is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1863, 01-01-1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En Lodewijk XVIII en zijne hovelingen , met hart en ziel gehecht aan oude etiquette en versleten instellingen, niet bevroedende dat in twintig jaren de tijdgeest eene eeuw was vooruitgegaan, en magteloos om den naderenden storm te bezweren, hadden in tijds de vlugt genomen en eene wijkplaats gezocht in het naburige België.

Snel als altijd in zijne handelingen, de teugels van het bewind met vaste hand voerende, en met scherpen, bijna profetischen blik overziende wat gebeuren zou, toefde hij niet zijne plannen te ontwerpen. In weinige weken stond een leger van 150,000 strijders onder beproefde krijgsoversten gereed om zijne bevelen uit te voeren, en in nog minder tijd kon dit leger meer dan verdubbeld zijn.

Europa sidderde, en Nederland, nu met België vereenigd en tot een koningrijk verheven, vreesde het ergste. Nog maar weinige sporen waren uitgewischt van het harde juk, zoo lang, zij het ook morrende en vloekende op den overweldiger , gedragen. Die prefecten, die douanen, die regie, die stilstand van allen handel, en die snel toenemende verarming ... zou Napoleon hen niet met scorpioenen geeselen over hun verheugd //Oranje boven!" van 1813?

Maar niet zuchtend en weeklagend legden zij moedeloos de handen in den schoot; op den wapenroep van den koning snelden duizenden Hollanders en Belgen onder den standaard van den ridderlijken erfprins heen, daar waar het gevaar dreigde.

Ook de andere mogendheden verzamelden in allerijl hunne pas ontbonden legers. Brussel was het punt, waar Engelschen en Pruisen, versterkt door Nederlanders en Hannoveranen, met de snelheid van het weêrlicht heentogen. Hier moest het zijn, waar den kolossus zou ineenstorten, of — het land verloren gaan!

Met mannenmoed hebben wij de wandeling — neen, den togt aangevangen langs den weg, die door de met bloed gedrenkte velden voert. Het blijkt dat onze gids niet gelogen heeft, toea hij zeide, dat hij hier ergens — dat is, in het land waar kinderen zoo hard loopen — geboren is; want onze wandeling heeft wel iets van eene wedren.