is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1955, no 37, 24-09-1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/ den Heer ƒ behoort de aarde i I en haar | \ volheid. , Psalm 24 : 1

rT« • V rwn ija en laak

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME VERSCHIJNT 50 MAAL PER JAAR 52STE JAARGANG VAN „DE BLIJDE WERELD”

Zaterdag 24 September 1955 No. 37

Redactie: ds. J.J. Buskesjr. ds. L. H. Rmtenberg ds. J. G. Bomhoff

Redactie-Secr.: Roerstraat 48® Amsterdam-Zuid Telefoon 724386 p/a dr. J. G. Bomhoff

Vaste medewerking van prof. dr. W. Banning J. Hukebosch H. van Veen dr. M. V. d. Voet ds. H. J. de Wijs Mej. dr. M. H. v. d. Zeyde e.a.

itperjaarfS—; halfjaar f 2,75; kwartaal f 1,50 plus f 0,15 incasso. Losse nrsf 0,15; Postgiro 21876; Gem.giro V 4500; Adm. N.V. De Arbeiderspers, Hekelveld 15, Amsterdam-C; Postbus 800

Zijn er mensen te veel in Nederland?

Met een zeker gevoel van trots legt men het boek van de Dr. Wiardi Beekman Stichting over Bevolkingsgroei en Maatschappelijke Verantwoordelijkheid uit handen.

Dit komt dan toch maar voort uit een politieke partij! Laten wij de betekenis ervan goed tot ons laten doordringen. Terwijl vroeger en hoevelen denken niet nog steeds in termen van vroeger de politieke partij een club van bekvechtende eerzuchtsduikelaars scheen (let op het woord sch e en ), kan nu met de stukken op tafel bewezen worden, dat de politieke partij als organisatie tot voornaam en degelijk werk stimuleert. Dat hierbij de PvdA vooraanstaat, is voor ons een verheugenis te meer. Zeker, de Dr. A. Kuyper-stichting moge ouder zijn, de Dr. Wiardi Beekman Stichting toont met dit boek, dat ze niet alleen voer wil leveren voor de grage monden van eigen partijgenoten, maar met het gehele volk wil meedenken. Dit hangt samen met haar „doorbraak”-karakter. De WB-stichting zal alle moeite moeten doen (krachtens haar verbinding met de PvdA) om de geestelijke en sociologische aspecten zo objectief mogelijk tot hun recht te laten komen. En dit klemt vooral bij het onderwerp, dat als eerste van de reeks Maatschappelijke Vraagstukken aangevat is, nl. het bevolkingsvraagstuk. Wie het resultaat van de commissie, waarvan het sociologenechtpaar Steigenga—Kouwe de leiding had, legt naast de publicatie van het Katholiek Staatkundig Centrum over eenzelfde onderwerp, komt onder de indruk van het ver-

Ondertussen: het resultaat van het onderzoek is niet zonder meer bemoedigend Wie nog meent, dat socialisten maatregelen propageren, die een heilstaat garanderen, kan hier genezen worden. Het resultaat is veeleer een erkenning dat de overheid helemaal niet zoveel kan doen en dat wat op dit punt gedaan is, veel minder invloed had da,n men vreesde of hoopte. Uit de studie blijkt, dat én de wettelijke én de sociale

maatregelen zedelijkheidswetten, kinderbijslag enz. geen wezenlijke invloed hebben gehad op de bevolkingsgroei, Slechts de bevordering van de emigratie. maar dan niet als onderdeel van de regeling van de arbeidsmarkt, is een middel om de bevolkingsgroei enigermate in de hand te houden. Over wat verder aan maatregelen wordt voorgesteld, straks,

De centrale vraag is: zijn er mensen te veel? Wie op de wegen van randstad Holland rijdt, zal direct ja zeggen. En inderdaad, de studie van de Dr. WB-stichting constateert, dat in ieder geval planologisch, gewoner gezegd: wat de berg-plaats betreft, wij nauwelijks meer mensen kunnen herbergen. Maar dat is niet de enige maatstaf! Het blijkt, dat het vraagstuk wel zéér complex is. Er ligt in het „teveel” ook een sterk subjectief element. Het hangt er maar van af, welke eisen wij stellen. Nemen wij de Verenigde Staten van Amerika tot richtpunt, dan gaan wij eisen aan het leven stellen, die onvervulbaar zijn bij de huidige bevolkingsgroei. leder een auto, een ijskast, een televisie-toestel... en de rest. Intussen: men kan met de huidige communicatiemiddelen deze beïnvloeding niet tegenhouden, En als het verlangde onbereikbaar wordt, krijgen wij een gevoel van dat, als het sterker wordt, spanningen oproept.

