Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Woensdag, 3 Mei 1893.

N*. 6326.

WEEKBLAD VAN HET RECHT.

RECHTSKUNDIG NIEUWS- EN ADVERTENTIE-BLAD.

VIJF-EN- VIJFTIGSTE JAARGANG.

JUS ET VERITAS.

Dit blad verschijnt des Maandags. Woensdags en Vrijdags. — Prijs per jaargang f 20; voor de buitensteden franco per post met f 1.00 verhooging. — Prijs der advertentién, 20 cents per regel. — Bijdragen, brieven, enzfranco aan de Uitgevers.

Het auteursrecht voor den inhoud van dit Blad wordt verzekerd overeenkomstig de Wet van 28 Juni 1881 (Stbl. n°. 124).

WETGEVING.

Bepalingen op de fabrieks- en handelsmerken.

Bij Koninklijke Boodschap Tan 3 Maart 1893 is aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal aangeboden het volgende .

ONTWERP VAN WET.

In Naam van Hare Majesteit WILHELMINA enz.,

Wij EMMA, enz.,

Alzoo wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is nieuwe bepalingen vast te stellen op de fabrieks- en handelsmerken ;

Zoo is het, enz.

§ I. Van het Bureau en de Hulpbureaux voor den industrieelen eigendom.

Artikel 1. Er is een Bureau voor (len industrieelen eigendom voor het Rijk in Europa en zijne koloniën en bezittingen m andere werelddeelen, tevens dienende tot centrale bewaarplaats, als bedoeld bij art. 12 der internationale overeenkomst tot bescherming van den industrieelen eigendom, den 20sten Maart 1883 te Parys gesloten en goedgekeurd bij de wet van 23 April 1884 (Staatsblad

n° 53). , . ,

Aan het hoofd van dit Bureau, dat te 's Gravenhage is gevestigd, staat een Directeur. Deze en de aan hem ondergeschikte ambtenaren en bedienden, worden door Ons benoemd en ontslagen.

De verdere inrichting van dat bureau wordt geregeld door het Hoofd van het Departement van Justitie, en de kosten daarvan worden gebracht op het hoofdstuk der Staatsbegrooting, genoemd Departement betreffende»

De gelden bij dit Bureau ontvangen op grond van deze wet of van de overeenkomst betreffende de internationale inschrijving van fabrieks- en handelsmerken, den I4den April 1891 te Madrid gesloten en goedgekeurd bij de wet van 12 December 1892 (S/aats• blad no. 270), komen voor zoover zij niet aan het Internationale Bureau der Unie tot bescherming van den industrieelen eigendom te Bern moeten worden overgemaakt, ten bate van 's Rijks 8chatkist. Zij worden door den Directeur verantwoord.

Art 2. Door Ons worden de Hulpbureaux voor den industrieelen eigendom, tevens hulpbewaarplaatsen, belast met de openbare mededeeling van de fabrieks- en handelsmerken in de koloniën en bezittingen in andere werelddeelen, aangewezen, en de verdere werkzaamheden dezer Hulpbureaux benevens de daarmede verband houdende verrichtingen van het in het eerste lid van art. 1 bedoeld Bureau voor den industrieelen eigendom, g regeld.

§ II. Inschrijving, internationale inschrijving, vernieuwing of vervallen van inschrijvingen en overdracht van merken.

Art 3 Het recht tot uitsluitend gebruik van een merk ter onderscheiding van iemands fabrieks- of handelswaren van die van anderen 'komt toe aan dengene, die het ecr8t t0t om6chr=ven doel van dat merk in het Rijk van Europa gebrnik heeft gemaakt, doch alleen voor die soort van waren, waarvoor het door hem gebruikt is, en niet langer dan drie )aren na het laatste gehruik.

Behoudens bewijs van het tegendeel en het bepaalde bij het volgende lid wordt hij, die bet eerst voldeed aan de voorschriften van art. 4 geacht de eerste gebruiker van het ingezonden merk te zijn.

