is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1954, no 5, 30-01-1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

John Foster Dulles

COMMISSARIS VAN POLITIE

De conferentie van Berlijn is begonnen. Hoe lang zij zal duren, en of zij resultaat zal opleveren, is moeilijk te voorspellen. Aangezien wij er geen behoefte aan hebben om onze voorbeschouwing te voegen bij de vele, welke de kranten van deze week reeds hebben gespuid (wij missen nl. de noodzakelijke gegevens om het speculeren te ver mij den),, ge ven wij er de voorkeur aan nader in te gaan op de nieuwe politiek en strategie, welke Amerika zal gaan voeren. Wij verwijzen daarbij naar de rede van John Foster Dulles, op 12 Januari gehouden tijdens een banket van de Council on Foreign Relations. Deze nieuwe lijn, reeds door de snelle Amerikaanse pers „de Dullesleer” gedoopt, zal hoogstwaarschijnlijk wel door de Amerikanen aanvaard worden. Zij is dus belangrijk, ook voor het verloop der Berlijnse conferentie, waar zij voor het eerst de practijk in gaat.

Het einde van de Truman-leer

Het democratische team Truman-Marshall-Acheson, dat zich na het vervliegen van de hoop op een rustig samenleven met de Sowjet-Unie voor de taak gesteld zag aan de communistische dreiging paal en perk te stellen, richtte zijn aandacht op drie terreinen: de economische en de militaire versterking van de bondgenoten, en het verzet tegen elke verdere directe communistische agressie. Deze methode heeft wel succes gehad. Engeland, Benelux, Noorwegen en (in mindere mate) Frankrijk, zijn dank zij de Marshallhulp hun grootste moeilijkheden te boven gekomen. Dank zij de militaire steun is hun defensieve kracht aanzienlijk toegenomen. De nauwe samenwerking der Westelijke landen maakte het voorts mogelijk, dat Russische provocaties zoals de blokkade van Berlijn en de agressie in Korea verder zijn uitgebleven.

Ook Dulles heeft van zijn waardering voor deze politiek blijk gegeven (hij kon ook moeilijk anders, omdat zij steeds gesteund is door een meerderheid van democraten en republikeinen samen). Maar tegelijkertijd somt hij een aantal bezwaren op, waardoor het zijns inziens noodzakelijk is geworden thans van koers te veranderen. Kort samengevat zijn het de volgende:

1. Wat wij deden, waren onvoorziene noodacties. „Wij stuurden ons leger niet naar Korea omdat wij bij voorbaat van oordeel waren, dat het gezonde strategie was ons leger te verplichten veldslagen te leveren in Azië. Ons besluit was juist geweest ons uit Korea terug te trekken. Het was een door de Sowjets geïnspireerd besluit, dat ons weer naar Korea bracht.”

Zo ook ten aanzien van de economische hulpverlening. „Wij gingen die politiek voeren in antwoord op de communistische pogingen om de vrije economieën van Westeuropa te saboteren.”

En_j3ok wat de herbewapening betreft. „Wij bouwden ons militaire apparaat niet op in een tempo, dat geweldige begrotingtekorten, een slinkende valuta en een koortsige economie meebracht, omdat dit van tevoren reeds’goede politiek leek. Sterker nog, wij hadden besloten tot het omgekeerde, tot de mili-

taire dreiging der sowjets duidelijk aan het licht kwam.”

2. Bij deze politiek blijft het initiatief steeds aan de communistische kant, met alle daaraan verbonden nadelen. „Het is geen gezonde militaire strategie, Amerikaanse landstrijdkrachten permanent aan Azië te binden in een mate, die ons van strategische reserves versteekt.”

„Het is geen gezonde economie, gestadig andere landen te steunen; en ook dit is geen goede buitenlandse politiek, want op de lange duur brengt het evenveel wrevel als goede gezindheid teweeg.” „Het is niet gezond, zonder ophouden genoopt te zijn tot zo omvangrijke militaire uitgaven, dat zij leiden tot wat Lenin „in feite een faillissement” noemde.”

3. De na-oorlogse Amerikaanse politiek was er een van korte termijn. Zij was niet berekend op voortzetting gedurende een zeer lange periode. En dat is nodig. „De Sowjet-communisten maken plannen voor wat zij een heel historisch tijdperk noemen, en het zou goed zijn als wij dat ook deden. Zij streven ernaar de vrije landen te verdelen en te verzwakken, door hen tot overmatige inspanning te brengen, die haar kracht te boven gaat. Dan, zo zei Lenin, is onze overwinning verzekerd. Dan, zo zei Stalin, zal het moment gekomen zijn voor de beslissende slag. Tegenover deze strategie kunnen onze eigen maatregelen niet toereikend worden geacht enkel en alleen omdat zij een onmiddellijk gevaar afwenden.”

