Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dingsdag, £5 September 1874.

JV. 5757.

WEEKBLAD VAN HEI REGT.

REGTSKUNDIG NIEUWS- EN ADVERTENTIE-BLAD.

ZES- EN-DER TI GS TE JAARGANG.

JU KT VKKITAS.

Bit blad verschijnt des Maandags en Donderdags, «» om de veertien dagen ook des Dmgsdags. ~ Prijs per 'jaargang f 20 ; voor de buitensteden franco per post met

f 1.00 verhooging.-Prijs der advertentièn, 20 cents per regel. - Bijdragen, brieven, enz., franco aan de Uitgevers. — Agenten voor Duitschland: Haasenstein en Vogler, te Hamburg.

ARRONDISSEMENTS-REGT BANKEN.

ARRONDISSEMENTSREGTBANK TE BREDA.

Burg-erlijUe kamer.

Zitting van den 14 Julij 1874.

V oorzitter, Mr. J. J. Loke.

Is brand, zonder bekende oorzaak in eene fabriek ontstaan, overmagt die den fabrikant ontslaat van de verpligting om het fabrikaa te leveren, waarover hij vóór de vervaardiging heeft gecontrac teerd i — Niet beslist.

Zijn onder de »meiassen" eener beetwortelsuikerfabriek alleen di sappen te verstaan, welke al de achtereenvolgende turbinerinqei hebben ondergaan, welke in de fabriek gebruikelijk zijn, of we die sappen, waaruit de fabrikant, door welke omstandigheid dai ook, geen suiker meer kan fabriceren 1 — Ia iaatstgemeldei zin beslist.

Is bij eenc bilaterale overeenkomst de partij, te wier opzigte de over eeukomst niet is nagekomen, geregtigd primair te vorderen nako ming en subsidiair, voor het geval de gedaagde aan de tegen hen uitgesproken veroordeeling tot nakoming niet voldoet, de ontbindim der overeenkomst met schadevergoeding 1 — Ja.

Kan lijfsdwang worden uitgesproken tegen de directeuren'eener naamlooze vennootschap t — Neen.

F. Wittouck, fabrikant, wonende te Leeuw-Saint-Pierre, in België eischer, procureur Mr. C. A. van Dam ,

tegen

de naamlooze vennootschap »de Nederlandsche Beetwortel-suikerfabriek , gevestigd te Oudenbosch, gedaagde, procureur Mr. A. Pels Rijcken.

De Regtbank enz.,

Gehoord partijen ;

Overwegende, dat de eischer, bewerende, dat hij op den 8 Nov. 1872 van de gedaagde vennootschap heeft gekocht 300,000 kilogrammen melassen van 42 graden Beaumé, a 11 fr. per 100 kilogrammen, en op den 31 Maart 1873 250 a 300,000 kilogrammen dergelijke meiassen, & 9 fr. per 100 kilogrammen, beide partijen te leveren in de maanden Julij , Aug. of Sept. daaraanvolgende, alsmede dat ten gevolge van de eerste dier overeenkomsten slechts zijn geleverd 279,916 kilogrammen, — genoemde vennootschap voor deze Regtbank heeft doen dagvaarden, om zich tot levering van het restant te hooren veroordeelen, tegen betaling van den daarvoor bedongen prijs, onder korting eener som van 2778 fr., 96 cent., welke op het bereids geleverde te veel is voldaan ; en om, voor het geval, dat de ged. in gebreke mogt blijven gedachte levering binnen eenen daartoe te bepalen termijn te doen plaats hebben, de voormelde overeenkomsten, voor zoover daaraan geene uitvoering is gegeven, wegens wanpraestatie ontbonden te hooren verklaren , met veroordeeling tot vergoeding van kosten, schaden en interessen ;

