Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overeenkomstig art. 12 W. K. worden bevolen? — Ja. Amst. 3"03. 3.

Boekholtz (.!.■) c». P. Scheltes. Kant. n<>. IV Amst. 2969. 3.

Boeiiboom (J. J.) en J F. de Bresser in cass. 3011. 2.

Boesji s (G. J.) en W. Hilbrands e'. J. Kloekers. Drenthe. 3047. 3.

Bo te Zie Geldboeten.

Bohlkn (H ) c. s. in cass. 2965. 1.

Boon Cz. (G. de; c». het Collegie van Dijkgraaf eu Hoogheemraden van den Alblasstrwaard met Arkel beneden de Zouwe. H. R. •>995.

Boomen. Hij, die door eene onregtmatige daad oorzaak is, dat iemand aan zijne verpligtingen jegens derden niet kan voldoen, is verpligt hem voor de gevolgen daarvan te vrijwaren en casu quo schadeloos te stellen

Het verbod, op grond eener politie-verordening gedaan, om op de plaats, waar eenige aangekochte — staan, het plaveisel op te breken of uitgravingen te doen, en het aldus den kooper beletten om aan zijne verpligting tot het binnen zeker tijdsverloop rooijen dier — en di.'tmaken der daardoor veroorzaakte gaten te voldoen, stelt op zich zelf nog geene onregtmatige daad daar. Amst 2984.3.

— Is het feit van een berkenboompje, dat de beklaagde wist hem niet toe te bebooren , en dat met anderen geplant was langs een openbaren weg, moedwillig uit den grond te trekken en in het water te werpen, strafbaar volgens art. 455 Strafregt ? — Ja.

Artt. 445, 448 en 455 Strafregt. Drenthe. 30 <8. 2.

— Zie Polderbesturen. 2979. 2; 3017. 2; — Wegen. 2984. 3.

Boos opzet. Zie Liaster. -ui-s. 3.

Bouding (C. Cz ). Het Openb Min. c. —. Noordh. 3047. 1. BoRötoi.t. — Afwijzing der vordering op grond van niet-borgstelling voor de renten. — Hooger beroep.—Vermindering der vordering. —- Gedeeltelijke toewijzing. — Compensatie van kosten.

Heeft de eerste regter ten onregte de vordering ontzegd, op grond, dat zij slechts gedeeltelijk voor toewijzing vatbaar was?

— Ja.

Is de regter verpligt de vordering, gedeeltelijk toe te wijzen, ook dan, wanneer de eischer zijne vordering niet heeft verminderd?

— Ja. I'renthe. 3033. I.

— Zie Faillissement. 3015. -3; — Lastgeving. 3304.4; —Registratie. 2981. I; — Verzekering. 3064. 4.

Borret (F. H H.J De heer — gekozen tot lid van de Tweede

Kamer der Staten Generaal. 2968. 4.

Bosch (Vrouw van den). Meng. 2961. 4.

— Aan haar volledige ontheffing van straf verleend, alsmede van de smet en eerloosheid der veroordeeling met al hare gevolgen. 2964. 4.

— Misstelling en herstelling. Meng. 2963. 2. — Antwoord aan Mr. ?. van Bemmelen. 29b6. 3.

— Uittreksel uit de brochure van Mr. J. G. A. Faber, Binnenlandsche politiek. 2966 4.

— Velzer zaak. Brief van den officier van justitie Mr. Del Court van Krimpen. 2975. 2

— Brief van den heer Hoogvliet. 2981. 4.

— Brief van Mr C. A. Cosman. 2983. 3.

— Misstelling en herstelling. Kepliek aan Mr. J. de Wal door Mr. P. van Bemmelen. 29s7. 2.

Bosch (F. van den), huisvrouw van A. Arkestein, in cass. 2962.2. Bosch en ter Spill c'. assuradeuten. Arbitr. uitspr. Amst. 3039. 2. Bosman (J.) in cass. 2998. 2.

Bosse (Mr. P. P. van). De heer — gekozen tot lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. 2968. 4.

— benoemd tot minister van Finantiën. 3005. 4.

Bots (Mr J. B.). De heer — gekozen tot lid van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal. 2968. 4.

