Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat uit de bekentenis van den ged. op de teregtzitting en die, aan , de getuigen gedaan en vermeld in hun proces-verbaal, voortvloeit: j

dat, sedert de wet op het lager onderwijs is ingevoerd, aan het hoofd' van de school des gedaagde, bij voortduring, zij het ook met enkele tusschenpoozen, hoofd-onderwijzers hebben gestaan, doch sedert het vertrek van den hoofd onderwijzer O. in het jaar 1873 door den ged. geen hoofd-onderwijzer op nieuw is aangesteld ;

dat uit de bekentenis van den ged., ter teregtzitting afgelegd, nog blijkt van de navolgende feiten : dat de ged. de noodige hulp-onderwijzers aanstelt en bezoldigt en ontslaat; dat hij met die hulp-onderwijzers regelt de vakken van onderwijs en de uren, daaraan te besteden, waarvan een rooster wordt opgemaakt; dat hij toeziet, dat die vakken behoorlijk worden gegeven, en dat, indien de hulp-onderwijzers dien rooster niet naleefden , hij hen des noods zou ontslaan, terwijl het gebruik der boeken afhangt van des gedaagdes beslissing, of deze ook strijden met de begrippen van de Israëlitische godsdienst; dat hij de leerlingen aanneemt, en de vacantiën vaststelt; dat (hoezeer het geval zich nog niet voordeed) de ged. niemand kon aanwijzen, die bij ongeregeldheden of anderzins de leerlingen van de school kon verwijderen ; .

O., dat, volgens de verklaringen der getuigen en die van den ged., de tabellen voor de school-commissie vroeger werden onderteekend en ingeleverd door den hoofd-onderwijzer der school van den ged. ;

0., dat uit de bekentenis van den ged. en het getuigenis van den tweeden getuige blijkt, dat, sedert het vertrek van den hoofd-onderwijzer O., de"ged. zelf die invult en teekent N. N., hulp-onderwijzer ;

0., dat de ged. buiten regten aan de leden van de plaatselijke schoolcommissie, volgens hun proces-verbaal en hun getuigenis, heeft erkend tijdelijk aan het hoofd der school te staan;

0., dat de ged., wel is waar, deze buitengeregtelijke bekentenis heeft herroepen , althans in twijfel heeft getrokken, en de verdediger van den ged. beweerd heeft, dat de ged., die bekentenis doende, aan de uitdrukking: «aan het hoofd der school staan» eene andere beteekenis hechtte dan de schoolcommissie; dat de ged. die woorden opvatte volgers gewoon spraakgebruik, terwijl de schoolcommissie die woorden btzigde in den geest der wet van 1857 ; dat echter deze herroeping niet is aannemelijk : vooreerst, omdat die spraakverwarring tusschen een onderwijzer en de schoolcommissie niet zeer waarschijnlijk is, ten andere, omdat de beteekenis dier woorden, in den geest dier wet, niet afwijkt van die van het spraakgebruik;

0. toch, dat uit de beraadslagingen over die wet blijkt, dat men zich ook een hoofd-onderwijzer dacht, staande aan het hoofd eener school, zonder zelf les te geven, gelijk zulks in scholen met een uitgebreid aantal scholieren pleegt te geschieden (cf. Handel, p. 1195);

dat men zich den hoofd-onderwijzer voorstelde, staande aan het hoofd eener school , wiens hoofdtaak bestond in het gadeslaan der hulp-onderwijzers, het verbeteren hunner feiten en het nagaan ieder cogenblik wat in de school geschiedt (Handel., p. 1196 , 1197);

0., dat de erkende daadzaken , in verband met de buitengeregtelijke bekentenis, aantoonen, dat de ged. niet staat buiten de school, als industrieel of particulier, maar daadwerkelijk , al geve hij ook zelf geen matschappelijk onderwijs, in de school, en zich met dat onderwijs, door hetzelve te regelen , besturen en toe te zien, zoo zeer inlaat, dat hij, in den geest der wet van 1857 , beschouwd moet worden aan het hoofd der school te staan;

0., dat de ged. voorts zich verdedigd heeft met de bewering, dat art. 8 der wet op het lager onderwijs , zoo hij al stond aan het hoofd der school, op hem niet is toepasselijk, omdat dit feit niet is met straf bedreigd, vermits niet is gebleken, dat hij lager onderwijs heeft

gegeven; i .... . .

