is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1862, 01-01-1862

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sten en meer, die daar soms bij tegenwoordig waren" (blz. 22) overdreven te noemen is. Wanneer dat woord vorsten vervangen wordt door de uitdrukking leden van den hoor/en adel, zal men nader bij de waarheid zijn.

Sprekende van de vrijplaatsen, zegt de schrijver op blz. 25: // Vlugtte de boosdoener in eene kerk, kapel of op een kerkhof, die men als heilige wijkplaatsen beschouwde, dan was hij vrij van alle aanranding." Zeer juist; doch er dient bijgevoegd te worden, dat men die plaatsen omsingelde en den misdadiger allen toevoer van levensmiddelen of gelegenheid tot ontwijking afsneed; zoodat hij, wist hij de waakzaamheid zijner belagers niet te verschalken, de keus had tusschen overgave of verhongering.]

De uitdrukking u vorstelijke graven" (blz. 30), gebezigd met betrekking tot de graven van G-elder, wil ons niet bevallen. De oude Duitschers spraken wel van een //gefürsteter Graf," doch dat is een omhaal, waaraan hunne taal niet, de onze wel vreemd is. Een ngejilrsteter Graf" is een i/Fürst," even als een ngegrafter Freiherr" een n Graf" en eeu ugefreiter Adlijer" een «Freiherr''' is. De vermelding, dat de graven van Gelder souvereine graven waren (behoudens hunne betrekking tot het Duitsche rijk), zou dus duidelijker zijn.

Dat de gilden den naam zouden ontleenen aan het geld, hetgeen zij aan den heer der plaats (blz. 31 moesten opbrengen, zouden wij zoo gaaf niet durven toegeven. De beteekenis van dit overoude woord schijnt meer te zijn: zamenkomst, gemeenschap in krijg of vrede. Van daar, dat ook genootschappen tot wapenoefening of landsverdediging te regt den naam van gilden konden dragen. De schrijvers, die in het algemeen het gevoelen van den heer K. zijn toegedaan, zijn meerendeels van meening, dat het geld werd zamengebragt, om daarvoor vrolijke vergaderingen te hebben , waar duchtig gedronken werd.

De veelvuldige maaltijden en drinkgelagen in den ouden tijd vorderden natuurlijk vele uitgaven; //evenwel," teekent de schrijver aan (blz. 46), // waren de kosten niet zoo groot als ge misschien denken zult;" en dan volgen de bekende opgaven, met hoe weinig loon een ambachtsman toen volstaan kon, en hoe gering de uitgaven waren, wanneer