is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1955, no 19, 14-05-1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Heef behoort de aarde en haar volheid. Psalm 24:1 /

Jyd en Taah

ONAFHANKELgK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME

VERSCHIJNT 50 MAAL PER JAAR 52STE JAARGANG VAN „DE BLIJDE WERELD”

Zaterdag 14 Mei 1955 No. 19

Redactie: ds. J. J. Buskesjr. ds. L. H. Ruitenberg dr. J. G. Bomhoff Redactie-Secr.: Roerstraat 48® Amsterdam-Zmd

Telefoon 724386 p/a dr. J. G. Bomhoflf

Vaste medewerking van prof. dr. W. Banning J. Hulsebosch

H. van Veen dr. M. V. d. Voet ds. H.J.deWijs Mcj. dr. M. H. v. d. Zeyde e.a.

tl per jaarf 5,—; halfjaar f 2,75; kwartaalf 1,50 plus f 0,15 incasso. Losse nrs f 0,15; Postgiro 21876; Gem.giro V 4500; Adm. N.V. De Arbeiderspers, Hekelveld 15, Amsterdam-C; Postbus 800

DEMOCRATIE ALS GEZINDHEID

Als politiek de kunst is om mensen te leiden, dan hapert er iets, wanneer een ministerie slag op slag voorstellen doet, die door de volksvertegenwoordiging en het publiek afgewezen worden. De geschiedenis van de huurverhoging en de belastingverlaging, die dezer dagen, naar het zich laat aanzien, in haar laatste stadium treedt, is m.i. een der vele aanwijzingen, dat het, politiek gesproken, met Nederland niet goed gaat. Men kan dit uit de politieke discussies niet zo gemakkelijk af lezen, omdat deze de ene keer zo technisch zijn en zo quasi-objectief, dat het meer een zaak van meten en passen, dan van botsende meningen lijkt, en omdat andere keren de zaak, waar het om gaat, verhuld wordt door steile debatten over hoogverheven beginselen en kerkelijke leerstukken. Men krijgt trouwens vaak de indruk, dat deze debatten zich in een geestelijk vacuum afspelen. Ik zou wel eens willen weten, hoe groot percentage der bevolking met deze redetwisten meeleeft.

Dat leerlingen uit de hoogste klassen van het M.O. vaak niet eens de namen der politieke partijen kennen, zegt niet alleen iets over hiin onkunde, maar bewijst tevens dat heel het politiek debat in de huiselijke kring geen of nauwelijks aandacht krijgt. Men wordt in deze veronderstelling versterkt, als men let op het niveau der politieke discussie in sommige grote, zgn. neutrale bladen. Als ik namen moet noemen... ik denk aan „De Telegraaf”, ik denk aan „De Haagse Post”. Het gaat er niet om dat deze bladen een politiek voorstaan, die de onze niet is, maar dat ze regelmatig daarover voorlichting geven, die nergens op lijkt, en dat ze komieken betalen (Jacques Gans; Pasquino), die met hun grollen de politiek principieel neerhalen tot het meest lage peil van groepsegoïsme. Voeg daar aan toe, dat onder degenen, die wel met de politiek meeleven, er een groot aantal is, die alleen maar luisteren en alleen maar kunnen luisteren, dank zij hun krant naar de mening van hun leMende partijgenoten, dan blijkt de ver-

onderstelling, dat het politiek debat zich vandaag in een geestelijk vacuum afspeelt, wel gerechtvaardigd.

