is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1862, 01-01-1862

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ven wordt. Yele inderdaad goed en levendig geschetste tooneeleu wegen ook wel op tegen enkele zonden, die de schrijver zich somtijds tegen den goeden smaak heeft veroorloofd. Over het geheel durven wij dan ook gerust de lezing van dit boek aanbevelen, overtuigd als wij zijn, dat menigeen er met groot genoegen kennis mede zal maken.

A. M.

Leer om Leer. Uit het Engelsch door Barones Tautphoeus, geb. Montgomery, Schrijfster van Cyrilla en de Voorletters. Te Haarlem, bij de Erven F. Bohn. 1861. 2 Deelen. 348 en 348 bladz. in gr. 8°. Prijs ƒ 7,20.

Het is wederom een zeer boeijend verhaal, dat wij aan de gunstig bekende schrijfster van de Voorletters en Cyrilla te danken hebben. Opmerkelijk evenwel is de gelijkvormigheid, die tusschen deze drie werken bestaat. Ook thans weder zijn het een paar jongelieden, tusschen welke aanvankelijk geen de minste sympathie bestond, maar die, door verschillende omstandigheden met elkander in aanraking gebragt, van lieverlede anders leeren denken, en eindigen met op elkander te verlieven. De overgang van antipathie, afkeer, of zelfs van haat, in liefde, schijnt een geliefkoosd thema van de schrijfster te zijn, terwijl zij tevens bij voorkeur over Hoogduitsche personen en toestanden schijnt te spreken. De heldin van dit verhaal, ofschoon van Engelsche afkomst, heeft het grootste gedeelte van haar leven in Duitschland doorgebragt, en van Engeland schier niets gezien. Zij gevoelt zich dan ook in Duitschland beter op haar gemak dan in Engeland, en het is ook in Duitschland, ddt de knoop der gebeurtenissen, die ons verhaald worden, zich ontwikkelt. De schrijfster verplaatst ons slechts in het eerste deel voor eenigen tijd in Engeland, maar vervolgens in de Beijereche Hooglanden, meestal te midden van eenvoudige landlieden en bergbewoners, met wier zeden en leefwijze zij eene bekendheid verraadt, die ons doet vermoeden, dat zij persoonlijk gelegenheid heeft gehad hen zeer van nabij gade te slaan; en dat het haar aan opmerkingsgave en wereldkennis niet ontbreekt, hebben wij in hare vorige werken