is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1864, 01-01-1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

F rits begon juist luide te applaudisseeren, toen de deur geopend werd en de voerman met Maarten binnentrad, de eerste met een grooten reiszak, terwijl de ander op een groot blad de benoodigdheden voor het ontbijt droeg, dat er veel beter uitzag, dan men had durven verwachten. Want behalve het noodige brood in eenige soorten, zette Maarten een goed bord met saucijs, eene halve zoetemelksche kaas en boter op de tafel, terwijl de geurige koffij met de dikke room en de boerenklontjes, zoo als Wim aanmerkte, zelfs een Bacchus in eigen persoon tot drinken zou hebben verlokt.

// Ik hoop, dat het zóó naar zin van de heeren iszeide Maarten, nadat hij ook pijpen en tabak had klaar gezet. //En als de heeren nu soms iets anders verlangen, daar in den hoek is eene schel." — // Het zal zich wel schikken antwoordde Wim met een hoofdknikje, dat aan Maarten zooveel wilde zeggen, als dat hij kon heengaan.

//Wel, Dirk!" dus sprak F rits den voerman aan, zoodra zij met dezen alleen waren: // onze waard schijnt je nog al aardig aan de praat te hebben gehouden ? Maar kom, jongen! neem nu een stoel, en doe als of je te huis waart; je bent heden onze gast."— // Nu," antwoordde Dirk , terwijl hij op de punt van een stoel plaats nam en , het voorbeeld van zijne gastheeren volgende, zich eene stevige boterham gereed maakte, // de man was nog al aardig nieuwsgierig. Eerst had hij gedacht, dat de heeren kwamen visschen, en zeide, dat dit van daag niets gaf, omdat de wind oost en de lucht te helder was. Toen vertelde hij mij, dat men van daag in het dorp feest viert, omdat er in de krant staat, dat het spoor hier langs zal komen. En daarna zei hij eensklaps met zekere slimheid : // Beste maat! je behoeft mij niet te vertellen, wie je heerschappen zijn; want ik heb het al geraden." — //Zoor" vroeg ik, terwijl ik er waarempel van schrikte. — //Ja zei hij weder: // 't zijn stellig de heeren van het Waterschap , die de burgemeester hier verwacht, om den grond te keuren en den weg te meten." \\e 1 drommels, dacht ik, dat zal den heeren, en vooral meneer Wim, lijken , en ik liet den man stilletjes in die meening. Nu vroeg hij nog, waarom dan de heeren zoo onbekend wilden blijven, daar de burgermeester zeker in zijn nopjes zou zijn, als hij zulke voorname heeren mogt spreken, en of hij het hem