Bougcenon (J. V.) c". de erven van J. Frouin. ïl. E. 3051. 1. Bouwen van huizen. Is het koopen van grond en materialen tot het voor eigen rekening bouwen van woonhuizen , om die te verkoopen of te verhuren , eene daad van koophandel ? — Neen.

Zijn gebouwen bewerkte waren ? — Neen.

Vuimt het ée'nmaal verkoopen van materialen het beroep van koopman ? — Neen

Mankt het hebben van koopmans-patent den gepatenteerde tot koopman? — Neen. Zuidh. 2971. 3.

Braak (J). Het Openb. Min. ca.—. Noordh. 3046. 2.

Braekex (H. H.) in cass. 3051. 2.

Brak P. M.) ca. A. L'remer. Amst. 29S3. 3.

13rasd-assurantie. Zie Verzekering. 2964. 3; 3025. 2; 3040. 3; 304 0. 4.

Branden van licht. Zie Tolboomen. 2999. 4.

Brandspuit lOefening met de) Zie Plaatselijke verordeningen. 2985. 2. Brandstichting. De Velzensche zaak. Opstel. 2961. 1.

— Vrouw van den Bosch. Meng. 2961. 4.

•—-Aan haar en J. Mooy volledige ontheffing van straf verleend, alsmede van de smet en eerloosheid der veroordeeling met al hare gevolgen. 2964. 4.

— Misstelling en herstelling. Meng. 2963. 2. — Antwoord aan Mr. P. van Bemmelen. 2966 3.

— Uittreksel uit de brochure van Mr. J. G. A. Faber, Binnenlandsche politiek. 2966. 4.

— Misstelling en herstelling. Meng. 2963. 2. ■ Antwoord aan Mr. P. van Bemmelen. 2966. 4.

— Velzer zaak. Brief van den officier van justitie Mr. Del Court van Krimpen 2975. 2.

— Brief van den heer Hoogvliet. 2981. 4.

— Brief van Mr. C. A. Cosman. 2933. 3.

— Misstelling en herstelling. Repliek aan Mr. J. de Wal door Mr. P. van Bemmelen. 29-<7. 2.

— Bewijs.— Aanwijzingen. — Moedwil. — Eigen huis. — Motieven. (

Het in deze aangevoerde middel, als klaarblijkelijk strekkende om in cassatie ter toetse te brengen de feitelijke gevolgtrekkingen, ( bij het beklaagde arrest afgeleid uit als wettig bewezen aange- ( merkteen bijgebragte omstandigheden , ten eenemale onaannemelijk. (

De omstandigheid, of de beschuldigde is eigenaar van het door hem in brand gestoken huis, voor de toepassing van art. 434 l Strafregt onverschillig, mits slechts van moedwil blijke. H. lt. 3013. 2.

— Moedwillige —. Bewijs. — Aanwijzingen. — Getuigen bewijs. — Meening of gissing.

Uit den geheelen inhoud van het onderwerpelijk arrest blijkt voldoende, dat het Hof het misdadig doel bij de gepleegde —om een ander te benadeelen aanwezig heeft geacht.

Het begrooten der waarde eener zaak, vooral van dagelijks voorkomende voorwerpen, door personen van denzelfden stand als die, wiens zaak wordt geschat, is niet eene meening of gissing, maar eene verklaring, steunende op eigen bevinding. H. K. 3056. 2.

— Zie Kamps (A.j -.-980. 4 ; — K.ppens (T. C.). 3062. 4. Buanoweer. Zie Plaatselijke verordeningen. 2966. 1; 2967. 3. — 13kauw (.Jhr. Mr. W. M. de). De heer — gekozen tot lid van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal. 2968. 4.

Breejen (J. den). Het Openb. Min. c'. —. Kant. Tiel. 296 2. 4. Regtb. Tiel. 2964. 3.

— in cass. 2988. 2.

Breugem (A.J ca. den Staat der Nederlanden. II. R. 2973. 2. —

Brieven van Mr. A aan Mr. li. 2961. 4; 2964. 4; 3011. 4.

t. Brieyen yan legitimatie. Zie Erfregt. 2999. 3.

