Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door hem ingestelde actie voort te zetten , en lcan zich daartegen niet beroepen op art. i 79 B. R.

Sandel en Comp., eischers, procureur H. P. Loggeke , tegen

G, H. Cornelisse, gedaagde, procureur S. de Blaauw. De Regtbank enz.,

Overwegende, dat op verzoek des gedaagden aan de eischers is opgelegd, bij vonnis dezer Kegtbank van den 7 Febr. 1866 , om als vreemdelingen, binnen veertien dagen na de beteekening van dat vonnis, in deze zaak zekerheid te stellen voor de kosten, schaden en interessen, waarin zij als eischers zouden kunnen worden veroordeeld ten behoeve van den ged., en wel tot een bedrag van J' 400;

dat dit vonnis aan de eischers is beteekend door den deurwaarder P. Lissone op den 16 Maart 1866; dat de eischers geene zekerheid hebben gesteld;

dat des ged. procureur dien der eischers heeft gesommeerd om voor deze Regtbank te verschijnen op 4 April 1866 , ten einde op de zaak voort te procederen, van welk avenir afschrift aan des eischers procureur is beteekend den 31 Maart 1866 , door den deurwaarder V. Lieshout;

dat de ged. ten gevolge van dit alles heeft geconcludeerd, dat de vordering aan de eischers zal worden ontzegd, immers dat zij nietontvankelijk zullen worden verklaard , met veroordeeling in de kosten;

dat de eischers die conclusie hebben bestreden, en het gevolg van het niet-stellen van zekerheid achten té zijn , dat zoodanige eischer niet kan voortzetten zijne ingestelde vordering, maar niet dat hem zijn eisch moet worden ontzegd; dat alleen van toepassing zijn de bepalingen van art. 279 en volg. B. R.;

dat de ged. bij nadere conclusie heeft gezegd, dat hij niet gedurende drie jaren of langer verpligt kan blijven bezwaard te zijn met eene instantie , die misschien geheel ten onregte tegen hem aanhangig is gemaakt;

dat de eischers daarop hebben geantwoord, dat des ged. stelsel niet rust op eenig artikel, maar het hunne op art. 279 B. li. en op vroegere arresten ; overigens dat de ged. geen drie jaar bezwaard behoeft te blijven, daar hij de eischers in ieder geval kan noodzaken voort te procederen, al is aan eene cautie-stelling niet voldaan; U. in regten:

dat het gevolg van het niet-stellen van zekerheid door een vreemdeling , als eischer optredende, is, dat de wederpartij, zoolang de zekerheid niet is gesteld, geene weren in regten of tegenzeggen behoeft te doen;

dat dus die eischer, zoolang hij geene zekerheid heeft gesteld en de zaak zonder dit te doen wil voortzetten, moet verklaard worden niet-ontvankelijk;

dat, wanneer hij zich zeiven buiten de mogelijkheid heeft gebragt om die zekerheid immer te stellen, hij altoos niet-ontvankelijk moet worden verklaard, wanneer hij ook optreedt en de ged. op zijn regt blijft staan ;

dat de eischers werkelijk in dat geval verkeeren, daar hun een termijn bij vonnis is gesteld, binnen welken zij gehouden zullen zijn zekerheid te geven, dat vonnis is gegaan in kracht van gewijsde, en de eischers den termijn hebben laten verloopen;

dat zij derhalve voor deze actie steeds niet-ontvankelijk zullen zijn ; dat hier niet van toepassing is art. 279 , wegens het vervallen deiinstantie, dewijl in dat geval zelfs na de drie jaren, zoolang de vervallenverklaring niet is geeischt, de zaak kan worden vervolgd en in casu niet, omdat de eischers steeds en voor altijd niet meer ontvankelijk zijn ;

dat de ged. wel de zaak zou kunnen laten rusten, maar ook, zoo als hij ged. gedaan heeft, en de procureur der eischers zelfs zegt, kan noodzaken voort te procederen , en dat wel om van de regtsvordering ontslagen te zijn en om de door de eischers hem veroorzaakte kosten van hen te kunnen terugvorderen ;

dat de conclusie van den ged. tot niet ontvankelijk-verklaring van de eischers in de tegen hem ingestelde actie hem moet worden toegewezen en de eischers tot betaling van de aan den ged. veroorzaakte proceskosten veroordeeld;

Gezien artt. 152 , 279 volg., 56 B. R.;

Verklaart de eischers niet-ontvankelijk om de door hen tegen den ged. ingestelde actie voort te zetten;

Veroordeelt hen in de kosten.

HOOGE RAAD DER NEDERLANDEN.

Burgerlijke kaïner.

Zitting van Maandag, 8 Junij.

Voorzitter, Mr. F. dm Gbeve.

