is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1955, no 27, 09-07-1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Amerika in 1960

De Amerikanen noemen hun economisch systeem bij voorkeur kapitalistisch. Een halve waarheid. Waardoor verwarring ontstaat, zeker bij ons West-Europeanen. De term kapitalisme is bij ons anders geladen.

Voor vandaag de dag wordt met het Amerikaanse kapitalisme waarschijnlijk vooral bedoeld het stelsel, waarbij het individu vele mogelijkheden heeft voor eigen initiatieven. Het geldt dan zowel voor de ondernemer als voor de arbeider. Beiden zoeken zij in het vraag en aanbod de beste mogelijkheden.

Ik geloof, dat dit principe op het ogenblik minder hard is dan ons toeschijnt. Er ligt nl. nog wel wat anders aan ten grondslag dan de bereidheid te halen wat er te halen is. Typisch voor de Amerikaanse samenleving is immers de neiging de eigen daden af te stemmen op de werkelijke feiten en mogelijkheden. In het economisch bedrijf wordt weinig door wensen alléén bepaald, het zijn de „facts” die veelal de doorslag geven.

( Overigens wil dit niet zeggen, dat er in Amerika niet gedroomd wordt. Maar ook in het dromen laat de Amerikaan zich meestal door nuchtere feiten leiden. Zo droomt de Amerikaanse burget zeker van een betere toekomst, met meer weelde, ook meer geluk. De meeste Amerikaanse arbeiders hebben de wil hogerop te komen, om door werken zich een beter bestaan te veroveren. En de Amerikaanse ondernemer sluit zich daarbij aan. Want groter welvaart betekent meer afzet; betekent dus meer mogelijkheden voor de dromen van de ondernemer die zijn fabriek, zijn handel of wat dan ook verder wil uitbrei(ien. Dit algemene streven naar meer welvaart vindt en het is opmerkelijk dat te constateren niet zonder meer plaats. Er is in Amerika in dat opzicht duidelijk

sprake van een algemene planning. De overheid heeft daarin niet de grootste taak, maar planning is er.

Hoe vindt die plaats? Een duidelijk voorbeeld daarvan wordt gevormd door de rapporten over de toekomstige ontwikkeling van het land. Vrij onlangs is er weer één verschenen waaraan thans bijzonder veel aandacht wordt besteed. Het is „America’s Needs and Resources: A New Survey”, samengesteld door J. Frederic Dewhurst voor „The Twentieth Century Fund”. Dit rapport bevat een raming van de economische ontwikkeling van Amerika tot het jaar 1960. De totstandkoming is dus in zekere zin te danken aan particulier initiatief, maar de invloed ervan zal algemeen zijn. Gegeven de Amerikaanse mentaliteit nl. mag worden verondersteld, dat de belanghebbenden zich zoveel aan dit en dergelijke rapporten gelegen zullen laten liggen, dat deze in ruime mate de functie van een officieel „plan” verkrijgen. De feiten, de mogelijkheden, de analyse van kansen der onderscheidene bedrijfstakken, zullen voor het beleid van vele ondernemingen mee richtinggevend worden. En ook de vakbonden zullen zich wat betreft hun looneisen daarbij aansluiten. Het Amerikaanse volk, dat nog steeds op dynamische wijze vooruitstreeft, laat zich in zijn activiteit door dergelijke gegevens richting verschaffen.

Het voorgaande lijkt misschien op een pleidooi voor deze Amerikaanse methode. Dat is echter niet de bedoeling. Want wat in Amerika mogelijk is, isjiiet zo maar in b.v. ons land toe te Amerika vormt een zeer grote markt met ontzaglijk veel mogelijkheden voor de ondernemer. Tal van ondernemingen hebben een omvang bereikt, die in ons land slechts voor een enkele is weggelegd. Daarom is niet te

verwachten, dat het particuliere initiatief in Nederland voldoende mogelijkheden zou kunnen creëren om de vele onderzoekingen, die in Amerika worden verricht, mogelijk te maken. Dit gaat zeker op, als wij beseffen, dat er niet alleen onderzoekingen worden verricht op economisch en sociaal terrein. Daarnaast zijn talloze instellingen op ander gebied druk doende met de wetenschappelijke wegbereiding der toekomst.

Het wetenschappelijk onderzoek, dat uiteindelijk de middelen moet verschaffen voor een verdere industriële expansie, wordt op tal van plaatsen, bij vele universiteiten verricht. Het wordt goeddeels door particuliere giften gefinancierd. De belastingpolitiek, die daartoe stimuleert, is overigens wel een voorbeeld van het ingrijpen der overheid op dit terrein.

Nog enige cijfers uit het genoemde rapport tot besluit. Men verwacht, dat de bevolking vergeleken met 1950 met 16% zal toenemen tot 177 millioen. 41% zal dan uit arbeidskrachten bestaan, waarvan er 58,5 millioen werk in de particuliere sector zullen hebben, 10,5 millioen in overheidsdienst werkzaam zullen zijn, en 3,5 millioen als arbeidsreserve (werklozen dus) bestempeld wordt.

