is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1954, no 2, 09-01-1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Viet-Minh-ofFensief

Generaal Navarre, de nieuwe commandant der Franse strijdkrachten in Indo-China, is in de afgelopen maanden luide geprezen. Daar scheen wel reden voor te zijn. De Franse strijdkrachten hebben maanden achtereen het initiatief in handen gehouden. Weliswaar bleef de militaire situatie uiteindelijk onveranderd, maar in eik geval was aan de terugtocht een einde gekomen.

Dit succes heeft Navarre er onlangs toe gebracht te wagen een verklaring te geven van de verzwakking der Viet-Minh. De strijdmacht der opstandelingen was, zo zeide hij, door de vele terreinen van actie verbrokkeld. Hun aanvoerwegen waren zeer lang geworden, en hun primitieve transportmiddelen dientengevolge onvoldoende. Stel daartegenover de Franse superioriteit (luchttransport, betere bewapening) en het is duidelijk alweer volgens generaal Navarre hoezeer voor de Fransen de mogelijkheid van verrassende aanvailen is toegenomen.

Het moet voor de Franse kolonie, die rustig in Thak-Hek leefde (stad aan de rivier Mekong, op het smalste gedeelte van Indo-China), dan ook wel volstrekt ridicuul geklonken hebben, dat plotseling tot overhaaste evacuatie opdracht werd gegeven. Zij waren binnen enkele uren vertrokken, vluchtelingen voor het plotseling oprukkende ieger der Viet-Minh. De opstandelingen hebben kans gezien in enkele dagen tijds Indo-China in tweeën te hakken. Nu biijft generaal Navarre de taak om dit onwaarschijnlijke machtsvertoon recht te praten.

Publieke opinie

Wij zijn niet bij machte om de militaire betekenis van dit Viet-Minh-offensief te beoordelen. Waarschijnlijk is het niet zo’n ramp als zich eerst iiet aanzien. De macht der Viet-Minh is nl. nog niet zo groot, dat zij de beide delta’s van Indo-China kan bezetten. Voorts schijnt, zuiver militair gesproken, het verlies van de verbindingsweg over de rivier de Mekong met het noordelijke Laos, niet funest te zijn, aangezien de Fransen inderdaad in hoofdzaak op luchttransport zijn aangewezen.

De moreie en politieke betekenis is echter aanzienlijk. De leider der Viet-Minh, Ho Tsji-Minh, heeft enige tijd geleden het aanbod gedaan om over een wapenstilstand te onderhandelen. Voor degenen die een andere mening waren toegedaan, is nu wel duidelijk geworden, dat dit aanbod geenszins een blijk van zwakte was. Integendeel, de Franse politici moeten uit dit voorval hebben geleerd, dat zij bij voortzetting van de uiterst kostbare strijd ten hoogste kunnen rekenen op het ongeveer handhaven der huidige posities, maar dat een overwinning practisch uitgesloten is. Inderdaad is zo’n situatie het moment om onderhandelingen te beginnen.

Meer en meer wordt Indo-China een zaak van het Franse publiek. De druk, die allerwegen op de Franse regering wordt uitgeoefend om te trachten de strijd te besiechten, wordt met de dag groter. Ho Tsji-Minhs laatste offensief heeft voor een nieuwe stimulans in dit opzicht gezorgd. Moeilijker dan ooit wordt het de regering om niet serieus op het aanbod der Viet-Minh in te gaan.

Ook andere factoren werken in dit op-

zicht mee. Had Frankrijk tot nog toe gehoopt op Amerikaanse militaire interventie, na de mededeling van generaal Eisenhower dat een tweetal Amerikaanse di\dsies uit Korea zullen worden teruggetrokken, is het irreëel om in dit opzicht nog veel te verwachten. Maar nog steeds geeft Laniel zich niet gewonnen. Thans wordt, naar verluidt, gepoogd om Engeland daadwerkelijk in de oorlog te betrekken. De Fransen speculeren op de Britse belangen in Malakka, welke zeker geschaad worden door een nog meer nabij komen van het communisme. Veel kans op Britse interventie is er echter niet. Juist Engeland doet alle moeite om tot redelijke verhoudingen te komen met communistisch China. Voor een aandeel in het Indo-Chinese avontuur zal de Engelse regering dan ook weinig voelen.

Viet-Nam opgeven

Het ligt voor de hand, dat het aangaan van besprekingen over een wapenstilstand in elk opzicht een moeilijke stap is. De gehele ontwikkeling in Indo-China heeft grote verplichtingen geschapen. De vazalstaat Viet-Nam is een volkomen Franse creatie, tot stand gekomen op een moment dat Frankrijk er eigenlijk nog niet over dacht de nationalisten in Indo-China enige werkelijke kans te geven. De tegemoetkomendheid van thans jegens de drie landen van Indo-China zou voorheen voldoende zijn geweest om Ho Tsji-Minh tevreden te stellen.

De voorwaarden, die Ho Tsji-Minh stelt voor de wapenstilstandsonderiiandelingen, zijn dat Frankrijk erom moet vragen, en dat de vazalstaat Viet-Nam geheel buiten beschouwing blijft. Wellicht moeilijk verteerbare voorwaarden, ofschoon onomstotelijk vaststaat, dat de stroman Bao Dal (keizer van Viet-Nam) bij zijn volk nauwelijks steun geniet, en het nationalisme in de drie staten zeer snel veld wint. H. VAN VEEN

INGESLOTEN

Leven achter de huid gaat voort met kloppen en kan er niet uit

altijd gevangen kijken door linker en rechter ruit

angst en verlangen

zon, regen, sneeuw en maan nemen geen deel

aan dit binnenbestaan slechts drijvende wolken verschuiven soms even de grendel op leven.

IK HEB NOOIT GEVRAAGD

Ik heb nooit gevraagd om mijn leven toch was het een kostbaar cadeau

zonde dacht ik om van weg te geven aan een ander maar dat benauwde me zó dat ik uitbrak en ’s nachts samensloeg

hard met een ander marmer wit

ik geloof dat het mijne dit slecht verdroeg en voor altijd met scherven nu zit

want nadien werd zon vervangen door maan mijn blauw overstroomd door troosteloos grijs

en alle dagen die komen en gaan bleken vallende bladeren uit ’t paradijs.

GERRir KOLKMAN