is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1955, no 2, 15-01-1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SPANNINGEN TUSSEN KAB EN CNV

Het is opgevallen, dat bij alle verschil van mening tussen NVV en KA.B, de naar aanleiding van het katholieke mandement tussen NVV en CNV gevoerde discussie feller van toon was dan tussen NW en KAB, aldus de voorzitter van de KAB, de heer J. A. Middelhuis, in zijn openingsrede van de Verbondsraadsvergadering van deze beweging, gehouden op 13 December jl. Nu is dat, voor wie bekend is met de verhoudingen tussen de diverse vakorganisaties en hun bestuurders vóór de verbreking der samenwerking, niet zo verwonderlijk.

De KAB- en NW-organisaties waren meestal op elkanders congressen vertegenwoordigd en er was vaak een grote mate van eenstemmigheid tussen deze twee richtingen als het op practische kwesties aankwam. De verhouding met het CNV was anders.

Daarom ligt de conclusie van de KABvoorzitter in de lijn van de ontwikkeling van vóór het mandement en eveneens hetgeen hij daarop liet volgen. Zonder zich in de discussie tussen CNV en NW te wiilen mengen was de KAB wel benieuwd naar de „sterkere motieven” van het CNV. Na het verschijnen van de CNVbrochure betreffende de verbreking der samenwerking meent de KAB-voorzitter, dat de siuier is opgelicht. Hij komt tot de conciusie, dat hetgeen de heer Ruppert heeft beweerd over zijn sterkere motieven inzake de norm van handelen voor de vakorganisatie, als een leidend motief heenklinkt door de eerste 42 paragrafen van het mandement.

Hij stelt daarbij de vraag of men bij het CNV de eerste twee hoofdstukken van het mandement wel voldoende heeft bestudeerd. Het kan ook zijn dat we, dezelfde taal sprekende en het over dezelfde dingen hebbende, elkaar niet verstaan, is de andere mogelijkheid welke hij overweegt. In ieder geval heeft de KAB in de motivering van het CNV noch andere noch sterkere argumenten kunnen vinden.

Toen het NVV tot deze conclusie kwam heeft het CNV dit „onbegrip” geweten aan de verkeerde voorlichting van de socialistische pers en aan redacteuren, die de strekking van iemands woorden geweld aandoen. Moeten wij nu concluderen, dat de KAB ook al door de socialistische pers is besmet?

De heer Middelhuis heeft voorts opgemerkt, dat de KAB zich nimmer aanmatigt te stellen wat de kerk zou moeten zeggen. Het CNV heeft namelijk verklaard, dat de kerk (hier werden bedoeld de protestantse kerken) behoort te zeggen, dat de christen óók voor het collectieve handelen het Woord Gods tot richtsnoer moet aanvaarden.

Het zal voor KAB en CNV niet meevallen te blijven samenwerken als men elkaar niet verstaat, dezelfde taal sprekende en het over dezelfde dingen hebbende, nu het NVV niet meer het evenwicht tussen katholiek en protestant kan bevorderen,

Niet alleen op nationaal niveau, maar ook internationaal zijn er bepaalde moeilijkheden. Uit het verloop der verkiezing van een nieuwe Raad van Beheer van de Internationale Arbeids Organisatie is dit jaar opnieuw gebleken hoe moeilijk het

werken is met drie richtingen. De vakorganisaties uit andere landen, die over het algemeen veel meer leden hebben dan de drie richtingen hier te zamen, nemen genoegen met één zetel per land. De drie Nederlandse centralen zijn aangesloten bij twee internationale vakcentralen, waarvan het Christelijk Internationaal Vakverbond een dwergorganisatie is vergeleken bij het Internationaal Verbond van Vrije Vakverenigingen (waarbij het NVV is aangesloten).

Toch willen de confessionelen overal in vertegenwoordigd worden. Het NW, dat uiteraard meer gevoel heeft voor deze situatie dan centralen uit ianden waar men deze verdeeldheid in de vakbeweging niet kent en ais regel ook niet begrijpt, heeft de confessionelen in hun streven zoveel mogelijk gesteund. Gestreefd wordt namelijk naar een rouleersysteem.

Is dat niet te verwezenlijken dan komen de moeilijkheden. Gebleken is dat de confessionelen er niet tegen opzien een zoda-

nige politiek te voeren, dat het NVV permanent wordt uitgesloten. Lukt dit ook niet dan komen er gemakkelijk moeiiijkheden in het confessionele kamp. Dat is nu weer gebleken bij het bezetten van de werknemerszeteis van het Raadgevend Comité van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. KAB en CNV hebben voor twee jaren terug overeenstemming bereikt over het om beurten bezetten van een zetel, althans volgens het CNV. De KAB zegt dat dit op een misverstand berust en de R.K. Mijnwerkersbond, die de meeste mijnwerkers georganiseerd heeft, wil een vaste zetel hebben.

