Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onvermijdelijke vermindering der zaak, welke schade zij met twee jaren winstderving gelijkstellen;

dat, aangezien de jaarlijksche winst j 5000 bedraagt, hiervoor eene schadevergoeding van f 10,000 kan worden gevraagd ;

0. hieromtrent, dat de deskundigen, behalve de bovengemelde waardering der fabriek , elk ander element van schade buiten rekening hebben gelaten, en het Openb. Min. ook hierin eene aanleiding heeft gevonden, om tot de benoeming van andere deskundigen te concluderen;

O., dat zoodanige maatregel niet noodig voorkomt;

dat toch een nieuw onderzoek van deskundigen eerst dan onvermijdelijk zou zijn, wanneer het den regter niet mogelijk is uit andere gegevens tot eene beoordeeling en beslissing te geraken van die schadeposten , welke alsnog in aanmerking komen;

dat hier vergoeding gevraagd wordt wegens den stilstand der fabriek, en deze, naar de algemeene beginselen, welke men bij de oprigting van nijverheids-ondernemingen gewoon is als regel aan te nemen, kan worden beoordeeld en vastgesteld, te meer, omdat deze schade uit den aard der zaak voor eene juiste specificatie minder vatbaar is; dat als een noodwendig vereischte kan gelden , dat eene nijverheidsonderneming minstens 10 pet. winst moet afwerpen van het daarin gebezigd kapitaal, om als eene goede en prospererende zaak in aanmerking te kunnen komen , van welke winst dan gewoonlijk 4 pet. wordt afgetrokken voor onderhoud en slijtage als anderzins ;

dat niet is wedersproken , dat de plaatzagerij , die door den ged. en den interveniënt in het te onteigenen gebouw wordt uitgeoefend, eene winstgevende zaak is , thans in goeden toestand en volle werking , zoodat de schadevergoeding, berekend naar bovengenoemden maatstaf, billijk mag worden geacht en derhalve geene nadere toelichting betreft;

dat voor de oprigting der fabriek wordt vereischt eene som van f 44,000; dat eene som van ƒ 6000 bovendien voor bedrijf kapitaal niet te hoog te achten is , weshalve het geheele kapitaal, waarmede de fabriek werkt, op f 50,000 kan worden gesteld, waarvan 10 pet. is f 5000;

dat echter die vergoeding niet langer dan achttien maanden in rekening kan komen, omdat na den tijd voor den bouw en de inrigting, twaalf maanden, een termijn van zes maanden voor behoorlijke in-werking-brenging van de fabriek voldoende te achten is;

dat alzoo als tweede post behoort te worden vergoed 1.0 pet., berekend van het bereids aan de gedaagden toegekende kapitaal over een en een halfjaar, waarvan echter moet worden afgetrokken 4 pet., vermits hier geen sprake kar. zijn van onderhoud of slijtage, derhalve eene som van f 4500 ;

dat verder gevorderd wordt eene som van f 9132, als vergoeding voor een gedeelte van het werkvolk (de zoogenaamde staf), dat de gedaagden wenschen aan te houden, omdat de uitoefening van dit handwerk, als van bijzonderen aard, slechts door weinigen grondig wordt gekend;

O. echter , dat dit beweren geheel onbewezen is, en bovendien dat, zoo hierin voor de gedaagden eenige schade mogt gelegen zijn, deze niet kan worden aangemerkt als een dadelijk gevolg der onteigening; dat derhalve de gedaagden in deze vordering niet-ontvankelijk zijn; dat als laatste post door den ged. wordt in rekening gebragt/700 voor verhuiskosten ; dat deze schadepost niet kan geacht worden begrepen te zijn onder de kosten van inrigting eener nieuwe fabriek; dat de deskundigen in hun rapport uitsluitend hebben gewaardeerd de kosten tot het uitsluitend daarstellen van eene andere houtzagerij ;

dat de ged., die de thans bestaande fabriek bewoont, en die bovendien eene groote hoeveelheid hont, op de werkplaats aanwezig , zal moeten vervoeren, regt heeft op eene vergoeding deswege;

dat eene som van f 700 niet als overdreven te beschouwen is, en derhalve behoort te worden toegewezen;

dat alzoo des eischers aanbod niet is voldoende, maar evenmin de vordering van ged. en interveniënt, zoo als zij daar is liggende, voor toewijzing vatbaar is;