Conclusie door het Ofenb. Min. genomen in zake:

(Onteigeningszaak.) P. G. C. Hajenius, eischer, procureur Mr. J. van der Jagt, tegen den burgemeester van Amsterdam , verweerder , procureur Mr. M. Eyssell. Adv.-gen. Römer concludeert tot verwerping. Uitspraak 15 Junij.

Hamer van gtrnfxaken.

Zitting van Maandag, 8 Junij.

Voorzitter, Jhr. Mr. B. van den Velden.

Behandeld het beroep van:

1". E. Maatje, tegen een vonnis van de Regtbank te Rotterdam; rapp., raadsh. van der Sande ; gepleit Mr. I)av. H. Levyssohn Norman. Conclusie bepaald op 15 Junij.

2". den officier bij de Regtbank te 's Gravenhage, tegen een vonnis in zake J. Roozenburg, mede-req.; rapp., raadsh. Huguenin; gepleit Mr. J. J. Bergsma. Conclusie bepaald op 15 Junij.

3°. A. H. Ponne c. s., tegen een arrest van het Hof in Friesland ; rapp., raadsh. Elias. Adv.-gen. Römer concludeert tot verwerping. Uitspraak 16 Junij.

Zitting van Dingsdag, 9 Junij.

I. Uitspraak gedaan in zake:

1°. den ambtenaar van het Openb. Min. bij het Kantongeregt te Lemmer, tegen een vonnis in zake E. en W. Stenekes. Verworpen.

2°. A. Learbuch, tegen een arrest van het Hof in Noordbrabant. Verworpen.

3». B. Krabbe en J. Vrielink, tegen een arrest van het Hof in Overijssel. Venuorpen.

4". R. Daalman, tegen een arrest van het Hof in Groningen. Verworpen.

II. Behandeld het beroep van :

1°. G. J. Grootenhuis, tegen een arrest van het Hof in Overijssel; rapp., raadsh. Jolles; gepleit Mr. G. Belinfante. Conclusie bepaald op 16 Junij.

2°. P. den Boef, tegen een arrest van het Hof in Friesland; rapp., raadsh. Wintgens. Adv.-gen. Smits concludeert tot verwerping. Uitspraak 16 Junij.

Zitting van Woensdag, 10 Junij.

I. Uitspraak gedaan in zake:

1». A. Riedijk, tegen een arrest van het Hof in Zuidholland. Het arrest vernietigd en de zaak verwezen naar het Hof in Utrecht.

2". den proc.-gen. bij het Hof in Limburg, tegen een arrest in zake H. Cox, mede-req. Het arrest vernietigd, voor wat den duur der opgelegde gevangenis-straf betreft, met handhaving van al het overige van het arrest, en de gereq., mede-req. , veroordeeld tot gevangenis-straf van vijf-en-veertig dagen.

3°. W. van Milligen, tegen een vonnis van da Regtbank te Arnhem. Verworpen.

II. Behandeld het beroep van :

1». J. van Damme, tegen een arrest van het Hof in Zeeland ; rapp., raadsh. Donker Curtius. Gepleit Mr. E. H. Karsten. Conclusie bepaald op 16 Junij.

2°. G. Peperkamp, huisvrouw van B. Haaze , tegen een arrest van het Hof in Noordbrabant; rapp., raadsh. van der Sande. Gepleit Mr. W. Thorbecke. Conclusie bepaald op 16 Junij.

BENOEMINGEN, VERKIEZINGEN ENZ.

Het heeft Z. M. behaagd, bij besluit van 8 dezer, n». 41, met intrekking van de bij IID. besluit van 3 dezer, n». 29, onder anderen gedane opdragt tot tijdelijke waarneming van het Departement van Buitenlandsche Zaken aan den minister van Oorlog, den heer J. J. van Muiken, — thans tijdelijk daarmede te belasten den heer Mr. T. M. Roest van Limburg, buitengewoon Ned. gezant in de Vereenigde Staten van Noord-Amerika.

De heer Roest van Limburg, aan wien het ministerie van Buitenlandsche Zaken was aangeboden , heeft zich, op bijzonder verlangen des Konings, met de interimaire waarneming van dit ministerie belast.

(Staats- Courant.)

— Bij Z. M. besluit van den 7 dezer , n". 19 , is aan J. D. Castanien, op zijn daartoe gedaan verzoek, eervol ontslag verleend als procureur bij de Arrond.-Regtbank te Rotterdam.

I3EKENDMAKING.

MINISTERIE VAN JUSTITIE.

De minister van Justitie verwittigt de belanghebbenden , dat door hem eiken Woensdag, te beginnen met den 17 Junij aanstaande des middags ten een ure, aan het lokaal van het Departement van Justitie in de Lange Pooten alhier, zullen worden ontvangen diegenen , welke hem over zaken, gezegd Departement betreffende, wenschen te spreken.

