is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1861, 01-01-1861

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in zijne magt. Toen hij verleden jaar bij Genemuiden den bisschopsgezinden zulk eene nederlaag liad toegebragt, heeft ook onze stad en Deventer, de beide laatsten die zijn gezag wederstonden, hem als beschermheer moeten erkennen; maar nu komt de ware bedoeling van den Gelderschman dagelijks meer te voorschijn: hij wil heer en meester in het Oversticht zijn, en ons land lijdt ontzettend onder dien druk. Geen wonder dat de ontevredenheid dan ook algemeen is, en wel het grootst in Zwolle, dat het meeste lijdt. Er liep van daag een gerucht, dat Geldersch krijgsvolk in den omtrek stroopte, en nu naar Kampen in aantogt was, om hier in bezetting te komen; en dit is de reden dat onze gewapende poorters bijeen zijn gekomen." — //Dat zal nooit gebeuren!" riepen verscheiden burgers; «dan willen we liever het uiterste wagen." v Dan waren we ook geheel eene prooi van den geweldenaar. Maar nu moet ik naar huis, vrienden!" besloot Timen, nam zijn verfpot weder op, en verwijderde zich.

// Die Timen zeide een hoefsmid, // heeft toch vrij wat verstand; jammer dat hij niet van grooten huize is, dan kon hij zoo goed als de beste mede de stad regeren." — //Ja," hernam een ander, //de beste paarden staan dikwijls opstal; de eereambten zijn voor rijken en grooten, al zijn ze ook nog zoo onwetend.''

Intussehen hadden de rotmeesters en hoplieden de poorters geordend, en trokken met hen de stad uit, om eenige wachtposten te bezetten en den omtrek te verkennen.

Timen begaf zich naar de woning van zijnen vader, Geurt Berger, in de Geertstraat. Na in haast een stuk brool genuttigd te hebben, klom hij den trap op naar een kamertje, dat op den zolder afgeschoten was. Hier zag het er, in aanmerking genomen dat dit het slaapvertrekje van een verwersknecht was, een weinig vreemd uit. Op een tafeltje lagen verscheiden boeken; schrijfgereedschap stond daar naast; eene ruwe kaart, de landen van Europa voorstellende, hing aan den wand. Nadat Timen zijn voorschoot had afgedaan, zette hij zich voor de tafel, en begon te schrijven aan de vertaling van een stuk uit een Latijnsch boek, en dit werk ging den jongeling vrij vlug van de hand. Toen

11*