Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Art. 243 —. 7369. 2.

— Art. 262 —. 7498. 1.

— Art. 266 —. 7498. 1.

— Art. 271 —. 7434. 2.

— Art. 280 —. H. R. 7502. 1.

— Art. 281 —. 7458. 3; H. R, 7502. 1.

— Art. 284, 2e lid, —. 7492. 1.

— Art. 285 —. H. R. 7502. 1.

— Art. 315 —. 7385. 2; 7411. 2.

— Ait. 362, 3e lid, —. H. R. 7442. 1.

— Art. 380 —. 7437. 2; H. R. 7502. 1.

— Art. 389 —. 7460 4.

_ Art. 405 —. H. R. 7408. 1.

— Art. 407 —. H. R. 7394. 1.

— Art. 413 —. H. R. 7394. 1.

— Art, 437 no. 5 —. 7524. 2.

_ Art. 45iL —. 7397. 3.

— Art. 463 —. H. R. 7394. 1.

— Art, 506 —. 7524. 2.

— Art. 546 —. 7461. 3.

— Art. 575 —. H. R. 7374. 1.

— Art. 577 —. H. R, 7374. 1; 7425. 2.

— Art. 601 —. 7410. 2.

— Art. 606 —. 7478. 4.

— Art. 613 vlg. —. 7410. 2.

— Art. 626 —. H. R. 7385. 1; 7486. 3.

— Art. 627 —. 7486. 3.

— Art. 629 —. 7371. 3; 7377. 2.

-- Art. 629 —. 7486. 2.

— Art. 646 —. 7425. 2.

— Art. 669 —. 7410. 3.

— Art, 678 —. 7481. 2.

— Art. 703. Aanschrijving van Ged. St. van Limburg met betrekkin» tot de m — bedoelde tusschenruimte. 7371. 4.

— Art. 719 —. H. R. 7439. 1; 7466. 2.

— Art. 739 —. 7409. 3.

— Art, 892 —. 7452. 2.

— Art. 925 —. 7391. 3.

— Art. 932 —. H. R. 7525. 1.

— Art. 933 —. H. R, 7525. 1.

— Art. 935 —. 7489. 1.

— Art. 989 7451. 3.

— Art. 1008 —. 7388. 1.

— Art. 1024 2°. —. 7410. 3.

— Art. 1057 —• 7480. 2.

— Art. 1066 —. 7388 2.

— Art, 1067 —. H. R. 7391. 1 ; H. R. 7442. 1.

— Art, 1076 —. 7448. 2.

— Art. 1082 —. 7429. 2.

— Art, 1082 —. 7448. 2.

— Art. 1093 —. 7446. 3 ; 7448. 2.

— Art, 1096 —. 7446. 3

— Art, 1113 —. 7380. 2.

— Art, 1118 —. 7464. 1.

— Art. 1120 —. 7464. 1.

— Art. 1121 —. H. R. 7410. 1; 7417. 3.

— Art. 1122 —. 7397. 3; 7448. 3.

— Art. 1125 —. 7483. 1.

— Art. 1132 —. 7404. 2.

— Art. 1177 —. H. R. 7487. 1.

— Art. 1;188 —. 7498. 2.

— Art. 1195 4°. —. H. R. 7387. 1.

— Art. 1223 —. 7407. 2 ; 7431. 2 ; 7524. 2.

— Art. 1231, n°. 3, —. 7429. 1.

— Art. 1255 —. 7524. 2.

—- Art. 1256 —. 7437. 3.

— Art. 1257, 3e lid, —. 7437. 3.

— Art. 1275 —. 7460. 3.

— Art, 1280 —. 7460. 3; 7511. 3.

— Art. 1290 —. 7416. 3.

— Art. 1296 —. 749(1. 2.

— Art. 1302 —. 7378. 2; 7443. 1.

— Art. 1302 4°. —. 7525. 2.

— Art, 1303 —. 7440. 3 ; 7443. 1; 7460. 3; 7494. 2.

— Art. 1335 —. 7490. 2.

— Art. 1352 —. 7392. 2 ; 7472. 2.

— Art. 1354 —. 7473. 2.

— Art. 1365 —. 7443. 4.

— Art. 1370 —. 7433. 2.

— Art. 1377 (oud) —. 7371. 1.; H. R. 7427. 1.

— Art. 1378 —. H. R. 7525. 1.

