is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1955, no 8, 26-02-1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben Britse geleerden een zeer belangrijk aandeel gehad in de ontwikkeling der atomaire wetenschap. Nu blijkt het ook mogelijk te zijn over de zware financiële lasten van een dergelijke onderneming heen te stappen.

Het bijgeluid bij deze berichten, nl. dat Engeland tevens met spoed zal streven naar de toepassing van atoomenergie voor vredelievende doeleinden, klinkt een beetje vals. Ook in dat opzicht staan er grote belangen op het spel, omdat de Britse kolenvoorraad uitgeput dreigt te raken. Maar ondanks die belangen heeft stellig het politieke belang, dat met het bezit van de waterstofbom gemoeid is, de doorslag gegeven. De invloed van het Verenigd Koninkrijk op de wereldpolitiek zal er opnieuw door worden versterkt.

Engeland zal met het bezit van waterstofbommen en wat daarmee samenhangt, zeker niet de gelijke worden van de Verenigde Staten of de Sowjet-Unie. Als eilandenrijk binnen het onmiddellijke bereik van een eventueel aanvallende Sowjet-Unie is het daarvoor te kwetsbaar. In een oorlog zal Engeland altijd de uiteindelijke verliezer zijn.

Maar daar staat wat tegenover. De vernietiging kan nog zo grondig zijn, geen aanvaller zal zich geiheel kunnen beschermen tegen een Engelse tegenaanval. Bommen en projectielen kunnen van kleine, verspreide bases (en ook bijv. van moeilijk te localiseren schepen) worden gelanceerd. En in deze mogelijkheid tot revanche ligt de militaire waarde voor Engeland besloten van de waterstofbom. Een preventieve waarde dus, waaraan Engeland ook meer politieke invloed kan ontlenen. Een invloed, die voor geheel West-Europa van betekenis zal zijn.

De waterstofbom wordt dus minder exclusief. Zo is er ook sprake van, dat Zweden over enige tijd de productie zal gaan opzetten. Voor Zweden, dat zijn neutraliteit steeds door een geduchte militaire macht heeft weten te handhaven, is de bom eveneens een noodzakelijke aanvulling. Hetzelfde geldt voor Zwitserland. Beide landen zijn technisch en economisch in staat tot de productie.

Zo Zien wij, dat de waterstofbom in de komende jaren waarschijnlijk wat meer gemeengoed zal worden, hetgeen dat vloeit daar welhaast uit voort de kans op een derde wereldoorlog moet verminderen. Misschien ontstaat langs deze weg op den duur de situatie, waarin getracht kan worden ook met andere middelen dan de dreiging van elkanders totale vernietiging een werkelijke vredessituatie te scheppen.

H. VAN VEEN

KORTEHEMMENNIEUWS

De samenstelling van de Noordelijke Commissie van de Arbeiders Gemeenschap der Woodbrookers onderging een grote verandering wegens het overlijden van voorzitter ds. D. Bakker, het ophanden zijnde vertrek van secretaris mr. J. A. de Jong en het vertrek van mej. J. Bentum, prof. J. H. Brouwer en de heer B. H. A. Peters. Onze oprechte dank voor de soms jarenlange medewerking, die elk op eigen wijze verleende.

De commissie is nu als volgt samengesteld: Ds. A. van Santen, Drachten, voorzitter; ds. Sj. Bijleveld, Oudega (Sm.), secretaris; D. Sijtsma, Sneek, penningmeester; H. Roelfsema, Sappenieer, vice-voorzitter; B. Jonkmans, Sneek; St. Knigge, Groningen; J. Piebenga, Leeuwarden; ds. W. Sangers, Makkinga; ds. K. M. Witteveen, Veendam. Ds. Sj. Bijleveld aanvaardde m.i.v. November de taak als directeur-secretaris het werk in Kortehemmen te leiden en te stimuleren.

Moge het werk van de AG in het noorden door aller samenwerking een goede toekomst tegemoet gaan.

Brief Amsterdam, 10 Februari 1955. Aan de Kerken, aangesloten bij de Oecumenische Raad van Kerken in Nederland, en aan de Synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland.

Hoogeerwaarde Heren, Gedreven door geloof in Jezus Christus, richten wij ons namens vele jongeren tot u.

De vele artikelen in dag- en weekbladen over gevolgen en waarschijnlijke gevolgen van proefnemingen met A- en H-bommen, hebben ons en vele anderen zeer verontrust. Is het u bekend, dat, wanneer men met deze proefnemingen doorgaat, dit tot mens-vernietigende gevolgen leidt?

