Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 5. Algemeenheid of bijzonderheid der gronden tot wetbrékende gratie.

Mi-, d. P., d;e a]ieen wetbrekende gratie erkent, eiseht, dat de gionden daartoe zoo niet in het misdadig individu dan . toch in de yzondere gesteldheid van het individuele (werkelijk voorkomende of oncrete) misdrijfgeval gelegen zijn; hij wil niet, dat ze van algeneenen aard zullen zijn. »De gratie, zegt hij, moet beperkt zijn tot conciete gevallen om hunne individuele eigenschappen.» Dit is n.f. eene ou t are voorstelling. — De gratie wordt even ab de regterlijke be1 issing steeds naar aanleiding van een enkel geval en tevens voor ^ a geval alleen genomen; zij behelst steeds eene beschikking in ■ ncieto, nooit een regel in abstracto. Voor die beschikking wordt Voo -r r 'le ®e'lee'e eigenaardigheid, de geheele specialiteit van het tei.01 ,g'4U!ll! Seval in oogenschouw genomen. De omstandigheden ech' waarjn eene reden tot gratie gezien wordt, mogen nog zoo zeldde"1', nuS zo° bijzonder zijn in hun voorkomen en zamentrefifen, ten 6n. Va" gratie 's stee<is van algemeenen of abstracten aard; spr. ?anzï?n dier algemeenheid kan slechts van een meer of minder zoo 16 Z^n' ^et 'aat z'c^ ters,on(i begrijpen, dat het hiermede evenYoor]1I10<it z'Jn a's met verzachtende omstandigheden. Wat in een tt i0meiid geval tot gratie of tot overschrijding van het strafminiool n ?lont' geeft > moet genoemd of geformuleerd, dat is (schoon , Me: mathematische bepaaldheid) in eene algemeene om-

. 1 'Jving vervat kunnen worden. Is dit onmogelijk, dan is ook voor r ,Me"J1'ekende gratie of de overschrijding van het minimum (1) geen en aanwezig. Tot gratie of overschrijding van liet minimum kan e iets ée'nigs in het voorliggend geval grond geven, maar slechts i® ^' boe dan ook ingehuld en vergezeld, ook in andere soort® gevallen voorkomt of blijkbaar kan voorkomen. Voor beiden giatie en regterlijke strafverzachting —• komt het op de objective n subjective zwaarte van het misdrijf aan: niet op de toevallige nf ■ , cireumstantialisering (sit venia verbo), maar op de meerdere ot mindere zwaarte der objective en subjective (algemeene) omstandigheden, welke men als de mate van strafbaarheid bepalende of volgens hunne meerdere of mindere graviteit verhoogende of verlagende pleegt te beschouwen. Deze (algemeene) omstandigheden nu zijn steeds vatbaar voor omschrijving. Nemen wij den diefstal tot voorbeeld : de gronden tot gratie in strijd met de wet zullen gelegen kunnen zijn in zeer aanmerkelijke geringheid van het ontvreemde in

niet geborgen of afgesloten zijn, reeds bezitten of verloren zijn daarvan in waardeloosheid voor den eigenaar en groote waarde voor den steler' m groote armoede en zinnelijke behoefte, verleiding door toevallig faciliteit of sterken indruk op de verbeelding, verleiding of aanmoediging door anderen, in onzekerheid omtrent het toebehoSren aan een ander, diens derelictie of permissie, in verzwakt bewustzijn omtrent het ongeoorloofde der daad (bijv. diefstal in opgewondenheid, beschonkenheid enz.). Steeds zal men algemeene (abstracte) omstandigheden weten te noemen, terwijl men die aan de bijzondere gesteldhetd van het geval ontleent.