dat de evengenoemde feiten, waarop deze vordering steunt, door de gedaagde vennoots-chap zijn erkend; doch dat deze, onder verklaring van bereidwilligheid om aan den eischer het te veel betaalde terug te geven en onder te-kennen geving, dat zij zich van andere exceptieve verweringen, die haar mogten ten dienste staan, niet zal bedienen ,— heeft beweerd, dat de eischer in gedachte vordering nietontvankelijk, immers ongegrond zal moeten worden verklaard, omdat zij door overmagt buiten staat is gesteld aan hare verbindtenissen te voldoen ; dat toch de verkoopen , waarvan ten deze sprake is, niet ten onderwerp hadden melassen in genere, maar de melassen, die in hare twee fabrieken te Oudenbosch gedurende de zoogenaamde campagne van 1872 op 1873 zouden worden geproduceerd; dat al de melassen, welke gedurende deze campagne in eene dier fabrieken zijn vooi tgebragt, aan den eischer zijn afgeleverd; doch dat in hare tweede fabriet op den 5 Mei 1873 , door eene onbekende oorzaak, een brand is ontstaan , welke zich heeft medegedeeld aan de zoogenaamde warme kamer, alwaar aanwezig waren de bakken met siroop, waaruit door cnstallisatie en turbineiing het derde product van suiker moest verkregen worden; dat deze siropen dien ten gevolge voor een deel zijn verbrand , voor het overige met afval van het dak zijn verontreinigd , en daarna door water en lucht zoo zeer zijn afgekoeld dat aan eene afscheiding van een derde product niet was te denkener alzoo geene mogelijkheid heeft bestaan om melassen te winnen, vermits deze benaming alleen toekomt aan wat erna die afscheiding van de evenbedoelde siropen overblijft, en dat zij ged. dan ook geene zwarigheid heeft gemaakt, die siropen, zoo beschadigd als '-U waren , aan hare assuradeurs voor eene som van f 19,fis.78» *> te staan;

dat de eischer, ook na deze verwering, niet bepaald heeft te kennen gegeven , of hij al dan niet instemt met het beweren der ged., dat 'ij van deze geene andere melassen heeft gekocht dan die, welke uit nare eigene fabrieken zouden voortkomen; doch dat dit punt tot klaare,d is gebragt duor een brief, door de ged. overgelegd , geregistreerd, aarvan de handteekening door den eischer niet is ontkend, en waarbij Oeze onder dagteekening van den 12 Aug. 1873, aan den directeur oer Nederlandscae suikerfabriek te Oudenbosch met zoovele woorden schreef:

, "vous m'avez vendu la production de me'Iasses do vos deux fabritnes et ce sont ces mélasscs la, que vous avez a me fonrnir et non Pas d autres;»

dat de eischer daarentegen met te meer nadruk heeft betwist, dat aoofr k overmaSt van hare verbindtenis is ontslagen , en zulks r te betoogen : vooreerst, dat zij aan hem had kunnen en moeten

Is brandy zonder bekende oorzaak in eene fabriek ontstaan, overmaat,

die den fabrikant ontslaat van de verpliyting om het fabrikaat

te leveren, waarover hij vóór de vervaardiging heeft gecontrac teerd?— Niet beslist.

Zijn onder de '/melassen// eener beetwortelsuikerfabriek alleen die sappen te verstaan, welke al de achtereenvolgende turbinerinqen hebben ondergaan, welke in de fabriek gebruikelijk zijn, of wel

die sappen , waaruit de fabrikant, door welke omstandigheid dan ook, geen suiker meer kan fabriceren ? — In laatstgemelden

zin beslist.

Is bij eenc bilaterale overeenkomst de partij, te wier opzigte de over eenkomst niet is nagekomen, geregtigd primair te vorderen nako

ming en subsidiair, voor het geval de gedaagde aan de tegen hem uitgesproken veroordeeling tot nakoming niet voldoet, de ontbinding

aer overeentcomsi mei scnaaevergoeaing ï— ja.

Kan lijfsdwang worden uitgesproken tegen de directeuren\eener naam-

F. Wittouck, fabrikant, wonende te Leeuw-Saint-Pierre, in België,

de naamlooze vennootschap *de Nederlandsche Beetwortel-suikerfabriek , gevestigd te Oudenbosch, gedaagde, procureur Mr. a. Pels

