is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1955, no 40, 15-10-1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

armzalig genot hieraan ontleend nooit zwaarder mag wegen dan eigen en andermans veiligheid. Ik vraag me af, of het, zedelijk gesproken, ooit toelaatbaar is om met een snelheid van laat ons zeggen meer dan 100 km zelfs over voorrangswegen te snellen, wanneer het geringste, het meest onvoorzienbare mankement aan de motor, wanneer de kleinste onoplettendheid van de berijder het eigen leven en dat van anderen in acuut gevaar brengt. En dat alles, terwille van de zuivere snelheid, als genot en om haar zelfs wil nagestreefd! Zo is het voor mij evenzeer de vraag, of die waanzinnige snelheidsraces van auto en motor zedelijk toelaatbaar zijn en het wil me voorkomen, dat men vergelijkbare schouwspelen (stierengevechten; bokswedstrijden) heel wat strenger beoordeelt.

Elke afgodendienst heeft echter ook zijn nuttigheidsapostelen. Zo wordt de snelheid verontschuldigd door de winst in de tijd. Ik zwijg nu maar van de talloze drogredenen, die men op dit gebied verneemt; boodschappen en uitstapjes, die geen enkele nuttigheid hebben en die in razendsnel tempo afgedaan worden om tijd te winnen voor andere beuzelarijen. Gelukkig maar dat deze haast niet altijd ongelukken oplevert, maar feit is dat de collectieve onveiligheid er door verhoogd wordt; feit is ook, dat men anderen in hun meer gerechtvaardigde haast ophoudt en belemmert, feit is ook dat men een onevenredig deel opeist van de straat, waar iedereen recht op heeft. De voorrang van het snelverkeer veronderstelt toch eigenlijk dat de man in de auto gewichtiger is en meer haast heeft dan de brave, onbelangrijke voetganger, die eerbiedig langs de weg heeft te staan: „Mag ik ook eens oversteken?”

Er is dan nog een groep haastige weggebruikers die in ernst willen worden genomen. Ze hebben hun auto nodig voor hun beroep, dat ze uitoefenen; in deze categorie vallen ook de talloze grote en kleine bestelauto’s, vrachtauto's, trucks met en zonder opleggers. Laten we nuchter vaststellen, dat ook hier veel zelfbedrog werkt. 'Wanneer men eerst zijn klanten verwent met een snelle levering van het gewenste artikel, wordt het de volgende keer als vanzelfsprekend verwacht. Er is veel overdreven dienstbetoon in het van heinde en ver aanvoeren van door niemand gevraagde artikelen. Dat de geneeskundige dienst of de brandweer haast heeft, begrijp ik, maar een bestelauto van suikerwerken...? Het is de onbeheerste winzucht, het is de onbeteugelde concurrentie die hier van zaken doen spreekt.

Hoofd van één der drie gratiën (fragment van de Lente) door Sandro Botticelli (1444-1310)

Er is een laatste groep van autorijders, die gesignaleerd moet worden; het zijn de niet-weinigen voor wie de auto het onmisbaar symbool van hun stoffelijke welstand is, het teken van hun rijkdom. Voor hen zwoegen de constructeurs om het rij bed nog luxueuzer, nog geraffineerder te maken. Wie met deze mentaliteit op de weg komt, is gevaarlijk: hij zal de ander laten voelen, dat zijn rijkdom hem recht op voorrang geeft en hij zal dat recht afdwingen met alle risico’s van dien.

Het dient duidelijk gezegd: de ongelukken van de weg zijn een der grote schandalen van onze tijd, omdat men de gedachte niet van zich af kan zetten, dat ze overbodig zijn; dat ze gevolgen zijn van een zinloos najagen van oppervlakkige genietingen: het willen profiteren van een technische mogelijkheid, de angst voor rust, kortom het winnen van nutteloze tijd, het zich overgeven aan een roes van zelfbevestiging, van zelfontplooiing, een snel-

heidsroes. Aanschaf en gebruik van een auto moesten eigenlijk voorafgegaan worden door de ernstige gewetensvraag: Is het verantwoord, dat ik een auto aanschaf? Heb ik de vereiste zedelijke hoedanigheden van verantwoordelijkheidsbesef, van voorzichtigheid, van eerbied voor eigen en andermans leven, dat ik nooit overbodige risico’s zal nemen? Zal ik me steeds laten leiden door een heldere verbeeldingskracht van wat in één onberaden ogenblik ik aan jammer en ellende mijn medemens kan aandoen?

Natuurlijk, ook de wandelaars en de fietsers moeten oppassen; ze moeten de verkeersregels kennen, enz., enz. Maar zij zijn de weerlozen, de zwakken, de ongepantserden. Hun veiligheid dient beschermd, des te klemmender, waar zij degenen zijn, die steeds maar gedwongen worden voorrang te geven en óm te lopen en te wachten.

Principieel gezien is een compromis tussen veiligheid en snelheid een onding. Veiligheid heeft onbetwistbaar voorrang. Van-

uit deze gezindheid zouden maatregelen getroffen moeten worden; onverbiddelijk straffen van wegpiraten, steeds begeleid door langdurige intrekking van het rijbewijs; een strenge selectie bij het onderzoek naar rijvaardigheid en sociaal gedrag, een drastische beperking der snelheidsmaxima in de stad en langs de weg. Het is te vrezen dat deze maatregelen te laat komen : de morele verwording op het stuk van aanbidding der snelheid is te ver heen. Wat rest er nog dan een beperking der productie in overeenstemming met de capaciteit van ons wegennet en de sociale behoeften. Het is welhaast onvermijdelijk, dat men een vergunningenstelsel ontwerpt voor het bezit van een auto zo goed als voor het bezit van een vuurwapen of voor de aanschaffing van vergif. Alleen hun die bewijzen kunnen een auto nodig te hebben voor hun dienst aan de gemeenschap, zal dan toegestaan worden over dit gevaarlijke vervoermiddel te beschikken.

J. G. B.