—• Art. 1379 —. H. R. 7525. 1.

— Art. 11390 —. 7435. 2.

— Art. 1393 —. 7435 . 2.

— Art. 1401 —. 7372. 2 ; 7405. 2 ; 7406. 1; 7419. 3 ; 7476. 2 7490. 1; 7516. 3.

— Art. 1403 —. 7372. 2; H. R. 7383. 1; H. R. 7467. 1 7485. 3.

— Art. 1406 —. 7406. 1,

— Art. 1412 —. 7450. 1.

— Art. 1416 —. 7396. 2.

— Art. 1429 —. H. R. 7521. 1.

— Art. 1435 —. 7432. 2 ; 7457. 3.

— Art. 1469 —. 7432. 2.

— Art. 1485 —. 7515. 1.

— Art, 1494 —. 7433. 2.

— Art. 1497 —. 7380. 3.

— Art. 1498 —. 7380. 3.

— Art. 1499 —. H. R. 7514. 1.

—■ Art. 1514 —. 7399. 3.

— Art. 1549 —. 7332 . 2.

— Art. 1550 —. 7399. 3 ; H. R. 7521. 1. '

— Art. 1551 —. 7482. 2.

— Art, 1591' —. 7372. 3.

— Art. 1612 —. 7427. 2.

— Art. 1633 —. 7510. 2.

— Art. 1636 —. 7502. 2.

— Art. 1639 —. 7439. 2.

— Art. 1647 —. 7378. 2.

— Art. 1689 —. 7443. 2.

— Art. 1703 —. 7404. 2.

— Art. 1791 —. H. R. 7472. 1.

— Art. 1825 —. H. R. 7415. 1; 7461. 2.

— Art. 1839 —. H. R. 7519. 1.

— Art. '1845 —. H. R. 7519. 1.

— Art. 1899 —. 7414. 2.

— Art, 1862 —. 7460. 2.

— Art. 1885 —. 7505. 2.

— Art, 1905 —. 7516. 2.

— Art, 1907 —. H. R. 7380. 1.

— Art. 1908 —. H. R. 7380. 1.

— Art, 1912 —. H. R. 7464. 1.

— Art. 1915 —. 7518. 1.

— Art. 1917 —. 7380. 2 ; 7424. 2 ; 7427. 2. C

— Art. 1933 —. 7311. 2.

— Art. 1934 —. 7392. 2.

— Art. 1940 —. 7380. 2; 7483. 1.

— Art. 1944 —. 7404. 3.

— Art, 1950 3°. —. 7477. 2.

— Art. 1954 —. H. R. 7397. 1.

— Art. 1955 —. 7511. 2.

— Art, 1961 —. 7370. 2; H. R, 7404. 1; 7404. 2 ; 7459. 2; 7432. 2.

— Art. 1968 —. 7423. 3 ; 7499. 2.

— Art. 2006 —. 7370. 2.

— Art. 2008 —. H. R. 7466. 1..

— Art. 2010 —. H. R. 7466. 1.

C.

Café. — Zie Onrechtmatige daad. 7485. 3.

Caroli. (Mr. J. P. A. N.). Amsterdamsche huiszoeking. 7497. 4.

Cassatie. — Uit de akte van cassatie moet blijken, dat de comparant die zich bij den griffier de hoedanigheid van gemachtigde van den veroordeelde heeft toegeschreven, werkelijk deze hoedanigheid had.

Bij gebreke daarvan is het beroep niet-ontvankelijk. H. R. _ 7401. 2.

— De als gemachtigde van den beklaagde ter terechtzitting ver- ( schenen advocaat is zoomin als eenig ander gemachtigde be- ( voegd cm zonder bepaaldelijk daartoe strekkende machtiging ^ aauteekening van cassatie te doen voor den beklaagde. H. R. ( 7417. 1.

(Zie het vonnis a quo in W. 74{13).

— Waar de voorziening alléén is ingesteld tegen het eindarrest, kunnen de grieven tegen een voorbereidend arrest geen onderwerp van onderzoek m cassatie uitmaken. (

Aan den rechter, die over de feiten te oordeelen heeft, is overgelaten de beslissing, in hoever in verband met het gehou- ( den onderzoek het doen hooren van nieuwe getuigen noodzakelijk kan worden geacht. H. R. 7426. 3. (

— Het cassatiemiddel, als gericht tegen eene in het bestreden arrest niet voorkomende beslissing, mist zijn feitelijken grond- ( slag. H. R. 7428. 1.

