is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1861, 01-01-1861

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liefgehad." — » Laat men zoo blijven denken!" zeide de vreemdeling, die eene levendige belangstelling bij liet verbaal van Geurt getoond had. //Houd de zaak verder geheim, en ook mijne komst bij ulieden. Ik weet thans wat ik noodig heb. Vraag niet wie ik ben of wie mij zendt; maar geloof mij, dat hetgene, wat gij mij medegedeeld hebt, een vermoeden heeft bevestigd, waardoor het geluk van Timen zeker bevorderd zal worden."

De dienaar vertrok nog den zelfden dag weder naar Utrecht.

Een paar dagen had Timen bij Mabuse doorgebragt, die zich met den gelukkigen afloop verheugde, en zijne vurige dankbetuigingen telkens door een ruw antwoord stuitte. Timen was als herboren. Zijne houding was fierder en regter geworden; uit zijne oogen straalde een nieuw vuur, en door de denkende uitdrukking op zijn fijngevormd gelaat drong een vriendelijke glimlach van voldaan verlangen en blijde hoop. Maar ook iets anders was daarop te lezen; want hij brandde van ongeduld oin hen, die hij liefhad , deelgenoot te maken van zijn geluk, dat te groot was om het alleen te dragen. Eindelijk liet de bisschop hem ontbieden. Hij ontving hem met de grootste welwillendheid, gaf hem zijnen zegen en de vrijheid om naar de zijnen te vertrekken, waarbij hij echter de vermaning voegde om spoedig zijn ambt te komen aanvaarden.

Op de vleugelen van verlangen snelde de gelukkige Timen naar Kampen, waar zijne Agatha met ongeduld naar zijne wederkomst had uitgezien. Maar welk eene verrukking bezielde haar, toen zij de schoone verandering in hun lot, de groote eer aan Timen geschonken, die haar nu ook zijne verrigtingen te Zwolle verhaalde, vernomen had!

n Zie," zeide zij, de armen om zijnen hals slaande, //ik had toch wel gelijk, toen ik dezen stillen Timen de voorkeur gaf boven andere jonge kwanten; ook de grootsten des lands achten hem meer waard dan honderd anderen!" — «En gij liadt ook gelijk," antwoordde Timen, «zoo dikwijls gij mij voor moedeloosheid bewaardet, en toen gij mij leerdet meer op den Heer te vertrouwen."

De verwer en zijne Margareta waren minder verwonderd.