Hij die binnen de termijnen bepaald bij art. 4 der voormelde internationale overeenkomst van Par'js aan het Bureau voorden industrieelen eigendom een merk heeft ingezonden, hetwelk hij met inachtneming van art. 6 der evengenoemde overeenkomst in «m der tot die overeenkomst toegetreden Staten regelmatig heeft gedeponeerd wordt geacht van dat merk reeds b,j den aanvang den toepasselijke» termijn in bet Rijk in Europa gebruik te

-«="uen gemaakt.

Art■ 4. Ter verkriWng van de inschrijving van een merk zendt f belanghebbende aan het Bureau voor den industrieelen eigentwee onderteekende exemplaren eener duidelijke afbeelding en «auwkeurige beschrijving van zijn merk. In deze beschrijving tevens worden vermeld de soort van waren waarvoor het me'k bestemd is en de woonplaats van den inzender. „eDe bending' kan ook geschieden door een schriftelijk daartoe

II ëQe«

woorden of voorstellingen bevatten, in

m n-l.

met de openbare orde of de goede zeden. Het mag niet beVarto»» ^ • _ __ _ fnrütinrr pon wanen van

—u, zij het ook met eene geringe - -r

,he' Rijk, eene provincie, gemeente of eenig ander publiekrechtelijk

Schaam.

„Voor kosten en voorschotten is een bedrag van tien gulden voor e * merk verschuldigd, bij de inzending te voldoen.

■Art. 5. Het overeenkomstig het vorige artikel ingezonden merk *°rdt, behoudens het bepaalde bij art. 9, door het Bureau voor ^en industrieelen eigendom binnen drie dagen na den dag (ei °utvang8t ingeschreven in het daartoe bestemde openbare register, daarvan het model door den Minister van Justitie wordt vastgesteld.

De beide overgelegde exemplaren van de afbeelding en beschrijving worden gewaarmerkt met bijvoeging van de dagtee-

kening en het nommer waaronder de inschrijving in het register plaats heeft.

Een dier exemplaren wordt binneft drie dagen daarna aan den inzender teruggezonden.

Aan het andere exemplaar wordt in het geval, bedoeld in het tweede lid van art. 4, de volmacht gehecht.

Art. 6. Door de zorg van het Bureau voor den industrieelen eigendom worden in de Nederlandsche Staatscourant van den eersten dag van iedere maand de in art. 4 bedoelde beschrijvingen opgenomen van de sedert de laatste openbaarmaking ingeschreven merken, met opgave van de soort van waren waarvoor zij bestemd zijn en van de woonplaatsen der inzenders.

Bij iedere openbaarmaking wordt eene afbeelding van het merk gevoegd, indien de inzender daarvan een voldoend cliché heeft overgelegd, ter lengte en breedte van ten minste 1.5 en ten hoogste 10 centimeters en ter dikte van 2.4 centimeters. Dit cliché wordt hem, nadat daarvan gebruik is gemaakt, teruggegeven.

Deze openbaarmakingen worden geplaatst in afzonderlijke bijlagen van de Staatscourantf die afzonderlijk algemeen verkrijgbaar worden gesteld.

Gelijke openbaarmaking geschiedt door den inzender binnen veertien dagen na de inschrijving in een der nieuwsbladen zijner woonplaats of, bij gebreke van zoodanig nieuwsblad, in dat eener naburige gemeente of der provincie waarin zijne woonplaats gelegen is.

Heeft de inzender overeenkomstig art. 14 woonplaats binnen het Rijk in Europa gekozen, zoo doet hij de openbaarmaking in een der te 's Gravenhage verschijnende nieuwsbladen.

Een exemplaar van het nieuwsblad, waarin de openbaarmaking tijdig is gedaan, wordt binnen veertien dagen na de dagteekening daarvan aan het Bureau voor den industrieelen eigendom ingezonden.