's Gravenhage, den 5 Junij 1868.

van Lilaar.

Gedurende de maand Julij , uit de heeren raden Mrs.: Jonkheer Frans Willem Anne Beelaerts van Blokland, Johan Wilhelm Schuurman , Joost Gerard Kist, Cornelis van Bell en Bernardus Ilubertus Maria Hanlo;

En gedurende de maand Augustus, uit de heeren raden Mrs. Willem Frederik George Lodewijk Franpois, Johan Willem Schuurman, Joost Gerard Kist, Gerardus Matthes en Bernardus Hubertns Maria Hanlo;

Wijders dat deze Kamer hare zittingen zal houden op Dingsdag, Woensdag, Donderdag en Vrijdag, 7, 8, 9, 10, 21, 22, 23 en 24 Julij. 11, 12, 13, 14, 25, 26, 27 en 28 Augustus 1868, des voormiddags ten tien ure, zijnde de Dingsdagen 7 en 21 Julij, alsmede 11 en 25 Augustus, bestemd tot behandeling van burgerlijke en handelszaken, die spoed vereischen, de overige dagen tot het beregten van strafzaken.

En zal een afschrift dezer worden ter hand gesteld aan den heer procureur-generaal, met uitnoodiging om daaraan de vereischte openbaarheid te geven.

Gedaan in eene algemeene vergadering van het Provinciaal Geregtshof in Zuidholland, gehouden den 30 Mei 1868.

Gezien door mij Procureur-generaal J. A. Philipse, President.

bij gemelden Hove , Mij bekend ,

A. van Galen. Looijen, Griffier.

De Arrondissemente-Regtbank te 's Gravenhage,

Gehoord de voordragt van den heer president dezer Regtbank betrekkelijk de zamenstelling van de Kamer van Vacantie, van den 1 Julij tot den 31 Aug. van dit jaar, alsmede den heer officier bij dezelve Regtbank, ten aanzien van de dagen en uren, waarop die kamer hare gewone teregtzittingen zal houden;

Gezien de artt. 17, 18 en 19 der wet op de regterlijke organisatie en het beleid der justitie, en artt. II , 12, 13, 14 en 15 van het reglement, gevoegd bij het Kon. besluit van den 14Sept. 1838 (Stbl. n°. 36);

Bepaalt als volgt:

De Kamer van Vacantie van dit jaar zal beurtelings worden gepresideerd door den president en den oudsten in rang der regters, en voorts bestaan uit de overige regters en regters-plaatsvervangers, zoodanig, dat, bij afwisseling, drie leden tegenwoordig zijn.

In de maanden Julij en Augustus zullen de gewone teregtzittingen plaats hebben op Dingsdag en Vrijdag, des voormiddags ten tien ure.

De teregtzittingen van Vrijdag zijn bestemd voor de burgerlijke en handelszaken, welke spoed vereischen, alsmede voor de aan de Regtbank opgedragen eedsafneming; die van Dingsdag voor de behandeling der strafzaken, alsmede, zoo noodig, ook die van Vrijdag, doch alsdan na afloop der burgerlijke en handelszaken.

Deze ordonnantie zal worden aangeplakt en in de dagbladen bekend gemaakt.

Aldus vastgesteld in de algemeene vergadering van den 28 Mei 1868.

Bijleveld, President.

Soury, Griffier.

verbetering. — Bij de bepaling van den dag der verkiezing van een lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, in ons vorig n°. , staat 23 Julij. Moet zijn 23 Junij.

REGTSGELEERDE UITGAVEN.

De Hooge Raad der Nederlanden,

Gehoord het requisitoir van den heer advokaat-generaal Karseboom, namens den heer procureur-generaal, betrekkelijk het daarstellen en zitting houden der Kamer, voor welke de zaken gedurende de vacantie, van den 1 Julij tot den 31 Augustus 1868 , zullen moeten worden gebragt;

Gelet op de artt. 17 en 18 der wet op de zamenstelling van de regterlijke magt en het beleid der justitie, mitsgaders op art. 11 en volgende van het Koninklijk besluit van den 14 September 1838 (Staatsblad n0. 36),

Heeft (na voorafgaande deliberatie) goedgevonden te bepalen , zoo als bepaald wordt bij deze, dat de Kamer van Vacantie in dit jaar beurtelings zal worden gepresideerd door de heeren Mrs. Frans de Greve en Jonkheer Benedictus van den Velden, president en vice-president respectivelijk van den Hoogen Raad, en voorts bestaan uit de heeren Mrs. Campegius Hermannus Gockinga, Jacob Crans, Justinus Cornelis Voorduin, Jillis Hendrik van der Sande, Herman (Jlrich Huguenin en Jolle Albertns Jolles, Raden in den Iloogen Raad; — dat deze Kamer hare teregtzittingen zal houden tweemaal per week , des voormiddags ten elf ure, en wel:

op Vrijdag en Zaturdag den 3 en 4 Julij, i' Maandag » Dingsdag » 6 « 7 »

" Vrijdag » Zaturdag » 17 » 18 «

» Maandag » Dingsdag »' 20 » 21 *

» Vrijdag » Zaturdag » 31 Julij en 1 Augustus, » Maandag » Dingsdag » 3 en 4 Augustus,

" Vrijdag » Zaturdag » 14 » 15 «

» Maandag » Dingsdag // 17 » 18 »

" Vrijdag » Zaturdag » 28 « 29 »

» Maandag den 31 Augustus.

