is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1954, no 15, 10-04-1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en Taah \ volheid. \ Psalm 24 ; 1 / A

WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME VERSCHIJNT 50 MAAL PER JAAR 52STE JAARGANG VAN „DE BLIJDE WERELD” ' S.- '-

Zaterdag 10 April 1954 No. 15

Redactie: ds.J.J. Buskesjr. ds. L. H. Ruitenberg dr. J. G. Bomhofif

Redactie-Secr.: Roerstraat 48® Amsterdam-Zuid Telefoon 724386 p/a dr. J. G. Bomhoff

Vaste medewerking van prof. dr. W. Banning J. Hulsebosch H. van Veen dr. M. V. d. Voet ds. H.J.deWijs Mej. dr. M. H. v. d. Zeydc e.a.

per iaarf 5, ; halfjaar f 2,75; kwartaalfl.so plusf O,iS incaiso. Losse nrsfO.ls; Postgiro 21876; Gem. giro V4SOO; Adm. N.V. De Arbeiderspers, Hekelveld 15, Amsterdam-C; Postbus 800

DE STILLE WEEK

ne triomfantelijke intocht van Jezus in Jeruzalem was het begin van het einde.

Er was een „grote menigte” die Hem met palmtakken toewuifde en feestelijke kreten van „Hosanna! Gezegend Hij die komt in de naam des Heren” omstuwden Hem, toen hij, gezeten op een ezeltje, de stad binnentrok. Maar zelfs zijn intiemste leerlingen die wel heel trots in de stoet meegelopen zullen hebben begrepen niet, wat er eigenlijk gebeurde. Later, veel later is het hun duidelijk geworden. Toen was Jezus al gekruisigd en verheerlijkt in opstanding en hemelvaart. (Joh. 12 : 16). Maar in die dagen was him hart benauwd geweest voor Jezus’ veiligheid (Joh. 11 : 8) en misschien hebben zij onder de optocht geaarzeld tussen de tegenstrijdige gedachten: „Nu kan de meester niets meer gebeuren. Zie eens hoe het volk hem vereert” en ~Dit zullen de Farizeeën hem nooit vergeven.” Zorg en opgewektheid wisselden elkaar af in hun hart, maar de echte betekenis van wat ze zagen, zou later pas blijken.

Zo gaat het met het Rijk Gods. Zo gaat het met de Kerk. Wat belangrijk lijkt, is niet belangrijk of anders belangrijk dan wij denken. Palmzondag is verder van ’s Heren verheerlijking af dan Goede Vrijdag. De feestelijke huldiging was meer dan dubbelzinnig; Jezus’ lijden was dat niet. Daarom begint de stille week met Palmzondag. De kinderen gaan dan rond met hun Palmpaasstok, maar voor de volwassenen is het een vreemd feest: het leidt de Lijdensweek in. En als in onze tijd de kerk verlegen terzijde staat en de christen zich bedremmeld gevoelt, als allerwegen geklaagd wordt, dat de Kerk het verliest en dat het Evangelie niet meer gelezen wordt, dan is het de tijd van de stUle week, waarin we ons af vragen moeten: „Zouden we het dan anders mogen verwachten? Palmzondag heeft de argeloze Emmaüsgangers in de war gebracht en alles werd hun pas duidelijk toen Jezus hun op de man af vroeg: „Moest de Christus dit niet lijden om in zijn heerlijkheid in te gaan?” (Luc. 24 : 26).

Wij doen in dit blad aan politiek en in de politiek gaat het anders toe: daar telt het zichtbaar succes. Het is de bijkans onmogelijke paradox van ons bedrijf, dat wij dat willen combineren met de geloofsinzichten uit het Evangelie. Soms benijd ik de anderen, die zo gemoedelijk hun politieke triomfen overschrijven op de credit-zijde van hun evangelische ijver, maar dan weet ik weer, dat dat dé grote verzoeking van kerk en kerkgangers is om de strijd, die de Kerk moet aangaan met de wereld, te clicheren op de politieke machtsstrijd. „Want wij hebben niet te strijden tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis...” (Efez. 6 : 12). Dit geldt niet van de politieke strijd, maar van de geloofsstrijd. In de politieke strijd geldt ook voor de gelovige, dat hij leden moet „van de zonen dezer wereld, die met meer overleg te werk gaan dan de zonen des lichts... En ik zeg u: maakt u vrienden met behulp van de onrechtvaardige Mammon” (Luc. 16 : 8,9). Soms denk ik, dat in deze krasse uitspraak van Jezus de diepste veroordeling ligt van de veelgeprezen antithese-poütiek en het zwaarste argument voor de Doorbraak. Maar dit terzijde!