Overwegende, dat de eischer, bewerende, dat hij op den 8 Nov. 1872 van de gedaagde vennootschap heefc gekocht 300,000 kilogrammen melassen van 4 2 graden Beaumé, k 11 fr. per 100 kilogrammen, en op den 31 Maart 1873 250 a 300,000 kilogrammen dergelijke melassen, k 9 fr. per 100 kilogrammen, beide partijen te leveren in de maan¬

den Julij , Aug:. ol kept. daaraanvolgende, alsmede dat ten gevolge van de eerste dier overeenkomsten slechts zijn geleverd 279 916 kilogram-

men, — genoemde vennootschap voor deze Regtbank heefc doen dagvaar-

uen, om zien tot levering van net restant te nooren veroordeelen, tegen betaling van den daarvoor bedongen prijs, onder korting eener som

"aan ; en om, voor net gevai, aai ue geu. in georese mogt blijven

leveren de siropen, welke zij volgens haar aan hare assuradeur heeft afgestaan , volgens hem aan een ander heeft verkocht, en welk' waren melassen; ten andere, dat brand niet als overmagt kan gelden dat is, den debiteur eener bepaalde zaak niet van de verpligting to levering ontslaat, tenzij het bewijs worde geleverd, dat zulke bram buiten toedoen van dien debiteur of van hen , voor wie hij aanspra kelijk is, is ontstaan, en niet heeft kunnen worden voorgekomen;

dat de eischer bij de adstructie van het eerste dier punten heef verzocht des noodig tot het bewijs te worden toegelaten , dat onder scheidene fabrikanten niet gewoon zijn een zoogenaamd derde pro< duet te vervaardigen , en de siropen, die na het winnen van eer tweede product overblijven, als meiassen voor distillatie verkoopen alsmede dat zulke melassen meermalen door hem zijn gekocht; terwij de ged., behalve de hiervoor gemelde daadzaken , heeft aangeboder te bewijzen, dat de gang van het beetwortelsuikerfabrikaat mede brengt, dat er, behalve een eerste en tweede product, door klaring opkokirig, cristallisatie en turbinering van de siropen, die bij laatst genoemd product wegvloeijen, een derde verkregen wordt, en dat d( alsdan overblijvende siropen melassen worden genoemd;

dat dit laatste bewijs, indien door getuigen geleverd, zoude kunner leiden tot de kennis van de wijze, hoe een of meer beetwortelsuikerfabrieken worden geëxploiteerd, maar slechts een zeer dubbelzinnig ieht zoude geven omtrent de beteekenis van het woord //melassen ,/■ als handelsartikel, waarop het ten deze aankomt, en die niet ii twijfelachtig;

dat toch dat woord geenszins bij uitsluiting eigen is aan een dei producten van de tegenwoordige beetwortelsuikerfabriek , maar zoolang er, hetzij dan uit suikerriet, hetzij uit beetwortelen, suikei weid getrokken, algemeen bekend is geweest, en immer heefi gegolden als eene generieke benaming voor dat gedeelte van hei suikerhoudend vocht of van de zoogenaamde siropen, waaruit dï fabrikant geen kans ziet met voordeel suiker af te scheiden;

dat dit zoo waar is, dat het rietsap in 4de suiker voortbrengende koloniën, na behoorlijk gezuiverd te zijn, tot vóór weinige jaren, naar den regel slechts een of tweemaal in kokiqg werd gebragt, om daaruit suiker door cristallisatie te verkrijgen , alsmede dat dezelfde methode aanvankelijk bij het fabriceren van beetwortelsuiker is gevolgd , en dat de alsdan overblijvende siropen, in beide gevallen, ofschoon van een veel aanzienlijke suikergehalte, dan waarmede zij thans de fabriek verlaten, melassen worden genoemd, en als zoodanig in den haudel gebragt of ongebruikt wegvloeiden ;

dat alzoo de toepasselijkheid dier benaming niet afhankelijk is van het aantal der bewerkingen, die de gedachte siropen hebben ondergaan ; maar dit laatste is eene voor den kooper van melassen onverschillige omstandigheid, behoudens dat deze, gelijk in casu is geschied, kan bedingen, dat de hem te leveren siropen een zeker specifiek gewigt, dat is, niet minder dan een daarmede overeenstemmend suikergehalte, zullen hebben of daartoe zullen worden gereduceerd ;

