is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1864, 01-01-1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liaal begon. // Gij zoudt in tien minuten bij hem terug wezen, en die zijn al lang om." — // Hij zal wel wachten. Misschien is zij ook wel naar hem toegegaan." — // Met haren man?" — //Dat is niet onmogelijk. Vertel nu maar op!"

Wat ik hem had mede te deelen, was juist zooveel niet. Vóór omstreeks een jaar of vier uit een der meest verwijderde provinciën van den staat herwaarts verplaatst, wilde ik op mijne lange reis van tweehonderd mijlen bij een vriend een bezoek afleggen; het was ruim halverwege van hier. Hij was crimineel regter, even als ik. Mijn vriend was niet te huis, maar op het geregtshof, zoo als men mij zeide. Ik begaf mij daarheen. Zijn parquet werd mij aangewezen. Hij was daar bezig met allerlei lieden te verhooren. Dit was mij des te aangenamer, daar ik hem midden in zijne bezigheid vond, en ik trad onaangemeld de kamer binnen. Hij was daar met zijnen griffier en een man, dien hij verhoorde. Wij drukten elkander de hand tot een hartelijken groet, zonder dat onze namen daarbij genoemd werden. Weinige oogenblikken later verliet de man, dien hij verhoord had, het vertrek, en hij wenkte den griffier om zich mede te verwijderen.

Toen wij alleen waren, begon mijn vriend: // Hebt gij dien man wel gadegeslagen, dien ik daar verhoorde?" — //Ja." — //Is u niets aan hem in het oog gevallen?" — //Het was een klein, leelijk man, met borstelig zwart haar, zamengeknepen lippen en een vuurrood gezigt." — // Zijn gelaat is anders bleek, zeer bleek." — "Hij was derhalve geheel in spanning?"— //Van het verhooren."— //Was hij een beschuldigde?"— //Hij was getuige, maar ik geloof een getuige, die als beschuldigde hier staan moest." — //Hij scheen tot den fatsoenlijken stand te behooren!" — // Hij is een grondeigenaar hier in de omstreken, de baron... Verduiveld!" viel ik mijzelven in de reden, //daar had ik waarachtig zijnen naam op de tong, en daar ontsnapt hij mij weder!" — // Hij zal u wel weêr invallen; vertel verder!" zeide de controleur. Ik verhaalde verder wat mijn vriend, de regter van instructie, mij verteld had.

Een paar mijlen ver was het in een dorp jaarmarkt geweest, en wel een, die altijd zeer bezocht was. De voornaamste bezoekers waren de rijke grondeigenaars en de dik-