Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het tusschen partijen geweien arrest ven het Hof in Zuid-

holland, alsmede het vonnis der Regtbank te Rotterdam, vernietigd en ten principale regt gedaan.

2". (id.j H. Visser, eischer, procureur Mr. M. JJysselJ , tegen K. J. Duker, verweerder. procureur Mr. C. J. Francjois. Verworpen.

Voorzitter, Mr. F. de Greve.

H. Conclusie door het Opens. Min. genomen in zake: (cassatie) Mr. P. F. E. van Wintershoven , eischer, procureur Mr. M. Ëyssell, tegen Ch. Moors en Mr. L. Nijpels, verweerders , procureur Mr. J. van der Jagt. Adv.-gen. Smits concludeert tot verwerping. Uitspraak S Mei.

III. Nieuwe zaak:

(koloniaal) D. J. van Praag c. s., pro se en qq., appellant, procureur Mr. J. van der Jagt, tegen A. A. Salomons, geïntimeerde, procureur Mr. M. Eyssell.

IV. Uitgesteld tot 17 April de pleidooijen in zake: (cassatie) S. H. van Minden en Zonen, eischers, procureur Mr. J.

van der Jagt, tegen F. J. Palmboom en Zoon, verweerders, procureur Mr. C. J. Franpois, en S. Spinossa Cattela, medeverweerder, procureur Mr. C. J. Franpois.

V. Gepleit in zake :

(koloniaal) Pedro Nolasco Martinez, appellant, procureur Mr. M. Eyssell, advokaat Mr. G. Belinfante, tegen het Gouvernement van de kolonie Cura?ao, geïntimeerde, procureur Mr. C. J. Franpois, lands-advokaat Mr. A. de Pinto. Conclusie van het Openb. Min. bepaald op 24 April.

BENOEMINGEN, VERKIEZINGEN ENZ.

Bij Kon. besluit van den 12 Maart 11., n°. 23, is een pensioen verleend ten laste van den Staat aan Mr. A. P. Weggeman Guldemont, gewezen kantonregter te Sliedrecht, ten bedrage van f 450 's jaars, en zulks op grond van art. 5 der wet betreffende de burgerlijke pensioenen , laatstelijk gewijzigd bij die van 21 Mei 1873 (Stbl. n0. 64).

— Bij Z. M. besluit van den 4 dezer, n". 8 , is aan E. Groeneveld de Koek, op zijn daartoe gedaan verzoek, eervol ontslag verleend als plaatsvervangend kantonregter te Beetsterzwaag.

— Bij Z. M. besluit van den 6 dezer, no. 17, is aan Mr. R. L. A. Hamerster Dijkstra, op zijn daartoe gedaan verzoek, eervol ontslag verleend als lid van het collegie van regenten over het huis van arrest te Sneek , en benoemd tot lid van genoemd coliegie, G. Cool Gzn., aldaar.

— Bij Z. M. besluit van dezelfde dagteekening, n°. 18, is benoemd tot lid van het collegie van regenten over het huis van arrest te Amersfoort, Jhr. Mr. J. E. Godin de Pesters, gewezen griffier bij de Arrond.-Regtbank aldaar.

