichtig te zijn met onze conclusies en ons oordeel. Heel nuchter dient de vraag te worden gesteld: Is er tegenover de Sowjet-Unie een andere politiek mogelijk? Is er aan die zijde de wil tot iets anders dan een zo fel mogelijke machtsstrijd? De antwoorden op die vragen liggen in het duister, Ze zullen pas gegeven kunnen worden, wanneer een eventuele wijziging der Amerikaanse politiek om een antwoord van Rusland vraagt. Moge het zo zijn, dat de zekerheid der totale, wederzijdse vernietiging bij een oorlog beide partijen dwingt tot de overtuiging, dat dit niet kan en mag gebeuren. J.H.

Het boek van Brugmans

Eerst nu heb ik inspiratie om mijn hulde te betuigen aan prof. dr. H. Brugmans’ „Crisis en Roeping van het Westen”, dat in de loop van vorig jaar verscheen.*) Eerst nu. Want in de afgelopen week is hier in Den Haag het Europa-congres gehouden. Ik heb nu eerst recht begrepen, waarom hij zijn boek schreef.

„Crisis en Roeping van het Westen” wil een geschiedenis zijn van twee en een halve eeuw Europese cultuur. Het is een pleidooi geworden. Een pleidooi voor Europa, zonder de opwinding van enthousiasten. Een pleidooi van een man, die zich de rust gegund heeft Europa’s culturele leven, vooral het literaire leven op zich te laten inwerken als deelhebber, niet als toeschouwer. Juist daarom is het niet verkeerd, bij het lezen niet alleen de woorden van het boek, te lezen, maar ook de man er achter te zien. Deze cultuurgeschiedenis wordt ons

*) „Crisis en Roeping van het Westen” door prof. dr. H. Brugmans, Tjeenk Willink, Haarlem ƒ 16,90.

verteld door iemand, die Europa kent, onder Europa lijdt. Europa dient.

Brugmans ging een merkwaardige weg. Uit een Amsterdams liberaal professorenmilieu stammend, werd hij als student, in de Franse taal nota bene, aangetrokken tot de Vlaamse en Groot-Nederlandse beweging. De doordenking van de verhouding, tussen natie en volk maakte hem socialist. Als voorzitter van het Inst. voor Arbeidersontwikkeling zal hij de socialistische beweging van voor ’4O dienen. Na de oorlog komt hij tijdelijk in de politiek, die hem, dunkt mij, niet helemaal ligt. Tijdens het ministerie-Schermerhorn kan men hem voor de microfoon horen als vertolker van wat de regering wil. Een korte periode. Nederland waardeert Schermerhom niet. Hij ziet te veel vooruit en trekt te weinig een ernstig gezicht bij de politieke gewoonten van de geroutineerden.

Brugmans wordt een der grote mannen in de Europa-beweglng en rector van het Europees college te Brugge. Het college, dat mannen en vrouwen wil vormen tot Euro-