Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ARRONDISSEMENTS RECHTBANK TE AMSTERDAM.

Eerste Kanier.

Zitting van den 1 Mei 1900.

Voorzitter, Mr. P, Coninck Westenberg-,

Rechters, Mrs.; Jlu'. J. O. Reijnst en W. P. A. Hellegers (plv.).

Het beding in eene huurovereenkomst „indien de huurder in gebreke moclit Olijven om de huurpenningen prompt te betalen, heeft de verhuurder hei recht de huurovereenkomst als geëindigd en ontbonden te beschouwen staat de vordering tot nakoming der overeenkomst niet in den weg.

Dergelijk beding is niet bij machte eene overeenkomst tusschen partyen te ontbinden, waar volgens art. 1302 B. W. de ontbinding in rechte gevraagd moet worden.

S. Hartog, ten deze optredende als directeur der Maatschappij 'de Wetering en als deze in rechte vertegenwoordigende, eiscner, procureur Mr. A. C. N. Pieren,

tegen

E. Lösken, gedaagde, procureur Mr. H. J. Rijshouwer.

De Rechtbank enz.;

Overwegende wat het recht betreft:

dat tusschen party en in con fesso is:

do bij repliek m het geding gebrachte huur en verhuurovereenkomst betrellende het winkelhuis, aan de Ceintuurbaan n°. 55 alhier gelegen, tegen een huui prijs van f10 per week, beginnen, de op 1°. üebr. Ib98 en eindigende 31 Jan. 1899;

dat door gedaagde niet is weersproken en alzoo evenzeer tusschen partijen vaststaat, dat door1 eerstgenoemde bij den aanvang der overeenkomst een bedrag van f 43.33, gelijk staande aan de"huur over eene maand — in handen van eischer is gestort;

dat ook tusschen partijen vaststaat-, dat door gedaagde bovengemeld perceel op 8 Aug. 1898 is verlaten en door hem na dien datum geen verdere huurpenningen zijn voldaan;

dat gedaagde, met een beroep op art. 3 der huurovereenkomst, waarbij tusschen partijen was geconvenieerd': dat, indien de huurder in gebreke mocht blijven oni de huurpenningen prompt te betalen, de verhuurder het reeht heeft deze huurovereenkomst als geëindigd en ontbonden te beschouwen, beweert, dat eiscliei, op den grond dezer bepaling der overeenkomst tusschen partijen, niet ontvankelijk in zijne gestelde vordering zoude wezen;

dat dit beweren is in strijd met de wet, wijl deze dengene der partijen, te wiens opzichte de verbintenis niet is nagekomen, de keuze geeft om de andere partij, indien zulks mogelijk is, tot de nakoming der overeenkomst te noodzaken, of derzeiver ontbinding te vorderen met vergoeding van kosten, schaden en interessen;

dat bovendien eene dergelijke bepaling, als die im art. 3 van het contract tusschen partyen vervat, niet bij machte is eene overeenkomst tusschen partijen te ontbinden, waar volgens de uitdrukkelijke bepaling van art. 1302 B. W. de ontbinding' in rechte gevraagd moet worden;

dat, waar uit niets blijkt, dat deze ontbinding is verkregen, en tusschen partijen vaststaat dat door gedaagde op 8 Aug. 1898 het genoemde perceel is verlaten, zonder de huurpenningen, van af 15 Aug. 1898 verschuldigd, aan den eischer te voldoen, deze ook op dien grond in zijne vordering ontvankelijk is te verklaren ;

dat nu wel door gedaagde is beweerd, door eischer tegenge. sproken en door eerstgenoemde te bew\jzen aangeboden dat: in den aanvajig van December 1898 door eischer of op diens last in het huis van perceel Ceintuurbaan 55 alhier is binnengedrongen, het winkelgedeelte in betimmerd en aan derden verhuurd en van af genoemd tijdstip door eischer over het huis is beschikt, door er mede te handelen, alsof gedaagde geen huurder meer was;

dat echter, al zoude de eischer zijnerzijds de bestaande huurovereenkomst niet zijn nagekomen, dit de verplichting van den gedaagde om die overeenkomst na te komen niet zou opheffen;

dat dus gedaagde's bewysaanbod moet warden gepasseerd en den eischer zijne vordering als op de wet gegrond moet worden toegewezen;

