Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Woensdag, 14 November 19ÖU. 7505

WEEKBLAD VAN HET RECHT.

RECHTSKUNDIG NIEUWS- EN ADVERTENTIE-BLAD.

TWEE - EN - ZESTIGSTE JAARGANG. —JUS ET VERITAS—

Dit Blad verschijnt des Maandags, Woensdags en Vrijdags. — Prijs per jaargang f<ï0; voor de buitensteden franco per post met f 1.00 verhooging. — Prijs der

advertentiën, 20 cents per regel. — Bijdragen, brieven, enz., franco aan de Uitgevers, Gebr. Belinfante, te 's-Gravenhage (ïe Wagenstraat 100).

Het auteursrecht voor den inhoud van dit Blad wordt verzekerd overeenkomstig de Wet van 28 Juni 1881 (Stbl. n°. 124).

HOOGE DïiR DEN. Maart 1899, op vordering der verweerderesse in cassatie is uitga. wegens mishandeling welke zwaar lichamelijk letsel ten gevolge

sproken scheiding van tafel en bed wegens mishandelingen, je- heeft niet is overwogen door welke bewijsmiddelen de rechte»

■ geus haar d;00r den eischer in cassatie begaan, en dat, op het de verzwarende omstandigheden van zwaar lichamelijk letsel be-

hooger beroep van dezen, voorin." >d vonnis is bevestigd bij het wezen heeft geacht.

Burgerlijke Eamer. nu bestreden arrest; Aan dit middel ontbreekt de feitelijke grondslag. De Recht-

Ten aanzien van het tegen dit arrest voorgesteld middel van bank verklaart de feiten bewezen; die feiten omvatten de daad

Zitting van den 26 Oetnber 1900. cassatie: dei- verwonding en hare gevolgen; de Rechtbank overweegt nu

O. dat door het Hof, omtrent het op den 7den Sept. 1897 toe- dat het gevolg der verwonding zoodanig belangrijk nadeel is ge.

Voorzitter, Mr. F. B. Coninck Liefsting. brengen van een slag door clen eischer in cassatie aan de verweer- weest, dat dit als zwaar lichamelijk letsel is aan te merken. In

ftaadsheereil, Mrs. : Jbr. B. C. de Jonge, Ph. van Blom, S. M. derff 'e' j* overwogen, dat niet alleen door de eerste getuige is dit laatste ligt slechts de waardeering en de qualificatie van het.

S. de Ranitz, e. w. Güljé, a. M. van Stipriaan LüïSCIDS Z"t /r' hT f STen'i maar die yerlda" geen bewezen was verklaard

en A Telders ™ bevestigd door die der tweede en derde getuigen, Het derde middel luidt: Schending of verkeerde toepassing van

,,die de gevolgen dier mishandeling' op het hoofd der geintimeer- artt. 82, 300 Swb. jis. artt. 247, 216, 211, 221 Strafvord. doordat

de hebben waargenomen" ; ten onrechte de als bewezen aangenomen feiten gequalificeerd zijn

Het voorgestelde middel, 2ijn feitelijken grondslag missende, dat hier dus wel wordt vermeed's Hofs oordeel, wat die twee als mishandeling, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbende.

kan niet tot cassatie leiden. getuigen hebben waargenomen, maar niet, gelijk bij, het cassatie- Ik heb mij o. a. in de conclusie voorafgaande aan heit arrest

middel wordt beweerd, eene gissing, door die getuigen bij rede- van 16 Oct. 1899, Rechtspraak deel 183, bladz. 51, W. 7344,

G. i. 't V., aannemer, wonende te 's Gravenhage, eischer, ad- neering opgemaakt omtrent de gevolgen eener mishandeling, die verklaard voor de meening, die ook aan dit middel ten grondslag

vocaat Mr. D. S. van Emden, zij niet hebben bijgewoond; ligt, dat een belangrijk nadeel zonder blijvend gevolg niet als

tegen . dat liet middel, zijnen feite,lijken grondslag missende,. zwaar lichamelijk letsel mag worden beschouwd. Doch nu de

u ttt i , . • i "Hni-vi-vrticassa^e kan leiden ; Hooge Raad zijne tegenovergestelde meening bij dat arrest heeft

j r' j' eoht|e"fot® vam eischer, wonende te Dubbeldam, ver- Verwerpt het beroep in cassatie. gehandhaafd, zal het middel wel niet tot cassatie kunnen leiden,

blijvende te Rotterdam, verweerderesse, advocaat Mr. G. A. Veroordeelt den eischer in d© kosten van cassatie. Ik concludeer tot- verwerping van het beroep.