§ G. Buiten-werking-stelling van bepalingen der strafwet door gratie-

Wij zagen, dat de redenen voor wetbrekende en tevens regtplegende gratie, hoe weinig omvangrijk en hoe weinig voorkomende die redenen ook mogen zijn , toch altijd van algemeenen aard zijn. Juist daarom behelst deze wetbrekende gratieoefening steeds eene buiten-werking-stelling der wet, hetzij dan eene uitgebreide of eene zeer beperkte. Dit ls althans het geval, zoo de gratie niet in het maSr' ^°n®e1uent. met aandacht en studie wordt uitge¬

leend d l - epaald geval °P zekeren Sronii Sratie ™r. denzelfden i Z'Ji ev®nzeer 111 al]e soortgelijke gevallen op grond verleend worden. Al bevat elke gratieoefening slechts eene afwijking van da wet voor het bepaalde voorliggende geval, in beginsel behelst zij tevens de buiten-werking-stellini' van een gedeelte der strafwet. Dit is even waar ten aanzien van "gratie van doodstraf wegens kindermoord (in engeren zin), op grond dat de moeder in vertwijfeling gebragt was door de vrees , dat haar oude Vader, wier eenig kind ze was, hare schande niet zou overleven als op grond dat de dood voor kindermoord (in engeren zin) eene te zware straf is. Natuurlijk zal, hoe beperkter de gratieredenen zijn, de consequentie moeijelijker te bereiken zijn en het buiten werking stellen van een kleiner deel der wet tevens minder in hut oog vallen: maar in beginsel is het buiten werking stellen der wet steeds onvermijdelijk met de wetbrekende gratie verbonden.

Wij kunnen de volgende rubrieken dezer wetbrekende gratie onderscheiden :

A. Verbreking van strafmaat, van den graad of het quantum der straf tegen een misdrijf bedreigd : de gedreigde straf of het gedreigde minimum wordt te zwaar geacht a. voor zekere omstandigheden, ■waaronder het in de wet omschreven misdrijf zich kan voordoen;

voor sommige kategoriën van gevallen, die onder zekere misdrijfbepaling vallen, en waarvoor de wet bij uitzondering eene zachtere straf had behooren te bedreigen; e. voor sommige kategoriën van gevallen, die inet het oog op de straf verkeerdelijk onder zekere denominatie van misdrijf in de wet zijn opgesomd; d. voor de geheele misdrijfbepaling gelijk zij daar ligt, die met het oog op de gedreigde strai een daaraan ontbrekend element van hoogere strafbaarheid behoorde te bevatten.

B. Ter-zijde-stelling eener strafsoort: a. de strafsoort wordt te zwaar of te hard geacht voor zekere kategoriën van gevallen, onder <le denominatie van een misdrijf vallende, of alleen goed voor de zwaarste soort van dat misdrijf (bijv. moord 1ste klasse, of real murder: cf. • Jngelsche enquete) ; b. te zwaar voor sommige misdrijven, M'aarop zij bedreigd is (bijv. de doodstraf voor kindermoord, brandstichting enz.);

zij wordt absoluut voor welke misdrijven ook te zwaar of anderzins verwerpelijk geacht, hetzij men die meening consequent doorvoert , of zulks nog niet aandurvende nu en dan in een erg geval de strafsoort nog eens toepast (2/.

C. Ter-zijde-stelling van strafbaarheid (van eene strafbaarstelling 0 m'sdrijf) : a. van eene kategorie van gevallen onder eene denomi-

vun misdrijf vallende of daaronder opgesomd; 6. van een mis-

rij (in een ot meer wetsartikelen omschreven), zoolang een in de

' "let. sevoi erd element van strafbaarheid daar niet bijkomt; c.

men thins meent

(1) Wel is waar hebben de N-P/i0,.i ,

grootste moeite om voor wn. . a"dsche regters dikwijls de

zij toch noodwendig achten, verz»plnJ.!Lvan 'le' minimum, die

De oorzaak hiervan is echter. dm hi; mstandigbeden te vmden.

minima thans zoo hoos; schiinen . rlnt '°e misdrijven de straf-

■vvorden aangemerkt, en de verzachtende omstik;'Ü ï njet gesteld formaliteit zijn, die men volbrengen moet omë h ^ s?e? s eene ecarteren. minimum te

(2) Stel, dat de minister van de doodstraf in den re«-el grat' f maar in een enkel geval, om die straf aan te houden , executeert (daartoe natuurlijk Z. M. bevel verkregen hebbende), en ons mede deelt, dat voor al die andere gevallen verschillende e-rnmipn

gratio bestonden , alleen voor dit enkele niet: dan mogen wij hem antwoorden , dat hij zich bedriegt, en dat de ware grond van gratie 111 "1 die andere gevallen is geweest, dat de doodstraf zelve te hard CT1 verwerpelijk werd geacht.