Volgens een artikel in I’Express verklaarde Prof. Einstein reeds in 1950 met betrekking tot de H-bom, dat de vergiftiging der atmosfeer door radio-activiteit, binnen de sfeer van het technisch mogelijke is gekomen. De schrijver van bovengenoemd artikel, de Franse natuurkundige Charles-Noël Martin zegt, dat:

1. er een vermindering van zonlicht ontstaat door aanwezigheid van radio-actieve stof in de bovenste lagen der atmosfeer. Hierdoor wordt bij verdere proefnemingen een nieuwe ijsperiode ingeluid en zal een dikke ijskorst de aarde bedekken. 2. door het vrijgekomen salpeterzuur, vooral tijdens de ontploffing, het regenwater verzuurt en daardoor bij regen honderden vierkante kilometers aan veldgewassen e.d. vernietigd worden. 3. door de radio-activiteit de voortplantings- en lichaamscellen gewijzigd worden, wanneer men door deze stof in- en of uitwendig besmet wordt. De natuurkundige voegt er verder aan toe, dat deze gevolgen nog maar in hun minimum-uitwerking geconstateerd zijn.

Is het u bekend, dat elk zevende kind, dat in Hirosjima geboren wordt, misvormd is, ten gevolge van de nu reeds tien jaar geleden geworpen A-bom? ') Deze gevolgen, gevoegd bij nog talloze andere, die wij kortheidshalve niet zullen noemen, hebben ons met zorg vervuld. En dit nog des te meer, daar geleerden in de Verenigde Staten van Amerika zich afvragen of de grens van de controle over de uitwerking niet reeds overschreden is. “) Ziende op Jezus Christus, uit Wiens reddende en behoudende liefde wij leven en die ons de opdracht geeft. Zijn Rijk te vertegenwoordigen, is het onze mening, dat de Kerken bij deze ontwikkeling niet zwijgend mogen toezien en daarom vragen wij u de leden van uw kerk ervan te overtuigen, dat deze vernietiging van Gods Schepping niet volgens Zijn wil is en met voortdurende aandrang de regeringen in Christus’ Naam te bewegen, radicaal een eind te maken aan de proefnemingen. U groetend in Jezus Christus, Namens: de Vredeswerkgroep in het C.J.M.V. w.g. T. W. Dekked, Ned. Herv. Pred.

Henk van der Schaaf Jan Wildschut de Jongerenwerkgroep „Kerk en Vrede” w.g. W. Knoppers, Rem. Pred.

Piet Burggraaf Bep Hagen Een afschrift werd verzonden aan verschillende jeugdorganisaties. ‘) Uit „Der Christ in der Welt”, Sept.-Oct. 1954.

’) Uit „The Christian Science Monitor” van 27-11-1954 Correspondentie-adres: J. L. Wildschut, Amstelveenseweg 130 Amsterdam-Z.

LEESTAFELNIEUWS

In onze tijd wordt overal deskundigheid vereist. Waar het filmkwesties betreft, blijkt men het echter niet zo nauw te nemen. Door onderwijzers, jeugdleiders, rechters, predikanten worden steeds maar weer beweringen over beïnvloeding door „de film” uitgestrooid, die van deskundigheid en inzicht gespeend zijn en alleen verwarrend werken. Het is daarom goed, dat men ook in Nederland begonnen is, in het kader van volksopvoeding en onderwijs, cursussen op te zetten voor hen, die met de jeugd in aanraking komen. Deze lessen die uiteraard zo aanschouwelijk mogelijk gegeven moeten worden beogen de mensen van onderwijs, jeugdzorg en jeugdbeweging de taal van de film te leren begrijpen en wel zó, dat van deze kennis later ook hun leerlingen, verenigingen en groepen kunnen profiteren. Want hierop komt het aan: leer zien, wanneer en waarom een film „slecht” is; doch leer ook gebruik maken van het goede in heel wat films!

Ter ondersteuning van wat wij „filmvorming” zouden kunnen noemen, is nu bij de uitgeverij J. Muusses te Purmerend een boekje van de Belgische pater Leo Lunders OP. (vertaald uit het

Frans door mevrouw E. Koobs-Ezerman) verschenen: „Inleiding tot de problemen van film en jeugd”.