Brink (D. van den), wed. J. Eijerkamp, e. s. De Staat der Nederlanden c". —. H. R. 2998. 1.

Bkink (F. ten) c. F. A. de Haan Kant. 's Hage. 3058. 3. 3. liRiTiANNië (Groot-). Onderzoek te Liverpool in te stellen nopens eene herziening van de bestaande wet op de faillissementen enz. 2971. 4. — Over den onvoldoenden staat der politie te Londen 2971. 4. 'n Aanneming door liet Lagerhuis van een voorstel tot afschaffing v. van lijfstraffen in het leger in tijd van vrede. 2987. 4.

Nieuw wets-ontwerp aan het Lagerhuis aangeboden betreffende id de bankbreuken en faillissementen. 2993. 4.

't — Tweede lezing in het iloogerhuis van de wets-voordragt om fïe >s doodstraf voortaan binnen de muren der gevangenis te doen plaats

hebben. 2999. 4.

p — Uitvoering der doodstraf op den fenian Barrett. 3005. 4. 'e — Oommissie benoemd tot herziening der bepalingen en regelen be- ! n trekkelijk de naturalisatie en de regten van genaturaliseerde burgers n en van landverhuizers. 3u06. 4.

, Brock ^C.) in cass 2968. 2.

'• Bhocx (L.. G.|. De kapt.-luit.-ter-zee — benoemd tot minister van n Marine 3005. 4.

;s — Hem gedurende de ongesteldheid van den minister van Koloniën it het beheer van diens departement opgedragen. 3030. 4.

Bronkhohst (i.) c'. 11. Bronkhorst. Noordh. 2970. 3; 2980. 2. Brouuïïvm (Lord). Meng. 3000. 4.

Bri .kleen. Zie Beslag. 3033. 3.

u«i ssel (D. van) Het Openb. Min. c". —. Assen. 2981. 4.

Bruyn Kops (Mr. J. L. de). De heer — gekozen tot lid van de g Tweede Kamer der Staten-Generaal. v90». i.

;• Boitenlandsche bezittingen. Zie Erfregt. 2999. 3.

üuite* landscht; vennootschappen. Zie Vennootschappen. 3063. 4P 3065. 3.

? Buitenlandsche Zaken (Departement van). Verwerping ter Tweede Kamer van het wets-ontwerp tot definitive vaststelling van hoofdst. ^ IU der staatsbegrooting voor ts68; verzoek van de Regering ? hierop de verdere behandeling der begrooting te schorsen ; daartoe besloten; daarop gevolgd verzoek van de ministers om ontslag. 29'J5. I.

■ De luit.-gen. J. J. van Muiken tijdelijk belast met liet beheer I 6 van het —. 3005. 4.

— De laatste opdragt ingetrokken en met de tijdelijke waarneming I belast de heer Mr. T. M. Roest van Limburg. 3007. 4.

1 —■ Hem tot definitief minister benoemd. 3027. 4.

Bundergeld (Hijnlands). Zie Reglement. 2996. 1. (

Burgemeester. Zie Dagvaarding. 2984. 3. (

Burgerlijke Regt.nvordering (Wetboek van). Wets-ontwerp tot I ( afschaffing van de bepalingen van het — over de judiciële boeten ( en schadeloosstellingen, en memorie van toelichting. 2981. 6.

— Voorloopig verslag ter Tweede Kamer. 2986. 1.

t — Memorie van beantwoording. 2986. 1.

Bcroerlijke stand. Zie Kind. 3020. 3.

Burgerlijk regt fGeschilpunt van). Zie Jagt. 3021. 1; — Oogst. 2992. 1; — Overgang. 2985. I; — Valschheid. 2983. 1 ; — Wegen. 3014. 4; — Weiregt. 3001. 3. (

Burgerlijk Wetboek. Bij de Tweede Kamer ingekomen een wets- j ontwerp tot afschaffing der artt. 884 en 957 van het —. 3040. 4. i — Tekst van het ontwerp, en memorie van toelichting. 3043. 1.

— Voorloopig verslag der Tweede Kamer. 3059. 1.

' Bus Gz. (G.) ca. J. van der Kuyl. Amst. 3003. 3.