(3) Stel bijv. : sommige Napoleontische misdrijfjes uit den C. P.

Nu vraag ik Mr. d. P. en allen, die de wetbrekende gratie z66 willen beperkeu, dat althans de ter-zijde-stelling eener geheele strafsoort (de doodstraf bijv.) er niet onder valt: welke grenzen zij dan willen stellen? — Bijv. 1°. willen zij alleen verbreking van het gedreigde strafquantum, geeneter-zijde-stelling van strafsoort of misdrijf?— Dit zou volkomen willekeurig zijn. Bovendien de rubrieken A en B zijn niet specifiek verschillend, doch vloeijen veeleer ineen; als bijv. A d wordt toegelaten, waarom dan ook niet B a? — 2". Wil men alleen A a en geen der andere gevallen toelaten ? — Maar A b, c en d leveren geen specifiek verschil met A a op. Het verschil is meer vormelijk en de gevallen vloeijen ineen. — 3°. Wil men tot maatstaf nemen, dat niet de gebrekkigheid of onvolkomenheid der strafwet door de gratie mag gecorrigeerd worden, doch de gratie moet strekken om waar de wet opzettelijk een zeker minimum of een bepaalden strafgrond of eene vaste straf (bijv. doodstraf) gedreigd heeft, daarvan (met stilzwijgende goedkeuring der wet) af te wijken, zoo dikwijls de gedreigde straf voor de reeks van gevallen, tot welke een voorliggend misdrijf behoort, te zwaar is ? — Hoe nu echter steeds te bepalen, of de wet met oordeel des onderscheids de straf zoo heeft vastgesteld en zekere reeksen of kategoriën van gevallen juist aan de gratie heeft willen overlaten, dan of zij gedachteloos en vlugtig is te werk gegaan, of zij kortzigtig en onoordeelkundig is geweest, en of zij beter geïnspireerd zijnde niet hare bepaling zoo zou gemaakt hebben, dat zij de hulp der gratie niet behoefde ? Eenigzins doorgaande onderscheiding is hier onmogelijk; en men wordt teruggedreven tot de onderscheiding van hetgeen ons onvolkomen of gebrekkig voorkomt en van hetgeen als van min belangrijken en zeldzamen

aard te regt aan de gratie is overgelaten. Kunnen wij nu echter hier beter onderscheiden, omdat wij ons eigen oordeel, niet de ons onbekende gedachte der wet tot grondslag namen, het is onmogelijk voor die onvolkomenheid eene grens aan te wijzen, en de meeningen zullen daaromtrent zeer verschillen; en deze gratiebeperking is dus even subjectief en onpraktisch als willekeurig gekozen. Eigenlijk behoort men te zeggen, dat alle voor sommige omstandigheden, waaronder een misdrijf zich kan voordoen, te zware strafbepalingen onvolkomen of gebrekkig zijn, hetzij nu die omstandigheden van subjectiven of van objectiven aard zijn, ofschoon ze zeldzaam en moeijelijk te voorzien en eene lange omslagtige moeijelijk te formuleren wetsredactie vorderende mogen zijn, en bfschoon de volkomenheid nimmer geheel bereikbaar en de onvolkomenheid dus natuurlijk zij. Eene indeeling in natuurlijke

of onvermijdelijke en in vermijdbare onvolkomenheid is stellig met te maken. Alles is hier betrekkelijk. — 4°. Wil men de wetbrekende gratie niet uitstrekken tot geregeld voorkomende gevallen, doch haar

beperken tot exceptionele door een zamenloop van omstanaigtieaen

gevormde gevallen ? — Ook hier zal men slechts een meer of minder

«dikwijls» aantreffen en eene indeelino-, hoe ruw ook, onmogelijk vin¬

den. Wij zagen reeds dat de redenen van gratie steeds van algemee¬

nen aara zijn. Al is nu de strafwet met zorg bewerkt en al zijn de minima behoorlij k laag gesteld indien zich gevallen voordoen, waarin de wettelijke straf te hard is, dan blijft dit niet bij een enkel geïsoleerd geval, maar komt een aantal soortgelijke gevallen voor.