Gezien de toepasselijke wetsartikelen;

Veroordeelt den gedaagde om aan den eischer ter zake als voorschreven tegen kwijting te betalen de som van f 216.67 met de rente daarvan ad 5 pCt. 'sjaars van den dag der dagvaarding (8 Stept. 1899) tot dien der voldoening;

Veroordeelt den gedaagde in de kosten van het geding en begroot die, voor zooveel zij aan zijde des eischers zijn gemaiakt, tot de uitspraak van dit vonnis op f 68.95.

HOOGE RAAD. — BULLETIN.

(Bubgerl. Kauer).

Zitting van Donderdag, 7 Maart.

Voorzitter, Mr. F. B. Coninck Lieïstino.

I. Conclusie door het Openb. Min. genomen in zake:

(cassatie). Jvr. E. M. F. Gevers, wed. H. Th. Prins, eische-

res, advocaat Mr. B. M. Vlielander Hein, tegen, Bestuur der Registratie, verweerder, advocaat Mr. W. Thoibecke. De proc.-gen. Polis concludeert tot vernietiging van het vonnis der Rechtbank te 's Hertogenbosch en toewijzing van die door eischeresse ingestelde vordering, onder aftrek van een bedrag van f 0.22^, als zijnde dit door de eischeresse voor quitantie zegel en mitsdien niet onverschuldigd betaald. Uitspraak 19 April.

II. Gepleit in zake :

(cassatie). A. H. Siepman van den Berg, eischer, advocaat Mr. W. Thorbecke, tegen de firma Herklotz Corn & Co., verweerderes, advocaat Mr. J.. Limburg. Conclusie door het Openb. Min. bepaald op 21 Maart.

Zitting van Vrijdag, 8 Maart.

Voorzitter, Mr. F. B. Coninck LiEESiiNa.

I. Uitspraak gedaan in zake:

1°. (cassatie). I. N. Jansen^ eischer, advocaat Mr. P. Dijckmeester, tegen den Burgemeester van 's Gravenhage, verweerder, advocaat Mr. VV. Thorbecke. Verworpen.

2°. (id.). Mï. B. Gewin qq., eischer, advocaat Mr. J. J.

Barnet Lyon, tegen B. ten Cate qq., verweerder, advocaat Jhr. Mr. W. Th. C. van Doorn. Verwoirpen.

II. Conclusie door het Openb. Min. genomen in zake : (cassatie). J. L. de Jong, eischer, advocaat Mr. L. Pli. J.

Wüpperman, tegen J. van Vliet, verweerder, advocaat Mr. J. Limburg. Adv.-Gen. Gregory concludeert, bij monde van den adv.-gen. Jhr. Rethaan Macaré, tot verwerping. Uitspraak 19 April.

III. Conclusie door partijen genomen in zake:

(cassatie). J. Pezie, eischer, advocaat Mr. P. J. Snel, tegen

I. Bendien Jzn., verweerder, advocaat Mr. G. A. P. Bax. Pleidooi bepaald op 25 April.

IV. Gepleit in zake:

(cassatie). J. Jansen van Olst, eischer, advocaat Mr. H. de Ranitz, tegen G. J. Ariese, wed. Derksen, verweerderes, advocaat Jhr. Mr. E. N. de Brauw. Conclusie door het. Openb. Min. bepaald op 22 Maart.

(Strafkamer).

Maandag, 11 Maart.

Uitspraak. 1°. J. L. A. d. L. tegen een arrest van het Hof te 's Gravenhage.

2°. A. K. v. T. tegen een arrest van het Hof te 's Gravenhage.

3°. B. K. tegen een arrest van het Hof te Amsterdam.

4°. A. B. tegen een arrest- van, het Hof te Amsterdam.

5°. H. K. tegen een vonnis der Rechtbank te 's Hertogenbosch.

6°. P. T. tegen een vonnis van het Kantongerecht te Sliearecht.

7°. A. M. D. S. tegen een arrest van het Hof te 's Gravenhage.