Zullende de Kamer van den Raad in Strafzaken na de vacantie hare zittingen weder beginnen op Maandag den zevenden September, en die in Burgerlijke Zaken op Donderdag den derden dier maand.

En zal een afschrift dezer aan den heer procureur-generaal worden ter hand gesteld, ten einde hieraan de noodige publiciteit te geven.

Gedaan in eene algemeene vergadering van den Hoogen Raad , den 19 Mei 1868.

Gezien door mij, Procureur-generaal F. de Greve ,

bij den Hoogen Raad, Voorzitter.

F. F. Karseboom, In kennis van mij Griffier,

Advokaat-generaal. de Gijselaar.

DU1TSCHE LITERATUUR.

Brinckmann, Ob.-App.-R. Dr. Rud., üb. das Justizwesen in denElbherzogthümern in Vergleich m. dem preussischen. gr. 8. (41 S.) Kiel, Schwers.

Merkel, Doe. Dr. Adf., kriminalistische Abhandlungen. I. Zur Lehre v. den Grundeintheilungen d. Unrechts u. seiner Rechtsfolgen. gr. 8 (VII u. 115 S.) Leipzig, Breitkopf & Hertel.

Beciimann , Prof. Dr. A., zur Lehre vom Eigenthumserwerb durch Accescion. gr. 4. (38 S.) Kiel, (Schröder & C°.)

Dobbelmann, Dr. Ed., de crimine plagii. 8. (XII u. 96 S.) Berlin 1866, Mittler & Sohn.

A.DVERTENTIEN.

Het Provinciaal Geregtshof in Zuidholland,

Gezien het requisitoir van den procureur-generaal, betrekkelijk het daarstellen der Vacantie-kamer, van af den 1 Julij tot en met den 31 Augustus 1868;

Gezien artt. 17 en 18 der wet op de regterlijke organisatie en het beleid der justitie, mitsgaders de artt. 11, 12, 13, 14 en 15 van het reglement betreffende de wijze van eedsaflegging der onderscheidene regterlijke ambtenaren enz., goedgekeurd bij Koninklijk besluit van den 14 September 1838 (Staatsblad n°. 36);

Bepaalt, dat de Kamer van Vacantie voor het loopend jaar zal worden gepresideerd: in Julij door den heer vice-president Mr. Sibout Schmolck en in Augustus door den heer president Mr. Johan Antoni Philipse , en verder zal bestaan :

BIBLIOTHEKEN. — ARCHIEVEN.

Weder landsche Staats-Courant. — Weekblad van liet Regt. — Be IVederlandsche Stoompost. — l#e Seilerlandsclie Industrieel. — De Wekken Weekblad voor Onderwijs en Schoolwezen, — Geneeskundige Courant. — Algemeen Handelsblad. — Vieuue Hotterdamsclie Courant. — Amsterdamsche, Kotterdamsche, 's Uraveuhaagsche , Haarlemsche , Arnlieuische en meer andere couranten en dag-bladen. — Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden. —Alpltabetisch Register op het Staatsblad. — Bijvoegsel op het Staatsblad. —Alpli. Register op de Staatscourant. — Bijblad van de Mederl. Staatscourant. — Alph. Register op het Bijblad. — Raad van State, afdeeling voor de geschillen van bestuur. — Verzameling van wetten , besluiten enz., betreffende de directe belastingen , in- en uitgaande regten en accijnsen. — Provinciaal Blad van Xiiidhollanil. — ïhewis ( Regtskundig Tijdschrift. — Nederlandscke Regtspraak. — van dem Honeri, Verzameling van Arresten van den Hoogen Raad. — Handelingen van de Provinciale Staten van Zuidholland # en van de Gemeenteraden van 's Gravenhage » Helft en Schiedam.

Meestal complete stellen , zoo mede afzonderlijke jaargangen , te bekomen.

Aanvragen franco, onder letters M. JM., bij GEBROEDERS BELINFANTE, te 'sGravenhage.

Snelpersdruk en uitgave van GËBROGIIIüHS Hüiii "V 8<\:4 X'i'ï'1 , te '■ Gravenhage.

Sluiten