Het is eene door hunne theorie ingegeven onjuiste bewering van som¬

mige criminalisten, uai noe volmaakt en volledig ook de strafwet zij , zich toch soms gevallen zullen voordoen van toevallig zoo bijzondere configuratie, dat het juist gekozen minimum er te hoog voor

is. Er zijn voorzeker bij onderscheidene misdrijven (stel diefstal, Unterschlagung , bedrog, valschheid, beleediging, mishandeling en doodslag) gevallen van zeer geringe straf baarheid, zoowel ten gevolge der objectiviteit als der subjectiviteit van het misdrijf, maar deze gevallen staan niet als toevallig product van zeldzame omstandigheden

eenzaam daar; de omstandigheden, welke de strafbaarheid zoo verla¬

gen, zijn dikwijls of meermalen voorkomende uiterlijke toestanden of feiten, innerlijke gemoedstoestanden enz. Evenmin als door exceptionele conformatie weergaloos zware, komen ook door exceptionele

conformatie weergaloos ligte gevallen van een misdrijf voor. Het

blijft dus eene illusie om de gratie voor exceptiën in den zin van op zich zelve staande gevallen te bezigen. Zij stelt daar eene jurisdictio extra ordinem , welke volgens algemeene regels de wet buiten werking stelt, doch zulks door beschikkingen in de telkens voorkomende gevallen.

Er is eene uitgebreide buiten-werkinp--Rtallinn. i.,. at..

Pi ... tT . . ° O 3 "Vil vil WC11S.C lVii,

. speciaal strijd voert: het met meer toepassen van verouderde

ul"u B" nlal actuele regts bewustzijn in strijd bevonden oude strafbepalingen , gelijk thans het niet-toepassen der doodstraf Ook hiermede stelt hij zich voor zeer bepaald in de communis opinio te

zijn. De hiervoorgaande geschiedenis toont echter: !■> rlnt ,„j„.

gratiegronden bestrijding hebben gevonden, terwijl deze grond door niemand bepaaldelijk is bestreden geworden (1); 2». dat indien som¬

migen er over gezwegen lieooen (ten üeele omdat het voor hen onder eene algemeene formule, als vereffening van materieel met formeel regt, begrepen was), een aantal schrijvers, van de vorige eeuw tot op heden, dien grond uitdrukkelijk vermelden, als-, Rauter, Dalloz, Beccaria , Filangieri , Bentham , Ki,einschrod , Klein , Feuereach , Zirkler, Braüer , Trummer , Möller, LuEDeii. In beperkten zin wordt diezelfde grond — of wel te harde en slechte of gebrekkige strafwetten — genoemd door Ortolan, Oersted, Geib , Behner , R. y. Mohl , de Bosch Kemper , v. Deinse , Mr. d. I'. zeiven,

§ 7. Gratieregt volgens onze grondwet.

Onze grondwet vordert voor amnestie en abolitie eene wet. Zij draagt het gratieregt in engeren zin (van straffen door den refter opgelegd) aan den Koning op, behoudens de verpligte adviesnemin"bij den regter a quo of den Hoogen Raad. Zij beperkt evenmin die gratie als de abolitie en amnestie ratione causae. Zij onderwerpt de uitoefening van het gratieregt, even als alle uitoefening der regerinoeven als de uitoefening van alle Koninklijke praerogativen, aan de' ministeriële medewerking, contrasignatuur en verantwoordelijkheid. Dit volgt uit de universaliteit der in onze grondwet van 1848 ingevoerde instelling, welke gemeenlijk kortheidshalve ministeriële verantwoordelijkheid genoemd wordt, en welke inhoudt: dat de Konino'

