is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1955, no 44, 12-11-1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er staat een garage

Zo van tijd tot tijd u wilt mij dat wel vergeven laat ik u delen in de vreugden en de zorgen van het dagelijkse leven. Dat dagelijkse leven is nl. zeer interessant.

Laat ik u nu meedelen, dat ik gisteren mijn garage in gebruik genomen heb. Wij hebben daarbij geen vlag uitgestoken, want hij heeft een plat dak. Maar er was, gezien de legerschare werkers en de vele gewisselde papieren, alle aanleiding voor geweest. Het besluit om een garage te bouwen op het stukje grond naast het huis viel een jaar geleden. Er moet veel strijds gestreden zijn, voor een man en een vrouw samen tot dit besluit komen.

Nu kan men niet zo maar naar een bouwkundige gaan en zeggen: bouw een garage van drie bij zes tegen de muur van het huis met een plat dak voor zoveel guldens. Men moet beginnen met vergunning te krijgen van de dienst van bouw- en woningtoezicht. Daar gaat men alleen maar op een project in, wanneer een architect zich met de zaak bemoeid heeft, met grote stappen over de paar meter gronds gelopen en met zijn wenkbrauwen gefronst heeft. De tekening werd gemaakt door de tekenaar van de architect. Het bleek, dat de grond achter de tuinen vrij slap is, en dat een betonconstructie-ingenieur moest worden ingeschakeld, om een tekenaar opdracht te geven tot het maken van een project ondergronds. Het resultaat was een stevige vloer, sterk genoeg om een tank van het Amerikaanse leger te dragen. Ik behoef dus geen zorgen te hebben om mijn Hillman, die 953 kilogram weegt. Hij zal geen millimeter zakken.

Deze tekeningen werden voorgelegd aan de Dienst. Ook hier fronste men het hoofd. Een ambtenaar werd erop uitgestuurd om na te gaan, of het wel kón. Want de vroede vaderen hebben terecht bepaald, dat de buren geen last mogen hebben van mijn garage. Per duimstok werd uitgemaakt, dat het precies kon. Maar dan komt het estetisch gezichtspunt naar voren. Ook daarover moesten wenkbrauwen gefronst worden. Het bouwsel zou, naar de smaak van de ambtenaar, te dicht bij de weg komen. Maar mijn vrouw, leidster van de onderhandelingen, wist de ambtenaar op een gevoelig punt te treffen, nl. op een precedent. Precedenten zijn machtige zaken in de ambtelijke sfeer. Een paar huizen verder stond een garage op precies dezelfde plaats, als waar wij hem geprojecteerd hadden. Toen mocht het. En na geruime tijd kreeg ik bericht, vergunninghouder te zijn om een garage te bouwen, wel te verstaan.

Toen kwam de periode van het opdragen. Een nieuw soort mensen kwam over de vloer. De aannemer. Nu wil ik, dat zal ieder begrijpen die mij kent, geen slechts horen van aannemers. Ze zijn net zo goed als alle andere mensen. De eerste aannemer ging rekenen, en kwam tot een afschuwelijk hoog bedrag. De tweede was aanzienlijk redelijker. De kunst van het groeperen van cijfers is niet alleen een eigenschap van koning Willem I gebleven. Gaat uw gang zeiden en schreven wij.

En toen merkten wij een hele tijd lang niets meer.

Wij kregen een deel van de zorgen om het verwerven van materiaal en werkkrachten mee te dragen. Wij, sociaal ge-

gezind, verzoenden ons ermee, dat eerst mensen aan een woning geholpen zouden worden voor de blikken Hiiiman, weatherproof, een dak boven zijn hoofd zou krijgen.

Maar op een goede Maandagmorgen, nu vier weken geleden, kwam een man met een paar latten. Hij legde ze neer in de tuin. „Dan kunt u zien, dat er aan gewerkt wordt,” zei hy, en ging weer heen. Aan het eind van de week verscheen opnieuw een afgevaardigde van öe arbeidersklasse en sloeg vier paaltjes in de grond. Er werd dus aan gewerkt.

Maar toen, de Maandag daarop, werd het toch menens. Een vrachtauto reed voor, laadde stenen en cementzakken uit. Een onderaannemer, een opzichter van de onderaannemer en twee betonwerkers kwamen redeneren, overleggen en daaruit kristalliseerden zich een paar opdrachten, die de twee arbeiders trouw volvoerden. Zij werden „oom” genoemd door de jongsten, omdat ze nog niet gewend waren aan de gewoonte een volwassene zo maar Toon of Piet te noemen, gelijk de onderaannemer van de betonwerkers en de opzichter deden. Ik, uit een oud bouwersgeslacht, wist het woord „mannen” uit mijn herinnering op te diepen.