— Bij Z. M. besluit van den 7 dezer, n°. 4, zijn herbenoemd: tot plaatsvervangend kantonregter te Boxtel, met ingang van 10 April aanst., J. F. van Uden ,- tot plaatsvervangend kantonregter te Boxmeer, met ingang van 6 April aanst., J. J. Verbunt; tot griffier bij het Kantongeregt te Zevenbergen , met ingang van 21 April sanst., V. G. van de Mortel; tot griffier bij het Kantongeregt te Apeldoorn, met ingang van 19 April aanst., H. Bake Everts; tot plaatsvervangend kantonregter te Lochem, met ingang van 30 Jnnij aanst., Jhr. J. F. Storm van 's Gravesande; tot plaatsvervangend kantonregter te Doetinchem, met ingang van 10 April aanst., C. Willink Ketjen; tot plaatsvervangend kantonregter te Tiel, met ingang van 19 April aanst., Mr. W. F. C. van Lidth de Jeude ; tot griffier bij het Kantongeregt te Delft, met ingang van 2 Mei aanst., 0. G. E. Gerlach; tot kantonregter te Voorburg, met ingang van 17 April aanst., Mr. A. Six; tot plaatsvervangend kantonregter te Schiedam: met ingang van 19 April aanst., Mr. K. A. Poortman; met ingang van 17 Mei aanst., Mr. J.Kruyff; tot plaatsvervangend kantonregter te Hillegersberg: met ingang van 26 April aanst., G. J.Le Fèvre de Montigny; met ingang van 4 Junij aanst., Mr. P. D. Kley; tot plaatsvervangend kantonregter te Dordrecht, met ingang van 14 April aanst., Mr. J. W. van der Noordaa; tot plaatsvervangend kantonregter te Amsterdam (eerste kanton), met ingang van 11 April aanst., Mr. J. van Samuël Mulder; tot griffier bij het Kantongeregt te Alkmaar, met ingang van 11 Mei aanst., Mr. M. A. Kluppel ; tot plaatsvervangend kantonregter te Helder, met ingang van 27 Junij ainst., Mr. C. Bosch Reitz; tot griffier bij het Kantongeregt te Sneek, met ingang van 19 April aanst., W. G. Gorter; tot plaatsvervangend kantonregter te Hindeloopen, met ingang van 19 April aanst., J. Alberts; tot plaatsvervangend kantonregter te Steenwijk, met ingang van 19 April aanst., P. H. P. van Marle; tot griffier bij het Kantongeregt te Deventer, met ingang van 5 Junij aanst., Mr. J. Lemker Slichtenbree; tot plaatsvervangend kantonregter te Delden , met ingang van 19 April aanst., E. Wilmink; tot plaatsvervangend kantonregter te Enschedé, met ingang van 21 April aanst., J. Blijdenstein; tot plaatsvervangend kantonregter te Hoogezand, met ingang van 27 Junij aanst., Mr. A. J. Thomassen a Thuessink van der Hoop; tot griffier bij het Kantongeregt te Winschoten, met ingang van 10 April aanst. Mr. G. W. Baron van Imhoff; tot plaatsvervangend kantonregter te Znidbroek, met ingang van 19 April aanst., Mr. J. C. van Slooten ; tot plaatsvervangend kantonregter te Maastricht, met ingang van 5 Junij aanst., Mr. J. L. G. L. P. Haex; tot kantonregter te Weert, met ingang van 5 Junij aanst., Mr. G. A. H. Loix ; — zijnde voorts aan J. F. Sickenga , op zijn daartoe gedaan verzoek , met ingang van 19 April aanst., eervol ontslag verleend als plaatsvervangend kantonregter te Oldeberkoop, en benoemd tot plaatsvervangend kantonregter te Oldeberkoop, met ingang van 19 April aaust., Mr. J. Sickenga , advokaat te Wolvega.

— Bij Z. M. besluit van den 8 dezer, n°. 13, is, met ingang van 15 April aanst., benoemd tot plaatsvervangend kantonregter te Alphen, Mr. F. G. van Marle, ontvanger der registratie en domeinen aldaar.

— Od de door de Regtbank te Zwolle opgemaakte aanbevelings¬

lijst voor de betrekking van kantonregter te Vollenhove zijn geplaatst de heeren; Mr. A. J. Dijckmeester, advokaat te Vollenhove; Mr. G. W. Baron van Dedem, griffier bij het Kantongeregt te Vollenhove, en Mr. S. L. Andrcae, griffier bij het Kantongeregt te Heerenveen.

— Op de voordragt voor kantonregter te Meppel zijn geplaatst de heeren : Mr. A. E. J. Nijssingh, plaatsvervangend kantonregter en advokaat te Meppel; Mr. H. D. van Ketwich Verschuur, griffier bij het Kantongeregt te Gorinchem , en Mr. G. W. Baron van Dedem, griffier bij het Kantongeregt te Vollenhove.