dat voorts uit de feiten, door de ged. ter harer verdediging aangevoerd, resulteert, dat de siropen, welke haar, nadat daaruit een en andermaal suiker was afgescheiden, in hare tweede fabriek zijn overgebleven, door den tusschen beide gekomen brand, wel min of meer zijn beschadigd, maar zoo weinig vernield of bedorven, dat zij daarvan eenen prijs heelt kunnen maken, verre overtredende dien, van den eischer bedongen; en dat nu uit een en ander onmiskenbaar volgt, dat die siropen van het oogenblik , waarin zij ged. oordeelende , dat zij voor geene verdere afscheiding van suiker vatbaar waren , van zulke bewerking afzag, voor haar waren melassen, en als zoodanig aan den eischer moesten worden geleverd;

dat het in dien stand der zaak overbodig is te onderzoeken, of cn in hoeverre de meergenoemde brand , indien hij andere gevolgen had gehad, den ged. zoude hebben gelibureerd, en de hoofd vordering van den eischer zal moeten worden toegewezen;

dat de wet voorts aan den regter de bevoegdheid geeft aan de partij in eene bilaterale overeenkomst, die aan hare verbindtenis niet tijdig beef» voldaan, daartoe, alvorens de resiliatie dier overeenkomst uit te spieken, eenen termijn te verleenen; en dat de secondaire vordering van den eischer, strekkende tot ontbinding, voor het geval, dat de ged. gedurende eenen bepaalden tijd in gebreke mogt blijven, indien ai ten onregte middel van bedwang genoemd, uit dat oogpunt is bestaanbaar ;

dat daarentegen aan het verlangen van den eischer, dat dit vonnis , ten aanzien van de hoofd-condemnatie teu laste van de individuele leden der directie van de gedaagde vennootschap, bij lijfsdwang uitvoerbaar zal worden verklaard, geen gevolg kan worden gegeven , daar de eischer die vennootschap bij dagvaarding heeft genoemd naamloos, en bestuurders van zulke vennootschap, naar den inhoud van art. 45 W. K., voorde verbinitenissen , die zij als zoodanig aangaan, jegens derden niet zijn gehouden, terwijl lijfsdwang alleen ten opzigte van dengene, die personeel is verbonden, kan worden aangewend; en dat er evenmin termen zijn, dit vonnis voorloopig executabel te verklaren;

Verleent acte aan partijen van hare respectieve verklaringen, met name van haar aanbod om van de door haar gearticuleerde daadzaken , des noodig, door getuigen nader bewijs te leveren; doch passerende dat aanbod,

Veroordeelt de gedaagde vennootschap om alsnog, binnen den tijd van veertien dagen na de insinuatie van dit vonnis aan den eischer van de melassen, in het vorig jaar in hare twee fabrieken te Uudenbosch gewonnen , te leveren 2084 kilogrammen tegen den prijs 'l 'r- de 10u kilogrammen, en naar gelang van die productie a d0ujQ00 kilogrammen tegen den prijs van 9 fr. de 100 kilogrammen, onder verrekening van wat door den eischer bij eene vorige leverantie te veel is betaald;

Jiii), vooi het geval, dat de gedaagde vennootschap aan die condemnatie binnen den daarbij bepaalden termijn niet mogt voldoen ,

Verklaart nu voor alsdan, ten gevolge van wanpraestatie, ontbonden de twee overeenkomsten van koop en verkoop, op den 8 Nov.

t - —j ii»i o obïui auuui s

heelt afgestaan , volgens hem aan ncn nnrlp.r hppfr. uoi-tnniit n.niirn

ia, ucu ueuneur eener oepaaiae zaag niet van de verpligting tot levering ontslaat, tenzij het bewijs worde geleverd, dat zulke brand

wwübu van uieu ueoiceur oi van nen , voor wie ftij aansprakelijk is, is ontstaan, en niet heeft kunnen worden voorgekomen; dat de eischer bij de adstructie van het eerste dier punten heeft

voria/ïkt rlap ± l . "' 1 ,

duet te vervaardigen , en de siropen, die na het winnen van een tweede product overblijven, als meiassen voor distillatie verkoopen, alsmede dat zulke melassen meermalen door hem zijn gekocht; terwijl de ged. , behalve de hiervoor gemelde daadzaken , heeft aangeboden te bewijzen, dat de gang van het beetwortelsuikerfabrikaat medebrengt , dat er , behalve een pprst.#» «»»

