is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1955, no 1, 08-01-1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een enkel voordeel tegenover vele nadelen. Het voordeel nl., dat Adenauer nu wel inziet, dat verder praten over de Saar uitgesloten is, als men de huidige winst van nu niet opnieuw in de waagschaal wil stellen.

Voor de Franse party en is er een tweede winstpunt, zy kunnen nu Mendès-France er de schuld van geven, dat hy de Westduitse bewapening erdoor heeft gedreven. By de verkiezingen, die ongetwyfeld komend voorjaar actueel worden, is dat niet zonder betekenis.

Eerst politieke vernieuwing

Het zou geen verbazing behoeven te wekken, als Mendès-France binnenkort voor de eer bedankt. Hy heeft ai voor de stemming te kennen gegeven, dat hy uit een kleine overwinning eveneens zyn conclusies zal trekken. Het is nl. wel duideiyk, dat deze Kamer hem niet de eer zal gunnen van verdere successen op het binnenlands terrein. En dat gedeelte van zyn programma komt nu nl. aan de beurt. Tenminste tenzy wy verondersteilen, dat de Sowjet-Unie opeens soepeler zal worden by nieuwe onderhandelingen.

Frankryk gezond maken door zyn industrie, zyn landbouw, wynbouw, sociale voorzieningen, belastingheffing, bestuur, onderwys te saneren. Eik onderdeel heeft zyn zere benen, en al die benen hebben in de Kamer hun vertegenwoordiging. By de huidige verhoudingen maakt hy weinig kans. Dat is gebleken door het verzet tegen de eerste voorzichtige maatregelen, welk hy heeft gelanceerd ter beteugeling van het buitensporige drankmisbruik. Hy zal het eveneens bemerken, als hy de boeren te lyf wil gaan. Menige voorganger van hem is over het platteland gestruikeld. De macht van de belangengroepen in de industrie is zo* hecht als een huis. Ook daaraan valt in de huidige omstandigheden nauweiyks te tornen.

Als de Franse premier voor zijn economische en sociale politiek dezelfde tactiek voorstaat als voor zijn buitenlands beleid, komt hij onherroepelijk ten val. Als hij gaat marchanderen, verliest hy zyn populariteit by het publiek. De moeiiykheid is niet welke van deze twee mogeiykheden te kiezen. Het probleem is, of er by volgende Kamerverkiezingen een party of groepering te vinden is, waarop zich een werkelijke meerderheid kan concentreren. Met andere woorden: of het mogeiyk zal zyn het politieke apparaat in het leven te roepen, waarmede hy op den duur zijn hervormingen kan uitvoeren. Over kwesties van algemeen beleid stemmen de party en zeer verdeeld. Het lystje van de stemming in de Assemblée over de toetreding van West-Duitsland tot de NAVO ziet er als volgt uit:

Hieruit blijkt, dat de meeste Franse 1 partijen geen algemeen politiek beleid e kunnen opbrengen. In de grote fracties 1 was er, behalve bij de communisten (die

uiteraard en bloc tegen waren), alleen bij de socialisten en de MRP een duidelijke meerderheid.

Maar de meerderheid van de MRP, welke tegenstemde, is minder een bewijs voor poiitieke .wil, en veeleer een voorbeeld waartoe rancune kan leiden. De MRP was nl. voor de EDG. Hoe het nu mogeiyk is, dat 50 harer afgevaardigden tegen de Parijse accoorden konden stemmen, kan alleen verklaard worden op de welhaast persoonlijke rancune, welke bij deze partij en met name by haar ex-minister van Buitenlandse Zaken Bidault, leeft. Opmerkelijk is wel, dat bij de hierboven af gedrukte stemming de eigenlijke vader van de EDG, de zeer integere MRP-er Robert Schuman, wel voor gestemd heeft!

Wat de algemene economische, financiële en sociale politiek betreft, laten de partijen een zelfde verdeeldheid zien. De tijd zal nu leren of er een voldoende grote groepering te vinden is, die wel min of meer eensgezind aan de uitvoering van een werkelijk program kan beginnen. Misschien is die combinatie te vinden door samenvoegen van de meeste socialisten met een aantal radicalen, het beste deel der MRP en een stuk van de gaullistische aanhang. Om er als regering mee te kunnen werken, is er voor zo’n groep een andere politieke structuur nodig dan nu het geval is. H. VAN VEEN

