is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1863, 01-01-1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woud liet digtst bij haar zich in de sneeuwvlakte verloor, een bliksemstraal in de donkere struiken zigtbaar werd — een gefluit siste door de lucht — daarop rolde over het sneeuwveld, aan de grenzen van het woud prachtig weêrkaatsend, de schelle knal van het geweer. De wolvin huilde vreeselijk, het jong kermde; beide namen de vlugt en verdwenen in het woud.

Over de sneeuw kwamen vlugge , ligte voetstappen. De jager, die het schot had gedaan, trad uit zijne schuilplaats te voorschijn , spande bij het licht der maan den haan van den tweeden loop, en naderde voorzigtig den boom, om te zien, wat het was dat daar de wolven had doen stilhouden en ze hem zoo voortreffelijk onder het schot gebragt had.

Daar zag hij, half door de maan verlicht, de gestalte van het bleeke meisje, nog in de houding, die zij tegenover het roofdier had aangenomen. Nog was haar eene voet vooruitgeschoven en droeg den last van het voorover gebogen ligcbaam; de ronde, gespierde armen verhieven zich, om tot het zwaaijen met de bijl uit te halen, boven het hoofd. Haar boezem zwoegde, haar mond was met vasten trots digtgeklemd, en het oog, nog van toorn vonkelend en wijd geopend, zag de vlugtende roofdieren na. — Zóó moet de vrouw geweest zijn in de eerste tijden der wereld, toen zij nog met den man haat en kamp deelde en hem op de jagt en in den strijd navolgde.

Thans echter rigtte ook zij het oog op haren redder. .. een luide kreet ontsnapte haar, — het was Nikolaas. Dezen aanblik kon zij niet verduren; zij stortte voorover met de bijl ter aarde en viel in onmagt over het verslagene dier neder. Nikolaas had in het eerst bijna gemeend eene verschijning te zien: thans sprong hij nader, legde haar hoofd op zijn schoot, en wreef hare slapen met rum uit zijne veldflesch. Zij sloeg de oogen open, zag zijne blikken, bezorgd en vriendelijk zoo als voorheen, over haar gelaat zweven. Maar ook nu vervulde slechts ééne gedachte hare ziel; zij trok het medici)nfleschje uit haren boezem, drukte het hem in de hand, en zeide op uitgeputten en zachten toon: //Nikolaas! uw kind, ginds in den molen, ligt op sterven, maar deze droppels kunnen misschien het gevaar nog afwenden. Tot hiertoe heb ik ze voor hem gehaald; ik kan niet meer.