is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1954, no 4, 23-01-1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na de loonronde

Weliswaar heeft nog niet een ieder reeds zijn 5% extra in de zak gestopt, want Sint Salarius valt voor een aantal Nederlanders pas op 31 Januari a.s., maar het merendeel der arbeiders heeft reeds enkele keren het meerdere ontvangen en het is dus goed ons af te vragen, of er nu inderdaad wat meer ruimte is gekomen om te consumeren. Want daar ging het immers om: de consumptiebeperking moest ongedaan worden gemaakt.

Als ik mijn oor te luisteren leg bij het publiek, dan hoor ik niet zo erg veel. Dat is een gunstig teken. Want als iemand bemerkt, dat hij er iets op vooruit is gegaan, dan loopt hij niet te kankeren, maar evenmin loopt hij van de daken af te roepen, dat zijn reële inkomen (d.i. zijn inkomen in goederen en daar gaat het immers om!) is vergroot. Wij houden dergelijke vertrouwelijkheden voor ons. De huurverhoging is vrijwel zonder gemor geaccepteerd bij de eerste* huurbetaling, behalve dan door hen, die plotseling bleken meer huur te moeten betalen, omdat bij de vorige huurronde een fout gemaakt was. Ik meen, dat hier alsnog een oplossing voor moet worden gezocht in die zin, dat ook deze woningen de normale verhoging verkrijgen. Het gaat niet aan een huurder de dupe te laten worden van fouten van het Ministerie van Wederopbouw. Er was ook verzet bij hen, wier inkomen niet met 5% naar boven is gegaan. Zij missen de compensatie, die de doorsnee-loontrekker wel heeft: ik denk aan de mensen, die van een toch al te klein pensioen moeten leven. Het is moeilijk voor deze mensen een oplossing te vinden.

Wel is er een langzaam groter wordende deining over het gedrag van een aantal diensten verlenende bedrijven. De wasserijen hebben hun tarieven met 10% verhoogd, de kappers met 20% en'zo zijn er nog meer onevenredige prijsverhogingen te signaleren. Zulk een prijsverhoging is waarschijnlijk niet de koffie- en theeprijsverhoging, omdat deze naar men ons verzekert is te wijten aan het stijgen der prijzen op de wereldmarkt voor thee en koffie.

Het effect op de prijzen van 5% loonsverhoging is meestal maar zeer gering. Een cijfervoorbeeld kan dit verduidelijken. Het voorbeeld is gefingeerd. Een artikel kost bijv. ƒ De kostprijs van het artikel is als volgt samengesteld: Grondstof (bijv. tabak) ƒ0.30 Kapitaalkosten (bijv. machines) ... „0.20 Arbeidskosten 0.25 Winst fabrikant, grossier, makelaar „ 0.25 ƒ!.—

Een loonstijging van 5% betekent, dat hoogstens op de beide laatste cijfers, dus op totaal ƒ 0.50 5% moet worden berekend, waardoor de totale kostprijs zou worden ƒ 1.024. Het hier genoemde voorbeeld is nog een voorbeeld van een vrij arbeidsintensief bedrijf, d.w.z. dat een belangrijk onderdeel van de kostprijs uit arbeidsloon bestaat.

Zeker: bij kappers is er sprake van een arbeidsintensief bedrijf en bij wasserijen kan men daar ook nog wei enigermate van

spreken. Maar ook deze bedrijven komen zeker niet hoger in hun kostprijsverhoging dan 3 è, 4%. Zij hebben deze kans terecht of ten onrechte, dat laat ik in het midden aangegrepen om hun prijzen te herzien. Zij beseffen blijkbaar niet, dat hun gedrag ertoe kan leiden, dat de overheid weer straffer in het economische leven moet gaan ingrijpen. De 5% loonronde is immers niet in het leven geroepen om uitsluitend de consumptie te verhogen van een aantal bedrijven, waar men afspraken kan maken om de prijzen flink te verhogen. De 5% loonronde wenst juist de algemene consumptie te laten stijgen. Geen overheid, die werkelijk het recht wil bestellen en de zwakken wil beschermen tegen de sterken, mag het tolereren, dat bepaalde lieden de sociale gerechtigheid in gevaar brengen.