Er wordt verondersteld, dat de productie met 27% zal toenemen. Dat is 31 keer meer dan in 1850, terwijl het aantal manuren slechts 4i keer groter is dan in dat jaar. Koffie, thee, cacao en suiker gaan overigens niet zo’n goede toekomst tegemoet. Het verbruik zal maar weinig toenemen. Voor aardappelen is zelfs een achteruitgang voorspeld.

En wat de ideale toestand betreft, de gaping tussen vraag en behoefte wordt kleiner, maar zal ook in 1960 nog aanwezig zijn (in 1950 15%, in 1960 7%). H. VAN VEEN

is het toch waarheid is? Uitgewerkt zit er een hoorspel in.

Als jong leider te hulp geroepen om een vader van enkele leden te helpen. Hopeloos geval? Sloot zich op in z’n huurkamer, maar liet me binnen. Dan de worsteling met alle wapens uit het geestelijke arsenaal. De man was kerkelijk, dus we hadden in elk geval een paar woordklanken gemeen. Dan: de overwinning. Maar die éne man kostte alle vrije tijd, er\ toen die niet weer gegeven kon worden, de nederlaag. Want goed moedertje-dom zei: vader heeft nu al zo lang goed opgepast. Nu mag hij op de verjaardag, waar alle lieve familieleden komen, met de gezelligheid meedoen.

Stof voor een sensatieroman. Vadertje ging weer op het oude pad, én stierf gauw. Maar niet gauw genoeg om een kind van zelfmoord te weerhouden. Het was hier weer de menigte, de kleurloos harteloze menigte, die door haar koele ongeïnteresseerdheid iemand in de put hielp, met als werktuig de zelfverzekerde onnozelheid.

Later overkwam mij deze dramatiek steeds minder. Want ik borg mij of de omstandigheden borgen mij in veilige geselecteerde kringen, een ietsje verder van de goot af.

Het is nog steeds een tikje misleidend om de alcoholist als een patiënt naar A.A. (anonieme alcoholici) te sturen zonder het maatschappelijke verkeer veiliger te maken. Want de hooggeroemde vrijheid waarover de conversatie zulke dierbare dingen weet te zeggen in de kringen der met de stroom meegaanden blijkt vaak een zeer relatieve, een zeer dubieuze factor.

Wil over het succes van de bierreclame lezen, HVV van l-6-’55, waarin u ziet, dat na een reclamecampagne die „Heinekens” alleen reeds ƒ 2.500.000 kostte, het bierverbruik met 45% steeg (gedistilleerd bovendien nog 6%). Omdat het lekkerder werd? Goedkoper? Onschadelijker? Omdat men zo’n dorst had deze laatste zomers? Omdat de vrije mens zich zeer royaal en overtuigd tot het bier bekeerde? Of alleen omdat men in de handen van de bierfabrikant als boetseerklei willig te vormen bleek? Om o.a. deze productieve maatschappelijke kracht in de gelegenheid te stellen geen uitzondering te maken op de huidige „gouden regel” en minstens 10% winst uit te keren!

Is de vrijheid der velen zo iets als een accordeon: mits goed gehanteerd kan men elk geluid verwachten? „Staat dan in de vrijheid...” E. M. BUTER

INTERNATIONAAL WERKKAMP TE NOORDWIJKERHOUT

De Internationale Vrijwillige Hulpdienst (IVH), de Nederlandse tak van de Service Civil International, organiseert ook dit jaar een werkkamp met een sociaal doel.

Bij Noordwijkerhout ligt een duingebied, de Leeuwenhorst, dat in de toekomst als recreatieoord voor de bevolking geopend zal worden. Voor de werkzaamheden die nodig zijn om dit duingebied voor dit doel geschikt te maken, zijn op het ogenblik in het geheel geen normale arbeidskrachten te verkrijgen. Daarom organiseert de IVH op deze plaats een werkkamp van 16 Juli tot en met 3 September. Er zal een duinweg aangelegd worden en als voorbereidende werkzaamheden hiervoor zal struikgewas verwijderd moeten worden, het terrein geëgaliseerd enz. Behalve de reiskosten naar en van het kamp, kosten de IVH-kampen de deelnemers niets. De enige voorwaarden voor deelname aan het kamp zijn, dat men minstens 18 jaar is en dat men minimaal een week in het kamp blijft. Tegelijk worden toegelaten 20 manlijke en 10 vrouwlijke personen. De meisjes wisselen elkaar bovendien af met huishoudelijke werkzaamheden. In de IVH-kampen treft men altijd een groot aantal verschillende nationaliteiten aan.

De achtergrond van deze internationale werkkampen van de IVH is niet alleen om door werken de helpende hand te bieden, maar tevens om zodoende te trachten een betere verstandhouding tussen de volken te verkrijgen.

Zij die zich op willen geven voor dit kamp wenden zich tot het secretariaat van de IVH: Hoge Duin en Daalseweg 28, Bloemendaal. Tel. (K2500) 25786.