is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1864, 01-01-1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

// Maar mevrouw. u oordeelt werkelijk te gestreng!..." — //Zou u den zelfden raad gegeven hebben, doctor? Nu, of ik er aan twijfel!" — //Ik zou moeder en kind hebben moeten zien en onderzoeken, mevrouw!" — // Laat ik u iets anders vragen; mag ik?" — //Met genoegen." — //Houdt u het er voor, dat de melk van eene frissche, gezonde moeder, eenige dagen na hare bevalling, te zwaar voor haar zuigeling kan zijn?" — //Mevrouw, ik zou alweder moeder en kind moeten zien en examineeren; er zijn zoo vele —" — // Ik weet het beter, doctor ! gij houdt evenmin van die nieuwe fratsen als ik. Wie heeft het ooit gehoord, dat hetgeen onze Lieve Heer schenkt niet goed zou zijn. Och doctor, het gaat met vele van uwe jonge collega's als met die vrouw uit het bekende vertelseltje, — van die vrouw, weet u, die aan God gelijk wou zijn." — //Die vergelijking houdt geen steek, lieve Gertruida!" — //Zoo manlief, en waarom niet?" — //Omdat die vrouw wenschte te zijn als God, terwijl zij, waarover gij spreekt, naar uwe meening, zich boven onzen lieven Heer willen verheffen." — //Ja, dat doen ze God betert!" hernam de nieuwbakken mevrouw met een gelaat zoo rood als vuur, en op een toon, die meer in een achterbuurt dan in een beschaafd gezelschap te huis behoorde.

De doctor schudde het eerwaardig hoofd en bewaarde het zwijgen.

//Ik maak me onwillekeurig warm, als ik zulke dingen zie en hoor!" voer ze als in éénen adem voort. //En mijn Hemel, wie zou het niet worden! Hebbende vrienden, zoo als ze hier zitten, niet, even als ik, die goddelooze advertentie in de courant gelezen? —//Welke?" vroegen allen te

gelijk. //Wel, van dat melkpoeijer. Schreeuwt het niet

ten hemel, de moedermelk, die God de Heere gaf, te verwerpen voor een ellendig poeder, door wie weet wat kwakzalver uitgevonden en zamengemengd ?" //Maar mevrouw, welk geneesheer schrijft dat poeder voor?"— //Dat doet er niet toe; het tuig is er, het bestaat, het wordt verkocht, en nu zullen er wel gekken genoeg gevonden worden, die het voorschrijven en aanwenden. Hoe gaat het met de Haarlemmer olie, de Holloway-pillen O, het is God geklaagd !"

Allen zwegen, overtuigd, dat het vruchteloos zou zijn,