is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1955, no 21, 28-05-1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/ den Heet I behoort de aarde l en haar \ volheid. \. Psalm 24 : 1 Z

Jijd en Taak

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME

VERSCHIJNT 50 MAAL PER JAAR 52STE JAARGANG VAN „DE BLIJDE WERELD”

Zaterdag 28 Mei 1955 No. 21

Redactie: ds. J. J. Buskesjr. ds. L. H. Ruitenberg dr. J. G. Bomhoff

Redactie-Secr.: Roerstraat 48® Amsterdam-Zuid Telefoon 724386 p/a dr. J. G. Bomhoff

Vaste medewerking van prof. dr. W. Banning J. Hulsebosch H. van Veen dr. M. V. d. Voet ds. H.J.deWijs Mej. dr. M. H. v. d. Zeyde e.a.

wnnement perjaarfS,— ; halfjaar f 2,75; kwartaalf I,soplus f 0,15 incasso. Losse nrs/0,15; Postgiro 21876; Gem.giro V 4500; Adm. N.V. De Arbeiderspers, Hekelueld 15, Amsterdam-C; Postbus 800

DE CRISIS VAN HET COMPROMIS

Wonderiyk: de laatste dagen heb ik veel gesprekken gevoerd over de kabinetscrisis, maar nu is het avond geworden, de Zondag staat te wachten. Ik wil myn wekeiyks gesprek met u beginnen en daarby realiseer ik my, dat u deze woorden leest op de » Zaterdag voor Pinksteren.

Moet my'n denken zich nu afwenden van de felle gebeurtenissen in het Nederlandse politieke leven, om ze te richten op wat het Pinksterfeest, het feest van de uitstorting van de Heilige Geest ons te zeggen heeft?

Dat is niet mogeiyk. Het is ook niet goed, dit te doen.

Want de feesten der Kerk gaan door, van jaar tot jaar, van eeuw tot eeuw. zy zyn de waarschuwingsborden op de weg van de mensheid, zy zyn herinneringstekens en wegwyzers voor het volk, dat weet heeft van Christus.

Wy komen daar langs, telkens opnieuw. Wij komen er langs, met onze bagage en met onze zorgen, wy zetten ons neer. Maar wy treden niet buiten ons zelf, wy kunnen dat niet en wy mogen dat niet. En daarom moeten wy', met onze warrelige gedachten over huren en belastingen, over de „vadermoord” zoals het opmerkeiyk onsympathieke Amsterdamse ochtendblad de daad van het tegenstemmen van de PvdA noemde, wy laten dat alles niet los met Pinksteren. Want christeiyke feesten zyn wél om te rusten, niet om te vluchten.

By Pinksteren denken wy aan een hand-

vol mannen, die door de overmacht van de Heilige Geest storm en vuur gedreven werden om te getuigen van het koningschap van Christus. Met Pinksteren herinneren wy ons, hoe onze geest iets anders is dan Gods geest. Pinksteren is allerminst het feest van de idealistische roes. Het is veeleer het feest van de ochtendstond, van de nuchterheid, het feest waarop men over zich zelf verbaasd is, dat er krachten tot de mens kunnen komen, die hem dryven. Op Pinksteren lieten de discipelen in alle nuchterheid hun geest door God vangen, en ze zyn erop uitgegaan om van de wonderiyke vryheid van deze gevangenschap te getuigen.

Zo is Pinksteren. En by dat Pinksteren zitten wy neer. Nu, 1955, in het Nederland met een demissionair kabinet, in het Nederland, waarin thans duizenden bejaarden vragen of nu dat bodempensioen waarnaar zy snakken, er wel zal komen; waarin de kranten leugenachtig hetzen tegen de PvdA, omdat deze Vader Willem hebben weggestemd; waarin de Burgerrechters applaudisseren, omdat er kans bestaat, dat die akelige rode lieden uit het regeer-kasteel verjaagd worden.

Met dat alles in onze ziel, in onze oren, zitten wij neer om ontvankelijk te zijn voor de getuigenis van het Pinksterfeest. Zien wy ergens verband?

Ik zie het maar op één punt. Dit: de gebeurtenissen van de 17e Mei verraden de crisis van het compromis. Wie diep in de materie duikt, ontdekt, dat dit het is: de spanning van het compromis

werd te groot. Aanvaarding van de huurwet op zich zelf niet zo belangrijk zou volgens de socialistische fractie het woningbeleid definitief op een verkeerde lijn hebben gezet; maar volgens de socialistische ministers lag in deze wet een bruikbaar compromis, dat ruimte liet om morgen verder te zien. Fractie en ministers hadden ieder hun eigen verantwoordelijkheid en men begrijpt dat van elkaar. Daarom is ook geen ruzie te vrezen, of vervreemding. Wel komt aan het licht, dat het compromis ergens niet meer opgaat. En dat het aanvaarden van het compromis afhangt van de verantwoordelijkheid, die men draagt.

Het is duidelijk: achter de cijfers, de economische betogen, ce woelige belangeninstincten, komt een zedelijke vraag opduiken: de politiek, naar haar aard vol compromissen, komt ergens tot een grens. Het compromis heeft niet het laatste woord. Al zijn er nog zoveel verstandige woorden over dat compromis te zeggen.

Na dit geconstateerd te hebben, ga ik niet stichtelijk doen en met christelijke zalving uitroepen, dat hier het getuigenis van Pinksteren, nl. het compromis-loos zich wegschenken aan de inblazingen Gods, tegenover gesteld moet worden. Met zulke woorden komen wij er niet uit.

Maar wat wij wél mogen zeggen, nu, gezeten bij dat herinneringsteken, die richtingaanwijzer, is dit: laten wij niet vergeten, dat het compromis zijn grenzen heeft. Dat de politieke wijsheid in alle nuchterheid bedreven moet worden, en dat zij niet de laatste wijsheid is. De politicusin-ons (en in deze dagen zijn wij dat allen) moet weten, dat er ook een andere wijze van leven is, die iets blinds heeft, iets van de sfeer van het avontuur, van het roekeloze. Deze andere wijze van leven is hoogst gevaarlijk (Hitler!)... tenzij wij die gekend hebben in de buurt van Pinksteren.

Nogmaals: dit te weten, lost de kabinetscrisis niet op. Maar het geeft ons wel die luchthartigheid, die maakt, dat wij noch verslagen, noch overmoedig worden. En gewoon verder gaan met passen en meten.

Het is te hopen, dat alle politici in Nederland, waar zij ook zetelen, goed hun Pinksteren vieren.

De crisis van het compromis kunnen wJJ dan misschien iets gemakkelijker te boven tenniftn

L. H. R.