is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 45, 14-11-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het vraagstuk der verantwoordelijkheid in een technisch ontwikkelde maatschappij

Verantwoordelijkheid in onze tijd Wat bedoelen wij eigenlijk als gezegd wordt dat men zich verantwoordelijk voelt of persoonlijke verantwoordelijkheid draagt? Laten wij daarover samen eens denken. Is het een gezindheid? Is het een kenmerk dat men iemand geeft als hij een bepaalde levensinstelling bezit?

Het volgen van een verantwoordelijke gedragslijn is alleen denkbaar als de betrokken persoon zich bezint, voordat hij iets begint, maar ook de keiharde, geslepen egoïst overdenkt de dingen voordat hij iets onderneemt. Er moet dus nog een bepaald element aan ’t bezinningsproces worden toegevoegd om tot verantwoordelijk denken en handelen te komen. Welk element is dat? De zich verantwoordelijk voelende mens overweegt de waarschijnlijke gevolgen, die zijn handelingen voor zich zelf en voor anderen zullen hebben. Hij betrekt het welzijn van anderen in zijn overwegingen en houdt er rekening mee bij het nemen van beslissingen. Hij beschouwt daarbij de anderen niet als werktuigen, die slechts dienen om zijn eigen doeleinden te kunnen realiseren. Hij ziet daarbij de ander als medemens, met wiens belangen en persoon hij rekening wil houden. Hij bezint zich dus in het algemeen op de aard der te verrichten handelingen, de hierbij te gebruiken hulpmiddelen (inclusief de technische). Voor zover hij daarbij de hulp van anderen nodig heeft, treedt hij deze tegemoet als medewerkers. Voor zover anderen gevolgen ondervinden van zijn persoonlijke activiteit, heeft hij oog voor de schadelijke aspecten die aan zijn handelingen verbonden kunnen zijn. Hij houdt er bij ’t nemen van beslissingen rekening mede. Bij dit proces van bezinning en overweging spelen

allerlei subtiele factoren mee. Daarvan kunnen bijv. genoemd worden: normen, gewoonten, wetten, eigen verlangens en begeerten. Niet minder belangrijk is de rol die de kennis van de te gebruiken middelen en van het gestelde doel (taak) daarbij spelen. Di£ gecompliceerde proces verloopt voor een deel onbewust. Het geeft richting aan de wil, leidt tot besluitvorming en tot bepaalde daden. Overzien wij dit alles nogmaals dan kan het nu korter worden geformuleerd.

Verantwoordelijkheid = gerichte vrijheid Het komt dus neer op een levenshouding, waarbij de mens zich iets door zijn geweten wil laten gezeggen. Dat wat hij innerlijk intuïtief weet over het bestaan van zijn medemens, als wezen met gelijksoortige gevoelens, leidt tot overwegingen die zijn vrijheid van handelen van binnenuit beperken. Hierdoor worden de handelingen srestuwd in een richting, die de samenwerking met anderen bevordert. Het kenmerk van verantwoordelijk gedrag is deze actie die gericht is op eenheid, op opbouw, op een samenspel met anderen, die. zich deel van een groter geheel weten. Die eenheid kan betrekking hebben op de mens als eenling. In dat geval wordt dus gedacht aan de mens die worstelt om tot een harmonische persoonlijkheid uit te groeien. Dan denken wij dus aan de mens die tracht om de in zich aanwezige mogelijkheden tot een evenwichtige ontplooiing te brengen. De weerstanden die hij in zich zelf, en van zijn omgeving ontmoet zal hij daarbij moeten trachten te overwinnen. Hij zal zich daartoe moeten inspannen en offers brengen. Leed zal hij in dit proces leren aanvaarden als de prijs voor innerlijke groei. Bij andere

beschouwingen zal men bij die eenheid aan het gezin denken. Maar deze eenheid kan ook verbonden zijn met de verhoudingen die in een werkplaats, een fabriek, een politieke organisatie enz. aanwezig zijn. En ten slotte kan een beschouwing over eenheid gericht zijn op een volk of een samenleving van volken.

De concrete inhoud van wat verantwoordelijkheid voor ieder van ons betekent hangt echter af van de plaats die hij in de beschouwde eenheid inneemt. Er worden immers geheel andere dingen van je verwacht als je ’s avonds in je gezin als huisvader optreedt, dan wanneer je overdag op -ie fabriek bijv. bankwerker bent.

Al die verschillende eenheden vormen kleine en grotere gemeenschappen als de mens die er aan deelneemt bereid is en in staat om deze met zijn verantwoordelijkheid te schragen. In een gemeenschap is essentieel, dat daarin het „algemeen menselijke” tot haar recht kan komen, dus gekend en geëerbiedigd wordt.