— Het eerste middel mist zijn feitelijken grondslag geheel.

Het tweede middel berust op een onjuisten feitelijken grond- ( slag. H. R. 7431. 1. .

— De als gemachtigde van den beklaagde ter terechtzitting ver- , schenen advocaat is zoomin als eenig ander gemachtigde bevoegd om zonder daartoe strekkende machtiging aanteekening van cassatie te doen voor den beklaagde.

(Te vergelijken, behalve met het in de conclusie O. M. aangehaalde, met het mede op den 5den Juni 1900 gewezen arrest, W. 7473). H. R. 7476. 1.

(Zie het bij het vonnis a quo vernietigde vonnis in W. 7404).

— Een advocaat mist buiten uitdrukkelijke machtiging de Bevoegdheid om voor den requirant eene memorie van cassatie in te dienen, indien hij dezen niet heeft bijgestaan als raadsman voor den rechter, tegen wiens vonnis de voorziening gericht is. H. R. 7476. 1.

(Zie in gelijken zin 's Hoogen Raads arrest van 10 April 1899, W. 7268).

De hoedanigheden van vertegenwoordiger en van raadsman

van den beklaagde zijn rechtens onvereenigbaar.

De als vertegenwoordiger van den beklaagde ter terechtzitting verschenen advocaat is als zoodanig, zonder uitdrukkelijk daartoe strekkende machtiging, niet bevoegd tot het aanteekenen van beroep in cassatie voor den beklaagde. H. R. 7507.1. (Zie in gelijken zin, behalve het in de conclusie van het O. M. aangehaalde arrest, ook twee arresten van 5 Juni 1900, W. 7473 en 7476).

Eene grief, gericht tegen een incidenteel arrest, kan, wanneer

daartegen geen cassatie is aangeteekend, niet gelden tegen het eindarrest. H. R. 7510. 1.

— Zie Bekentenis■ H. R. 7469. 1 ; Dagvaarding. H. R. 7456. 1 ; Fabrieks- en Handelsmerken. H. R. 7481. 1 ; Faillissement. H R. 7398. 1 ; Getuigenverklaring. H. R. 7388. 1 ; Onrechtmatige daad. H. R. 7436. 1 ; Openbaar. H. R. 7479. 1 ; Overeenkomst.. H. R. 7415. 1 ; Pl. Verordening. H.R. 7439.1; Reconventie. H. R. 7403. 1 ; Vrijspraak. 7470. 1.

Cassatiemiddel. — Zie Cassatie. H. R. 7428. 1.

Cate Gzn. (H. J. ten) ca. M. I. Menko NJzn. 7407. 3.

Causaal verband. — Zie Bevrachtingsovereenkomst. 7389. 3. Cessie. — De cessie, waarvan in deze sprake is, is geene schijnhandeling, maar eene werkelijke cessie die rechtskracht heeft. ; De beteekening eener cessie aan den schuldenaar is voldoende,

wanneer de acte van beteekening slechts het feit der overdracht ; inhoudt en daarenboven zou alleen de schuldenaar zich van het middel kunnen bedienen, dat de acte van beteekening niet voldoende de overdracht omschrijft.

Het woord „vorderen" in art. 245 W. v. K. beteekent niet, dat de verkooper, die van het recht van reclame gebruik maakt, eene rechtsvordering zoude moeten instellen, daar dit woord die beperkte beteekenis niet lieeft, zoodat eene aanzegging bij deurwaardersexploit, dat de verkooper van zijn recht wenscht gebruik te maken, alleszins voldoende is te achten.

Art. 1917 B. W. is zoowel blijkens zijne bewoordingen als blijkens zijne geschiedenis, limitatief; deze wetsbepaling moet geacht worden te zijn van openbare orde, zoodat de wetgever door art. 1 W. v. K. niet mag geacht worden daarvan te hebben willen afwijken.

Getuigenbewijs werd op dien grond door het Hof niet toegelaten. Hof 's Hertogenbosch. 7424. 2.

— Zie Vrijwaring. 7384. 3.

Cichoreiwortels. — Zie Oplichting. II. R. 7444. 1.

Civil Procesz-Ordnung. — Zie Dading. 7441. 2.