Ik hoop dan ook, dat de regering de prijsbeweging in de eerstkomende weken nauwlettend zal volgen en er niet voor zal terugdeinzen drastisch in te grijpen, wanneer deze voorbeelden door andere zullen worden gevolgd. Daarbij zal zij er ook op moeten toezien, dat de aangekondigde prijsverlaging bij sommige artikelen, bijv. kolen en schoenen, inderdaad een feit wordt. Bij de kolen is er deze, bij de schoenen probeert men de verlaging van omzetbelasting ten goede te doen komen aan

de schoenfabrieken. Men houde deze zaak in het oog! Blijkens recente gegevens is de arbeidsproductiviteit in het afgelopen jaar met 5% toegenomen. Dit is een zeer verheugend verschijnsel, omdat dit betekent, dat met dezelfde arbeidsinspanning 5% meer wordt geproduceerd. Het is natuurlijk toeval, maar bijzonder merkwaardig, dat juist 5% loonronde en 5% productiviteitsverhoging hand in hand gaan. Het lijkt bijna op Amerika, waar er tussen werkgevers en werknemers overeenstemming is bereikt Qver een belangrijke zaak. Voortaan zal telkenjare de percentuele arbeidsproductiviteitsstijging worden gevolgd door een percentuele stijging van het loon van dezelfde grootte.

Dit is ook billijk. Arbeid en kapitaal werken samen om het product te maken. Elk van deze factoren krijgt een deel van de opbrengst. Dan is het ook billijk een stijging van de opbrengst aan beide factoren toe te rekenen. Bovendien bereikt men er dit mee, dat de arbeiders veel meer geïnteresseerd raken in de stijging van de arbeids- productiviteit.

Er is ook nog een andere weg denkbaar: men kan telkens de prijzen van de artikelen met een zelfde percentage laten dalen, waardoor niet alleen de industriële arbeiders profiteren van een productiviteitsstijging, maar allen, dus ook de pensloentrekkers.

Wellicht is het goed beide elementen te laten meetellen en een plan te ontwerpen voor de komende jaren, waarin zowel een loonstijging als een prijsdaling in het vooruitzicht kan worden gesteld. Langs deze weg zou het mogelijk zijn de prijzen te laten dalen en de lonen te laten stijgen!

J. Q. v. d. PLOEG

NOGMAALS DE EDG

In Frankrijk is een diepgaande discussie over het voor en tegen van de EDG, een discussie die vrijwel alle partijen (ook de socialistische!) verdeeld houdt. In een voorlichtend artikel in „Paraat” (9-l-’54), met de duidelijke titel: „Ten koste van Europa” wordt heel deze moeilijke twist vereenvoudigd tot de simpelheid: wie moet Frankrijk vrezen: de Duitsers of de Russen? Nu dan is de zaak voor deze schrijver gauw opgelost: „Moskou stookt het vuurtje van deze interne Franse strijd. Ten koste niet slechts van Frankrijk maar van geheel Europa.” Het ware beter geweest als men nu eindelijk eens duidelijk uiteengezet had, waarom in Frankrijk belangrijke groepen tegen de EDG zijn. Ik. vind het kortweg bewustzijnsverenging, als men hoe langer hoe meer gaat redeneren in deze trant: de communisten zijn ertegen! O, dan zijn wij ervoor. In Frankrijk is men op dit punt ruimhartiger dan hier. Maar dan duikt de andere gemeenplaats op: de politieke, sociale en economische toestand in Frankrijk is ongezond. Ik geloof daar niet veel van, maar één ding weet ik zeker: de politieke discussie over de EDG wordt er openlijk en diepgaand gevoerd, omdat men beseft, wat er op het spel staat. Hier wordt iedereen, die zijn stem ertegen verheft, al van te voren gedisqualificeerd. Hij hoort in het gezelschap „van overwegend curieuze kringen, die verper-

soonlijkt worden door figuren als Gerbrandy en Gerretson...” Prof. Geyl, die het ook gewaagd heeft om tegen de EDG te waarschuwen (Parool 8-l-’54) wordt aangeraden om „zich te associëren met Gerretson en met een diplomatieke clique van Buitenlandse Zaken” (Pieter ’t Hoen in Het Parool 15-1). En in een vervolg-artikel (16-1) worden ten overvloede die Fransen, welke de EDG afwijzen, mitsgaders „Duitse pacifisten van het slag Heinemann” nog eens op de belt der politieke verachting geworpen. Men zal er zich bij neer moeten leggen, dat dezer dagen de EDG door de Eerste Kamer geratificeerd wordt, en dan maar vertrouwen hebben in de deskundigheid der Kamerleden! Maar deze dingen staan voor mij vast:

1. voor zover ik kan zien, wordt deze loodzware beslissing genomen zonder dat het volk voldoende op de hoogte is van het pro en contra. 2. deze loodzware beslissing wordt genomen alsof er sinds de dood van Stalin niets gewijzigd is in de Russische politiek.

3. deze loodzware beslissing wordt genomen zonder dat de andere mogelijkheden ernstig onderzocht zijn, en zonder dat het ideaal van een Europese politieke gemeenschap, waar we met de EDG dichter bij komen, deugdelijk onderzocht werd. J. G. B.