De adv.-gen. Gregory heeft in deze zaak de volgende conclusie " Ge'lef o^'df middden van cassatie, namens den req. voorge-

genomen. steld by pleidooi:

, „ , ,,, tt TJ ., T> , „ / Kamer Tan strafzaken. la, Schending of verkeerde toepassing van de artt. 247, 211,

Edd Ho"3 -Achtbare Heeren, President en Baden! ^ 143 Stl.afvi>rd ) ül verband £et Jj, 300 aL x 6n 2 Straf-

. . Zitting van den 22 October 1900. wetboek;

Een middel van cassatie is voorgesteld namehjk: Schending I4 Schending of verkeerde toepassing van art. 191 Strafvord.

en verkeerde toepassing van de artt. 1902, 1942 en 1944 B W., Voorzitter, Mr. J. J. van Meekbeke. in verband met art, 300 Strafwetboek;

doordat het Hof als getuigenverklaring , in dentzn,. der wet heeft Raadshee m a. a. de Pinxo A. J. Olant van dek " • Schending of verkeerde toepassing van de artt, 247, 211,

aangemerkt en tot de bewijsvoering heeft gebezigd de veilJanng A. P. Th. Etssell, B. H M Hanlo, Jhr S Lama" 221 in verband met art, 391 Strafvord. jo. art. 300 Strafwetboek

van twee getuigen die eene mishandeling niet hebben bi ge- ; Tevlivge* III. Schending of verkeerde toepassing van de artt. 82, 303

woond, maar mededeelen, dat zij de gevolgen dier mishandeling ■ eïunchw. Strafwetboek in verband met de artt. 247, 216, 211 221 Straf,

hebben waargenomen; hoewel alleen de uiterlijke teekenen door vord *

hunne zintuigen zijn waargenomen maar de conclusie, dat deze Eene qualificatie behoeft niet te worden gemotiveerd,. Overwegende dat de req. is gedagvaard als zoude hij op 1 Oct.

teekenen het, gevolg eener mishandeling en nog wel eener be- Zwaar lichamelijk letsel bij mishandeling is teder „belangrgk 1899 te Rotterdam O M v D huisvrouw van 1) d H moed

paalde mishandeling zouden zijn, is eene gissing, b ij, re,. nadeel", aan den mishandelde toegebracht. willig met een mes zoodanig eên snede over haar neus'hebben

d e n e e r i n g o p g e m a a k t, althans niet op eigen waarneming toegebracht en haar daaraan bloedend hebben verwond, dat daar

of wetenschap berust en dus geen getuigenis, tengevolge waar- H. W., oud 43 jaar, stellmgmaker, geboren te Omvaard (thans door de geheele neus in tweeën is verdeeld en de rechter neus-

van het bewezen verklaarde feit blijkt slechts door een getuigenis gemeente Melis sant) wonende te Rotterdam, is requirant van holte geheel open lag; en zulks na bereids van af 25 Oct 1897

gestaafd en dus onbewezen te zijn . cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's Gravenhage eene gevangenisstraf van eene maand hem ter zake van mishan-

Het middel berust op een onjuisten feitelijken grondslag-. En van 26 April 1900, waarbij, op het hooger beroep zoo van den deling bij' arrest van het Gerechtshof te 's Gravenhage van 26

dat m tweeërlei opzicht. Vooreerst namelijk is onjuist het bewe- req. als van het O. M., is bevestigd het vonnis der Arrond.-Recht, Juni 1897 opgelegd geheel te hebben ondergaan-

ren, dat het Hof de verklaring der twee personen, die de mis- bank te Botterdam van 1 Maart 1900, bij hetwelk, met toepas- 0. dat tot staving van het eerste middel sub ó, is aangevoerd

handeling met hebben bijgewoond, als d i r e c t e getuigenverkla, sing der artt, 300 pr. en al. 2, 422 Strafrecht, 214, 219 Straf- dat de req. is veroordeeld ter zake van mishandeling met de ver-'

ring heeft gebezigd. Daarvan staat m het bestreden arrest mets vord.,. de req. is schuldig verklaard aan mishandeling, zwaar zwarende omstandigheid van zwaar lichamelijk letsel, ofschoon

te lezen Het Hof zegt alleen dat de verklaring van, den. lsten ge- lichamelijk letsel ten gevolge hebbend, terwijl tijdens het plegen gedagvaard was ter zake van mishandeling, en tot staving- van

tuige die het feit heeft gezien „wordt bevestigd door van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verloopen sedert de hetzelfde middel sub 6, dat req. veroordeeld is we»-ens, diezelfde

die de,r 2de en 3de getuigen. Ten andere » het onjuist, da,t de schuldige eene togen hem wegens mishandeling uitgesproken ge- in de dagvaarding niet vermelde verzwarende omstandigheid hoe-