y.p.lf finVPVQ nt^rnr^rlolïïIr kl T'QnrlO nifif, allfiPtn mor* •-!. n

v,"w"u"nwijrvuuv Juet zon-

der de medewerking van ministers, met uitzondering slechts van het naar welgevallen benoemen en ontslaan der ministers zelve; dat gelijk een minister niet zonder bevel of goedvinden des Konings mag handelen, zoo ook de Koning geene regeringsdaad mag verrigten zonder de toestemming van een minister; dat van die toestemming blijken moet door de medeteekening van alle besluiten des Konings dooiden minister; dat alle bevelen en besluiten des Konings zonder toestemming en medeteekening des ministers krachteloos zijn; dat voor elke regeringsdaad van Koning en minister uitgegaan alleen de laatste verantwoordelijk is. Ik geloof niet, dat ik in dit wetenschappelijk blad de universaliteit der ministeriële verantwoordelijkheid zal be-

overtreding der zondagswet, eedsweigering. Wegens dit laatste misdrijf werd in 1866 aan een Alkmaarder, die geen gratie had willen vragen, toch (ambtshalve) gratie verleend. De grond was, dat het geheele misdrijf, de strafbaarheid der eedsweigering, verwerpelijk of voor handhaving onvatbaar werd geacht

(1) Ook niet door Mii termaier ad Feuerhach en door Brougiiam — zoo men niet aan min juiste uitdrukkingen van beiden wil blijven hangen.

hoeven te betoogen(l). Dat de gratie onder haar bereik valt, is, blijkens de herhaalde interpellatiën over het gratiëren van de doodstraf en blijkens de gewillige beantwoording daarvan door de Regering, inderdaad communis opinio.

Volgens het Nederlandsche staatsregt is alzoo de gratie een poli-

tisch-onhp.errfinsri rpcrpvinrrovorrf /loc. T\n TiD nlot ,,^l

0 — -• '"5"' u JLVU11J.M£ 10 5 Ulb u r ui-

gens eene uitdrukkelijke bepaling der grondwet, maar volgens haren algemeenen geest en volgens het ongeschreven beschaafd-kosmopolitische staatsregt, verpligt het gratieregt uit te oefenen — even als in het algemeen te regeren nifif; rmn.r TflilpItpiii' cn rvm ryïino nprcnrvn_

•— o II vu UAU U1JUV jyviuvvu

lijke wenschen te bevredigen, maar ten algemeenen beste, om te doen wat goed en regt is. Eene zoodanige uitoefening wordt door de ministeriële verantwoordelijkheid pro viribus gewaarborgd.

Mi. d. P. zal hieruit zien, dat mijne leer geenszins, gelijk hij mij toedicht, luidt: //gratie is volstrekte willekeur.// Ik heb slechts de politische onbegrensdheid mtïnne nmieno a

■J . " uKitwiu, iiv/u WUU1U U/lUK'

keur met gebezigd, en gezegd: «dat wij weldoen om eenvoudig goed te keuren ieder nuttig en heilzaam gebruik, dat van het regtens vrije genaderegt des Konings wordt gemaakt.»

mr. d. i-. neeit van onze grondwettelijke bepalingen omtrent gratie eene interpretatie voorgesteld, welker mop-eliikheirt ;ir „.-of ^

had. — Hij meent, dat regelmatige gratie va/n pp.nfl Kanooien „r

- . - ^ cj. o auai ui

een bepaald misdrijf ongrondwettig is, en dat de grondwet alleen om de individuele eigenschannen van fifin hp.nnalrl o-pval i _ r.

U- - - &v.«i giawö voiuunooic.

Hij voert ten betooge aan: 1". De traditionele usuele beteekenis (verba valent usu) van gratie. Wij hebben echter gezien, dat die beteekenis geenerlei beperking, allerminst de door Mr. d. P. voorgestelde, in-

iiouut. io. ue voraering eener wet, van de medewerking der StatenGeneraal, voor abolitie en amnestie. Welke ia irropht .ic-+»..-.ui.-;,-,,.

