Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderhoud, 8 % der bruto opbrengst, kunnende hiermede voor soliede panden worden volstaan;

4°. voor het gebruik der waterleiding, bestaande in de daarvoor betaalde abonnementskosten en zijnde voor de onderhavige perceelen f 21.02;

O. ten aanzien der vraag van kapitaliseering van het aldus verkregen netto cijfer, dat huurhuizen uit den aard der zaak verschillende bemoeiingen van den eigenaar vereischen, die een kooper zich dan alleen zal willen getroosten, indien het. voor aankoop te besteden kapitaal hem hoogere rent© kan. opbrengen dan daarvan bij anderei soliede belegging eai zonder die moeite is te maken, bijvoorbeeld door het uitzetten op hypotheek, waarbij hij stellig 4 % zou kunnen bedingen, terwijl hij omgekeerd voor het geval hij voor den koop geld zou moeten opnemen, daarvan ook gelijk percentage zou hebben te betalen;

O. dat terwijl reeds hierom de huur naar een lioogcr cijfer dan vier ten honderd zal moeten worden gekapitaliseerd, daarbij nog komt dat gebouwen, gelijk de onderhavige, al worden de jaarlijksche herstellingen geregeld uitgevoerd, telkens weer na verloop van tijd ingrijpende vernieuwingen en veranderingen zullen vereischen;

O. dat om deze redenen dan ook in het algemeen ten minste naar 5 % en bij mindere soliditeit der gebouwen naar een evenredig hooger cijfer moet worden gekapitaliseerd;

O. dat de Rechtbank, lettende op cLen modernen bouw dezer nieuwe woonhuizen, gelegen op eene plaats waar eene toeneming der bevolking ware te wachten, geweest en naast zich hebbende een gang naar het achterterrein, zich vereenigt met de daarvoor door deskundigen geschatte huurprijzen, zijnd» in het geheel f 11 per week, zoodat de netto huuropbrengst per jaar, berekend naar 50 weken, f 550 beloopt, en blijvende alsdan na aftrek hiervan van heit totaal der evemgenoemde uitgaven ad f 107.42, als de netto huuropbrengst over f 442.58 ;

O. dat in verband met den goeden toestand der gebouwen, de kapitaliseering van dit cijfer moet geschieden naar 5 %, zoodat de waarde der perceelen 1573 en 1574 samen beloopt f 8851.60;

O. dat op dei perceelen, behalve beplantingen, heiningen en hekken, ook gebouwen aanwezig zijn, die thans tengevolge der taxatie van den grond als direct bouwterrein zijn te beschouwen en te waardeeren als afbraak, doch waarvan uitgezonderd blijven de door de deskundigen in hun rapport genoemde posten ten behoeve van den interveniënt, ten bedrage van f £145, era betrekking hebbende op het als fabriek ingerichte en als zoodanig gebruikte gebouw op no. 1572;

O. toch dat voor deze posten noch aan de gedaagden, noen aan den interveniënt iets kan worden toegewezen, aan de eersten niet omdat zij niet pretendeeren eigenaren t© zijn van dei onder die posten genoemde bestanddeelen, die zij trouwen® ook niet zouden kunnen laveren, omdat blijkens het in het geding zijnde huurcontract hierboven gemeld, de huurder, die er zonder tegenspraak van gedaagden aanspraak op maakt, bij ontruiming van het gehuurde goed mag afbreken en naar zich nemen al hetgeen hij daaraan op zijne kosten heeft doen maken, zonder gehoudenheid om het gehuurde goed alsdan weder in den vroegeren toestand te herstellen, en aan den tweede, den interveniënt, niet, omdat hij, die trouwens krachtens deze bepaling van het huui-contract, bij de aanstaande ontruiming tengevolge der onteigening dat alles tot zich kan nemen, zonder het gebouw in den vroegeren toestand te moeten herstellen, evenmin als eigenaar daarvan in het proces tusschenbeide is gekomen en als zoodanig daarvoor schadevergoeding heeft gevraagd;