Critisch zou men kunnen opmerken, dat de auteur (op 140 pagina’s) op te veel onderdelen van het probleem „film en jeugd” ingaat en dat hij aan de lopende band citeert; door zich te beperken, had hij méér kunnen geven.

Dit neemt niet weg, dat voor hen die zich met dit vraagstuk (gaan) bezighouden, dit boekje naast de door hen te volgen lessen een eerste gids kan zijn, die soms door helderheid uitmunt, gelukkig niet dogmatisch is en, bijv., enkele opmerkingen over wetenschappelijk onderzoek bevat, die zich vele enquêteurs ter harte zouden moeten nemen. Generaliseer niet! waarschuwt Lunders herhaaldelijk; deze waarschuwing t.o. van het vraagstuk „jeugd en film” kan niet vaak genoeg worden uitgesproken.

De auteur heeft het over de elementen van de filmtaal, de film en de reacties van kinderen, film en jeugdmisdadigheid, de filmvorming, wetenschappelijk onderzoek, de kinderfilm en de filmindustrie, over het begrip „kinderfilms” en het organiseren van filmvoorstellingen voor kinderen. Dergelijke voorstellingen zouden ook door maatschappelijke werkers geleid moeten worden; ook zij zouden dus film-lessen moeten volgen, adviseert de auteur. Met dit voorstel kan men het zeker eens zijn. Een Franse schrijver citerend, komt Lunders tot de m.i. zeer juiste conclusie:

„De filmvorming heeft de essentiële opgave, langzamerhand die staat van verdoving, die het afdraaien van een film kan verwekken, te vervangen door een actieve houding.”

BENTVELDNIEÜWS

Het leden-weekend met jaarvergadering van de A. G. der Woodbrookers is vast'gesteld op 19 en 20 Maart. Nadere gegevens volgen.

Weekendconferentie „Onze strijd tegen de wanorde” van 12-13 Maart 1955 op „De Horst”

Nooit heeft de mens zoveel macht gekregen over de natuur, over de medemens, over de wereld, zelfs macht tot verdelging van alle leven op aarde. Hoe kunnen we deze macht, die ons over het hoofd groeit, beteugelen? Zodat er geen wanorde en chaos ontstaan, maar orde en vrede, niet alleen in de grote wereld daarbuiten, maar ook in ons eigen leven? Hoe krijgen we ons zelf in de hand, hoe ordenen we ons persoonlijk leven? Over deze vragen willen wij met elkaar spreken, na geluisterd te hebben naar de inleidingen van.

dr. P. Boerwinkel, „Het gevecht om de vrede”, dr. J. M. van Veen, „Het gevecht om de stilte”. Om de tijd, die op deze conferentie tot onze beschikking staat, zo vruchtbaar mogelijk te besteden, zal, met betrekking op het eerste onderwerp, aan de deelnemers te voren een artikel worden toegezonden, dat dr. Boerwinkel in „Wending” (Januari 1955) over dit onderwerp heeft geschreven. U kunt dan uw vragen, die bij lezing van dit artikel bij u rijzen, te voren aan ons opzenden. Dan zal de inleider’in zijn lezing op de vragen, die binnengekomen zijn, verder ingaan. Voor dit artikel wordt een bedrag a ƒ 0.25 gevraagd. Aankomst: Zaterdag 12 Maart a.s. tussen 16.00 en 17.00 uur.

Vertrek: Zondagavond 13 Maart a.s. of Maandagmorgen 14 Maart a.s. na het ontbijt. Deelnemersprijs: ƒ7.50 p. p. tot Zondagavond.

ƒ 8.50 p. p. tot Maandagmorgen. Leiding: dr. J. M. van Veen, Driebergen. Mr. W.

Vogel, Driebergen. Aanmelding met vermelding van beroep, leeftijd en geslacht te richten aan het secretariaat van „Kerk en Wereld” te Driebergen.

Mandement, reformatie en doorbraak

Door het Gewest Noord-Holland van de Protestants-Christelijke Werkgemeenschap in de PvdA wordt een openbare vergadering belegd op Maandag 28 Februari a.s. te 8 uur in de Grote Zaal van „Hof van Holland” te Hilversum. Sprekers zijn: J. H. Scheps, lid van de Tweede Kamer, en mr. G. E. van Walsum, lid van de Eerste Kamer, respectievelijk secretaris en voorzitter der PCWG.

Onderwerp: „Mandement, Reformatie en Doorbraak!”

Druk N.V. De Arbeiderspers Amsterdam