Busch (W.) e;1. J. Gregoire. Maastr. 3025. 2.

Busing Schrüder en Comp. c'. de Veenendaalsche stoomspinnerij.

Noordh. 3032. 1. (

Bylandt (C. J. E. Graaf van). De heer — gekozen tot lid van de

Eerste Kamer der Staten-Generaal. 3017. 4.

Bylam) r (Mr. E J. A. Graaf van). De heer — op verzoek eervol ontslagen als commissaris des Konings in de provincie Overijssel. 3020. 4.

€. L

Calcar (A. van) in cass. 3027. 1. I £

Camphuysen (H.) in cass. 3031. 2.

Canon. Zie Registratie. 2963. 1.

Cargadoor. — Provisie. — Gewoonte. — Overeenkomst. — Be- I wijs. —■ Interlocutoir. — Berusting. — Onsplitsbaar aveu. —Re- C vonventie. •— Compensatie. — Niet-beslissende eed. C

Wanneer door den eenen — tegen den anderen is ingesteld eene C vordering tot betaling van het halve aandeel en bevrachtingsprovisie C en het opmaken van cherte-partijen, door den ged. erkend, onder G bijvoeging, dat dit regt tot vordering voortvloeit uit de overeenkomst, dat zij te samen zouden deelen de provisie van schepen G naar Frankrijk, door wien hunner ook bediend, op welke bijvoeging hij eene tegenvordering grondt, met vasthouding aan het ont- C< splitsbare van zijn aveu, is niet ter zake afdoende het bij interlocutoir opgelegd bewijs van het gebruik of de gewoonte, dat , C( wanneer twee cargadoors te zamen een schip bevrachten en vervrachten, de provisie door hen gedeeld wordt. q,

Ook bij berusting in dat interlocutoir, en het daarin opgelegde bewijs geleverd zijnde, kan nog geen eindvonnis volgen" maar C< moet, indien het bewijs voor de regtmatigheid der vordering alleen C< steunt op de bekentenis des gedaagden, de valschheid van het door Cl hem daarbij aangevoerde worden bewezen en hem aldus tevens, als reconventionnelen eischer, de gelegenheid worden gegeven, dé Ci waarheid van zijn beweren te staven. ' qt

Eene reconventionnele vordering is ontvankelijk, al kan het daarbij gevraagde ook bij compensatie worden bekomen. Amst. 3017. 3. (Verbetering. 3u34. 4.)

Cari.os (Dom. Over de toerekenbaarheid der handelingen van

Kede van Dr. 11. Friedberg. 2«93. 4.

Carst (l'.i e'. W. L. van Coeverden. Noordh. 3018. 3.

Carvalho (A.i in cass. 3027. 2.

Casembroot (Jhr. F. dei. De heer — gekozen tot lid van de Tweede

Kamer der Staten-Generaal. 2 968. 4.

Cassatie. Over de — in verband tot de Velzensche zaak, naar aan- i leiding van een stuk in de Amst. Ct. 2972. 4. ,

— Als de laatste dag van den termijn van — valt op een Zondag, kan het beroep nog worden ingesteld op den volo-enden da°- tl ïi'

297.7" '• , ° Cu

— Middelen van —. Verzachtende omstandigheden. (jlf

Zijn beweerde nalatigheden, niet medebrengende een verzuim van c uitspraak te doen op eenige vordering, terwijl zij evenmin de blijken dragen van schending van eenig wets-artikel, vatbaar voor een onderzoek in — ? Neen.

Is de vraag, in hoeverre er verzachtende omstandigheden aan- Da wezig zijn, geheel ter beoordeeling van dsn judex facti? — Ja 11. R. 3031. 2. ' Da]

— Schorsing. — Hervatting. — Conclusiën. jjAJ

Zijn de regelen over de schorsing en hervatting bij het regtso-ading Da<

in eersten aanleg ook toepasselijk in —? Ja. ° B jja(

Moeten in — conclusiën ter teregtzitting worden genomen ? — Ja. z

Is het geding in — in staat van wijzen, vóórdat de conclusiën r'

ter teregtzitting zijn genomen? — Neen. H. R. 3049. I. j,

— Kan het aangaan om bij het voorstellen van middelen van , b

doch zonder eenige ontwikkeling van gronden, voor die gronden ii

zelve te verwijzen naar een processtuk in eene geheele andere en reeds lang afgedane zaak? — Neen. H. R. 3052. 2.