Een verantwoordelijke maatschappij Er zal ongetwijfeld verschil van mening bestaan ten aanzien van het uiteindelijke doel van alle verantwoordelijkheid. Voor zover dit doel aards gericht is meen ik dat velen als doel zien: het tot ontplooiing brengen van de menselijke persoonlijkheid, levend in voortdurend contact met anderen.

Bij de verdere ontwikkeling der maatschappij zal dan vooral aan twee aandacht dienen te worden besteed. Enerzijds zal er naar gestreefd worden om de belemmeringen weg te nemen, die aan de ontplooiing van de mens in de weg staan. Anderzijds zal de daardoor verkregen vrijheid gebonden moeten worden aan een innerlijk richtsnoer, een norm. Deze norm, gebonden aan kennis, zal aan de mens optimale ontwikkelingskansen bieden binnen het raam van de gemeenschap. Het samenleven in een gemeenschap, ook al is deze gecompliceerd, stelt haar eigen eisen. Deze dragen een normatief karakter. De verdraagzaamheid speelt daarin een rol van betekenis.

Zal inzicht of dwanp onze verantwoordelijkheid "bepalen?

In een kleine gemeenschap, bijv. het dorp, zorgen de publieke opinie en de openbare moraal er wel voor. dat met de belangen van de anderen rekening wordt gehouden. In een gecompliceerde en veel grotere maatschappij, waarin men elkaar niet meer kent en deze publieke opinie geen corrigerende en remmende factor van betekenis meer is, verwordt het verantwoord handelen gemakkelijk tot een egocentrisch gericht gedrag als het normbesef door allerlei oorzaken verzwakt is. Daardoor komen dan de ontplooide activiteiten van de mensen gemakkelljk met elkaar in botsing. Veel maatschappelijke energie gaat daardoor verloren. Dit gebeurt doordat veel energie verspild wordt aan de bestrijding van eikaars activiteiten, in een maatschappij, die op ’t beginsel van concurrenten is georganiseerd. Een ander deel der menselljke energie gaat verloren, omdat een deel der doeleinden niet gerealiseerd kan worden, doordat de activiteiten van de mens geen voldoende rekening meer houden met die van de andere mens.

Zowel ons stoffelijk als onstoffelijk welzijn wordt dan ook op ernstige wijze in gevaar gebracht. Zij worden aangetast indien in de maatschappij het „verantwoord handelen” niet in even sterke mate toeneemt als de kracht van de technische

(Vervolg op pag. 7)

(Vervolg van pag. 5)

vaardigheden, dan gevoelen wij niets voor een dergelijke staat. Het etiket „christelijk” zegt ons in dit verband bitter weinig. Er zijn mensen die van Franco-Spanje durven spreken als van een christelijke staat, doch het moet ons van het hart, dat wij met het „heidense” Rusland even weinig sympathiseren als met het als „christelijk” aangeduide Spanje.

Een staat waarin onrecht heerst, waar de ene groep leeft ten koste van de andere, kdn niet christelijk zijn. Ook al zijn op Zondag de café’s gesloten, staan trams, treinen en bussen stil en liggen de sportvelden verlaten.

Als wij zo de critiek aanhoren die men van kerkelijk-politieke zijde levert op de socialistische maatschappij der toekomst waarvoor wij strijden en wij vergelijken daarmede de critiek die geleverd wordt op een niet-socialistische maatschappij, dan krijgen wij onwillekeurig de indruk dat men in de kerkelijke partijen de mening is toegedaan, dat een christelijke staat is een kapitalistische staat, waarin „de

Sabbath wordt geheiligd” en waarin (uiterlijk) rekening wordt gehouden met de christelijke moraal en zedenleer. Menig christen in de kerkelijke partijen ziet in de Staten van Amerika het land van belofte, waaraan slechts een goede (christelijke) beurt zou moeten worden gegeven.

Het is daarom dat de christen in de Partij van de Arbeid strijdt tegen de kerkelijke partijen en zich verheugt over de nog steeds voortdurende terugloop van deze partijen. Omdat hij voor alles wil mede helpen voorkomen dat de oude, vooroorlogse christelijke (kapitalistische!) coalitie wordt hersteld.

De christen in de Partij van de Arbeid zal dientengevolge de doorbraak die hij mede deed gelukken, zoveel en zo krachtig mogelijk steunen en de antithese, die hij verwerpt, en haar gevolgen, bestrijden. Omdat het voor hem geen open vraag meer is hoe een werkelijk christelijke maatschappij er uit moet zien. D. SCHEPS