" . • ' —-w.www wn ki>v.uuo i uuuv/ij uuui üiai iiig,

opkokirig, cristallisatie en turbinering van de siropen, die bij laatstgenoemd product wegvloeijen, een derde verkregen wordt, en dat de alsdan overblijvende siropen melassen worden genoemd;

dat dit laatste bewijs, indien door getuigen geleverd, zoude kunnen leiden tot de kennis van de wijze, hoe een of meer beetwortelsuikerfabrieken worden geëxploiteerd, maar slechts een zeer dubbelzinnig licht zoude ireven ommant. Ha a i

, I Vrtii uci w UUIU n LUUIUSBCU ,'/

als handelsartike*, waarop het ten deze aankomt, en die niet is

twnhi a/>hti(t •

dat toch dat woord geenszins bij uitsluiting eigen is aan een der

* ecgciiwuuiuige oeetworteisuiKeriaörieK , maar zoo¬

lang er, hetzij dan uit suikerriet, hetzij uit beetwortelen, suiker weid getrokken, algemeen bekend is geweest, en immer heeft gegolden als eene generieke benaming voor dat gedeelte van het suikerhoudend vocht of van de zoogenaamde siropen, waaruit de

6vu.i «tauo *icl iuvl voorueei suiKer ar te scheiden;

dat dit zoo waar is, dat het rietsan in Hp snik-pr vnfirtkra..nian^o

uiën, na behoorlijk gezuiverd te zijn, tot vóór weinige jaren, naar den

-^uW VI tweemaal in so&iqg werd gebragt, om daaruit suiker door cristallisatie te verkrijgen , alsmede dat dezelfde methode

aun traxlraliilr K5Ï U l' u • ' i .... .

-uu.auuviya y laurieren van oeetworteisui&er is gevolgd, en

dat de alsdan overblijvende siropen, in beide gevallen, ofschoon vaa een veel aanzienlijke suikergehalte, dan waarmede zij thans de fabriek verlaten, melassen worden genoemd, en als zoodanig in den

hanHpl ffAhrof»t .... i • . '

ondergaan ; maar dit laatste is eene voor den kooper van mela&sen

.

dat het in dien stand der zaaIc nvprhnriior Ja tp nn^ai-7noiran c

1 1872 en den 31 Maart 1873 tusschen partijen aangegaan, waarbij ! de ged. zich verbond aan den eischer uit hare fabrieken te Ouden bosch m de maanden Julij, Aug. en Sept. daaraanvolgende te leve' ' ren 300,000 kilogrammen melassen k 11 fr. de kilogrammen en 250 a 300,000 melassen a 9 fr. de 100 kilogrammen, voor zoover aan die overeenkomsten geene uitvoering is gegeven;

Veroordeelt de gedaagde vennootschap voor hetzelfde geval tot vereoeding van de kosten, schaden en interessen, bij den eischer doar hare wanpraestatie geleden ;

Veroordeelt eindelijk de gedaagde vennootschap in de kosten van het geding; u

. Ontzegt allen verderen eisch.

(Gepleit voor den eischer Mr. J. Knottenbelt , van Botterdam en voor de gedaagde Mr. A. M. Sassen.)

ARRONBISSÜMENTS-EEGTBANK TE DORDRECHT.

Burgerlijke kamer.

Zitting van den 29 Junij 1874.

Voorzitter, Mr. W. J. tan Vollenhoven.

Afbraak van een oemeenen soiihidsmcus , op obond van abt. 685, al. 2, B. w.

De ""de-eigenaar, die geen gebruik heeft gemaakt van de bevoeadhetd, hem bij art 689 , al 2 , li. W. gegeven, verliest daardoor met het regt te vorderen, dat de gemeene muur voor rekening van zijn mede-eigenaar zal worden afgebroken en weder opgebouwd. — Rapport van deskundigen.

j. Stiegelis, kamerbehanger, eischer, procureur d. W. Stoop , tegen

p. de Uoo, broodbakker , gedaagde, procureur j. p. Bbedius.

I)c Regtbank enz..