Cassatie. Zie Belastingen. 2964. 2; — Brandstichting. 2961. —Geneeskunde. 3009. 1 ; — Jagt. 3057. 2 ; — Kosten. 2961. 3; — Onteigening. 3063. 2; — Veeziekte. 3005. 2- Vrijspraak. 2968.3;

2987. 1 ; 3014. 1; — Wegen. 3036. 1.

Caotio judicatum solvi. Zie Kostelooze procedure. 3031. 3; — V reerndeling. 8007. 3.

Cellulaire opsluiting. Zie Gevangenis-straf. 3015. 4; 3017. 2;

3025. 3 ; 3028. i ; 3030. 4 ; 3039. 3 ; 3062 4 Cessie. Zie Faillissement. 3018. 3; - Koop en verkoop. 3042. 3Chauveau (Adolphe). Overlijden van —. 3065. 4.

Cherth-partij. Zie Overeenkomst. 3011. 3.

Cikqüe. Zie Overeenkomst. 303 v. 2.

Civiele paktij — Gehuwde vrouw.

Kan eene gehuwde vrouw, zonder bijstand vau haren echtgenoot,

zich — in een strafgeding stellen? — Neen. Noordh. 3048. ICüde civil. Over den loop der herziening van den — in Frankrijk» 29*6. 4.

Code penal. Zie Overgang. 2985. 1.

Code Rural. Zie Overgang. 2985. i.

Codificatie. Bilderdijks stilzwijgen over de . 2964. 4.

Cognoscement Zie Valschheid. >985. 2.

Coi.di Wey (S. H.) c. s. in cass. 299 7. 1.

Commissaris van politie. Zie Beleediging. 3059. 2.

Cummissionnair. — Lastgeving. — Vrijwaring.

i )e commissionnair, die niet in naam van zijn lastgever hseft gehandeld, kan, in rekten aangesproken, niet vorderen" dat hem een termijn worde toegestaan om dien lastgever in vrijwaring °P te roepen. Amst. 2961. 3.

— Zie Koop en verhoop. 3048. 3.

Compensatie kan plaats hebben tusschen eene liquide en erkende schuld en eene vordering tot schadevergoeding voor eene reeds vereffende, bepaalde en dadelijk opeischbare som, waaromtrent door den regter alleen moet worden uitgemaakt, of die al of niet eeoe liquide vordering daarstelde.

Eene dergelijke tegenvordering levert een middel van verwering op en moet in dien vorm en niet als reconventionnele vordering worden onderzocht. Noordh. 3032. 1.

— Zie Beslag. 2991. 2; ~ Borgtogt. 3033. 1; — Cargadoor. 3017. 3; — Faillissement. 2993. 2; — Koop en verkoop.' 3022. 3; —

Kosten. 2965. 4; — Schadevergoeding. 3053. 1 ■ Wisselregt•

2995. 4.

Competentie. Zie op Bevoegdheid, Onbevoegdheid.

Compromis. Zie Expertise. 3032. I.

Concessie. Zie Tolheffing. 2997. 3.

Conclusie van dupliek. — Reconventie. — Geldleenin°\ — Renten. — Onsplitsbaar aveu. — Betaling.

Hoewel de indiening der — van dupliek, eerst daags vóór het pleidooi, geene aanleiding geeft om die buiten het geding te stellen, kan de gedaagde daarbij van zijne bij — van antwoord ingestelde reconventionnele vordering geen afstand doen, zelfs onder betaling der kosten, zonder toestemming der wederpartij. Amst. 3041. 4. CoNCLDSiëN. Wanneer eene zaak of een incident tot pleidooi is bepaald, kunnen geene daartoe betrekkelijke — meer genomen worden, ten ware de aanleiding tot het nemen van die —- eerst later mogt zijn ontstaan. Maastr. 302 5. 2.