Gezien de artt. 147 der Grondwet, 3, 4, 18, 37, 39, 40, 42, 50 en 54 der wet van den 21 Aug. 1851 (Stbl. n°. 125), 625 en 671 B. W.;

Regt doende enz.,

verklaart hfit. aanbod des eischers onvoldoende;

Stelt de som, door den eischer als schadeloosstelling te betalen, vast

op f 43,975 , verhoogd met t 4.i0U, wegens ae scriaue, luegcHnnr dpn vernlicrten stilstand van het bedrijf en wegens de onver■

miirloliike vermindering, ook na de hervatting, alsmede met f 700

voor de veroorzaakte kosten van verhuizing en het transport der aanwezige houtwaren , alzoo te zamen uitmakende ƒ 49,175;

Verklaart, dat de eischer, na voorafgaande betaling of consignatie der voormelde som van f 49,175, den eigendom zal hebben verkre¬

gen en zich zal mogen stenen in net oezn, uur uuhch

11 n». 7821 . met de daarbij behoorende machineriën.

losse en vaste gereedschappen, en dat door de overschrijving van dit vonnis in de registers van eigendomsovergang ten kantore van den bewaarder der hypotheken aldaar de eigendom van meergemeld perfp«l *nl overgaan oo den eischer , vrii van alle lasten en regten;

Beveelt, dat dit vonnis, overeenkomstig de wet, zal worden aanrrplcnnflicrd in het Alaemeen Handelsblad:

Verklaart den ged". en den interveniënt niet-ontvankelijk in hunne vordering, betreffende de gevraagde f 2132, tot het in dienst houden van werkvolk , en ontzegt hun het meerdere door hen gevorderde; Veroordeelt den eischer in de kosten van het proces, daaronder

begrepen, die bij vonnis van b JNov. 1871 zijn gereserveerd.

f Gepleit voor den eischer Mr. A. J. Hovy , en voor den gedaagde

\ ... -1» T . A "DTTT X TT1Ö "\

en mtervenient mr. jm*.

KANTONGEftEGTEN.

KANTONG EREGT Ti£ RHENEN.

Zitting van den 10 Maart 18 Kantonregter, J. C. P. E. Menso.

Eisch tot ontbinding der huur-overeenkomst, op grond van wan>

betaling der huurpenningen.

J. van Doorn, eischer, procureur M. L. Celosse, te Amersfoort,

tegen

A. de Haas, gedaagde, procureur Mr. J. W. Sluiter, te Amersfoort.

De kantonregter enz.,

Overweaenae in uaauaa^eu. , , ~ - t

- . u:: tron rif»n rlpiiva/nnrr f»r l l-r. .1.

dat den verweeruer , uij cap"" . . . ; . 7

Wolters van den 18 Febr. 1871, ter requisitie van den eischer, na met sommatie tot betaling van zijne verschuldigde huurpenningen, ter somma van ƒ 26, te zijn gesteld in verzuim, is gedagvaard, zooals dien-overeenkomstig door den eischer ter teregtzitting van den 3 dezer maand Maart is geconcludeerd, daartoe strekkende, ten einde: Aangezien de eischer aan den ged., bij monde, voor eene som van

r . t ,i_._ • fflymiinon van f 13.

f 52 'sjaars, te oetaien m uij.cm»auuonja.o^uv » — / — »

heeft verhuurd het thans nog door hem bewoond wordende woonhuis met ongeveer 85 aren bouwland en heidegrond, staande en gelegen in de gemeente Maarn, zijnde het huis, gemerkt n°. 55, en met het

, .. , . ... I • 1 .1 ï .3 . t? ,1a

daarbij gelegen bouwland en iicuegruuu, uuuenu reu zuiucu j.». u*. Kuyt, ten westen den Hoog 'Welgeb. heer Baron van Lijnden, ten oosten J. van Galen en ten noorden G. Schuurman;

