is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1955, no 23, 11-06-1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KERK EN MAATSCHAPPIJ

Na de staat komt in het Herderlijk Schrijven de maatschappij aan de beurt.

De Synode constateert het feit, dat de veranderingen, die zich de laatste tientallen jaren in het maatschappeiijk leven voltrokken hebben, met zich meebrengen, dat christenen en niet-christenen op alierlei posten eendrachtig samenwerken bij het zoeken naar oplossingen voor de vele sociale vraagstukken. Evenals ten aanzien van het staatkundig leven legt zij daarom ook ten opzichte van het sociale leven de volle nadruk op de vervulling van allerlei zakeiijke opdrachten, die wij in volie soiidariteit met allen, die met ons willen samengaan, kunnen volbrengen.

Voor de kerk vraagt zij vrijheid en ruimte voor de prediking van het evangelie in betrekking tot de sociaie problemen van onze tijd. Zij is er vast van overtuigd, dat de verschiilende gebieden van de samenleving met Gods waarheid geconfronteerd dienen te worden. Zo alleen kan een samenleving worden opgebouwd en in stand gehouden, waarin de mens naar Gods bedoeling kan leven en kan leven in gemeenschap met medemensen.

De Synode begrijpt dan ook zeer wel de motieven, die in de vorige eeuw christenen ertoe brachten, politieke partijen op confessionele grondslag op te richten. Dat was hun verzet tegen de dictatuur van het liberalisme. Dat verzet bracht ook de strijd voor de school met de bijbel.

Die geestelijke motieven hebben nog altijd hun waarde en betekenis.

Toch is het voor velen een brandende vraag geworden, of deze motieven in onze tijd nog noodwendig tot dezelfde beslissingen moeten leiden, als het gaat om de plaats van de christen in de Nederlandse samenleving. Wat eens een begrijpelijke en noodzakelijke geloofsbeslissing was, is door velen tot een overal en altijd geldend beginsel gemaakt. Zij gaan er zonder meer van uit, dat het geloofseis en christenplicht is, zich als gesloten christelijke groep te verenigen en zo het volk tegemoet te treden. Vele protestanten denken in deze richting. Bij de rooms-katholieken is dat nog veei meer het geval.

Ik zou de vraag wiilen stellen, of de christenen, die in de vorige eeuw met de christelijke organisaties begonnen, eigenlijk al niet in deze richting gedacht hebben. Bij Kuyper en hij is toch de man geweest, die het meest geijverd heeft voor de poiitieke organisatie op confessionele grondslag is dat zeker het geval. Zijn antithesebelijdenis maakte de christelijke organisatie tot een voor aiie christenen altijd en overal geldend beginsel. De christe-' nen die in onze dagen de christelijke organisatie zonder reserve als geloofseis en christenplicht propageren, zijn zijn legitieme leerlingen.

Hoe dit zij, de Synode heeft wel groot gelijk, wanneer zij zegt, dat het gevaar niet denkbeeidig is, dat op den duur ons volk vrijwel geheel uiteenvalt in een aantal gesloten groepen, die aileen in de top-organi-

saties nog voeling met elkaar houden, maar overigens weinig gemeenschap meer met elkaar hebben

Een gevolg van deze opdeling van ons voik in gesloten groepen is dan verder, dat men meent, dat de overheid zelf zich door het beginsel der neutraliteit moet laten leiden.

De Synode waarschuwt tegen deze ontwikkeling. De verdeeldheid is lang niet altyd een verdeeldheid om Christus’ wil. Daarom betekent zy voor ons volk een belemmering om als volk Gods woord te horen.

„Wy menen dan ook met nadruk te moeten stellen, dat het beginsel, dat christenen zich op alie terreinen des levens in afzonderiyke organisaties dienen te verenigen, niet als een volstrekte en te allen tyde geldende toepassing van het gebod Gods mag worden beschouwd. De christen heeft tot taak, waar maar enigszins mogeiyk, de opdracht Gods te vervullen midden in de wereld, te zamen met anderen arbeidend aan de opbouw van een verantwoordeiyke samenleving.”

Natuurlijk betekent dit niet, dat de aansluiting van christenen by niet-christeiyke organisaties nu als algemeen en absoluut geldende regel geproclameerd wordt. Van geval tot geval moet in het geloof worden beslist.