Ik zwijg dan nog over het vooroordeel der tallozen, die wél een opinie over politiek hebben, nl. dat het een vuil zaakje is, waar zij zich niet mee in wensen te laten. Vooroordeel, dat meestal berust op grove onkunde van het politiek bedrijf en van zich zelf. Onkunde ook van zich zelf, omdat het hun blijkbaar ontging, dat in de wereld waarin zij leven, de wereld van handel, bedrijf, vermaak en sport, de wereld van kunst, wetenschap en kerk, het evenzeer krioelt van vuile zaakjes, waar ze vaak maar al te graag hun handen aan vuil maken; alsof niet overal, waar mensen werken, er vuile handen gemaakt worden en stompen uitgedeeld onder de gordel. Het mag wel eens herhaald worden, dat het algemeen welzijn, doeleinde van de politieke activiteit ons allen aangaat als plicht van staat in een democratische samenleving en dat we dus kort en goed te kort schieten in onze menselijke plichten, als we ons van het politieke bedrijf niets aantrekken. De verantwoordelijke maatschappij, waarover te Evanston zonadrukkelijk gesproken is, legt een stuk verantwoordelijkheid op ons aller schouders. Het gaat ook niet aan om de politiek aan de politici over te laten. Het is nl. allerminst zeker lees er de geschiedenis op na dat die het werk goed doen, of goed blijven doen. Indien politiek al niet zo vuil werk is, als vaak beweerd wordt, het is in elk geval uiterst moeilijk en als ik goed zie, ligt de moeilijkheid niet alleen in de techniek zelf van het regeren, maar evenzeer in de ontzaglijke beproeving van het karakter. Politici hebben nodig, dat ze op hun vingers gekeken worden. De belijdenis van een edel beginsel, van een kerkgeloof is niet voldoende om hen een blanco volmacht te geven. Niet alleen, dat naar goed democratisch inzicht zij verantwoording schuldig zijn, wij schieten te kort, als we hun geen verantwoording vragen. En één der gevaren van de confessionele partijvorming zie ik hierin, dat

maar al te gemakkelijk aangenomen wordt, dat omdat iemand van het goede geloof is, hij politiek zijn werk ook wel goed zal doen, alsof de ware godsdienst ooit een garantie gaf voor een doeltreffende politiek. Zo kan het gebeuren, dat een grote confessionele partij in onze hofstad een wethouderszetel opvordert voor een geloofsgenoot, al heeft ze daar in eerste en tweede instantie geen geschikte man voor. Eerlijkheidshalve dient hieraan toegevoegd te worden, dat eelt in de handen evenmin een garantie is voor een goede vertegenwoordiger van een arbeiderspartij.

Als ik goed .zie, ligt de grond van het euvel hierin: een te groot percentage van de geestelijke elite trekt zich van het politieke bedrijf terug. Laat er geen misverstand zijn! Ik bedoel niet alleen de intellectuele elite. Juist de democratie zou de regering der besten moeten zijn. In een dictatuur grijpen de raderen zo eng ineen, dat het te kort schieten van een enkel onderdeel nauwelijks gemerkt wordt. Het geweld bereikt zijn doel toch wel en kan overigens op elk moment zich van zijn onwelgevallig onderdeel ontdoen. Maar in een democratie is de gezagsverhouding losser; daar moet iedereen zich ten uiterste inspannen, opdat niet de democratie tot caricatuur verwordt, te weten: een verheerlijking van de massa d.w.z. van datgene, dat het laagste leeft in een volk, het minst geschakeerde, het minst in staat zijn tot te beslissen in plaats van het te ondergaan.

Er zijn teveel mannen, teveel vrouwen in Nederland, die naar geest en hart boven hun milieu uitsteken en die er nimmer aan gedacht hebben om zich met politiek in te laten en zo het veld ruimen voor de eerzuchtigen en de geroutineerden.

Het bevrijdingsfeest heeft onze gedachte weer eens bepaald op onze nationale saamhorigheid. Er is vaak uitgesproken, dat de naoorlogse politiek toch niet dat opgeleverd heeft, wat de beste mensen uit het verzet zich gedroomd hebben dat gebeuren zou, als we weer vrij waren. Er werden allerlei oorzaken genoemd, maar was niet één der belangrijkste, dat toen we eenmaal bevrijd waren van de tyrannie, de gedachte aan de zorg voor allen, de nationale saamhorigheid en verantwoordelijkheid voor ons algemeen welzijn, flets werd in het licht der vrijheid, waarbij ieder zijn eigen tuintje ging bebouwen? Zo krijgt „aan politiek doen” de aureool van trouw aan de beloften der bevrijding. Terecht! En dan moeten de anderen het ons maar niet kwalijk nemen, als wij beweren, dat onze partij, sedert de bevrijding: „Partij van de Arbeid”, daarbij goede brieven kan overleggen J. G. B.