A. de 2ed.. ondanks alle minnelijke aanmaningen en zelfs, niet¬

tegenstaande hij daartoe bij geregtelijk exploit van hem deurwaarder is gesommeerd en dienvolgens dienaangaande is gesteld in verzuim, in gebreke is gebleven de op den 1 Oct. 1870 en den 1 Jan. 1872 verschenen kwartalen huurpenningen ten gezamenlijken bedrage van f 26 te voldoen ;

mitsdien, bij vonnis van den heer kantonregter voornoemd, te hooren verklaren ontbonden de hiervoren omschreven, tusschen partijen bestaande huur, en dien ten gevolge te worden veroordeeld om het,

in voege voormeld, door hem gehuurde vast goea ie ontruimen urie dagen na beteekening van het vonnis, hetzelve alzoo ledig te maken en de sleutels daarvan aan den eischer over te geven , en om tevens den eischer bij het voormeld vonnis te zien magtigen om, bij gebreke van dit een of ander, den ged. tot het doen der voormelde ontruiming te noodzaken, met verdere veroordeeling van den ged. om, tegen behoor'iiike nuitantie. aan den eischer te voldoen eene somma van

ƒ52, of zooveel minder als de regter zal oordeelen aan den eischer

toe te komen , en zulüs ter vergoeding van ae door ae naiauguciu

van den ged. in de voldoening van de door hem bij ae voormelde mondelinge huur aangegane verbindtenis geleden of te lijden schade, alles met veroordeeling van den ged. in de kosten van dit regts-

geding;

dat de verweerder voor antwoord lieert gezegd: uat ae onuerwer-

pelijke huur is aangegaan met bepaling, dat, wanneer de verhuurder mogt komen te trouwen, de helft van het verhuurde door hem zeiven

zou worden in gebruik genomen ; dat, üe vernuuraer in de inaanu Oct. 1869 getrouwd zijnde, de huurder alzoo van af den 1 Nov. 1869 maar tot de helft van het gehuurde is geregtigd geweest, en dus ook van af dien tijd de oorspronkelijke huurprijs tot op de helft is verminderd , met aanbod die overeenkomst door getuigen te bewijzen, daarvan tevens acte verzoekende; dat de huur, waarvan de eischer de ontbinding vordert, niet meer bestaat, en dus ook niet voor ontbinding vatbaar is; dat hij verweerder, wegens de bestaande huur, bereid is tot betaling van het door hem verschuldigd bedrag, ter somma van ƒ 13, met bereidverklaring en aanbieding de uitbetaling daarvan dadelijk ter audiëntie te doen; concluderende mitsdien, dat aan hem de verzochte acte zal worden verleend, en voorts de eischer

zal worden verklaard niet-ontvankelijk in zijne vordering, ofte wel

aan nem ontzegd, met veruuiucBuug in ue huskju;

dat de eischer bij repliek heeft gezegd: dat, wat er ook zijn mag

van het beding, door den verweerder voorgedragen als door den eischer gemaakt, om namelijk de helft van het verhuurde te kunnen terugnemen, daarvan door den eischer geen gebruik gemaakt zijnde, dat beweerde beding dan ook op de oorspronkelijke huur-overeenkomst buiten eenigen invloed is gebleven, ook wat den verweerder betreft, zoo als daaruit blijkt, dat door hem van de huur, verschuldigd na

den 1 Nov. 1869, zijn betaald drie termijnen, ieder ad f 13, overeen¬

komende met het oorspronkelijk bedrag der huur en de thans ingestelde vordering; dat hij met het aanbod van den verweerder, ten bedrage van ƒ13, in plaats van de gevorderde f 26, geen genoegen kan nemen , maar daarentegen bij deszelfs eisch en conclusiën ver¬

klaart te blijven persisteren;

dat de verweerder bij dupliek heelt te Kennen gegeven - uat ut. betalingen van de drie termijnen , verschenen na den 1 Nov. 1869 ,

ieder ad / 13, ofschoon onverschuldigd, door hem zijn gedaan om met den eischer buiten moeijelijkheden te blijven , en mitsdien ins¬

gelijks bij deszelfs conclusiën te persisteren j

O. in regten:

Iiiilip.nartiien het omtrent de daadzaken niet eens zijn, het

bewijs door getuigen kan worden verzoent en uevoien , 111 nei

. i 1 • J j. _ i. .1 „ 1 l:„„: An nn«lr .

