Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*uten als eigenares; dat dit stok grond, langs den weg van Vorden Oaar Steenderen gelegen, daarmede ée'n geheel uitmaakt en ten adaster niet alleen ongenummerd is, maar zelfs niet als afzon' erlyk perceel hekend; dat die weg is eene openbare weg, voor den publieken dienst hestemd, dat eischeresse en hare voorgangers wel "P die strook gronds langs dien weg en daarbij behoorende, boomen '»ehben gepoot en nog hebben, doch dat dit haar niet tot bezitster » s eigenares van dien grond kan maken ;

at de handeling van ged. waarover eischeresse klaagt, bestaat 1,1 het maken van een uitweg van zijn perceel E 301 naar den WeK van Vorden naar Steenderen en hy dien uitweg met toestemming van het gemeentebestuur van Warnsveld heeft gemaakt;

dat ged. de eischeresse niet heeft gestoord in het bezit der be1' "nting, die 0p je bedoelde strook gronds heeft; d • ^ron(* waarvan ged. heeft geconcludeerd, dat de Rechtbank | ('i»cheresse niet-ontvankelijk zal verklaren in hare vordering, 1 'ans haar die zal ontzeggen met hare veroordeeling in de

K0*£en ;

O' dat eischeresse daarop heeft ontkend :

^ ( at de strook gronds in geschil ooit heeft uitgemaakt of nog ^ maakt ée'n geheel met den daarlangs loopenden nu openbaren r,Cf Van Steenderen naar Vorden, tegenover de ontkentenis van • eenige daadzaken heeft gesteld, die haar bezit van die strook kunnen aantoonen, met aanbod die door getuigen te bev 'J2011» en subsidiair heeft aangeboden de voormelde handelingen an ged. door getuigen te bewijzen — en heeft geconcludeerd tot v*t bewijs te worden toegelaten, daarvan akte vragende, met reserve kosten en met volharding bij de vroegere conclusie ; , * (*ut ged. nader heeft uiteengezet, dat de strook fjrond in ge'"*1 vroeger was de weg, waarover men daar ter plaatse reed .n lleP, die nimmer aan zyne bestemming voor den publieken Uünst is onttrokken, en de eischeresse en hare voorgangers in het .*u zljn geraakt van de bepoting op dien ouden weg langs den Eeuwen weg, doch nimmer in het bezit zyn geweest a!s eigenaren den grond zeiven; dat de gestelde feilen alleen het bezit van Geö recht van bepoting, doch niet het bezit als eigenares van de strook grond kunnen bewijzen, en die feiten dus niet zijn ter zake * leuende en afdoende ;

ged., wenschende deze procedure te beeindigeu, aan eischeresse I eu ^eslissenden eed opdraagt, dat het waar is dat eischeresse in Jet bezit als eigenares van dat stuk grond heefc verkeerd, en daarop niet enkel heeft het bezit van een recht van bepoting ; *n «ed., akte vragende van zijne eedsopdracht, heeft geconcludeerd, (lat eischeresse zal worden veroordeeld dien eed te zweren, mei ''jkomeude vordering omtrent de kosten ;

dat eischeresse, de feiten door ged. gesteld ontkennende, den "Pgedragen eed heeft bestreden als niet-toclaaibaar en niet"'«lissend, omdat zij betreft het recht van bezit en niet loopt over ' '' daadzaken, waaruit het bezit voortvloeit, en niet eischeresse *clve, niaar haar echtgenoot hare goederen bestuurt, heeft aangeroerd, dat de feiten door haar eischeresse gesteld haar bezit van ' en grond en niet enkel een pootrecht bewyzen ; en heeft geconcludeerd, dat de conclusie van ged. tot het zweren van deu eed 'u' gorden ontzegd, althans niet-ontvankelijk verklaard, met volharding bij vroegere conclusiën, waarna ged. zijne eedsopdracht 'eeft verdedigd en volhard by de vroegere conclusiën ;

O. dat daarna beide partyen het geschil bij pleidooi hebben

toegelicht;

In rechte:

O. dat de beslissende eed in eiken stand van het geding kan ,vorden opgedragen ter beslissing van het geschil tusschen partijen, in thans allereerst moet worden onderzocht of de opgedragen eed kan worden toegelaten ;

O. «lat die eed volgens de wet alleen kan worden opgedragen omtrent eene daadzaak, een feit. dat de partij aan wie de eed wordt opgedragen, persoonlijk aangaat;