O. te dien aanzien, dat is gebleken , dat de ged. is ra het bezit eener acte van den derden rang, welke volgens art. 68 der wet gelijke regten geeft als de acte van bekwaamheid van hulp-onderwijzer;

B0., dat de acte van bekwaamheid van den hulp-onderwijzer alleen het regt geeft om onder de leiding rail een hoofd-onderwijzer school-

ouderwijs te geven;

0., dat de hulp-onderwijzer, die zich in de plaats stelt van een hoofd-onderwijzer, de grenzen zijner bevoegdheid overschrijdt, behalve in de gevallen , bedoeld in artt. 20 en 51 der wet, voor zooveel openbare scholen betreft; zijnde door verwerping van bet amendement van den beer van Nispen met 43 tegen 19 stemmen gebleken, dat voor het bijzonder onderwijs aan eene acte van bekwaamheid als hulponderwijzer de bevoegdheid werd ontzegd om aan het hoofd eener bijzondere school te staan;

0., dat in het aangeboden ontwerp der wet van 1857 elk , die buiten de grenzen zijner bekwaamheid lager onderwijs gaf, gestraft werd; dat deze bepaling door de commissie van rapporteurs de vraag deed rigten tot de Regering, of niet, bij strenge toepassing der wet, elke tijdelijke waarneming door den hulp-onderwijzer onmogelijk zou worden gemaakt, en dus, na vertrek of overlijden , de school geruimen tijd gesloten zou moeten worden, wat nadeelig voor het onderwjjs werd geacht; waarop door de Regering werd geantwoord, dat, naar de letter der wet, dergelijke tijdelijke waarneming niet was geoorloofd, en, ten einde mogelijke bezwaren te voorkomen , aan het 2de lid eene uitzondering was gevoegd voor tijdelijke waarneming, met bepaling van een uitersten termijn , om te voorkomen , dat niet, in strijd met den gee^t der wet, bij het bijzonder onderwijs de hulponderwijzer voor een onbepaalden tijd aan het hoofd der school blijve (zie bijl. 1856—1857 , pag. 658 en 986); •

0 dat mitsdien uit de geschiedenis der wet blijkt, dat het aan het hoofd staan eener school door een hulp-onderwijzer begrepen wordt onder het verbod van het buiten de grenzen zijner bevoegdheid zeven van lager onderwijs; .

O., dat dit feit in het 2de lid van art. 8 der wet met straf is bedreigd, met uitzondering voor tijdelijke waarneming , niet langer dan zes maanden ; ...

0., dat door den ged. niet is beweerd, dat hij in het uitgezonderde' geval verkeerde, integendeel is gebleken, dat de tijdelijke waarneming dagteekent van af Nov. 1870; _

0. dat uit een extract-vonnis van de Arrond.-Regtbank dd. 22 Jan. 1863* in judicio overgelegd en voorgelezen, blijkt, dat de ged. voor het geven van lager onderwijs buiten de grenzen zijner bevoegdheid is gestraft met eene boete van J 6;

0. dat de bewering van den ged., dat hij , om niet broodeloos te worden, heeft moeten handelen in strijd met de wet, zoo als in het proces verbaal is gerelateerd, en dat hij ernstig heeft getracht een hoofd-onderwijzer te krijgen, om dien aan het hoofd zijner school te plaatsen, aanleiding geeft tot toepassing van de mildere bepalingen

^oTdat de schuld van den ged. uit het bewijs der daadzaken

voortvloeit; , ,

0., dat de bewezen feiten daarstellen het door een onderwijzer buiten de grenzen zijner bevoegdheid geven van lager onderwijs en zulks voor den tweeden keer;

0., dat tegen dat misdrijf straf is bedreigd bij art. 8 der wet van 13 Aug. 1857 (Stbl. n°. 103);

Gezien artt. 1, 5, 8, 20, 37, 49, 51, 68, 62 van gezegde wet, art. 20 der wet van 1854 (Stbl. n°. 102), 463 C. P., luidende enz.; Verklaren enz. ;

Veroordeelt den ged. in eene geldboete van f 12, te vervangen door twee dagen bij wanbetaling, en in de kosten van het geding.