de daadzaken Kunnen leiuuu tut ut; uesnaamg v»u uo /-«atv 3

dat een ieder verpligt is tot de nakoming zijner verbindtemssen; dat den huurder, als eene hoofdverpligting , gehouden is om den

huurprijs op de bepaalde termijnen te voldoen; en dat de ontbindende

voorwaarde altijd wordt verondersteiu in weuerseerige overeeiis.omsi.Bii plaats te grijpen, ingeval eene der partijen aan hare verpligtingen niet voldoet; alsmede dat de ontbinding kan worden gevorderd, met vergoeding van kosten , schaden en interessen;

O. eindelijK, dat:

Aanaezien de bepaling . waarop de verweerder zich beroept, een

hprtinp-betreft, volgens welke de eischer, ingeval van te trouwen, het

regt zou hebben de helft van het huis en land zelf in gebruik te nemen, echter zonder eenige bijgevoegde aanwijzing, die helft betreffende,

en mitsdien zonder nadere overeenKomsi van partijen, met voor uitvoering vatbaar, en het ook niet blijkt, dat beding later is behandeld of zich daaromtrent eenig geschil heeft voorgedaan , alles met dat gevolg, dat er niets te bewijzen overig zijnde, dus ook het door den

verweerder verzoente Dewgs van getuige. komen;

A. door de erkenning van den verweeraer ae wettigneia en net bedrag der vordering van den eischer voldoende in regten is bewezen;

A. de verweerder, door het niet-betalen der verschuldigde huur , aan zijne wettige verpligtingen niet heeft voldaan ; en

A. de verweerder door het bedrag der gevorderde schadevergoeding niet wordt bezwaard;

Dienvolgens met het verleenen van acte aan den verweerder van het door hem aangeboden en verzochte bewijs door getuigen , doch voorbijgaande dat aanbod en verzoek, als niet ter zake dienende, de conclusiën van den eischer behooren te worden toegewezen ;

Gezien de artt. 1302, 1303, 1374, 1417, 1584, 1594 en 1962 B. W., art. 42 R. Ö. en de artt. 103 en 56 B. R.;

Regt doende in het eerste ressort,

Verleenen acte aan den verweerder van het door hem aangeboden en verzocht bewijs door getuigen; doch voorbijgaande dat aanbod en verzoek, als niet ter zake afdoende;

Verklaren ontbonden de hiervoren omschreven tusschen partijen bestaande huur, ter zake van wanbetaling der huurpenningen;

Veroordeelen dien ten gevolge den verweerder om het, in voege voormeld, door hem gehuurde vast goed te ontruimen drie dagen na de beteekening van dit vonnis, hetzelve ledig te maken en de sleutels daarvan aan den eischer over te geven;

Magtigen tevens den eischer om, bij gebreke van dit een of ander, den verweerder tot het doen der voormelde ontruiming te noodzaken;

Veroordeelen verder den verweerder om, tegen behoorlijke quitantie, aan den eischer te voldoen eene somma van f 52, en zulks ter vergoeding van de door de nalatigheid van den verweerder in de voldoening van de door hem, bij de voormelde mondelinge huur, aangegane verbindtenis, geleden of te lijden schade; en ° Veroordeelen eindelijk den verweerder in de kosten van het regtsgeding.

ÏÏÜOGB RAAD.

Burgerlijke hamer.

Zitting van Vrijdag, 21 Junij.

Voorzitter, Mr. F. de Greve.

Uitspraak gedaan in zake:

1°. (eerste aanleg) F. Pijl, eischer, procureur Mr. M. Eyssell, tegen den Staat der Nederlanden, gedaagde, procureur Mr. C. J. Franpois. Geroyeerd van de rol.

2". (cassatie) E. Dijkhuis, wed. L. Heeres, eischeresse, procureur Mr. J. H. C. Lisman, tegen K. A. Bosman, wed. K. H. Nieborg, c. s., verweerders, procureur Mr. J. van der Jagt. Verworpen.