De stille week heeft ons iets anders te leren: de practijk der stilte. Ik denk aan die prachtige bladzijde van de XVIIe-eeuwse predikant Smytegelt: „De stillen in den lande zijn zij, die gaarne in stilte leven; die gaarne in stilte God dienen, die niemand kwaad doen; vreedzamen; de getrouwen in Israël; vergeten burgers, maar niet vergeten bij God. Ze zijn als de arme, wijze man uit den Prediker (IX : 15): toen de stad in nood was, verloste hij haar door zijne wijsheid; en toen zij geholpen was, ging hij weder in stilte leven. Het is een volk in eenzame plaatsen, in stilte God dienende. Stil in hun huis. Stil in hun beroep. Stil in gesprek en omgang met menschen. Stil in het beleid en de regeering, die God bestelt. Stil onder het kruis, dat God hun toezendt. Stil in den omgang met menschen ten aanzien van het openbare leven. Stil in het geestelijke leven.”

Ze zijn er ook nog in deze tijd en niet

alleen op het platteland. Maar terwijl ze in de massa onopvallend zijn, behoren zij er niet wezenlijk bij, omdat zij levensstijl hebben. Zij luisteren wel eens naar het Bonte programma en de luchtige radiomuziek, maar ze gaan er niet in op, en de radio staat bij hen niet de ganse dag aan. Zij weten niet zoveel van de grote politiek, die over hen heen rolt, en ze hebben een naïef ontzag voor de groten der aarde. Zij zijn de toegewijden, die graag een goed stuk werk doen, maar anderen met de eer laten strijken van het uiteindelijk succes. Zij weten zelf wel, dat hun steile weg niet ieders weg kan zijn en dat anderen in het licht moeten staan, waar hun meer de schemering der anonimiteit aantrekt. Zij zijn door de leerschool van het lijden gegaan. Dat heeft hen stilgemaakt, maar het heeft hun wijsheid gegeven, geen „interessante” wijsheid, geen gemakkelijk te verkopen wijsheid, maar wel een wijsheid die stand houdt in de dood. De anderen denken daar liefst niet aan, want ze weten niet...

Terwijl enerzijds de politici er goed aan zouden doen meer naar hen te luisteren dan naar de luidruchtigen, is het anderzijds wel heel moeilijk hen voor de politiek te interesseren. Voor de gewone lokmiddelen zijn zij ongevoelig; hun eerzucht is beperkt en zij begrijpen u nauwelijks, als ge betoogt, dat ze er „beter” van kunnen worden. Waar ze wel voor gevoelig zijn, dat is voor een edel idee, voor een tastbare daad van barmhartigheid en de partij, die hun aanhang nastreeft, zal moeten letten .op de zuiverheid der middelen, op de verhevenheid der idealen en zal nooit bang mogen zijn een beroep op hen te doen, maar dan eerder op hun edelmoedigheid dan op hun baatzucht.

JHet doet in de stille week goed te denken dat zij er zijn onder ons en dat om hen Sodom en Gomorrha gespaard hadden kunnen worden. Als zij dan ook met ons aan het Avondmaal zitten, zullen we weten dat God nog met ons is. De gedachte aan hen doet ons beseffen, dat op zijn best politiek niet anders is dan sloven met Martha, maar dat Maria het beste deel had uitverkoren (Luc. 10 : 42). Het zij zo, maar de weg moet bestraat zijn, waarlangs het ezelsveulen moet treden, waar Hij op zit. Politiek is: de weg plaveien, waarlangs de mensen, waarlangs Jezus gaat. Voor Jezus leidde die weg naar Golgotha. De Hosannakreten op Palmzondag: wat waren ze anders dan politieke leuzen? Achteraf bleek, dat het sommigen even vlot afging om enkele dagen daarna „Kruisig hem” te roepen. Dat waren degenen, die op Palmzondag met troebele bedoeling geschreeuwd hadden. Maar de stillen in den lande hebben toch ook op Palmzondag de stilte verbroken! Zij echter koesterden daarbij hun eigen gedachten... j q b