- "A- »vu v, UV OUJL VIXXX1L1L1

van dit argument? Ik kan het niet gissen. Abolitie betreft e'e'n of

meer gevanen van Bevrijding van strafvervolging, amnestie eene <*eneraliteit van gevallen van bevrijding zoo van strafvervolging als van strafveroordeelinff: maai' aholitip. pn ümnactia —

— wviUOXi UCtlCllQU

altijd, evenzeer als gratie, bepaaldelijk aangewezen concrete gevallen;

ulD ucuuovcu mei muiviaueei aangewezen te zijn, maar zij

moeten plaatselijk, tijdelijk of feitelijk bepaald zijn; abolitie en amnestie betreffen nimmer alle gevallen van eene bepaalde straf of een bepaald misdrijf; zij zijn nooit algemeene maatregelen, maar blijven steeds bijzondere beschikkingen, hoe groot ook het getal gevallen moge zijn, waarop zij betrekking hebben. Wat meer is, terwijl de wetbrekende en tevens regtplegende gratie steeds nn

denen berust, zal abolitie en amnestie meer op geheel biizondere

alleen aan het voorhanden geval of zekeren voorhanden toestand ontleende (politieke) redenen berusten. De abolitie en de amnestie gewoon-

liik "ïie tirent vas a conséouèhèew. dp Wflt.hrplrpnrlA dn toiron O vnn.f^l 1 ~

O JL i - 7 UV * A tgupicguiiue

gratie altijd. 30. Het gevorderde regterlijk advies; dit zou eene ij dele zinlediae formaliteit ziin , //als reeds . voordat. W ^woo^ri —

^ ~ " 3 • lO , UIU

redenen van algemeenen aard vaststaat, dat de gratie niet zal worden verleend.// Reeds dadeliik maf onp-p.mprkf; wm-Hon

" O - r o ■ . ^ vvu

reden als de buiten-werking-stelling eener strafsoort niet de eenige,

maar eeiic onuei veie reueuen is, over welker aanwezigheid niet zoo ligt te beslissen is. De regterlijke autorisatie voor verkoop van onroerend goed aan minderjarigen toebehoorende wordt vereischt in alle gevallen zonder onderscheid, ook dan wanneer de verkoop moet geschieden, bijv. bij onteigening, bij deeling door een der medepierpnaavs crevorderd: het is dan des rpo-tp.rs t«.nlr t»

—O D . - ^ wil , UaL

eene imperative reden van verkoop voorhanden is en diensvolgens dien verkoon te autoriseren: de autorisatie is alzoo crpp.np ürioir»

A . O iuXil'

ledige formaliteit. Evenzoo is er niets ijdels en zinledigs in, dat het regterlijk advies zich ook uitstrekt tot die gevallen, waarin de gratieverleening zonder eenig bijzonder onderzoek omtrent de zaak reeds

aoor ue uuuieiguc ouaiowiii is; ue regter neert uan slecnts

te constateren, aat zooaanig gevai aanwezig en de gratie alzoo deswege mag verleend worden. Maar bovendien, gelijk reeds gezegd

werd, het gratieadvies is een algemeene maatregel; en wat bewijst

het nu , indien een aantal gevallen voorkomen, waarin het advies doelloos schijnt? Daarenboven het gratieadvies betreft niet alleen de

,.*^11TTon rif» WAtt.pliiIrp. Rt.vnf mnn.r onlr rlp rron™ ^^ n__

viijöuc-uiiig ; «v/ "«ag, uuui W61B.C

straf zij zal vervangen worden ; en zoo nu bijv. de doodstraf per se

lr w 5^ f n-o o /VI. r»l rl p n hl ii ft. in ip.rlpr bil zond Ar o-pvol qqv>

VVU1UU RiïlJKgVOVUUi«vu , ""J" ~-J ' «A VVliVllU.tiZ.UCli.

noodig voor de vraag , hoeveel jaren gevangenis in de plaats zullen

rroliil.' nit. dp. CAfipbJpdPTliS «"phlplrpn ie?