0. dat de vraag of eischeresse verkeert in het bezit als eigens.

ren.se, dan wel enkel heeft het bezit van een recht van bepoting niet loopt over een duidelijk aangewezen feit, doch betreft dé appreciatie van feiten, handelingen en omstandigheden, waaruit 'lat bezit als eigeuares of wel het bezit enkel van het recht van bepoting kan worden afgeleid, welke appreciatie door den rechter moet geschieden, en niet is eene daadzaak, waarvan de beslissing na» den eed der tegenpartij kan worden opgedragen ;

dat toch geil., de feiten tegensprekende die eischere.se heeft aangevoerd om haar beweerd bezit als eigenares te bewezen, aan ' ischeressc niet den eed omtrent de waarheid of onwaarheid dier feiten heeft opgedragen, doch de gevolgtrekking van eischeresse, 'lat het bezit als eigenares uil die feite,i «oude voortvloeien, heeft bestreden, en den eed omtrent de juistheid dier gevolgtrekking heeft

°pgedragen; . ...

dat echter het geschil over de juistheid dier gevolgtrekking uit gestelde feiten door den rechter moet worden beoordeeld en niet door eedsopdracht kan worden beslist;

O. dat de op-edragen eed derhalve met kan worden toegelaten ; 0. dat ged heeft erkend ongeveer in Mei 1892 de brug over Ue Waterleiding te hebben doen leggen, en eenen uitweg van zyn Perceel E 301 tc hebben gemaakt naar den openbaren weg van Vorden naar Steenderen over de in de dagvaarding bedoelde strooks «ronds, gelijk dit doo. eischeresse is gesteld, zoodat deze feiten 'usschen partyen in dit geding vaststaan ;

0. dat ged heeft ontkend, dat eischeresse die strook gronds als "'Kenares zoude bezitten en beeft aangevoerd, dat eischeresse op 'Ue strook gronds alleen boomen heeft gepoot en nog heeft, en recht van bepoting op dien grond bezit;

0 dat eischeres tegenover die tegen.praak feiten heeft gesteld "I» haar bezit als eigenares aan te toonen en heeft aangeboden

'''« door getuigen te bewijzen ;

°- omtrent die feiten, dat de ewchere» daartoe in de eerste plaat* «telt:

„dat de nu openbare weg van Steenderen naar Vorden °',f«r die ligt langs het l>ü dagvaarding omschreven grond.tuk, £ m,IM.henhe«gen, voor ruin, 30 jaren oor jutters va

ieri

Mleen

dat dit punt, aldus gesteld, niet is een feit vatbaar om door middel van getuigen te worden bewezen ;

dat toch het bezit is een toestand, een rechtsbegrip, dat uit verschillende handelingen, feiten en omstandigheden kan worden afgeleid ;

dat die feiten, indien zy gesteld zijn, door getuigen kunnen worden bewezen, maar de beoordeeling of die feiten het bezit opleveren niet aan de getuigen kan worden opgedragen, doch door

den rechter moet worden beslist;

0. dat eischeres voorts als feiten heeft gesteld :

e. „dat de genoemde opvolgende bezitters van dat grondstuk sedert vele jaren vóór en tot het jaar 1884, en eischeres sedert dit jaar tot tydens en ook na de door ged. gepleegde stoornis, op die strook gronds hebben gehad, gepoot of doen poten peppels, beuken, eikea, wilgen en elshout, de peppels, beuken, eiken en wilgeu hebben verkocht, het elshout en het haar der wilgen hebben gehakt of doen hakken, het loof geharkt of doen harken, de plaggen gemaaid of doen maaien, dat elshout, dat haar, dat loof en die plaggen tot zich hebben genomen of doen nemen, en daarover als eigenaren beschikt en ook de tegen die strook gronds loopende waterleiding aan de zijde van die strook ter helfte hebben schoongemaakt of doen schoonmaken" ;

d. „dat eischeres bepaald nog in het jaar 1891 peppels, beuken, eiken en wilgen op die strook gronds staande, heeft verkocht en in het voorjaar van 1892 gaten heeft doen graven en nieuwe boomen heeft doen poten"";