Gehoord de conclusiën van partijen ; aanÏe1voerd;heIgeen adstructi,i ,laa'r™n bÜ P^ooi hinc inde is

Gezien een interlocutoir vonnis dezer Regtbank van dan 29 tw .873 , waarbij is bevolen, dat partijen bin.1 drie dagen na de be teekemng daarvan drie deskundigen zullen benoemen, ten einde het bij dat vonnis bevolen onderzees te bewerkstelligen; en waatbj voo he geval partijen daaromtrent in gebreke mogten blijven, werd bevolen , dat tot dat oiiderzoei zal worden overgegaan door de voor dat geval ambtshalve benoemde deskundigen , de heeren • H W V rh architect, O. J. Schotel, metselaar, en J. Ijamen , timmerman' ai'len te Dordrecht wonende ; ' auen

Gelet op den inhoud van het door genoemde deskundigen ter vol-

doen.ng aan dat vonnis mtgebragt rapport, behoorlijk geregistreerd

en b,j een door den heer griffier dezer Kegtbank uitgegeven afschrift ten processe overgelegd; & n aiscnnrc

Overwegende ten opzigte van de daadzaken, hetgeen daaromtrent bg genoemd interlocutoir vonnis is uiteengezet; en voorts dat na behoorlijke beteekemug van dat vonnis van wege den eischer'aan den piocuieur van den ged. en aan de bij dat vonnis benoemde deskundigen, deze, na in de zitting van 12 Jan. 1874 te zijn beëedigd on den 2 , iebr. daaraanvolgende het naar aanleiding van hun onderzoek schriftelijk opgemaakt rapport ter griffie dezer Kegtbank hebben « depoueerd; dat vervolgens de eischer den ged. heeft opgeroepen om voort te procederen en ter rolle conclusie heeft genomen , waarbij hij, na te hebben uiteengezet, hoe volgens zijn oordeel door het berint van deskundigen ae Regtbank ae vereischte inlichting verkrenen heeft om zonder nader onderzoek van deskundigen op verdere toeli-htinf' van getuigen de vordering des eischers toe te wijzen, zich evenwel bereid verklaart en subsidiair aanbiedt twee bij die conclusie eestelde daadzaken door getuigen te bewijzen; voorts heeft verklaard bii ziine conclusie van eisch, ter rolle van 10 Nov. 1873 genomen, te persisteren en subordinaat heeft verzocht en geconcludeerd :

1». dat, voor zoover ,1e Regtbank in het doo'r deskundigen uitgebragt bengt de vereischte inlicutingen niet of niet volledig genoee mogt vinden , dat alsdan een nader onderzoek van deskundigen worde bevolen; "

20. dat de eischer alsnog worde toegelaten de bovengestelde feiten door getuigen te bewijzen en met verwijzing van den ged in de kosten ingeval van tegenspraak, en anders met reserve van kosten tot aan de eind-uitspraak ten principale;

dat in antwoord op deze conclusie de ged. uit het rapport van deskundigen heeft getracht te betoogen, dat door het optrekken van den gemeenen scheidsmuur de ged. den eischer geene schade heeft toegebragt , en heeft aangevoerd, dat de eischer heeft geprotesteerd , nadat het nieuwe gedeelte boven op den gemeenen scheidsmuur reeds geheel was opgetrokken, en dus verzuimd heeft gebruik te maken van het hem in art. 689 B. W. gegeven regt; dat men deskundige dient te zijn om ten aanzien van de door den eischer gestelde daadzaken te kunnen verklaren , dat nk het vooropgestelde van toewijzing van des eischers principale conclusie geen sprake meer kan zijn en inet persistit bij zijne ter rolle van 17 Nov. 1873 genomene conclusie heeft ver&iaard zich niet te verzetten tegen de toewijzing van des' eischers subordiuate conclusie ter verkiijging eener tweede^exnertise

e'V7n regtenaarUa ^ °V" ^ W6Üer " bepleit geworden;

dat, naar aanleiding van de feiten en gevoerde procedures.de volgende vragen zullen moeten wordeu onderzocht en beslist:

. heeft de eischer zijn regt van vordering verloren, omdat hg

gende vragen zullen moeten wordeu onderzoek en beslist f8'

Sluiten