Romeo en Julia in de film van Castellani

Romeo en Julia in een zuivere film

Men heeft tot dusver bij de diverse films, gemaakt naar Shakespeare’s drama’s, eigenlijk altijd, met meer of minder succes, gemanoeuvreerd tussen twee uitersten: Shakespeare om der wille van Shakespeare, waarbij de film uitsluitend dienst doet als medium om een groot publiek kennis te laten maken met een van zijn meesterwer/ ken in een zo briljant mogeiijke bezetting, en de film om der wille van de film, waarbij Shakespeare’s woord alleen als uitgangspunt werd gebruikt. Orson Welles’ Shakespeare-films („Macbeth” en „Othello”) zijn voorbeelden van het laatste en het kan niet worden ontkend dat de grote William wel eens door de dikke Orson in een hoek werd geduwd. Maar als we Laurence Olivier met

zijn „Hamlet” als vertegenwoordiger van de eerste groep nemen, blijkt, dat ook die opvatting zijn gevaren en bezwaren heeft. nieuwe verfilming van „Romeo en Julia” brengt in zoverre iets nieuws, dat aan de vervaardiging geen studio-werk te pas is gekomen (de opnamen werden gemaakt in Italië, voornamelijk in de buurt van Verona, waar, zoals men weet, het liefdesverhaal zich afspeelt) en dat men als regisseur geen Angelsaks, maar een Italiaan heeft gekozen. En wdt voor een Italiaan: Renato Castellani heeft zich in zijn „Voor twee stuivers hoop” doen kennen als een fervent aanhanger van de zogezegde neo-realistische richting in de Italiaanse cinematographie en bij deze gelegenheid moeite noch zweetdruppels gespaard om de vrouwelijke hoofdrolspeelster, die van voetlicht of camera geen zier weet had, naar zijn opvattingen te vormen. Het lag dus wel voor de hand, dat hij zich de kans niet zou laten ontglippen voor de Julia-figuur een meisje te vinden, prii en liefelijk genoeg, om ook voor ’t alziend oog der camera Shakespeare’s woorden (in het Nederiands dan altijd): „Hoe ’t ook zij, op één Augustus wordt zij veertien,” niet te logenstraffen. Dat is hem gelukt. Want Susan Shentali moge dan geen veertien, maar negentien zijn, zij is een ontroerend kinderlijke Julia en zij moge dan nooit op de plariken hebben gestaan, zij zegt de Shakespeare-verzen even gemakkelyk en natuuriijk als een ervaren actrice.

Het lag oorspronkelijk in zijn bedoeling om alle rollen door amateurs te laten bezetten, maar wat dat betreft, heeft hij water in zijn wijn moeten doen. De proloog wordt gesproken door niemand minder dan John Gielgud en Laurence Harvey, de Romeo, is wel degelijk een beroepsspeler, ZIJ het dan ook een erg jonge. De bijrollen worden vertolkt door acteurs, die stuk voor stuk hun sporen in het Shakespeare-drama hebben verdiend; we zien Flora Robson als bijdehante min, Mervyn Johns als een lieve, lichtelijk pedante broeder Lorentius Sebastian Cabot als een weldoorvoede Capulet, kennelijk geïnspireerd op Hendrik VIII, Lydia Sherwood als een mondaine lady Capulet en Norman Wooland als een waardige Paris. Zo Renato Castellani met dit experiment iets bewezen heeft, dan wel dit, dat het soms goed is niet tot het uiterste te gaan. Zijn „Romeo en Julia” is een film geworden, waarin nóch aan Shakespeare, nóch aan de filmkunst iets te kort wordt gedaan. En het verleden heeft geleerd, dat men over zo’n prestatie niet gering mag denken. Er zijn scènes (de eerste, noodiottige ontmoeting van het iiefdespaar op het bal; de huwelijksvoltrekking door het tralieraampje in de kerk- het wanhopige afscheid in de morgen), die we ons zullen herinneren, wanneer en waar we ook opnieuw met Shakespeare’s drama zullen worden geconfronteerd. Dank zij de Ideale Julia, die hij in Susan Shentali vond, en de nauwelijks minder bewonderenswaardige Romeo van Laurence Harvey is de zuivere bekoorlijkheid, de naïeve argeloosheid van deze eerste liefde, die wel gebroken, maar niet besmeurd wordt door de gewelddadige complicaties van het leven der volwassenen, in al zijn tragiek weer voor ons gaan leven. Castellani’s „Romeo en Julia” is ongetwijfeld tot dusver een der beste uit de gestadig aangroeiende reeks van Shakespeare-films. W. WIELEK—BERG

voor tegen onth. socialisten 86 17 1 communisten 98 progressieven MRP 17 50 17 radicalen 44 27 5 gaullisten 38 18 14 onafhankel. 30 11 12 ARS 18 4 11 onafh. boeren 14 3 11 boeren 12 7 3 UDSR 18 3 3 overzeese onafh. 8 5 2 niet ingeschr. 4 8