Van dit vonnis is door den ged. geappelleerd.

HOOGE RAAD. — Burgerlijke kamer.

Zitting van Vrijdag, 13 Junij.

Voorzitter, Mr. F. de Greve.

i. Uitspraak gedaan in zake:

1». (cassatie) Jhr. Mr. A. W. van Holthe tot Echten, verweerder, nu declarant, procureur Mr. J. van der Jagt, tegen N. Barends, eischer, nu gedeclareerde, niet comparerende. De kosten bij arrest begroot.

2°. (eerste aanleg) den Staat der Nederlanden, gedaagde, nu declarant, procureur Mr. C. J. Franfois, tegen Mr. H. W. Waardenburg c. s., eischers, nu gedeclareerden , niet comparerende. De kosten bij arrest begroot.

3°. (id.) Mr. J. J. van Angelbeek, eischer, procureur Mr. M. Eyssell, tegen den Staat der Nederlanden, gedaagde, procureur Mr. C. J. Franyois. Den gedaagde acte verleend van zijn gedaan aanbod om aan den eischer voor overtogtkosten uit te betalen ƒ 1100; verstaan, dat de gedaagde met dit aanbod kan volstaan ; den eischer het meerder door hem gevorderde ontzegd en hem veroordeeld in de kosten.

II. Conclusie tot begkootino van kosten genomen in zake:

1°. (koloniaal) de Regering van Nederlandsch Indië, als vertegenwoordigende den lande, geïntimeerde, nu declarante, procureur Mr. C. J. Fran^ois, tegen den Chinees Chan Chow ViUid, appellant, nu gedeclareerde. Adv.-gen. Romer concludeert tot toewijzing der vordering van de declarante. Uitspraak 20 Junij.

2°. (cassatie) J. Timmermans, verweerderesse, nu declarante, procureur Mr. J. van der Jagt, tegen M. M. J. R. Quaedvlieg, echtgenoot van M. M. F. P. Scbilgen, eischer, nu gedeclareerde. Adv.-gen. Romer concludeert tot toewijzing der vordering van de declarante. Uitspraak 20 Junij.

3°. (id.) L. van Bun, verweerder, nu declarant, procureur Mr. J. van der Jagt, tegen M. M. K. J. Quaedvlieg, echtgenoot van M. M. F. P. Scbilgen , eischer, nu gedeclareerde. Adv.-gen. Römer concludeert tot toewijzing der vordering van den declarant. Uitspraak 20 Junij.

NB. Donderdag is er geene zitting gehouden.

BENOEMINGEN, VERKIEZINGEN ENZ.

Bij Z. M. besluit van den 10 dezer, n°. 3, is aan H. Rekker, op zijn daartoe gedaan verzoek, met ingang van 1 Julij aanst., eervol ontslag verleend als procureur bij het Prov. Geregtshof in Zeeland en de Ai rond.-Regt bank te Middelburg.

De minister van Binnenlandsche Zaken heeft bepaald , dat de

herstemming tot verkiezing van leden der Tweede Kamer van de Staten-Generaal, in de hoofd-kiesdistricten Utrecht, Amsterdam, Leiden, Delft, Goud», Gorinchem, Almelo en Dockum zal plaats hebben op Dingsdag, 24 Junij e. k.

Door de Arrond.-Regtbank te Zierikzee is, ter voorziening in

de vacature van regtor-plaatsvervanger bij die Regtbank, ontstaan door het op zijn verzoek eervol ontslag aan Mr. J. W. D. van Dongen, de navolgende lijst van aanbeveling opgemaakt: 1°. Mr. J. P. N. Ermerins, advokaat, plaatsvervangend kantonregter en gemeentesecretaris; '2°. Mr. J. M. Isebree Moens, procureur en plaatsvervangend kantonregter, en 3°. Jhr. Mr. P. J. Boddaert, advokaat, allen te Zierikzee.