Verder: een snelle teruggang van het geboortecijfer zou zeer ongunstig zijn. Dan immers zou op een toekomstig geslacht een enorme last van zorg voor de talrijke be-jaarden gelegd worden en de arbeidsmarkt, die veel handen moet leveren in de industriesector, danig ontwricht worden. De ouderwetse neo-malthusianistische overtui-* ging die overigens door niemand meer officieel wordt aangehangen, maar nog wel in de hoofden spookt moet het rapport dan ook volstrekt afwijzen,

Een geleidelijke teruggang der geboorten, een krachtige emigratie en een goede voorlichting van ons volk, ook op dit punt, schijnt het beste voor de toekomst. Daar-

van is alleen de emigratie rechtstreeks overheidstaak. Maar ook alweer; stimulerend, niet bevelend. Deze emigratie zoekt men overzee. Maar bij een integratie van West-Europa komen de dingen anders te liggen. Frankrijk, waar overigens de geboorten toenemen, zou arbeidskrachten kunnen opnemen. Bij een eenwording van Europa komt het hele probleem voor de bevolkingsgroei anders te liggen, vooral, wanneer wij letten op de bevolkingsgroei in de andere werelddelen, met name in de Slavische landen en het Verre Oosten.

Intussen: wat kan de overheid nog meer doen? Het rapport stelt, dat hier een belangrijke taak ligt voor particuliere organisaties met ideële grondslag en voor organen, door of met behulp van de regering ingesteld, die dit probleem wetenschappelijk aanpakken, liefst in wijder dan Nederlands verband. De overheid zelf kan moeilijk verder gaan. Zij moet afwachten, wat in het volk groeit.

Deze conclusie lijkt mij juist. Maar de verwezenlijking daarvan is niet nabij, voornamelijk door de terreur, die de rooms-katholieken in dezen uitoefenen. Zij hebben dit punt als typisch christelijke aangelegenheid aangegrepen. Door het ontbreken van voldoende activiteiten in protestantse hoek is tot nog toe niet duidelijk geworden, dat wat de rooms-katholieken christelijk noemen, alleen maar specifiek rooms-katholiek is. De protestantse kerken zijn op dit punt bepaald verder dan de protestantschristelijke partijen. Pas als de inzichten, door het huwelijksrapport van de Hervormde Kerk geuit, daar doorgedrongen zijn, zal de dwang, die Rome op dit punt over ons volk legt, kunnen verminderen.

Het is inderdaad nodig, dat ons volk weet, waar het aan toe is. Maar dan ook goed weet. Wat de WB-stichting ons voorlegt is een begin. Uitgewerkt dient te worden, hoe men de zedelijke houding van verantwoordelijkheid op dit punt ons volk in z’n geheel wil bij brengen. Vooral: welke vooronderstellingen daarbij gewekt moeten worden. Met een alleen-maar nuttigheidsargument of welvaartsstreven komen wij er niet. Verantwoordelijkheid jegens ons volk is een zaak, die geworteld moet zijn in een welgevormd zedelijk bewustzijn. Dat is een religieuze zaak.

Het rapport stipt deze dingen, in wijze zelfbeperking, terloops aan. Maar wij willen het rapport verstaan als een opwekking aan anderen om ermee bezig te zijn. Als zodanig bevelen wij dit boek van harte aan.

L. H. R.

„Bevolkingsgroei en Maatschappelijke verantwoordelijkheid”. Publicatie van de Dr. Wiardi Beekman Stichting. Uitg. Arbeiderspers, A’dam 1955, 229 blz., ƒ 13,75.