is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1864, 01-01-1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verder lot geheel en met innige liefde in uwe handen." — u Angeline, vertrouw op mij! Ik zal over u waken, als over het leven van mijn leven. Spoeden wij ons thans; ginds bij het tolhek wacht ons een rijtuig, dat ons onmiddelijk naar B. zal brengen, om morgen ochtend van daar verder te gaan." Na deze woorden vatte Julius de hand van het meisje in de zijne, en in een ommezien waren zij verdwenen.

Ik wist niet waarom, maar het trof mij geweldig, toen ik de jeugdige, onschuldige minnenden, geheel door hunne liefde weggesleept, de plaats zag verlaten, waar zij zóóvele gelukkige dagen hadden gesleten, om welligt eene even duistere als gevaarvolle toekomst te gemoet te gaan. Het was mij, als ging met hen alle levensvreugde op het kasteel en ook mijn bloei en geluk voor altijd daarheen.

Wat er den volgenden morgen op het kasteel te doen was, valt ligt te begrijpen. De baron was radeloos, zoo van smart als van woede; hij liet onmiddelijk alle mogelijke nasporingen in het werk stellen; doch te vergeefs : van de vlugtenden was nergens eenig spoor te ontdekken.

Des anderen daags, tegen het vallen van den avond, zag ik den baron, door den ouden tuinier vergezeld, op mij afkomen. De edelman zag er zeer ter neder geslagen uit; ja, het was, als had het verdriet hem in eenen enkelen dag veel ouder doen worden. //Johan!" dus voegde hij op somberen maar ernstigen toon den tuinier toe, terwijl zij beiden onder mij bleven stilstaan : u morgen vroeg, bij mijn ontwaken , moet deze schoone boom geveld zijn. Ik kan hem voortaan niet langer voor mij zien; hij herinnert mij te zeer aan mijne ellende." — u Hoe, genadige heer!" sprak de tuinman met verbazing, terwijl hij medelijdend naar mij opzag: vis u dat ernst?" — //Ik zeg u, het moet geschieden, Johan! Spreek mij derhalve niet tegen, en laat morgen met het krieken van den dag ten uitvoer brengen, wat ik u beveel; want een gedurig gezigt op dezen boom zou mijnen dood verhaasten."

Lieve lezer! behoef ik u te zeggen, met welk eene ontzetting ik mijn wreed, onverdiend vonnis aanhoorde, en welk een verschrikkelijken, bangen nacht ik doorbragt ? Kan er wel iets ijselijkers bestaan dan de nacht, die voor den