Het alternatief

Uit de hiervoor opgesomde punten heeft Dulles (en met hem president Eisenhower) geconcludeerd, dat een verandering in het beleid dringend nodig was. Gegeven de behoefte aan collectieve veiligheid der bondgenoten, gegeven ook de behoefte aan een lager kostenpeil der defensie, is besloten om zich minder in te stellen op plaatselijke defensieve kracht, en zich meer te richten op het 'verwerven van de afschrikkende macht van allen te zamen. Ter toelichting noemde Dulles het voorbeeld van de politie. Niet elk huis wordt beschermd en bewaakt; de aanwezige, op één plaats geconcentreerde politiemacht, die in staat is elke misdaad te achterhalen, is een voldoende afschrikwekkend middel.

Met andere woorden: niet alleen plaatselijke verdediging, maar bovenal forse vergeldingskracht. „Een potentiële tegenstander moet weten, dat hij niet steeds de gevechtsomstandigheden die hem schikken, kan opleggen. Anders zou bijv. een potentiële aanvaller in de verzoeking kunnen komen aan te vallen op plaatsen, waar zijn overmacht beslissend zou zijn.” „De manier om agressie te ontmoedigen is voor de vrije gemeenschap deze: bereid en in staat zijn krachtig te reageren op plaatsen en met middelen van eigen keuze.”

„Als de vijand zijn plaats en zijn tijd en zijn trant van oorlogvoering kon kiezen en als onze politiek de traditionele politiek bleef, de politiek van het reageren op agres-

sie door rechtstreekse plaatselijke tegenstand dan zouden wij paraat moeten zijn om te vechten in de Poolzee en in de tropen; in Azië, in het Nabije Oosten en in Europa; ter zee, te land en in de lucht; met oude en met nieuwe wapens.”

Dulles constateerde vervolgens, dat de kosten daarvan de financiële mogelijkheden, zowel van de Verenigde Staten als van de bondgenoten, te boven gaan, met alle budgetaire, economische en sociale gevolgen van dien.

De daaruit getrokken conclusie is inmiddels bekend geworden. Amerika gaat een machtige strategische reserve opbouwen, welke, indien nodig, overal gebruikt kan worden. Het komt er op neer, dat de Verenigde Staten Rusland als volgt dreigen: plegen jullie verdere agressie, dan moet je er op bedacht zijn, dat wij jullie met atoomen andere wapens een vernietigende slag toebrengen.

Groter oorlogsgevaar

Deze nieuwe Amerikaanse politiek maakt, dat het oorlogsgevaar aanzienlijk groter wordt. En wel om de simpele reden, dat het spel zoveel riskanter wordt voor de Sowjet-Unie. In zekere zin is het een ultimatum aan Rusland: niet verder opdringen of wij slaan toe.

Niemand zal kunnen ontkennen, dat deze gedachtengang ■— eenvoudig als zij is logisch is. De grootste bedreiging gaat uit van het communisme; welnu, dan moet dat communisme maar weten, welke verantwoordelijkheid het met zijn activiteit op zich neemt.

Niemand kan ook ontkennen, dat dientengevolge de communisten hun strategie zullen moeten herzien. De taktiek van speldeprikken hier en daar, van het balanceren op de rand van oorlog of vrede, van het speculeren op de beduchtheid der democratieën om het tot een botsing te laten komen, zal moeten veranderen. Maar of de wolf er door gedwongen kan worden zich als lam te gedragen, wie die niet zo simplistisch redeneert als de huidige Amerikaanse regering, gelooft dat?

Wat kan er gedaan worden, als bijvoorbeeld Italië een communistisch-(Nenni)- socialistische meerderheid krijgt? En dat is niet meer denkbeeldig. Wat zal er gebeuren, als een nieuwe opstand de Franse vazallenregeringen in de drie landen van Indo-China ten val brengt? En ook dat is niet denkbeeldig.

En gesproken over politiek op lange termijn • wat zal er gebeuren, als de Sowjet-Unie met al zijn hulpbronnen in eigen land en in China ten slotte een even afschrikwekkende strategische macht heeft opgebouwd, waardoor ook Amerika vernietiging moet vrezen?

Wat zal er gebeuren, als Japan wegkwijnt door het feit, dat dit land afgesloten blijft van het Chinese achterland?

Wat, als in Indonesië het communisme eens naar de macht grijpt? Wat, als het huidige India het hoofd, economisch gesproken, niet meer boven water kan houden?

Wij kunnen zo wel verder gaan. Het plan van Dulles voorziet nl. in het geheel niet in de behoefte om het communisme daar te bestrijden, waar het in de eerste plaats nodig is: in de verarmde dorpen van Azië, in de werkplaatsen en op het platteland van Italië, in de oerwouden van Afrika, in de politieke heksenketel van Zuid-Amerika.

Om op zijn vergelijking terug te grijpen: een politiemacht bestrijdt de oorzaak van de misdaad niet. En daar gaat het toch uiteindelijk om.

H. VAN VEEN