Codificatie in Duitschland en Nederland. (Hoofdartikel). 7369.1; 7370. 1.

Cognossement. — Zie Bevrachtingsovereenkomst. 7420. 2 ; 7445. 2;

7507. 3 ; Overliggeld. 7370. 3; 7484. 1; Verzekering. 7436. 2. Collectieve aanslag. — Zie Belasting (Personeele). 7435. 3. Commanditair vennoot. — Zie Vennootschap. 7517. 3.

Commies. — Zie Accijns. 7433. 2.

Commissie. — Zie Getuigenbewijs. 7404. 3; Bekening-courant. 7472. 2. .

Commissionair. — Verkoop van. effecten in blanco. Uit een opdracht tot verkoop van effecten in blanco volgt niet in liet algemeen, dat de commissionair eigenmachtig, buiten voorkennis en zonder goedvinden van zijn principaal, voor diens rekening de effecten mag inkoopen, welke die principaal in blanco liet verkoopen en in gebreke bleef te1 leveren.

In dit geval deze aangevoerde grief ongegrond geoordeeld. Rechtb. Amsterdam. 7491. 3.

Communie-geschenk. — Zie Beklemming. 7383. 2.

Compensatie. —■ Beroep van gedaagde (de vordering erkennende) op compensatie, ook al wordt door eiseher die tegenvordering ontkend, vormt een onsplitsbaar aveu, waartegenover eiseher zelfstandig bewijs heeft te leveren.

Nergens wordt den gedaagde de verplichting opgelegd, om reconventioneel iets te vorderen, zoo hij vermeent bij wijze van verdediging zich op eene tegenvordering tegen eiseher, te moe ten beroepen. Rechtb. 's Gravenhage. 7379 2.

— Van eene voor dadelijke vereffening vatbare en opeisclibare schuld kan zelfs bij een ruime opvatting van liet liquiditeitsbegrip geen sprake zijn, waar van het bestaan der schuld, welke men beoogt in compensatie te brengen, voorshands hoegenaamd geen bewijs is bijgebracht, zoodat liet bewijs daarvan inog geheel in het rechtsgeding, door getuigen zou moeten geleverd wor den, terwijl óók over het al of niet afdoende van hetgeen bewezen moet worden, een procedure in appel nog zeer goed mogelijk is. Hof Arnhem. 7456. 2.

(Zie het vonnis a quo in W. 7268).

— Eene vordering die ontkend wordt en nog processueel bewijs behoeft, is niet vatbaar om met een volledig erkende, opeisclibare vordering te worden gecompenseerd.

Waar de door gedaagde aan zijne erkentenis toegevoegde feiten niet zijn van bevrijdenden aard, kunnen deze worden ter zijde gesteld, zonder dat sprake is van eene splitsing van het aveu. Hof Amsterdam. 7499. 2.

— Zie Bekentenis. 7370. 2; 7459. 2 ; Koop en verkoop. 7432. 2 Mora. 7425. 3.

Competentie. — Zie Bevoegdheid', Rechter commissaris. 7401. 2. Compromis. — Zie Scheidslieden. 7416. 3; 7477. 1. Comptabiliteitswet. Ned. Ind. —•. H. R. 7385. 1.

Conclusie. — Zie Bewijs. 7438. 1 ; H. R. 7488.1 ; Ilooger beroep. 7483. 2; Onteigening. 7422. 4; Rekening en Verantwoording. 7485. 1; Verwering. H. R. 7453. 1.

— van antwoord. — Zie Afstand van instantie. 7389. 3.

— van grieven. — Zie Vraagpunt. 7458. 1.

Congregatie v. d. Broeders van de Onbevlekte Ontvangenis, ca.

R. S. & Co. 7477. 1.

Congres international d'histoire comparée Paris 1900. Reglement du congres. 7400. 4.

Conservatoir beslag. — Zie Beslag. 7378. 1; Faillissement. 7456. 3.

Consignatie. — Zie Aanbod. 7476. 3.

contract. — Zie Lastgeving. 7505. 2.

A contant. — Zie Koop en verkoop. 7482. 2.

Contante betaling. — Zie Betaling. II. R. 7521. 1.

Content. H. ca. D. Premseler. 7435. 2.

Contra-enquete. —• Zie Getuigenverhoor. 7399. 2. Contra-garantie. — Zie Borgtocht.. 7397. 2.