WCUlill. UU»*W1J IV, 6Wljl>. UV ÖVUJVUV.1 'ÜJ li Vb ICgieiJlJK

gratieadvies is bij ons eene zuiver traditionele instelling, en de wet-

mavavO I Q I Pi on 1 Ö A Q dnni' Ml' Tl l-> aonfrolinoU 1. _ . .

o 1 ^ ^ • u«u6vuuaiu, ivunnen niet

geacht worden, terwijl zij het advies voorschreven, daarmede eene

hp/np.rkincr der o-rat,ie ^hiiv. oratie sleehts om indiwidnplö . n

o — o \~v ■ o ^iècuacxiappen)

te hebben beoogd of als door hen bedoeld te hebben aangewezen.

Ten slotte bet. vemliVte pratieadvips Iran allaon

. — «xivvii aauumuen , aat de

gratie niet volgens willekeur maar op goede gronden behoort uitgeoefend te worden, doch geenszins dnt da j. ?

' . D , r,1 veruer, wat den

omvang harer toepassing en den aard harer gronden betreft beDerkt zon ziin. » ir

• § 8. Goede en slechte gronden van gratie.

Tot de goede gronden mag men brengen:

1". Wetbrekende en regtplegende of regtoefenende gratie. — Wanneer de strafwet verkeerde, onregtmatige bepalingen inhoudt, dan is er altijd een goede grond tot gratie, voor zoo ver deze bij magte is om eene betere en meer regtmatige beschikking te geven dan de wet veroorloofde. — Boven zijn reeds velerlei gevallen van deze soort van gratie onderscheiden. Eene strafbepaling of haar minimum kan te hoog zijn, absoluut of voor een deel der gevallen tegen welke zij bedreigd is ; eene strafsoort kan voor een deel harer bedreiging of absoluut te zwaar of te hard worden geoordeeld, "of anderzins absoluut verwerpelijk worden geacht; men kan meeuen, dat een volgens de wet strafbaar bedrijf ten deele of geheel onstrafbaar behoort te zijn. De Vorst moet echter met deze soort van gratie niet spaarzaam' maar omzigtig te werk gaan. Hy moet niet gratiëren, alvorens van de verkeerdheid en onregtmatigheid der wet deugdelijk gebleken zij ; subjective inzigten, onzekere, betwiste beschouwingen mogen ten-enover de wet niet gelden (2). Blijkbaar zal voldoende overtuiging en zekerheid omtrent de verkeerdheid der wet eer voorkomen ten aanzien van algemeene punten, gelijk geheele strafsoorten en misdrijven of het straffenstelsel ten opzigte eener rubriek Tan misdrijven (stel bijv diefstal), als ten aanzien van de zwaarte der bedreigde straf voor sommige gevallen of categoriën van een misdrijf. Ook hierop moet worden toegezien, of de administrative regtsbedeeling door gratie wel

(1) Men heeft voorleden jaar in een «dagblad» en later in eene

wii? rmTSPreidf ,br0Cllure aan de suede burgers en boeren pogen wijs te maken, dat de praerogativen des Konings, en daaronder ook de gratie, vrij zijn van de ministeriële verantwoordelijkheid (in plaats van vrij van de parlementaire toestemming). Dit geschiedde toen met eenig vertoon van geleerdheid door een would-be politicus. De verregaande valschheid van het betoog had toen wel eens de industria mogen aangetoond zijn. Thans acht ik mij daartoe niet meer gehouden.

(2) Ik wil hiermede niet zeggen, dat een Vorst, die overtuigd is in zake van strafregt boven de heerschende meeningen te staan (zoo als voorheen de tegenwoordige Koning van Zweden), niet goed zou doen door tegen de volksopinie in met behulp zijner gratiebevoegdheid een stelsel van zachter bestraffing en bijv. wering van doodstraf feitelijk in te voeren.

Sluiten