Ondertussen hield de gemeente, vertegenwoordigd door een ambtenaar, een wakend oog. Want onze overheid draagt nog de sporen van het calvinistisch bewustzijn:

de fundamenten moeten goed zijn. Op het fundament komt het aan. Toen, na 14 dagen, stond er nog niets, maar was blijkbaar het ergste achter de rug.

Een nieuwe onderaannemer, ditmaal de metselaar, rukte op, mét opzichter en drie hanteerders van troffel en peillood. Zij stapelden steen op steen. Een paar knapen, in hun aankomende intellectuelen-waan, meenden dat er niets aan was, stenen op elkaar te stapelen. Ze mochten het proberen. De metselaars constateerden met triomf, dat metselen niet ieders werk is. Toen de twee muren stonden, tegen de derde muur aan, namen ze afscheid. Omdat er geen kap opkwam, kon er geen feest gevierd worden.

De aannemer-zelf trad nu in het geweer. Hij bracht twee timmerlieden mee, die onder zijn directe commando stonden. In snelle wisseling van personen voltrok zich nu de voltooiing. Een mastiek-firma stuurde zijn „klonters”, om de NRC te citeren. De electricien en zijn helper legden buizen aan. De loodgieters deden weer wat anders. En nu heeft de auto een woonplaats, terwijl de fietsen niet meer staan te roesten in de zeedampen. En de moraal uit dit alles?

Dat de samenleving ingewikkeld is. Maat dat zij toch redelijk goed functioneert. Want hoeveel hoofden, hoeveel handen, hoeveel machten hebben zich met die twee muren, die twee deuren en dat dak bemoeid? Hoeveel zin voor orde, voor fatsoen, voor de betekenis van afspraken wordt daarbij niet ontwikkeld?

Wilt u aan uw kinderen leren, hoe ingewikkeld de samenleving is, laat dan een garage in uw tuin bouwen. In Amerika doen ze dat zelf. Dat is vast goedkoper. Maar minder leerzaam. L. H. R.

De loonpolitiek in discussie

Ongeveer een jaar geleden heeft de Stichting van de Arbeid een rapport opgesteld over de toekomstige loonpolitiek. Vertoonde dit rapport reeds de sporen van een compromis tussen de verschillende standpunten der organisaties, die deel uitmaken van de Stichting, de discussie daarna in de verschillende organen heeft bewezen, dat de tegenstellingen groeiende zijn.

En dat terwijl tot ver over onze landsgrenzen de geleide loonpolitiek, na de tweede wereldoorlog in Nederland gevoerd, zo wordt geprezen. Nog kort geleden is er een brochure verschenen met de tekst van redevoeringen van prof. mr. M. G. Levenbach, welke in het buitenland zijn gehouden met betrekking tot onze loonpolitiek, Daaruit kan men nog eens duidelijk de voordelen van deze politiek voor ons gehele volk lezen.

Gebeurtenissen in andere landen wijzen er overigens op, dat vrije loonpralitiek, zeker in een tijd van hoogconjunctuur, grote gevaren inhoudt. En welke kant gaan wij nu uit met de loonpolitiek? Dat er discussie is over deze politiek is niet erg. Integendeel, want er zijn bepaalde bezwaren aan verbonden en die moeten worden besproken om daaraan tegemoet te komen.

Maar wel erg is, dat er tegenstellingen bestaan tussen de organisaties van werknemers, die niet te overbruggen zijn. Ook de organisaties van werkgevers schijnen niet tot eenzelfde standpunt te kunnen

komen. Waar liggen nu eigenlijk de moeilijkheden?

Allen zijn het er over eens, dat de gevoerde loonpolitiek in het verleden voor ons gehele volk grote voordelen heeft opgeleverd en dat het beter zou zijn de welvaartsvefmeerdering van de loontrekkenden te zeeken in prijsverlaging dan in loonsverhoging. Dat blijkt evenwel, alle goede bedoelingen van minister Zijlstra ten spijt, niet mogelijk te zijn. Moet er dan weer een algemene loonronde komen? Nu komen de moeilijkheden naar voren, De Katholieke Arbeidersbeweging (KAB) zou de lonen bednjfstaksgewijze willéri vaststellen. Indien in een bepaalde bedrijfstak zogenaamd ruimte voor loonsverhoging aanwezig is, zou zij aldaar de lonen willen verhogen, ook als in andere bedrijfstakkén loonsverhoging uit economische overwegingen niet gewenst is.

Het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) wil nog verder gaan en zou de lonen per onderneming wiUen vaststellen, dat wil zeggen loonsverhoging doorvoeren als de bedrijfseconomische situatie dit mogelijk maakt. Hier komt een oud ideaal van het CNV weer om de hoek kijken. Kort gezegd komt het hierop neer: Patroon en arbeiders horen vanwege de ordinantiën Gods bij elkaar. Zijn zij het met elkaar eens, laat ze dan hun gang gaan, want dat is pas de ware vorm van bedrijfsgemeenschap.

Het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NW) wil een algemene loonronde.