O. dat toch de interveniënt bij conclusie enkel heeft gevorderd dat de Rechtbank het aan hem ter zake dezer onteigening komende schadecijfer en vergoeding van huur vaststelle op f 2995, met bepaling dat dit bedrag door den eischer zal worden uitgekeerd aan den interveniënt als derden belanghebbende en onder deze krachtens de wet. niet anders is te verstaan dan de huurder, die een b\j art. 42 dei- wet geregeld en daarbij begrensd vorderingsrecht heeft op degeen, die een zakelijk recht op het goed heeft;

O. dat de Rechtbank zich overigens vereenigt met het cijfer waarop de gebouwen, beplantingen, hekken en heiningen door deskundigen zijn getaxeerd, als afbraak, te weten totaal f 979;

O. thans nog ten aanzien der vordering van den interveniënt tob vergoeding van twee jaren huur ten bedrage van f 850, wegens onteigening van perceel no. 1421, dat, nu de interveniënt in dit proces als huurder is toegelaten, het, afgescheiden van alle mogelijke geschillen tusschen hem en de verhuurder, hier alleen de vraag is of hem als huurder eeraige vergoeding toekomt;

O. dat blijkens den inhoud van meergemeld huurcontract en den sub vijf aangethaalden brief;

1°. het onderhavige perceel van 1 Aug. 1895 tot 31 Juli 1897 voor f 425 per jaar door de eerst© ged. is verhuurd aan de firma van der Burg & Co., met het recht van optie om aan het einde van den huurtijd de huuir telkens opnieuw op dezelfde voorwaarden te verlengen, en

2°. dat door deze huurster op den 28 April 1897 is gebruik gemaakt van haar recht om de huur telkens opnieuw op dezelfde voorwaarden te verlengen;

O. dat al moge nu interveniënt daarna in alle rechten dezer firma getreden zijn en dus, toen de huur hebben voortgazet, en al moge het bij de verlenging in 1897 tusschen de toen handelende partijen de bedoeling geweest zijn de huur van toen af niet meer tot twee jaren telkens te beperken, deze verlenging in elk geval heeft plaats gehad na het tijdstip waarop de plannen en andere bij de wet genoemde stukken ingevolge art. 7 der wet van 28 Aug. 1851 (Stbl. no. 125) werden ter inzage gelegd, zijnde geweest gelijk door eischer bij conclusie gesteld en door interveniënt niet tegengesproken, den 7 Nov. 1895;

O. dat deze omstandigheid ten deze beslissend is, aangezien toch bij verlenging van huur na dit tijdstip, door eischer ingevolge het bepaald© bij het laatste lid van art. 42 dier wet geen schadevergoeding wordt betaald, zoodat ook de vordering van interveniënt tot vergoeding van huur moet worden afgewezen.

O. dat op grond van al het vorenstaande de schadevergoeding zich bepaalt tot de waarde der eigendommen van gedaagden, bedragende :

voor de nos. 1573 en 1574 samen f 8851.60

voor de nos. 1572 en 1421, ter grootte van 1020 M2.,

alzoo onder aftrek van de ten behoeve der vorige perceelen afgescheiden strook en de gang naast die perceelen, die op zich zelf geen waarde heeft,

doch wier beteekenis ligt in de hoogere waarde,

die z^j geeft aan de huisperceelen en als achteruitgang aan het bouwterrein -13770.—

voor de beplantingen en opstallen en hekwerken op 1572 en 1421 - 979.—

Totaal......! f23600.60

zijnde mitsdien meer dan het gedane aanbod tot een, bedrag van f 20640.—, waaronder begrepen de eventueel© schadeloosstelling aan anderen;

Gezien de artt. 37, 40, 50, 54, 55, 59 der wet van 28 Aug. 1851 (Stbl. no. 125);

Ontzegt den interveniënt zijne vordering;