beide laatstgenoemde getuigen zouden hebben verklaard dat zij vangenisstraf geheel heeft ondergaan, en te dier zake is, veroor- wel hij door het O. M. op die verzwarende, omstandigheid niet

de gevolgen dier mishandeling hebben waargenomen. Dit- wordt deeld tot gevangenisstraf voor den, tijd van zes maanden, met is opmerkzaam gemaakt;

niet door die getuigen medegedeeld, maar hetgeen daarom- bevel tot vernietiging van, het knipmes. O. dienaangaande, dat de rechter blijkbaar van oordeel is ee trent in het arrest wordt gevonden, is eene gevolgtrekking, door weest, dat de gevolgen der mishandeling, zooals die in de hierd e n rechter zeiven gemaakt ïsadat was gehoord het verslag van, den raadsheer Hanlo, en boven medegedeelde dagvaarding zijn omschreven en bil liet beOvengens leert art. 1942 B. W. volstrekt niet.dat de verklaring de advocaat van den req., Mr. j. W. Belinfante, de voor- vestigde vonnis bewezen zijp verklaard naar de wet te ouali van slechts één getuige geheel zonder waarde is. Wij ziening had toegelicht, heeft de, adv.-gen. Noyon de volgende con- aceeren zijn als zwaar lichamelijk letsel- dat die oordeelvelling iezen daar toch aldus: „De verklaring van eenen enkelen getui- clusie genomen: is juist; zo,oa,ls hieronder bij de behandeling van het derde mii. ge, zonder eenig ander mid e v a nbew ij s verdient del zal blijken; dat het gevolg hiervan is, dat werkelijk in de m regten geen geloof Maar dat andere middel van bewijs is Edel Hoog Achtbare Seerent dagvaarding is opgenomen de verzwarende omstandigheid" ter hier aanwezig. Het bewijs namelijk door vermoedens. De zake waarvan is veroordeeld; dat derhalve aan de beide onderrechter maakt toch uit. de verklaringen der beide bedoelde getui- Deze req. was gedagvaard „als zoude hij op 1 Oct, 1899 te deelen van liet middel de feitelijke grondslag- ontbreekt •

gen, door die als vermoedens te bezigen, de gevolgtrekking, Rotterdam G. M. v. D., huisvrouw van B. de H., moedwillig met O. dat tot staving van het tweede middel is aangevoerd • dit

dat de mishandeling door den eischer op de verweerderesse is ge- een mes zoodanig een snede over haar neus, hebben toegebracht bij de veroordeeling van den req. wegens mishandeling well-e

pleegd. Cf, 's Raad» arrest van 9 Maart 1855 N. Rspr. 49, blz. 6n haar daardoor bloedend hebben verwond, dat daardoor de ge- zwaar lichamelijk letsel ten gevolde heeft niet is overwogen

265(1) en D i e phu ï s byst. 111, bl. 23. heele neus in tweeën is verdeeld en, de rechter neusholte geheel door welke bewijsmiddelen de rechter de verzwarende omstandig

Het beweren, bg pleidooi gevoerd dat m het bestreden arrest openlag-, zulks bij. recidive. heid van zwaar lichamelijk letsel bewezen heeft geacht-

met met zooveel woorden te lezen staat, dat het Hof zich van, In het bij het aangevallene arrest bevestigde vonnis wordt o-ver- O. te dien aanzien, dat de Rechtbank door de in onderlino-

vermoedens heeft bediend, kan natuurlijk niet opgaan om, wogen dat wettig en overtuigend is bewezen hetgeen beklaagde bij verband en samenhang beschouwde aanwijzingen voortvloeiende

dat den rechter nergens in de wet de verplichting wordt opge. dagvaarding is te last gelegd en dat de bewezen verklaarde ver- uit en overeenstemmende niet de verklaringen der getuigen in

legd den aard der door hem gebezigde bewijsmiddelen m zijn wonding aan getuige v. D. zoodanig belangrijk nadeel heeft ver- het Vonnis vermeld, wettig en overtuigend" bewezen heeft ver

vonnis met name aan te duiden, maar het voldoende is dat uit dat oorzaakt, dat dit moet worden, aangemerkt als zwaar lichamelijk klaard hetgeen den req. bij de dagvaarding is ten laste gele°d

vonnis blijkt dat de rechter op grond van w e 111, g e bewijs- letsel. De req. is daarop schuldig verklaard aan mishandeling mitsdien ook de gevolgen der mishandeling" zooals zij in de dac'

middelen heeft recht gesproken. _ zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbend (bij recidive). vaarding zijn omschreven, welke door de Rechtbank ziin geauali-