0. dat door deze feiten, in onderling verband en behoudens tegenbewijs, het bezit als eigenares van die strook gronds door eischeresse kan worden bewezen ;

dat toch enkele dier feiten, zooals het maaien en tot zich nemen der plaggen en het schoonmaken der waterleiding niet betreffen het bezit van een recht van bepoting, en het bezit als eigeuares uit den samenhang dier feiten kan worden afgeleid ;

dat die feiten in dit geding zijn ter zake dienende en afdoende, daar indien bewezen wordt dat eischeres de bedoelde strook gronds als eigenares bezat, de door ged. ongeveer in Mei 1892 op dien grond verrichte erkende handelingen de eischeresse in dat bezit hebben gestoord, en die onrechtmatige stoornis grond oplevert tot schadevergoeding;

0. dat het bewys door getuigen in deze niet door de we; is uitgesloten, en eischeres dus tot dat bewys moet worden toegelaten ;

Verleent de gevraagde akten ;

Verklaat dat de opgedragen eed niet kan worden toegelaten ;

Ontzegt ged. zijne vordering tot het opgedragen daarvan aan eischeres ;

Kn alvorens ten principale te beslissen ;

Laat eischeres toe door getaigen te bewijten enz. (zie boven sub c en d);

Bepaalt dat dit getuigenverhoor zal worden gehouden op de terechtzitting dezer llechtbank van den 6 April 1893, des voormiddags ten 11 ure ;

Passeert hei verder aangeboden getuigenverhoor en reserveert de kosten.

11 «... "V on

(,*vu weg werd toegestaan, en die weg w*

"Ve gemeente Warnsvel.1 is verbreed en verbeterd en voor het

'baar verkeer opengesteld";

•t dit feit niet is ter zake dienende; .„„„t

„ ''»t toch eischeres uitdrukkelijk beeft ontkend, dat de yrook M <>nds in geschil ooit heeft uitgemaakt of nog uitmaakt éen ge, met den daarlangs loopenden nu openbaren W6g v*n * n er®n naar Vorden; .. . . .

'at (jU8 ujt vroCgere afsluiting van den weg, ï nu i» Kengegprokeo, nooit kan worden afgeleid eeuig ew ys *ao e '«zii als eigenares eener strook gronds, die volgens elhC ere* e ve niet by dien weg behoort en daarvan nooit een * ee ïee t

u»Kem..akt;

0. dat eischeres in de tweede plaats als feit heeft gesteld ; . *dat het by dagvaarding omschreven grondstuk sedert vele Jaren achtereenvolgens in het bezit is geweest van eischeres en "are voorgangers";

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE IIAAKLEM. Burgerlijke Raadkamer.

Beschikking van 6 December 1892.

Voorzitter, Mr. S. J. A. van Walchrkn.

Rechters, Mrs.: w. A. 't Hoopt en J. ds Clkrcq van Wwl.

Di artt. 549 en 550 B. W. gelden ook voor hel geval, dat de afwezige echtgenoot reeds rroegtr i**t inachtneming van de artt. 523 en 524 B. W. vermoedelijk overleden is verklaard.

«iiarb T i .. « de DrosterH (thans de plaatsjes Dros-

i(.r ''«ar.Mj .elegen plaatsje de I)ro»t y V ^

.. ~ ■ 'i urm iitiwii ï int l vvu w—i-i

, . .. ...Hnnmir het doorrilden ovAr

tegen vergoeding en Dy » .» .

Aan de Arromi.-Rechtbank te Haarlem/

Geeft eerbiedig te kennen t

G. V., zonder beroep, wonende te Edam, dat haar echtgenoot M. V. bjj vonnis uwer Hecbtbank van 8 Febr. 1887 i» vermoedelijk overleden verklaard sedert 30 Juli 1877 ;

dat er ten dage van het aanvangen der gemelde rechtsvordering nog geen volle 10 jaren waren verloopen sedert M. V. zyne woonplaats Edam had verlaten zonder dat er eenig bericht omtrent ziju leven of dood was ingekomen;

dat er om die reden aan haar geen verlof is verleend om een nieuw buwelyk aan te gaan;

dat vertoonster thans verlof wenscht te bekomen om een nieuw huwelijk aan te gaan, doch onvermogend is om de kosten eener procedure te betalen ;

dat de mogelijkheid bestaat dat de Kechlbank van oordeel zoude kunnen zyn, waar d,e wet over dat punt «wygt dat in een geval als het onderhavige, waar verlof tot het aangaan van een nieuw huwelyk wordt gevraagd legen iemand, die leeds vermoedelijk overleden is verklaard, geen 8 openbare dagvaardingen op een termijn vau 3 maanden noodig zijn, maar terstond dat verlof tot het aangaau van een nieuw huwelijk kan worden gegeven ;