Kiest men voor de niet-christeiyke organisatie, dan heeft men op zyn hoede te zyn voor neutralisme. Voegt men zich by de christeiyke organisatie, dan waarschuwt de Synode tegen sectarisme. Men mag nooit in afgeslotenheid gaan staan tussen de kerk en de medemens.

De Hervormde Kerk als Christusbeiydende volkskerk weet zich verantwoordeiyk

voor ons volk als geheel. Zy houdt vast aan haar profetische roeping door een voortdurende bemoeienis met alle terreinen van het maatschappeiyk leven, zy richt zich in haar woord en dienst niet uitsiuitend tot haar eigen leden. Jezus Christus is niet aileen de Heer van hen, die in hem geloven. Het is de opdracht van de kerk, om zowel de ban van de neutraliteit en de onverschilligheid als de afgrenzingen der christeiykheid te doorbreken, zy aanvaardt de medeverantwoordeiykheid voor de byzondere scholen, de christeiyke ziekenhuizen, de christeiyke vakbeweging, de christeiyke radioverenigingen. Maar zij aanvaardt evenzeer de medeverantwoordeiykheid voor de openbare scholen, de algemene ziekenhuizen, de moderne vakbeweging, het gehele radiobestel en zo maar voort.

De uiteenzettingen van de Synode over kerk en maatschappij lopen parallel met haar beschouwingen over kerk en staat. De Synode kiest niet en legt zich niet vast op welke organisatie ook, ook niet op de christelijke.

Dat is zeker wel de reden, waarom een blad als De Linie in het Herderiijk Schrijven de helderheid en de koersvastheid mist, die men aan het mandement van de bisschoppen niet kan ontzeggen. Het Herderlijk Schrijven geeft geen echte leiding. De leden van de kerk weten nu nog niet, waar zij aan toe zijn.

De Linie heeft gelijk. Maar hier ligt nu juist het verschil tussen rooms-katholicisme en protestantisme. Als protestanten verlangen wij helemaal niet naar de helderheid en de koersvastheid van het mandement. En voorzover wij het wel doen zo zijn er zijn wij bezig ons protestantisme te verloochenen. Echt leiding geven is voor ons besef iets anders dan voorschrijven wat wij hebben te doen. Wij zijn de Synode dankbaar, dat zij heel veel overlaat aan de persoonlijke geloofsbeslissing. De Linie moge dan zeggen, dat de kerk op deze wijze geen houvast biedt, maar de vastheid, die de kerk volgens De Linie in dit opzicht aan haar leden bieden moet en die de bisschoppen in hun mandement inderdaad aan de ieden van de Rooms-Katholieke Kerk bieden, maakt de vrijheid van een christenmens tot een fictie. J. J. BUSKES Jr.

De anti-militaristische houding van de Duitse jeugd

De herbewapening wordt in West-Duitsland als een bittere noodzaak aanvaard en de daarvoor verantwoordelijke personen proberen een leger zonder het oude Duitse miiitarisme op te richten. Die poging kan slechts succes hebben, als de jeugd, die in het leger moet dienen, zich erachter zet. Maar, tegen aile verwachtingen van de andere Europese ianden in, voeit juist de Duitse jeugd niets voor de dienst.

Hoe verklaren we die onwil? Daarvoor moeten we de geschiedenis van Duitsland nagaan.

Altyd heeft Duitsland in het krachtveld van buitenlandse machten gelegen. Onderdrukking van buitenaf werd altijd gevolgd door militaire expansie, en omgekeerd. Nooit heeft Duitsland een lange periode van rust gekend, waarin het tot evenwich-

tigheid zou hebben kunnen groeien. De zelfbeheersing ontbrak om zich zelf in toom te houden, als het een sterke positie had. De Nederlander Jacob Oats drukte het al op zijn manier uit: „Wanneer de mof is arm en kaal, dan spreekt hij een bescheiden taal. Maar als hij komt tot hoge staat, dan doet hij alle mensen kwaad.” In perioden van onderdrukking en verdeeldheid droomde het volk zijn romantische dagdroom van een machtig Duits Rijk. De oorlog 1870—’71 was een symptoom, de eerste wereldoorlog de uitbarsting. Na de nederlaag, na Versailles, ontstond weer de oude geestelijke toestand; het nationale bewustzijn was ten zeerste gekrenkt. Hitler profiteerde hiervan en bouwde weer een krachtspositie op, waar de jeugd, die hij het ideaal van een sterk Duitsland had ge-