Door den gouv.-gen. van Ned. Indië is ontslagen , op verzoek , eervol, uit 's lands dienst, de snbst.-griffier bij den Raad van justitie te Soerabaya, Mr. D. Mounier; — en zijn benoemd: tot advokaat en procureur bij den Raad van justitie te Soerabaya, Mr. D. Mounier; tot griffier bij den Landraad te Grobogan , de 1ste klerk by

de griffie van den Raad van justitie te Batavia, P. R. Brouwer; tot

lid in den Raad van justitie te Soerabaya, het lid in den Raad van

justitie te Samarang, Mr. W. F. de Vogel; tot lid in den Raad van

justitie te Samarang, de Iste subst.-griffier bij den Raad van justitie

te Batavia, Mr. H. A. van de Poel, en tot griffier bij den Landraad te Buitenzorg, de lste klerk op het adsistentie-residentie-bureau aldaar, C. M. Gallas.

JBERIGTEN.

's Gravenhage , den 11 April.

Wij hebben aan de Proo. Gr. Ct. en aan één harer «dienstwillige lezers» de toezending te danken van een nommer dier courant, waarin een berigt voorkomt van de cholera-épidémie te Munchen. Hoe dankbaar ook voor die attentie, moeten wij tot ons leedwezen er bijvoegen , dat het doel van het geschenk niet bereikt is. Het Munchensche berigt brengt niet de minste wijziging in onze geringe ingenomenheid met de Nederlandsche ziekte-wet; en het is niet in staat om ons te genezen van wat de «dienstwillige lezer» noemt onze »nachtmerrie». In het berigt wordt gezegd, dat men de politie-berigteu gestaakt heeft, omdat de épidémie geweken was, maar dat zij daarna op nieuw is uitgebroken. Maar waaruit blijkt nu, dat het één het gevolg is geweest van het ander ' — Daarvoor wordt geen enkele grond gegeven; en wij zijn vooralsnog te ongeloovig, om dat maar zonder bewijs aan te nemen. Dat is nu geen «schelden» en ook geen «bespottelijk maken». Maar het is zeer ernstig gemeend. Post hoe, ergo propter hoe: dat mag misschien de leer zijn van den «dienstwilligen lezer»; de onze is het niet. — Wat voor het overige de zaken te Munchen betreft, wij zijn te weinig bekend met de Munchensche toestanden en met de Munchensche of Beijersche verordeningen en wetten, en ook met den aard der maatregelen , die daaruit voortvloeijen , om ons een oordeel daarover aan,te matigeu. Maar ons ongunstig oordeel over onze wet moeten wij ten voile handhaven, evenzeer als wij het gevoelen van anderen eerbiedigen. Want wij erkennen geene meuschelijke onfeilbaarheid, ook niet die van de redactie van het Weekblad van het Regt. — A propos; na een paar weken verpoozing, verblijdt de Staats-Courant ons weder met een tabelletje van de épidémie (?): Rotterdam e én , Utrecht e'e'n .- dus te zamen in het geheele rijk: twee. De opteliing komt precies uit. Het kan niet missen.

— Te Brussel zag in den aanvang van dit jaar een zeer merkwaardig werkje het Jicht van den heer Adolphe Prins , advokaat bij het hof van appel aldaar: des droits de souverainité de CEtat sur l'Eglise en Belgtque. — De uitspattiugen van de kerk en van de geestelijkheid op wereldlijk gebied, en de daaruit ontstaande botsingen tusschen staat en kerk, blijven in de katholieke landen nog altijd een moeijelijk en gevaarlijk vraagstuk, dat gemakkelijker te constateren dan op te lossen is. De schrijver doet daartoe eene poging, die zeker met welgevallen door zijne landgeuooten zal worden begroet. Hij ziet de kwaal moedig onder de oogen, en bestrijdt haar met kracht en overtuiging. Of zijn geneesmiddel het ware is en redding zal aanbrengen , beoordeelen wij niet. Zeker is het de vrucht van een grondig en bedaard onderzoek. Hij wacht genezing noch van concordaten , noch van placet, noch van speciale wetten tegen de misbruiken van het geestelijk gezag. Wat hij wil is geen imperium in imperia, maar de staat alleen souverein; niet de kerk naast, maar de kerk in en onder deu staat, zoo dikwijls het wereldsche belangen geldt; en het eenige, waarvan hij heil verwacht, is het zoogenaamde appel comme d'abus of de recursus ad principem, waardoor men van de wederregtelijke handelingen der geestelijkheid herstel zoekt bij den souverein, vertegenwoordigd hetzij door de regterlijke hetzij door de regerende magt; een middel dat in Frankrijk inheemsch is, en dit ook vroeger was in België, waar het thans niet meer in gebruik is. De heer Prins is nogtans van oordeel, dat de Belgische grondwet dat volkomen toelaat, en wenscht het in zijn vaderland hersteld te zien. Hij hoopt door dat middel te komen tot den toestand van eene geestelijkheid, verpligt om de wereldsche wetten van den staat te eerbiedigen, maar door die zelfde wetten beschermd tegen het despotismus van de Romeinsche curie; en hij wenscht niet meer: «i'égiise libre dans 1'état libre» , maar «1'église libre dans 1'état souverain». Het verschil tusschen deze beide toestanden is misschien zoo groot niet; want hetzij men spreke van vrijen of van souvereinen staat, tn geen geval ligt in het begrip van vrijheid der kerk opgesloten het denkbeeld , dat zij voor de zaken van deze wereld niet zou onderworpen zijn aan de wetten van den staat, want eene vrije kerk is nog iets anders dan eene losbandige kerk. — Het werkje, schoon meer bepaald geschreven met het oog op de katholieke landen, verdient echter ook elders gelezen en overwogen te worden.