Conclusie tot verwerping der voorziening en veroordeeling van Hiertegen komt hij op met drie middelen van, cassatie, waar- ficeerd als „zwaar lichamelijk letsel" en welke qualificatie zii niet

den eischer in de kosten. van het eerste luidtbehoefde te motiveeren ■

® Schending of verkeerde toepassing van artt. 247, 211, 221, O. dat mitsdien het tweede middel is ongegrond*

De Hooge Raad enz.; 143.Strafvord., jo. art, 300, al. 1 en 2 Swb.,-doordat de beklaagde O. dat tot staving van het derde, middel is aaMavoerd dat

Partyen gehoord ; is veroordeeld ter zake van mishandeling niet zwaar lichamelijk ten onrechte de als bewezen aangenomen feiten gequalificeerd ziin

uezien de smukken; letsel ofschoon gedagvaard was eenvoudig ter zake van mis- als mishandeling, zwaar lichamelijk letsel ten, gevolde hebbende•

, ^wegende dat_ tegen het m deze door het Gerechtshof te handeling. O. dienaangaande, dat de Rechtbank ten aanzien van den aard

«Gravenhage den 3den Jan. 1900 gewezen, arrest is aangevoerd b Schending of verkeerde toepassing van art. 191 Strafvord., en de gevolgen der in de dagvaarding omschreven verwonding

als mlddel van cassatie: Schending ea verkeerde toepassmg van jo. art. 300 Swb., omdat de beklaagde veroordeeld is wegens een© nog als bewezen heeft aangenomen: dat het openliggen der neus.

de artt 1902, 1942 en 1944 B. \\ doordat het Hof als getui- verzwarende omstandigheid niet in d,e dagvaarding vermeld, hoe- holten zoodanig was, dat de ademhaling door de wond tot stand

genverklarmg m den zin der wet heelt aangemerkt en tot de be- wel lnj door het Openb. Min. op die verzwarende omstandigheid kwam en dat de bloeding verbazend was- dat ze verder heeft

Wijsvoering heeft gebezigd de verklaring van twee, getuigen, d» met is opmerkzaam gemaakt. overwogen: dat de bewezen verklaarde, verwonding aan getuige

eene mishandeling niet hebben bijgewoond, maar mededeelen, Beide onderdeelen van, het middel berusten op de stelling dat v. D. (de verwonde) zoodanig belano-rnk nadeel heeft veroorzaakt

dat ZIJ de gevolgen dier mishandeling hebben waargenomen; het door de Rechtbank aangenomen,e zwaar lichamelijk letsel in dat dit moet worden aangemerkt als zwaar lichameliik letsel- '

hoewel alleen de uiterlijke teekenen door hunne zintuigen, zijn de dagvaarding met omschreven is. Zij komt mij onjuist voor. O. dat eene omschrijving van het begrip lichamelijk letsel"

Waargenomen, maar de conclusie dat deze teekenen het gevolg De dagvaarding vermeldt toch d,e gevolgen van het toebrengen in de wet niet wordt gevonden • dat art. 82' Strafrecht slechts

eener mishandeling, en nog wel eener bepaalde mishandeling van de snede; aangenomen nu dat een belangrijk nadeel voldoende eenige gevallen vermeldt die ondeir dat begrip moeten worden

zouden zijn is eene gissing, b ij redeneering opge- is voor het zwaar lichamelijk letsel, aangenomen (zooals de judex gebracht, doch het begrip niet tot die gevallen beperkt is ; dat

111 aa k t, althans met op eigen waarneming of wetenschap be- facti heeft gedaan) dat die gevolgen belangrijk nadeel hebben op. het wel een ernstig, doch daarom nog niet. zooals bij de monde-

rust en dus geen getuigenis, ten gevolge waarvan liet bewezen geleverd, dan is het letsel ook in, de dagvaarding opgenomen,, linge toelichting van het middel is beweerd, een blijvend nadeel

Verklaarde feit, blijkt slechts door een getuigenis gestaafd en dus Voor zoover liet middel al niet aantast de feitelijke uitlegging voor den verwonde vereischt; dat feitelijk is beslist dat hier

onbewezen te zijn; ^ van de dagvaarding, zal het ongegrond genoemd moeten worden. een b e 1 a n g r ij k n ,a d a e 1 aan de verwonde vrouw' is toe»»-

O. dat bij vonnis der Arrond.-Rechtbank te Dordrecht van 29 Als tweede middel is voorgesteld: Schending of verkeerde toe- bracht en mitsdien de in het middel genoemde wetsartikelen nieit

~~ passing van artt. 247, 211, 221 in verband met art. 391 Straf- zijn geschonden, noch verkeerd toegepast.

^54* Red. vord. jo. art. óOO Swb., doordat bij de veroordeeling van beklaagde Verwerpt het beroep.

Sluiten