Spreekt uit de onteigening der perceelen kadastraal bekend gemeente Rotterdam' (Katendrecht) Sectie E nos. 1572, 1573, 1574 en 1421, ten behoeve en ten name der gemeente Rotterdam, gelijk deze perceelen nader zijn aangeduid in het plan en de kaarten welke overeenkomstig de bovenaangehaalde wet ter visie hebben gelegen, vrij van alle lasten en rechten daarop rustende;

Gelast den bewaarder der hypotheken te Rotterdam om bij overschrijving van dit vonnis in de openbare registers op dem voet van art. 59 dei' aangehaalde wet, alle hypothecaire en andere inschrijvingen door te halen, die op de onteigende perceelen mochten bestaan;

Bepaalt dat door den eischer zal worden uitbetaald aan de gedaagden eene som van f23600.60, met d© rente dier som, tegen 5 % 's jaars van af den achtsten dag, nadat dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan;

Wijst aan de , ,N\ R. Ot." als het dagblad, waarin overeenkomstig art. 54 dier wet dit vonnis bij' uittreksel zal worden geplaatst;

Veroordeelt den eischer in de kosten dezer procedure gemaakt aan zijde van gedaagden, waaronder begrepen die gereserveerd biji het aangehaalde interlocutoir vonnis, tot op heden begroot op f 400, en veroordeelt den interveniënt in de kosten der procedure voor zooveel de interventie betreft, aan zijde van den oorspronkeiijken eischer tot op heden begroot op f 100.

BERICHTEN EN MEDEDEELINGEN.

Mr. G. van Tienhoven Jr.

Op den len Augustus overleed te Amsterdam de heer Mr. Gijsbèrt vak Tienhoven Jr., in den leeftijd van 33 jaren. Sedert 1893 te Amsterdam gevestigd als advocaat en procureur, had de jeugdige reohtsgeleerde, oudste diep betreurde zoon van Harer Majesteits Commissaris in Noordholland, zich reeds een uitnemenden naam verworven in en buiten de kringen der balie. Het Alg. Handelsblad van 5 Aug. (Ie Avondblad) gedenkt hem in de volgende treffende woorden :

Tot ons hartelijk leedwezen hebben we melding te maken van het overlijden van een jong man van groote gaven, wien ieder die hem kende zeer genegen was, en van wiens toekomst als reohtsgeleerde en staatsburger velen te recht groote verwachtingen koesterden.

Slechts 33 jaren oud, is Gijs van Tienhoven overleden. Nadat hij dit voorjaar van een reis voor zaken uit Rusland terugkeerde was hij niet recht gezond meer en plotseling werden de longen aangetast en ontviel hij aan de vrouw en kinderen die hij zoo lief had, aan zijn ouders en grooten kring van vrienden.

Hij zal aan velen onvergetelijk blijven.

Hij deelde in de kunstovertuigingen en idealen der jongeren, maar tevens onderscheidde hij zich door degelijke kennis, groote rechtschapenheid, ouderwetsche kracht van karakter.

"Wij hadden daarvan zooveel gehoopt voor de toekomst.

Zijn dood is een verlies voor onze stad en ons land.

correspondentie.

Geachte Redactie!

Ettelijke nummers geleden, vestigdet gij' de aandacht op de Grieksch-enquête in Duitschland. Als tegenhanger deelt Felix Dahn mede een staaltje van Latijn-kennis, te vermakelijk om het uwen lezers te onthouden. Een jurist in het dorde semester vertaalde de woorden in Tacitus' Germania c. 25: ,,liberti raro aliquod momentum in domo" met: „de vrijgelatenen zijn zelden een oogenblik thuis."

Am'm., Aug. 1900. I. A. L.

advebtentien.

Bureau voor Boekhouding

en

Administratieve Controle

onder leiding van K. M. DE JONGj Accountant Lid le klasse van het Nederl. Instituut van Accountants

en Leeraar M. 0. in Boekhouden, te 's Gravenhage, Prinsegracht 46, Interc. Telephoon 139.

Nationale Militie.

