is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1863, 01-01-1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en waarlijk ia die geelgrijze steen gevormd als een waterval, die zich van het eene teras op het andere naar beneden stort; daar de //Draperie". Denk u eens die wilde, vormlooze omgeving weg, en houd uwe kaars daarvoor en een ander de zijne daarachter, dan is de uitwerking betooverend. Een weinig doorschijnend vertoont het geheel een kleed, in schilderachtige lijnen geplooid.

Hoe diep wij in den berg reeds zijn doorgedrongen ? Wie denkt aan tijd en ruimte bij de gejaagdheid, waarmede wij den gids op zijne schreden volgen en bij de koortsachtige spanning der vrouwen, die mogelijk wanen dat ze alreeds tot het schimmenrijk behooren. Komaan! klim maar op die hobbelige, uitgesleten treden, tegen die hoogte in, die daarachter in zoo stikdonkeren nacht zich verliest, en grijp, als ge uitglijdt, maar het eerste het beste voorwerp vast, dat ge ontmoet, en let niet op die diepe rotskloven, waarlangs wij gaan, en waarin ze zouden neerstorten, als wij uitgleden. Het lukt.

Het is eene hoogte, waarop wij staan, een soort van bergrug. Een der heeren, een weinig driftig in zijn lust tot onderzoek, wil den gids voorbijsnellen, doch wordt met kracht teruggestooten. Die hoogte loopt hellend af; en die donkere ruimte, die, door onze kaarsen verlicht, met zijne wijkende rotswanden ons eindeloos toeschijnt, bevat niet anders dan water. Hoor! al de waterdroppels, die van het hooge gewelf vallen en den druipsteen vormen, klinken in de verte en naderbij ons in het oor. De gids werpt een steen in den stroom, om de diepte aan te toonen; doch het geluid bereikt ons niet. Lag er een bootje, dan zouden wij het wagen verder door te dringen; nu houdt hier de togt op. Keeren wij dus voor een oogenblik terug, alweer een gang in.

Daar is een trap, dien wij moeten afdalen. De voorsten zijn reeds begonnen. Zie eens hoe klein ze worden! De afgrond moet vrij diep zijn.

// Yoorzigtig B*##! je kaars!" — //Och, die drommelsche kaars staat niet vast." — // Hier! steek aan en opgepast! Kijk eens naar beneden; een koddig geaigt. Precies een troepje Esquimoos in beerenvellen, met den kap over het hoofd." — // De vrouwen zijn alle vooruit en houden zich goed.» — // Maar zien vrij benaauwd. Als ze het geweten