Door den gouv.-ger,. van Ned. Indie is: ontslagen, op verzoek, eervol, uit 's lands dienst, met behoud van regt op pensioen, de griffier bij den Landraad te Pekalongan, J. L. E. Ham; eervol, wegens vertrek, de buitengewone subst.-griffier, buiten bezwaar van den lande, bij den Landraad te Joana, W. de Vogel; — benoemd tot raadsheer in het Hoog Geregtshof van Ned. Indië, de adv.-gen. bij dat Hof, Mr. A. J. W. Cornets de Groot; — ontslagen, eervol, wegens vertrek , als buitengewoon subst.-griffier, buiten bezwaar van den lande, bij den Landraad te Modjokerto, J. M. G. Numans; — afgezet als advokaat en procureur bij den Raad van justitie te Samarang, Mr. C. Ph. K. Winckel; — benoemd tot advokaat en procureur bij het Hoog Geregtshof van Ned. Indië, Mr. J. J. Smits; en tot cipier bij het civiel en militair gevangenhuis te Weltevreden, de subst.-cipier bij dat gevangenhuis, C. A. van der Heyden.

UITSLAG DER VERKIEZINGEN

tot leden van de tweede kamer der staten-generaal.

11, 12 en 13 Junij.

(Per telegraaf.)

Sneek. Uitgebragt 2556. Van onwaarde 23. Geldige 2533. Volstrekte meerderheid 1267. Herkozen Mr. S. WIJBENGA met 1394 en Dr W. H. IDZERDA met 1419. Mr. L. W. C. Keuchenius bekwam 1105 en J. Wolbers 1066.

Zierikzee. Geldige 1000. Volstrekte meerderheid 501. Herkozen J. J. VAN KERKWIJK met 738. Jhr. J. L. de Jonge verkreeg 234 en Baron van Tets van Goudriaan 22.

Middelburg. Uitgebragte 1763. Volstrekte meerderheid 882. Herkozen Mr. D. VAN ECK met 1029. Jhr.J.L. de Jonge verkreeg 718.

Dockum. (In plaats van Jhr. Mr. van Beyma thoe Kingma, die verzocht heeft niet meer in aanmerking te komen.) Uitgebragte 1783. Volstrekte meerderheid 892. Herstemming tusschen Mr. B. P. Baron van Harinxma thoe Slooten, die 666, en Mr. L. W. C. Keuchenius, die 639 verkreeg. W. Reilingh Dz. bekwam 478.

Alkmaar. Uitgebragt 2463. Herkozen Jhr. Mr. C. VAN FOREEST met 1270. De heer Mr. W. van der Kaay verkreeg 1162, Mr. B. J.L. Baron de Geer van Jutphaas erlangde 27.

BERIGTEN.

's Gravenhage, den 14 Junij.

De hooge raad heeft in zijne algemeene vergadering van 24 Mei tot leden van den raad van toezigt en discipline voor de orde van advokaten herbenoemd de heeren A. dePinto en W. Wintgens , beiden op 1 Oct. aanstaande aftredende. De heer de Pinto is daarbij tevens op nieuw aangewezen als deken.

Amsterdam. — Den 5 dezer viel aan een onzer hooggeachte stadgenooten, den heer Mr. S. E. Nijkerk, het zeldzame voorregt ten deel den vijftigsten verjaardag zijner promotie tot doctor in de regten te beleven. Bij deze gelegenheid werd hem gisteren door eene commissie uit den Raad van toezigt en discipline voor de orde van advokaten, met den deken der orde aan het hoofd, een bezoek gebragt, en ontving hg de gelukwenschen zijner ambtgenooten. De heer Nij¬

kerk, die zijne loopbaan als advokaat met eere heeft volbragt en der

Amsterdamsche balie tot sieraad strekt, heett een groot deel van zrju werkzaam leven ook gewijd aan de behartiging van vele gewigtige belangen op menig ander gebied, tot nut en heil der maatschappij , en geniet thans eene welverdiende rust, welke hem nog een groot aantal jaren blijve toebedeeld. (Amst. Ct.)

Verbetering. — In 'Veekbl. n°. 3591, bladz. 2, kolom 3, staat achter de eerste vraag, geplaatst boven het arrest van het Prov. Geregtshof in Overijssel (Is een regtsgebouw eene zaak buiten den handel ?) , Neen. Daarvoor moet gelezen worden: Ja.