Concl. O. M. D. S. tegen een arrest van het Hof te 'is Gravenhage.

(Burgerl. Kamer).

Donderdag, 14 Maart.

Concl. O. M. A. G. van Beest, eischer, advocaat Mr. I. M. Hijmans, tegen de fabriek tot het verduurzamen van levensmiddelen te Beverwijk, verweerderes, advocaat Mr. B. M. Vlielander Hein.

Pleidooi. A. P. M. Escher, h/v. F. J. A. Hugenholtz, eischeres, advocaat Mr. P. F. L. Verschoor, tegen H. G. Bowers, verweerderes, advocaat Mr. J. J Barnet Lyon.

Vrijdag, 15 Maart.

Uitspraak. De Nederl. Stoombranderij en Distilleerderij, voorheen E. Kiderlen, eischeres, advocaat Mr. D. van Houten, tegen de Brandmaatsch. te Amsterdam, verweerderes, advocaat Mr. W. Thorbecke, tegen de firma J. Havelaar en Zn., mede-verweerderes, advocaat Mr. H. J. M. de Vries, en tegen W. F. de Waal, mede-verweerder, advocaat Mr. J. Wolterbeek Muller.

id. Dezelfde eischeres als voren, tegen de Compagnie de Bruxelles, verweerderes, advocaat Mr. W. Thorbecke en tegen de mede-verweerders genoemd.

Concl. O. M. M. A. Moi, h/v. J. Benschop, appellante, procureur Mr. J. J. Bergsma, tegen Ho Kon Fat e. s. qq,, geïntimeerden, procureur Mr. B. M. Vlielander Hein.

Pleidooi. A. Boels, eischer, advocaat Mr. D. S. van Emden, tegen F. B. 'sJacob qq-, verweerder, advocaat M>r. W. Thorbecke.

advertenties.

Bij GEBR. BELINFANTE te 's-Gravenhage zijn verschenen :

Nadere wijziging van eenige bepalingen der Kieswet . . . ! f 0.10

H. A. Musquetier. Aanhangsel op de Praktische Handleiding omtrent het kiesrecht . . - 0.80

Dit Aanhangsel is voor denzelfden prijs verkrijgbaar voor de koopers van Beelino Knap's Kieswet.

Het ,,Weekblad voor de Burgerlijke Administratie" zegt van dit werk:

,,In ons N°. 2489 gaven wij een gunstig oordeel over ,,den Commentaar op de nieuwe Kieswet, geleverd' door den heer H. A. Musquetier, Burgemeester en Secretaris te Schipluiden.

In verband met de jongste wijziging dier wet, is tlmns een aanhangsel op dat werk verschenen, bewerkt door denzellden schrijver.

Daarin komen alleen voor de artikelen der Kieswet, voor zoover zij in 1900 gewijzigd] zijn, de aanvullingen, aangevende met gespatieerde letters, zoodat met een oogopslag te zien is, welke veranderingen werden aangebracht, een verdienste natuurlijk, die de raadpleging zéér vergemakkelijkt.

„Door dit aanhangsel is de reeds im 1897 uitgegeven handleiding ook na 1900 met vrucht te raadplegen.

Zij, die in het, bezit, zijn van de praktische handleiding van den heer Musquetier, behooren ook het thans verschenen aanhangsel zich aan te schaffen".

Het „Tijdschrift ter beoefening van het Administratief Reeht", schrijft over dit Aanhangsel:

„In het nu verschenen aanhangsel zijn de gewijzigde artikelen der kieswet opgenomen met aanteekeningen, ontleend aan d« gewisselde stukken en de beraadslagingen in de Staten-Generaal. Zij, die het hoofdwerk bezitten, zullen zich ook het aanhangsel moeten aanschaffen".

Het geheele werk van Musquetier, Praktische Handleiding omtrent het Kiesrecht, is thans

in prijs verminderd en verkrijgbaar met Aanhangsel (3 dln.) voor f 3.60.

Ook Reeling Knap's Kieswet met Aanhangsel (2 dln.), wordt tegen denzelfden verminderden prijs van f 3.60 aangeboden.

Weekblad van het Recht.