weshalve het uwer Rechtbank behage aan de vertoonster verlof te verleenen om een nieuw huwelijk aan te gaan, subsidiair, voor het geval de llechthank van oordeel mocht i'yn dat niet dadelijk op dit verzoek kan worden beschikt, aan haar te vergunnen om haren echtgenoot M. V. by 3 opvolgende dagvaardingen op een termijn van 3 maanden te mogen oproepen, ten einde, indien de vermoedelijk overleden verklaarde niet opkomi en alzoo niet van z(jn aanwezen blijkt, aan haar het gevraagde verlof om een nieuw huwelyk aan tc gaan, worde verleend; verder om de Nederlandtche Staatscourant aan te wyten als het dagblad waarin de exploiien moeten worden aangekondigd, zoomede eventueel het te wijzen vonnis en ten slotte haar te vergunnen om de procedure kosteloos te mogen voeren uit hoofde van het gebleken onvermogen.

't Welk doende eni., Haarlem, S0 Nov. 189S. (?*'•) D* Haan Uuoemioi.tz, proc.

Gesteld ene. i

I)e Officier van Justitie enz.;

O''ertoe<jende dat art. 549 B. W. «onder eenig voorbehoud voorschrijft dat de afwezige echtgenoot bij 3 opeenvolgende openbare dagvaardingen op de wyze voorgeschreven by de artt. 5Ï3 en 584 B. W. zal worden opgeroepen en art. 550 aan de Hecbtbank slechts bevoegdheid verleent om vergunning tot het aangaan van een nieuw huwelijk te verleenen, indien op de derde bij art. 549 voorgeschreven openbare dagvaarding, noch de afwezige, noch iemand voor hem is opgekomen ;

0. dat deze duidelijke voor geen tweëerlei uitleg vat bare bepalingen aantoonen dat de wetgever, die blijkens de aan haling van art. 523 bij het nederschrijven van art. 549 wel gedachtig aan de voorafgaande bepalingen geen onderscheid gemaakt heeft tusschen afwezige echtgenooten, die reeds vermoedelijk overledeu verklaard waren en afwezige echtgenooten, waaromtrent zoodanige verklaring nog niet was verkregen ;

0. dat de rechter, die volgens art. art. 11 A. B. aan de wet is gebonden cn in geen geval hare innerlijke waarde of billijkheid mag beoordeelen, dus evenmin onderscheid tusschen de bedoelde gevallen mag maken ;

Heeft de eer te adviseeren, dat het der Rechtbank moge behagen de vertoonster tc verklaren niet-ontvankelijk in haar primair verzoek, doch haar overeenkomstig haar subsidiair verzoek verlof te verleenen, tot het doen eener eerste openbare dagvaarding op een termijn van 3 maanden met aanwijzing van de nieuwspapieren, waarin die dagvaarding zal moeten worden geplaatst.

De Officier voornoemd, (gei.) Rkthaan Macaré.

De Rechtbank enz..

Gezien enz.;

Gezien art. 549 B. W., 872 B. R. ;

Zich vereenigende met de conclusie van den officier van juslitie, op de gronden daarbij aangevoerd ;

Verklaart de requestrante niet-ontvankelyk in baar primair verzoek ;

Verleent der requestrante verlof om huren echtgenoot M. V. by openbare dagvaarding, loopende op een termijn vau 3 maanden voor deze Rechtbank op te roepen, len fine als in het verzoek subsidiair is omschreven ;

Bepaalt dal deze en de volgende openbare dagvaardingen zullen worden geplaatst in de Ntderlaudiche Staatscourant;

Be /eelt dat deze beschikking en al de gevolgen vry zullen zyn van zegel en gratis worden geregistreerd enz.