Nu is bij andere gelegenheden ook al gebleken, dat het CNV het ledental bij vertegenwoordigingen geen rol wil laten spelen. Het gaat slechts om richtingen, aldus is het betoog, het CNV vertegenwoordigt de protestantse richting, dat is het grootste deel van het Nederlandse volk en dus is gelijke vertegenwoordiging altijd aan de orde. Met die gedachte kan het NVV principieel niet instemmen en de KAB kan er niet mee werken. En zo blijft het rumoerig in en om de vakbeweging niet slechts door het mandement, maar doordat sociaal-economische organisaties op levensbeschouwelijke basis zijn opgebouwd.

Wanneer zal men in ons land nu eens gaan inzien, dat dit vroeger al ontactisch was en thans ook nog onpractisch. Den Haag. J. VAN DER PLOEG

Aziatische groepering

Op het moment, dat de volken der aarde verdeeld zijn in slechts twee elkaar vijandige partijen, is de kans op een oorlog het grootst. Daarom is de huidige ontwikkeling in de wereld gunstig voor de vrede. Wij zien immers, dat het aantal partijen weer toeneemt.

De Westeuropese groepering, aangevoerd door Engeland en Frankrijk, neemt meer afstand van de Verenigde Staten dan voorheen het geval was. West-Europa laat een meer eigen geluid horen. Een geluid, dat weliswaar niet in disharmonie is met de stem van Amerika, maar dat in het westelijke koor toch een eigen rol heeft te vervullen. Reeds menigmaal is in T. en T. daar aandacht aan besteed. Een tweede groepering, die van India en zijn vrienden, neemt eveneens in belang toe. De pogingen van Nehroe tot het voeren van een eigen Aziatische politiek zijn in het verleden dikwijls in een kwaad daglicht gesteld. Nehroe, zo werd gezegd, neemt een neutralistische houding aan, maar hij vergeet dat dit neutralisme slechts mogelijk is dank zij de paraplu der Amerikaanse defensie. Daar is wel wat van waar, maar het is niet duidelijk, dat het beleid van Nehroe dientengevolge suspect moet zijn. De Verenigde Staten hebben hun verdedigingsorganisatie niet in de eerste plaats ter wille van India opgebouwd, Zij dient voor eigen veiligheid, en ook voor beperking van de communistische invloedsfeer. Als India gebruik makend van de machtsverhoudingen in de wereld meent met een politieke keuze tussen Amerika en de Sowjet-Unie in, het belang van de vrede te dienen, dan is dit een goed recht. Er kan over getwist worden, of deze politiek verstandig is. Maar in elk geval is hij respectabel en er is geen enkele reden om India als profiteur te betitelen.

Tot nog toe ondervond India bij zijn streven naar een onafhankelijke Aziatische groepering slechts aarzelend steun bij een aantal andere Aziatische en Arabische landen. Thans is in overleg met Indonesië het plan gerijpt om te trachten tot een wat hechtere groepering te geraken. De conferentie te Bogor heeft daartoe geleid. In April zal een nieuwe bespreking worden gehouden, waarvoor een groot aantal landen is uitgenodigd, t.w. naast India en Indonesië, Egypte, Syrië, Libanon, Irak, Perzië, Jordanië, Saoedi-Arabië, Yemen (Israël niet!), Lybië en Abes’sinië, Turkije, Afghanistan, Nepal, de vier lan'den van Indo-China, Siam (heeft reeds bedankt), de Philippijnen, China en Japan. Korea en Formosa zijn (terecht) niet uitgenodigd.

Ten aanzien van het resultaat der conferentie is enige voorzichtigheid geboden, Niet voor niets is de conferentie door de initiatiefnemers betiteld met de naam „club”. Een club, waar dus alle mogelijke leden met elkaar overleggen, zonder het nu bepaald eens te zijn. Daar is alle reden voor. Vrijwel het enige wat de landen gemeen hebben, is het verlangen naar nog grotere onafhankelijkheid; het slechte van alles wat aan kolonialisme herinnert Het zit er niet in, dat deze landen een hecht verbond zullen sluiten. Zij zijn nog veel te trots op hun pas verworven souvereiniteit om er nu alweer wat van prijs te geven ten behoeve van zulk een bondgenootschap.

De combinatie van niet-communist!;>'. he landen met China en Viet-Minh a'. het alleen maar mogelijk te pra' ' om tot stevige afspraken te kor r, Curieus kan de rol van Ja ,; w als het land de uitnodiging .-a... neiging meer afstand te v.iu.; j