— Zie Cassatie. 3049. I; — Getuigenverhoor. 3043. 3;— Openbaar Ministerie. 3002. 4; 3052. 4; 3059. 4; 3061. 3 (verbetering. 3062. 4); 3065. 4; — Regtsmiddel. 3016. 3; — Testament. 2997. 3; — Waarde. 2971. 3.

Concurrentie. Door de regterlijke magt in Frankrijk als beginsel aangenomen, dat ieder industrieel bij alle zucht om te waken, dat zijne zaak niet met die van een mededinger worde verward, zich toch binnen zoodanige grenzen dient te houden, dat hij niets doet, wat de belangen en het crediet van zijne concurrenten schaden kan. 3005. 4.

Condictio indebiti. Zie Belastingen. 3013. 1; — Wisselregt. 3015. 4. Connexiteit. Zie Instantie. 3045. 2.

Consulaire regtsmaot. Memorie van toelichting tot het op nieuw ingediende wets-ontwerp tot regeling van de bevoegdheid der consulaire ambtenaren tot het opmaken van burgerlijke acten en van de —. 2931. 5.

Contradictoire behandeling. Zie Verdediging. 2970. 2.

Conventie. Zie Onbevoegdheid. 3011. 3.

CoriëN. Zie Geneeskunde. 3026. 4.

Cormenin (De). Meng. 3000. 3.

Coknelis (K l. j.). De heer — gekozen tot lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. 297 2 4.

Correctionnele zaak. Zie Diefstal. 3023. 2 • Verdediging-

2970 2.

Coulon (de). De heer —, regtsgeleerde van naam in Frankrijk,

overleden. 3011. 4.

Coupons. Eisch om te worden geadmitteerd tot oproeping in vrijwaring. liott. 3035. 2.

Courbois (A. B) cJ. K. Heysen, wed. J. van Kempen. Kant. Nijm2966. 2.

Coustbn (II. J.) in cass. 3009. 1.

Cox (H) in cass. 3017. 2.

Cremers (Mr. J. J.) I)e heer— gekozen tot lid van de Eerste Kam er

der Staten-Generaal. 3017. 4.

Cr mineel wttboek. Zie Krijgsvolk. 2982. 6 ; 2983. 5.

Curatele. — In-curatele-stelling des mans. — Verpligting der vrouw tot voldoening der verplegingskosten. — Art. 28 der wet van 29 Mei 184 1 (Stbl. n'. 20). — Provisionnele bewindvoerder.

Is het geval van art. 28 der wet van 29 Mei 1841 (Stbl. n°. 20) aanwezig, wanneer de in-curatele-steiling des mans door de vrouw is gevraagd, maar noch op haar verzoek, noch op dat der bloedverwanten, een curator is benoemd?—Ja. Arnh. (raadk.) 2983. 3-

— Artt. 494 en 496 15. W. — Curatele. — Verhoor van getuigen. Kan, wanneer, volgens art. 494 B. W., de Kegtbank niet genoegzaam is ingelicht omtrent de in-curatele-stelling en dien ten gevolge getuigen zijn gehoord, dit getuigenverhoor alleen plaats hebban ter openbare teregtzitting, na verhoor of behoorlijke oproeping der partijen? — Ja. Drenthe (raadk.) 3006. 3.

— Zie Verkoop. 2980. 2.

:urator. Zie Faillissement. 3053. 4 ; — Vennootschappen. 3012. I'uypers (.1. A. J. C.), douairière van Mr. L. D. Storm , c'. F Arends qq. H. R. 2978. 2.

19.

Iade en Comp. c». de Raadt en Homan. Amst. 2985. 3-

— c«. H». Dudeling. Amst. 3011. 3.

'aden van koophandel. Zie Overeenkomst. 3019. 3.

ading. Zie Eed. 2985. 3; — Registratie. 3039. 1.

agblad. Zie Laster. .303 ~. 3.

aovaarding. Indien gedagvaard is de burgemeester eener gemeente, zonder bijvoeging van diens naam , en het exploit is gedaan ten raadhuize en door den burgemeester als zoodanig aangenomen, kan het aan geen redelijken twijfel onderhevig zijn, dat is bedoeld de burgemeester , optredende voor de gemeente, en niet de burgemeester in zijn privé. Amst. 2984. 3.

Sluiten