Bij GEBB. BELINFANTE te 's Gravenhage, ziet het licht :

Aanvulling van de van aanteekeningen voorziene tekstuitgaven (1898) van de wet en van de algemeene maatregelen van bestuur en modellen betreffende de Nationale Militie, hoofdzakelijk als gevolg van de wijzigingswet van 22 Juli 1899 (Stbl. n°. 174) en van het Koninklijk besluit van 20 Juni 1900 (Stbl. n°. 109),

door

L. F. G. P. SCHBEUDEB,

Referendaris bij het Departement van Binnenlandsche Zaken.

Prijs f 0.25.

De 3 deeltjes (Wet, Algemeene maatregelen van bestuur en Aanvulling) zijn te zamen verkrijgbaar a f2.45.

Bij GEBB. BELINFANTE, te 's Gravenhage,

ziet het licht:

Het Burgerlijk W etboek,

verklaard door

IVÏx*. O. W. Opzsoomer.

VERKLARING VOORTGEZET

door

Mr. J. A. Levy.

TWAALFDE DEEL, VIJFDE AFLEVEBING.

Deze aflevering bevat het tweede gedeelte van het Aanhangsel: Bechter en Wet.

Hiermede is het 12e deel compleet.

In het 13e deel zal de behandeling der artikelen geregeld worden voortgezet.

Elk deel is tegen onderstaande prijzen afzonderlijk verkrijgbaar :

Mr. G. W. Opzoomer, Burg. Wetb., 2e dr. Dl. I f 3.50

» » » >> » II 6.40

» » » » i) III 5.75

» » » » )> IV 7.50

» » » » » V 3.25

j » » » » VI 3.90

» VII 3.75

» » o » )> VIII 5.10

» » » » » IX 3.85

» » » » » X 4.15

» » » » » XI 3.35

»(Mr. J. A.Levy) » » » » XII 21.20

Mr. C. W. Opzoomer, Algem. Bepalingen, 4e dr. 3.10

B. W., Deel I—XII en Alg. Bep. . 74.80

Idem gebonden in 13 deelen 87.80

^[jg& Het Aanhangsel: Rechter en Wet wordt aan niet-inteekenaren op Opzoomer's Burgerlijk Wetboek afzonderlijk tegen verhoogden prijs (f 20.—) geleverd.

Bij GEBB. BELINFANTE, te 's Gravenhage,

ziet het licht:

Léon's Rechtspraak, 3' Druk.

Mi*. E. L. van Emden's

Rechtspraak ea Administratieve Beslissinp

op de

NEDERLANDSCHE STAATSWETTEN

saamgevat en aangevuld.

Deel I. Aflevering 10. De Onderwijswetten en uitvoeringsbesluiten

d00r

Mr. n. cbameb,

Advocaat en Procureur te 's Gravenhage.

Prijs f 3.00.

Voor niet-inteekenaren op Léon's Bechtspraak is dit werk ook onder afzonderlijken titel verkrijgbaar.

Van den 3en druk zijn thans verschenen:

Deel I.

leafl. Mr. J. A. Levy, De Grondwet . f 3.25

2e » Mr. H. Vos, De Gemeentewet . . 10.—

3e » Mr. N. Cramer, De Fabriekwet . 1.—

4e » De Begraafwet en Ziektenwet 1.25

5e » De Armwet. . . 1.50

6e » Mr. J. Limburg, De Drankwet . . 1.—•

7e » De Onteigeningswet . . 2.—

8e » Mr. N. Cramer, Jacht en Visscherjj. 1.50

9e » De Veeziekten- en Hondsdol-

heid-wet . . . . . 0.75 10e « De Onderwijswetten en uitvoeringsbesluiten 3.—

Deel II.

7e ij Mr. J. W. Belinfante, Wetboek van

Strafrecht 4.60

Deel III.

4eafl. N. Koomans, De Wet op het Zegel . f 1.75 5e » Mr. L. A. Micheels, De Wet op het

Notaris-Ambt enz. . . . 3.-^

Gedrukt bij F. J. BELINFANTE, roorh.: A. D. SCHINKEL

Sluiten