is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1954, no 30, 24-07-1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Straat en Staat

Wanneer wij de processie enkel en alleen als een subjectieve geloofsexpressie zouden mogen beschouwen, zou er tegen de opheffing van het processieverbod geen enkel gegrond argument zijn in te brengen en zouden wij Rome zijn processie van harte gunnen.

De typering van de processie als een subjectieve geloofsexpressie is echter van Rome zelf uit onaanvaardbaar. De uitspraken van Trente zijn in dit opzicht voor geen misverstand vatbaar en ook de encycliek van 1925 over het Koningschap van Christus spreekt duidelijke taal. De processie past alleen in een rooms-katholiek staatsbestel. Het Nederlandse staatsbestel is echter noch een rooms-katholiek noch een protestants staatsbestel.

De processie is voor Rome veel meer dan een subjectieve geloofsexpressie. Zij is voor Rome een stap in de richting van de katholisering van het Nederlandse straatleven, welke op haar beurt een stap in de richting van de rekatholisering van het Nederlandse staatsleven is.

Wij ontzeggen de Rooms Katholieke Kerk volstrekt niet de vrijheid, om voor de opheffing van het processieverbod te ijveren. Wij ontzeggen haar wel het recht, om ons, die ons tegen de opheffing van het processieverbod verzetten, van onverdraagzaamheid te beschuidigen. De eis tot handhaving van het processieverbod is niet een verkrachting van de democratie, die in Nederland geldt. Zij wordt veeleer gesteld ter handhaving van deze democratie, die de straat (het publieke leven) de straat laat en van de straat nooit een kerk laat maken. De straat mag niet tot een protestantse kerk en evenmin tot een roomskatholieke kathedraal worden gemaakt.

Het is dan ook met de waarheid volkomen in strijd, wanneer de voorstanders van de processievrijheid beweren, dat wij als protestanten bepaalde rechten en vrijheden voor ons zelf opeisen, die wij aan de rooms-katholieken onthouden. Ik zou niet weten, welke rechten en vrijheden wij als protestantse burgers van Nederland hebben, die de rooms-katholieke burgers van Nederland niet zouden hebben. Wij behoren ook niet tot die protestanten, welke een protestants theocratisch staatsbestel propageren. Die willen inderdaad op grond van het „protestants karakter” van ons volk aan de protestanten rechten en vrijheden toekennen, die zij aan de roomskatholieken wilien onthouden. Tegen het streven van de Protestantse Unie zullen wij ons dan ook verzetten op grond van de onder ons geldende democratie. Dat geeft ons, meen ik, het recht, ons ook te verzetten tegen een rekatholisering van Nederland en West-(Europa.

Ons verzet tegen de opheffing van het processieverbod mag men ook niet beschouwen als een uiting van vulgair en uit-den-tijds antipapisme. Men mag het, wat mij betreft, een uiting van anticlericalisme noemen. Er is nu eenmaal bij Rome dat biijkt wel zeer duidelijk uit het mandement van de bisschoppen een streven naar macht. Ik denk er niet over, dit een vulgair machtsstreven te noemen. Er zitten kerkelijke, geestelijke en pastorale motieven achter. Dat maakt de zaak intussen alieen maar ernstiger. Rome wii, overal waar het de macht heeft, het pu-

blieke leven bevoogden. Er is in ons land en daarbuiten een voor de democratie levensgevaarlijk clericalisme. Ik denk hierbij in het bijzonder aan het machtsstreven van Rome in Duitsland en Amerika. En er is alle reden, om onze ogen wijd open te houden voor het volstrekt niet onwezenlijke gevaar, dat het kleine Verenigd Europa een door Rome bevoogd Europa wordt. De hemel beware ons voor een toekomst van Europa, welke door Rome en vanuit Rome bepaald wordt.

Het nationaal-socialisme was een bedreiging van onze democratie. Het communisme is evenzeer een bedreiging van onze democratie.

Op nog weer een andere wijze wordt onze democratie bedreigd, wanneer Rome het te zeggen krijgt.

Daarom zullen wij tegen Rome als wereldlijke macht blijven waarschuwen. Daarom zullen wij ons door alle mogelijke beschuldigingen van onverdraagzaamheid en antipapisme niet van de wijs laten brengen, maar ons blijven verzetten tegen de eis, het processieverbod op te heffen, omdat deze eis wel zeer wezenlijk samenhangt met de opvattingen, die Rome heeft over het omnia instaurare in Christo (het alles in Christus herstellen) en het kerstenen van het publieke leven.

Wij kunnen er alleen maar dankbaar voor zijn, dat door het mandement van de bisschoppen en de commentaren, die van

roomse zijde op dit mandement worden gegeven, de ogen van velen open gaan voor bepaalde tendenzen in de politiek van Rome, voor welke die ogen ten gevolge van een oeverloze verdraagzaamheid, die ons volk weerloos maakt gesloten waren.

Laten wij hopen, dat de ogen van vele protestanten en humanisten tegelijkertijd open gaan voor de wezenlijke motieven van hen, die zich tegen de opheffing van het processieverbod verzetten. En laat men in de discussie zich niet richten op bijkomstigheden, maar indien men de opheffing van het processieverbod wil verdedigen deze wezenlijke argumenten trachten te weerleggen en te ontzenuwen.

Rome wil nu eenmaal vrij baan voor de katholisering van het Nederlandse straatleven en staatsleven, vrij baan voor wat het graag de rekatholisering van Nederland noemt.

Wij denken er niet over, dit aan Rome te verwijten.

zouden alleen graag willen, dat Rome op zijn beurt ons niet verwijt, dat wij ons tegen deze rekatholisering van ons volk zowel principieel als practisch verzetten en dat ter wille van het behoud van onze democratie en de ware verdraagzaamheid.

Met de woorden van df. Noordmans: deze democratie heeft voor en in ons land een heldere openbaarheid geschapen, een vrijheid van de straat, een klaarheid van de levenssfeer, die aan ons volk een zekere blijheid hebben geschonken en het zou een grote achteruitgang betekenen, indien wij thans, in plaats van in deze atmosfeer samen te ademen, op de platte bodem tegen elkaar zouden gaan staan dringen.

Laten wij onze geschiedenis niet miskennen, onze democratie niet uithollen en onze rechtsstaat niet uithollen. J. J. BUSKES Jr.

WIE AMN DE KRUISWEG WOONT I

Ik heb mijn huis gebouwd.

Waar zich de wegen kruisen, Mijn luistren is vertrouwd

met de vermoeide voeten. Die scheiden en ontmoeten.

Ik heb mijn huis gebouwd Waar de verlangens druischen.

Ik heb mijn huis gebouwd.

Waar zich de wegen wenden Hoe menig heeft vertrouwd,

Hoe menige moest boeten De winste zijner voeten.

Ik heb mijn huis gebouwd Bij menschelijke ellende.

Van Oost en West, van Koord En Zuid, op alle wegen

Gaat het verlangen voort. Maar uit de moede voeten.

Die scheiden en ontmoeten Van Oost en West, van Koord

En Zuid, o, kom mij tegen!

J. J. STOPPELMAN

uit „Het groote avontuur” (1919)