— De hoogleeraar Goddsmit deelt in zijne aanteekeningen over zijne reis naar Noord-Amerika in de Gids, menige belangrijke bijzonderheid mede over het regtswezen en het onderwijs in de Vereenigde Staten. De schrijver is hoogelijk ingenomen met de scholen voor lager en middelbaar onderwijs, die hij daar heeft aangetroffen , en met bare resultateD ook voor de ligchamelijke ontwikkeling, «terwijl ten onzent het te groot aantal schooluren eu schoolvakken de ligchaamskrachten ondermijnen en de kinderen tot kleine mannetjes maken om later, mannen geworden, hen weêr tot het peil van kinderen te doen afdalen». Eene andere vraag , die zeker ieder gaarne door den heer Goddsmit beantwoord zou zien, is deze : hoe werkt dat »te groot aantal schooluren en schoolvakken» op de geestelijke en verstandelijke ontwikkeling van de «kleine mannetjes en vronwtjes ?» Minder bevredigend is zijne bevinding over het hooger onderwijs, dat enkel de opleiding tot een of ander vak, en in het geheel niet de wetenschap tot doel heeft. Het getuigenis, dat onze geleerde schrijver geeft

van de Amerikaaiiscne regtsgeleerden, is dan ook aues nenaive lorfel(jk : «men kent de wets-artikelen , niet de rechtsbeginselen waarop zij steunen; men kont de instellingen, niet haren oorsprong en geschiedenis; men kent eindelijk de vormen en formulieren, doch deze zijn voor hen die ze dagelijks gebruiken , dikwerf een doode letter zonder zin of beteekenis; — in één woord, wat op de hoogeschool als professie geleerd wordt, wordt later als professie uitgeoefend; — is het bevreemdend , dat de rechtspraktijk door velen niet beschouwd wordt als een geheiligd priesterschap van het recht, maar veeleer als een nering uitsluitend op winstbejag berekend ? is het wonder dat het gros der advokaten niet zijn de jurisconsulti van Ulpianus, justitiam colentes, boni et acqui notitiam profitentes aequum ab iniquo separantes, licitum ab illicito dissernentes veram philosophiam nou simu-

latam affectantes, maar veeleer mannen zonder waardigneia , zonaer het besef en gevoel voor eene hoogere roeping, verkoopers van adviezen, handelaren in processen, die hun bedrijf met dezelfde koortsachtige gejaagdheid uitoefenen als de koopman ter beurze zijne speculatiën volbrengt ?»

— Den 4 dezer is te Groningen, in den ouderdom van 57 jaren, overleden Mr. C. W. Dull, raadsheer in het Prov. Geregtshof van Groningen.

— Den 5 dezer overleed alhier de heer Mr. S. van Gigch , regterlijk ambtenaar in Ned. Indië, met verlof hier te lande, in den ouderdom van bijna 45 jaren.

— Den 5 dezer is te Tiel overleden de heer Mr. F. L. Rambonnet, oud-officier van justitie aldaar.

Assen. — Op 1 April werd hier by de Regtbank de vraag behandeld : of leden en plaatsvervangende leden van den Geneeskundigen raad bij herbenoeming wederom den eed moeten afleggen in handen van den inspecteur of niet.