3o. (id.) A. van Grafhorst, eischer, procureur Mr. M. Eyssell» tegen P. A. Bundten, verweerder, procureur Mr. C. J. Franfois. Verworpen.

4". (id.) .T. Brummelhuis, eischer, procureur Mr. M. Kyssell, tegen D. ten Doesschade en J. W. Zigeler, verweerders, procureur Mr. J. van der Jagt. Verworpen.

5°. (eerste aanleg) C. Bosman, eischer, procureur Mr. M. Byssell> tegen den Staat der Nederlanden, gedaagde, procureur Mr. C. J. Fran<;ois. De vordering van den eischer toegewezen en den gedaagde veroordeeld aan den eischer, voor de onteigening van zijn gezond vee, te betalen eene som van j 3980, met de renten h, 5 pet. van af 17 Febr. 1867.

6°. (id.) den Staat der Nederlanden, declarant, procureur Mr. C. J. Fran$ois , tegen A. Zwijnepoel, gedeclareerde, niet com' parerende, üe kosten begroot.

7°. (koloniaal) de Regering van Ned. Indië, declarante, procureur Mr. C. J. Franijois, tegen H. P. T. E. Mac Gillavry c. s., gedeclareerden, niet comparerende. De kosten begroot.

8°. (revisie) de Zeeuwsche maatschappij van stoomvaart, eischeresse, procureur Mr. J. H. C. Lisman , tegen den Staat der Nederlanden, verweerder, procureur Mr. C. J. Fran<;ois. Het tusschen partijen den 9 Junij 1871 gewezen arrest bevestigd.

NB. Donderdag is er geene zitting gehouden.

BENOEMINGEN, VERKIEZINGEN ENZ.

Bij Z. M. besluit van den 19 dezer, n°. 14, is benoemd tot procureur bij de Arrond.-Regtbank te Appingedam, Mr. J- Nanmnga Uitterdijk, wonende te den Horn , gemeente Aduard.

— Bij Z. M. besluit van dezelfde dagteekening, n". 15, is benoem tot regter in de Arrond.-Regtbank te Tiel, Mr. E. H. Karsten, thans plaatsvervangend kantonregter en advokaat te 's Gravenhage. _

— De Arrond.-Regtbank te Rotterdam heeft, ter vervulling der vacature van kantonregter in het kanton Hillegersberg, ontstaan door de benoeming van den vorigen titularis, Mr. J. H. van Mierop, to^ kantonregter te Gouda, de volgende aanbevelingslijst opgemaaktlo. Mr. S. J. Fockema Andreae, kantonregter te Lemmer; 2°. Mr. A. van Deinse, kantonregter te Hindelopen, en 3°. Mr. O. Stembeig» griffier bij het Kantongeregt te Ridderkerk.

ADVËRTENTIEN.

geval De ERVEN E. BOHN, te Haarlem, geven uit:

SCHETS VAN HET

MRLANDSCHE MOELSRlf.T,

door Mr. T. M. C. ASSER,

Hoogleeraar en Advocaat te Amsterdam.

le Aflevering. Prijs compleet i)a 4 afl., circa f 2>. •

Bij M. en E. C. WESTERMAN, Boekdrukkers,

Z. O. Achterburgwal, te Amsterdam,

komt van de pers:

DE TWEEDE DRUK VAN

DROOM VAN EEN WOUUI-BE MINISTER.

Prijs 30 cents.

Bij GEBR. BELINEANTE, te Hage ziet hel licht:

ADVIEZEN EN BESCHOUWINGEN

OVER DE VRAAG VAN

HERZIEM& m ABT. 56 DER GROfflf ïl

Mr. P. VAN BEMMELEN, Prof. J. T. BUYS, Mr. Cr. VAN OOSTEB/WIJK, Prof. B. D. H. TELLEGEN en Prof. G. W. VEEEDE.

Uitgegeven door het Hoofdbestuur van het

Algemeene Nederlandsche Vredebond. —

Prijs / 1.

Snelpersdruk en Uitgave van

BELDVFASTE, te 's Sraïenhftge»

Sluiten