Er valt zeker tegen het advies van het Openbaar Ministerie in deze zaak, waarmede de rechtbank zich terecht vereenigde, weinig of nieu in te brengen. De officier scheen echter blijkens zyn beroep op art. 11 Alg. Bep. de wet, die hem dwong te adviseeren zooals hij adviseerde, niet fraai ie vinden. Wy evenmin, La lijaliti nuus tue. Ziehier eene vrouw, van wier man voor zes jaar bij vonnis de vermoedelijke dood werd uitgesproken, met verklaring (ter voldoening aan art. 524 B. \V.), dat bet rechtavermoeden van overlijden bestond reeds sedert 30 Juli 1877. Na 15 k 18 jaar na dien dag wenscht de vrouw 's rechters vergunning te bekomen om een nieuw huwelyk aan te gaan, maar deze kan niet worden verleend alvorens ingevolge art. 549 B. W. eene reprise heeft plaats gehad der vertooning van de „drie opeenvolgende openbare dagvaardingen op de wjjze in artt. 523 en 524 omschreven". Alles onnoodige omslag, lyd- eu geldverlies. Hoeveel praktischer is in dat opzicht hei voorstel der staatscommissie voor de herziening van het B. \V„ die in art. 229, 2*. van haar ontwerp onder de redenen van de ontbinding des huwelyks eenvoudig opnam „een nieuw" — zonder bijzondere rechterlijke vergunning gesloten — „huwelijk, nadat de andere echtgenoot vermoedelijk overleden is verklaard", in welk stelsel de artt. 549, 550 en 551 B. W., moeten vervallen (M. v. T., bl. 123). Niets ware gemakkelijk dan, zonder overigens aan den titel „van de ontbinding des huwelyks" en „van afwezigheid" te raken, deze eenvoudige cn praktische verbetering reeds nu in het Burgerlijk Wetboek op nemen. Misschien wil de Minister van Justitie daarover by gelegenheid wel eens nadenken. Kkuactie.

ARRONDISSEMENTS-KECHTBANK TE LEEUWARDEN.

Burgerlijke Kamer.

Zitting ra* den 29 September 1892.

Voorzitter, Mr. B. W. N. Sekvatics.

Rechters, Mrs.: C. W. nx Vkikhk en J. J. Gockinoa. Officier van Justitie, Mr. T. J. Noyow.

Een endossemer.t yr laan na den vervaldag non eenen wissel kan niet worden beschouwd als de akte ron cessie, bedoeld in art

139 W. a. K.

M. van Rijswijk, zonder beroep, wonende te Utrecht, weduwe van M. G. van Geytenbeek, in leven notaris te Berlikum i.Frie»land), als voogdes over hare kinderen J., O. W., A. M. A. en M. A. A. van Geytenbeek, gesproten uit haar huwelyk met gemeldec van Geytenbeek, eischeres, procureur Mr. j. v. Look, tegen

L. A. Wassenaar, landbouwer, wonende U Engelen, gedaagde, procureur Mr. II. H. Hiduimoa.

De Rechtbank enz.;

Gelet op de conclusie van den heer Officier van Justitie strekkende tot toewyzing van den eisch met veroordecling vau gedaagde in de kosten van het geding;

Wat de daadzaken betreft;

Overwegende dat eischeres als gronden voor hare vordering heeft aangevoerd ;

dat ged. den 16 Mei 1890 wegens toen cn reeda vroeger ter

ieen ontvangen geiuen neen neiencn scuuiaig te zyn aan nu wijlen den heer M. G. van Geytenbeek, auteur van eischeresse, de sum van f 500 met belofte van rentebetaling naar 5 ten 100 in het jaar sedert dien datum en restitutie der hoofdsom op aanmaning, immera November 1890, dal ged. noch op laatstgemeld lydslip noch ook later, niettegenstaande herhaaldelyke minnelijke aaumaming, hoofdsom en renten heeft terug betaald en ten slotte by cxploit van den deurwaarder 1'. H. Itooz van den 17en Oct. 1891, bchooriyk geregistreerd, te dier sake ten verzoeke van eiacheres is gesteld in mora;

0. dat ged. heeft geantwoord :

dat eischeres niets meer van ged. heeft te vorderen dat immers ged. den I6en Oct. 1891 door endossement houder en eigenaar is geworden van eene promesse waarbij T F eens tra te Minnertsga op den 19en Maart 1891 te Berlikum heeft geac cepieerd om 3'/, maand na dato aan de firma Sprock en Verwer te Leeuwarden te betalen de som van f500, Waarde naar genoegen

dch hip.'?" rrr ^°°r,welkt „Uwr

heeft verbanden" 6" ^ ^ ^ ^ 1891 *

d.t deze promesse op len protestdaj, den 6en Juli 1891, teu

Sluiten