Dr. V., te V., was in verzet gekomen tegen een vonnis der Regtbank , waarbij hij , wegens eenige kleine overtredingen, tot diverse geldboeten veroordeeld was; hg grondde zijn verzet hierop, dat als bewijs door de Regtbank was aangenomen het proces-verbaal van visitatie door eene commissie uit den Geneeskundigen raad, op den ambtseed opgemaakt, terwijl, volgens zijne bewering , de leden dier commissie dien ambtseed niet hadden afgelegd , daar zjj, na hunne laatste herbenoeming als leden van dien raad, den eed niet weder hadden afgelegd in handen van den inspecteur.

De inspecteur, door den opposant gedagvaard, stemde toe, dat de leden der commissie na herbenoeming niet weder waren beëedigd, daar hij zulks, op grond eener resolutie van den minister Thorbecke, onnoodig achtte.

Mr. M. Oldenbuis Gratama, advokaat alhier, ontwikkelde namens den opposant de gronden voor de ingestelde oppositie.

De Regtbank heeft den 8 dezer uitspraak gedaan en Dr. V. vrijgesproken , op grond, dat de leden der commissie, die het procesverbaal der visitatie hadden opgemaakt, na hunne herbenoeming als leden van den Geneeskundigen raad niet weder in handen van den inspecteur den eed als zoodanig hadden afgelegd en het dus door hen opgemaakt verbaal niet ais bewijsstuk kon worden aangenomen.

De heer V. zal nu, naar men ons mededeelt, eene civiele actie instellen tegen de commissie, ten einde vergoeding te erlangen van de schade door hem geleden door die handelingen der commissie, waartoe zij niet geregtigd waren. (P. D. C.)

ADVERTENTIEN.

MARTINUS NIJHOEF, Boekhandelaar te \<t Gravenhage , heeft verzonden :

VERZAMELING VAN ARRESTEN

van den

HOOGEN RAAD OER NEDERLANDEN,

begonnen dook wijlen den meer JOAN VAM UEI HOIERV THl.,

VOORTGEZET DOOR

Mr. J. C. U. VA» D»«r HOIGHT

EN

Mr. C. C. K. d'GiïKEIjBBOWIEH.

Jaargang 1874. Aflevering 1. Inhoudende:

Gemengde Zaken, Dl. XXVI, blad 28—29%. Strafregt 1873. ...... » 1—6.

Prijs per jaargang van 96 bladen f 14.40.

NIEUWE INTEEKENING

OP DEN TWEEDEN DRUK

van de

BPRMIM IIHOOGEN Bi

doob

Mr. D, L É 0 N.

Nu ook het vierde vervolg op het Staatsregt van Mr. van Emden het licht ziet, de afdeelingen Staatsregt i Regterlijke Organisatie, Burgerlijk Wetboek en Koophandel tot den dag der uitgave zijn bijgewerkt, hebben de Uitgevers ten behoeve van hen, die de REGTSPRAAK niet dadelijk compleet verlangen, zich bij een nieuw Prospectus bereid verklaard, de levering en betaling va» het geheel over eenige jaren te verdeelen, en daardoor den aankoop van de REGTSPRAAK gemakkelijker te maken.

Daarom hebben zij eene ni-euwe inteekening opengesteld op de vier bedoelde afdeelingen.

Deze zullen worden gesplitst in stukken van 10 vel druks, a. f 2.50 per stuk.

Maandelijks zal één stuk aan de Inteekenare» worden verzonden.

In het geheel verbindt men zich voor 29 stukken.

Niettegenstaande deze nieuwe loijze van inleekeninU blijft de gelegenheid aangeboden zich in eens het compleet6 werk of gedeelten daarvan aanteschaflen , tegen volgende prijzen :

Ingen. Geb. i.juchü-

van Emden, Staatsregt, met 4 vervolgen. foO.75 /"42.00 „ Regterlijke Organisatie . 4.00

Assek , Burgerlijk Wetboek . . 25.00 29.50

Levy, Koophandel 12.00 14.25

Snelpersdruk en ITltgave van CEBBOEOEB*

BEUXFANTE. «e '■ Oravenhajre.

Sluiten