REGTSQELEERDE UITGAVEN.

FRANSCHE LITERATUUR.

Programme des conditions d'admission aux écoles ou facultés de droit. In 12°. 8 p. Paris, Jules Delalain et fils.

De la Propriété et de 1'Administration des biens ecclésiastiques en France et en Belgique, par A. J. V., vicaire-gén. de Langres. 1 vol. in 8o. Paris, A. Dukand et Pedone-Ladbiel.

ADVERTENTIEN.

TE KOOP.

Brocx en Stuart. Regtspraak , met de vervolgen tot 1871 incluis, 102 deelen. Deel 44 ontbreekt en het Bijvoegsel op het Staatsblad, editie d'EngelbronNEB, 1813 tot 1855 en 1856 tot 1873 incluis, editie VAN Dorp en Dijckm.eester.

Prijs-aanbiedingen inet franco-brieven aan letter k i bij de Boekhandelaren Hoog en Kruyt, te Rotterdam-

Bij GEBR. BELINFANTE, te 'sHage, ziet het licht:

RECUEIL

DES

TRAITÉS ET C0NVENTI0NS.

CONCLUS PAR LE ROYAUME DES PAYS-BAS AVEC LES PUISSANCES ÉTRANGÈRES , DEPU1S 1813 JUSQU'A NOS JOURS.

PAR

E. G-. LAGEMANS ,

docteur en droit, référendaire attaché au Ministère de VIntérieur.

Tome YT, 2« en 3« livr. f 5.80.

Deze afleveringen bevatten de tractaten van 1868 1872 door Nederland gesloten, zoodat deze verzameling thans weder geheel is bijgewerkt.

Het complete 6e deel is a f 7.50 afzonderlijk verkrijgbaar, terwijl het geheele werk in 6 dln. a ƒ 35.7 bij eiken boekhandelaar kan worden ontboden.

Bij dezelfden wordt uitgegeven :

LOI DU 25 JUILLET 1871,

BÊGLANT LA COMPÉTENCE DES CONSULS, EN MATIÈRE D'ACTES CIVILS ,

ET LA

JURIDICTION CONSULAIRE,

PAK

E. ZILGKEM,

docteur en droit > référendaire attaché au Ministère des Affaires Etrangères.

ƒ6.-

Bij dezelfden zijn verkrijgbaar de volgende werken-'

Nypels. Code Pénal interprété. Pataille. Appendice au

Livr. 1 ii 5 . . . . f 7.00 code international de la p

Commentaireet com- propriété industrielie . f

plément du Code Pe'nal Pellat. Manuale juris s

beige, 3 vol 33.60 synopticum .... - *•

Code Pe'nal beige Pbrin. L'usure et la loi „

avec la conférence des de 1807

articles etc - 2,20 Pebeot. Essais sur le droit

Obseroations sur le système public et privé de la „q

penitentiaire .... - 2.20 république athénienne . -

Olin. Du droit répressif Picard. Essai sur la certi- ^ gj

dans ses rapports avec tude dans le droit naturel -

le territoire . . . . • 2.20 Pik el. .Jurisprudence des ^ jg

Organisation et attl'ibutions chemins de fer, 3' armee. -

des tribunaux de com- Potier. A propos de la ^55

merce • 0.55 contrainte pas corps • "

politique de 1'empire Répertoire des ouvrages de

francais - 3-30 droit, de législation et

Pardessds. Essai sur 1'or- de jnrisprudence, pu-

ganisation judiciaire . - 3.30 bliés en France depuis q

Traité des servitu- 1789 k 1853 . . •

des, 2 vol Ribéreau. Théorie de Pin jjO

Parinoault. De la réforme bonis habere . . ■ •

de la législation des dé- Rivière. Explication de la

fauts enmatière correc- loi du 23 Mars 1855 sur

tionnelle et de police . - 1.10 la transcription en ma- 5

Passy. Mélanges écono- tière hypothécaire . •

miques - 1.40

Snelpersdruk en ÏIMgave van GEBBW®"'1'''

HKMMFjIXTK . te *■ «mvenhatre*

0.9" 2.75 0.6°

3.30 1.65 1.5 0 0.55

0.9° 1.1®

2.75

Sluiten