Coöperatie. — Hij, die als lid eener Coöperatieve Bouwvereemging een. huis der vereeniging bewoont, is geern huurder van dat huis, ook al zeggen de statuten, dat de leden een huis kunnen huren.

Het recht van te gebruiken en te bewonen staat of valt met het lidmaatschap.

De actie dus, die tot ontruiming wordt ingesteld tegen iemand die blijft wonen, al is hij van zijn lidmaatschap ontzet, behoort bij de Rechtbank en niet bij den Kantonrechter. Rechtb. Haarlem. 7468. 3.

Coöperatieve Bouwvereeniging. ca. A. Faassen. 7468. 3. — ca. B. van Tol. 7413. 3.

Corpus Juris. — Zie Precarium. H. R. 7462. 1.

Cosman (Mr C. A.) en Mr. G. Kirbergen q.q. ca. A. S. van

Wezel. 7438. 4.

Coupons. — Zie Voorwaarde. 7461. 3.

Couwenhoven (M.) ca. Schweiz Allgem. Versicherungs Actien-

gesellschaft. 7416. 2.

Cramer (Mr. N.) Toevoeging door het Bureau van Consultatie;

met naschrift der Red. 7382. 4.

Credietopneming. — Zie Beslag. 7462. 2.

Crimineel Wetboek v/h. krijgsvolk te water. — art. 4 _ 7428. 3.

' — artt. 3, 4, 7. H. R. 7517. 1.

CniMiNEELE anthropologie. —■ Intornation. Congres, — Aangevraagde subsidie. 7486. 4.

1 — psychiatrie. Cursus over —- 7401. 4.

Crotch (W. F.) ca. gemeente Amsterdam. 7372, 2.

i Curateele, — Zie Hooger beroep. 7430. 2 ; II. R. 7468. 1 ; Mis< handeling. 7426. 4. .

Curator. — Art. 431 B. R. verzet zich niet tegen het hier te lande in rechte optreceri van een curator, door een vreemden rechter benoemd over een krankzinnige, die zijne hoedanigheid van Nederlander liad verloren.

Derhalve is de hier te lande wonende lasthebber, die dooi den krankzinnige vóór diens onder curateelestelling was aan' gesteld, verplicht aan deni door den vreemden rechter be^ noemden curator rekening en verantwoording te doen. '■ Ofschoon die lasthebber niet heeft voldaan aan eene daartoe strekkende sommatie van den curator, moet. hij in de gegevene omstandigheden niet persoonlijk, maar in zijne hoedanig' heid van lasthebber in de proceskosten worden verwezen, en

> mogeni idie dus door liem in zijne rekening- en verantwoording } in uitgaaf worden gebracht. Rechtb. Zierikzee. 7485. 1.

j — Ajrt. 437 n°. 5 j°. art. 506 B. W. De rechter is niet verplicht 1 den curator, die in staat van faillissement verkeert, uit zijn curatorschap te ontzetten, Rechtb. en Hof. 's Gravenhage. s 7524. 2.

t —. Zie Bevoegdheid. 7402. 3; Faillissement. 7369. 2; 7383. 3; r 7419. 3; H. R. 7454. 1.

D.

Daad van koophandel. — 's Hofs beslissing, dat de tanden, waarvan betaling door den verweerder wordt gevorderd, door den eiseher in cassatie, oorspronkelijk gedaagde, zijn besteld !• met liet doel om daarmede zijn beroep, waartoe ook behoorde >' het bewerkt verkoopen van tanden, uit te oefenen, is van feitelflken aard.

Naar deze beslissing is de handeling des eiscbers, waarop des verweerders vordering berustte, het koop en van waren om deze weder te verkoopen, terwijl de omstandigheid, dat de eiseher, oorspronkelijk gedaagde, de bedoeling had ook door

> dien verkoop zijn beroep van tandmeester uit te oefenen, aan zijne handeling geen ander karakter kon geven.

is Die handeling was alzoo volgens art. 3 W. v. K. eene daad ig van koophandel. H. R. 7443. 1.

;t — In casu is de levering van bazaltsteen aan den aannemer va» een rijkswerk eene daad van koophandel. Hof 's Hertogenboseh. i. 7465. 1.

— Zie Aanneming. 7514. 3.

Dading. — Waar, krachtens § 77 der „Civil Procesz-Ordnung

Sluiten