Bij de uitgevers dezes zijn nog verschillende jaargangen en losse nummers ler completeering voorhanden.

Bij GEBR. BELINFANTE te 's. Gravenhage, is verschenen :

De Rechtspraak

van de

Arrandissements-Rechtbank te 's Gmentap,

op grond van de Wet van 30 Sept. 1893 {Stbl. n° 146) houdende bepalingen op de Fabrieks- en Handelsmerken

krachtens Koninklijk Besluit van 27 October 1893 (Stbl. n°. 156) in werking getreden op 1 Dec. 1893

uitgegeven dook

Jhr. Mr. W. C. Quarles van Ufford,

Eertijds Subst.-Griffi.er bij de Arr.-Rechtbank te 's Gravenhage. voortgezet door

Mr. C. W. Schlingemann,

Thans Subst.-Griffier bij gemelde Rechtbank.

Deel II Aflevering 2.

Prijs van Deel I bevattende de Rechtspraak van 1894 — 1897 . . . . f 1.90

Deel II Afl. 1 (1898) .... 0.50 .. II » 2 (1898 — 1899) . . . 0.80

Bij GEBR. BELINFANTE, te 's Gravenhage,

ziet het licht :

Léon's Rechtspraak, 3* Druk.

DEEL III AFL. 6.

DE RECHTSPRAAK

en de

Administratieve beslissingen

op de

* Wet op de Vermogensbelasting

met ophelderingen en geschiedkundige toelichtingen enz.

J. M. VAN WALSEM,

Inspecteur der Registratie en Domeinen te 's Gravenhage.

Prijs f6.25.

Van den 3en druk zijn thans verschenen:

Deel I.

Ie afl. Mr. J. A. Levy, De Grondwet . I' 3.25

2e » Mr. H. Vos, De Gemeentewet . . 10.—

3e » Mr. N. Cramer, De Fabriekwet . 1.—

4e » De Begraafwet en Ziektenwet 1.25

5e » De Armwet. . . . 1.50

6e » Mr. J. Limburg, De Drankwet . . 1.—

7e » De Onteigeningswet . . 2.—

8e » Mr. N. Cramer, Jacht en Visscherjj. 1.50 9e » De Veeziekten- en Hondsdolheid-wet ..... 0.75 10e « De Onderwijswetten en uitvoeringsbesluiten. . . • • • 3-—

Deel II.

7e » Mr. J. W. Belunfante, Wetboek van

Strafrecht..... 4.60

Deel III.

4e afl. N. Koomans, De Wet op het Zegel . 1.75 5e » Mr. L. A. Micheels, De Wet op het

Notaris-Ambt enz. . . . 3.— 6e » J. M. van Walsem, De Wet op de

Vermogensbelasting . . . 6.25

REVUE DES DEUX MONDES.

On souscrit chez MM. BELINFANTE FRÈRES, Libraires-Ëditeurs, Seuls agents pour les Pays-Bas,

Wagenstraat 100—102, La Haye.

Livraison du ler Mars 1901.

SOMMAIRE. — Impressions de France. II. La ville moyenne. Laan, par M. Gt. Hanotaux. — Le testament interrompu, par M. Masson-Forestier. — La colonie de Mozambique et 1'allianoe Anglo-Portugaise, par M. RenÉ I'inox. — Le oonseit international des femmes, dernière partie, par Th. Bentzon. — Le prologue du dix-huit Fructidor IY. La démission de Pichegru,par M. E. Daudet. — Lachlan, par Jan Maclareïï.

Questions soientiflques. Le caoutchouc et la guttaperoha,

par M. A. Dastre. — Deux hommes de la révolution, par M. le Yioomte E. M. de Vogüü. — Revue musieale, par M. c. Bellaigüe. — Chronique de la quinzaine, histoire politique, par M. F. Charmes. — Bulletin bibliographique.

La Revue des Deux Mondes parait le ler et le 15 de chaque mois, gr. in-8vo. — Prix d'un an f 28.50. Chaque numéro se vend séparément a raison de f 1.50.

Gedrukt bij F. J. BELINFANTE, roorh. : A. D. SCHINKEL,

Sluiten