Art 7. De Nederlander en de vreemdeling binnen het Rijk

in Europa wonende of daar zijne voornaamste inrichtingen van nijverheid of handel hebbende, die zich de bescherming wil verzekeren van zijn ingevolge art. 4 ingezonden merk ook in andere Staten, toegetreden tot de voormelde overeenkomst van Madrid, zendt aan het Bureau voor den industrieelen eigendom nog drie exemplaren, waarvan een onderteekend, eener duidelijke afbeelding van dat merk en hetzij een cliché, beantwoordende aan de bij het vorige artikel gestelde eischen, hetzij eene eveneens onderteekende Fransche vertaling van de ingevolge art. 4 ingezonden beschrijving van het merk.

Het tweede lid van art. 4 is ten deze toepasselijk.

Genoemd Bureau bewaart het onderteekende exemplaar der afbeelding, hetwelk wordt gewaarmerkt, zorgt verder, indien of zoodra het merk overeenkomstig art. 5 is ingeschreven, met inachtneming van de bestaande voorschriften, voor de onverwijlde aanvrage van inschrijving aan het Internationaal Bureau te Bern en deelt al hetgeen door laatstgenoemd Bureau betreffende het merk te zijner kennis wordt gebracht en voor den inzender van belang kan worden geacht, aan dezen mede.'

Wordt het merk, ingevolge art. 4 ingezonden, niet overeenkomstig art. 5 ingeschreven, dan geeft; het Bureau voor den industrieelen eigendom aan den inzender kennis, dat ook de aanvrage van inschrijving aan het Internationaal Bureau te Bern voorshands niet kan volgen.

Voor kosten en voorschotten is een bedrag van vijf en vijftig guldig gulden voor elk merk verschuldigd, bij de inzending te voldoen.

Art. 8. Door het Bureau voor den industrieelen eigendom wordt, behoudens het bepaalde bij art. 9, binnen drie dagen na de ontvangst van wege het International Bureau te Bern van de bekendmaking, voorgeschreven bij art. 3 der voormelde overeenkomst van Madrid, het merk, waarop die bekendmaking betrekking heeft, ingeschreven in het daartoe bestemde openbare register, waarvan 'het model door den Minister van Justitie wordt vastgesteld.

De ontvangen bekendmaking wordt gewaarmerkt met bijvoeging van de dagteekening en het nommer waaronder de inschrijving in het register plaats heeft.

Indien het internationaal ingeschreven merk overeenkomstig

art. 7 aan het Bureau voor den ïnausineeien eigenaom wasingezonden, geeft dit aan den inzender zoodra mogelijk bericht van de internationale inschrijving en een gedagteekend bewijs van de inschrijving in het eerste lid van dit artikel bedoeld.

Aan genoemd Bureau wordt het bijvoegsel tot het „Journal van het Internationaal Bureau te Bern, waarin de aankondiging van de internationaal ingeschreven merken is opgenomen, algemeen verkrijgbaar gesteld.

Telkens geschiedt van die verkrijgbaarstelling mededeeling in de Nederlandsche Staatscourant.

Art. 9. Indien het ingevolge art. 4 ingezonden merk of het bij art. 8 bedoeld buitenlandsch merk geheel of in hoofdzaak overeenstemt met dat, hetwelk voor dezelfde soort van waren ten name van een ander is ingeschreven of door een ander vroeger is ingezonden, of indien het in str\jd is met de bepaling van het voorlaatste lid van art. 4, kan het Bureau voor den industrieelen eigendom de inschrijving weigeren, waarvan het schriftelijk kennis geeft binnen drie dagen na den dag der ontvangst van het merk aan den inzender, of binnen drie dagen na dien der ontvangst van de in art. 8 bedoelde bekendmaking aan het Internationaal Bureau te Bern.

De inzender ingevolge art. 4 of de inzender van het bij art. 8 bedoelde merk kan zich bij door hem of zijn gemachtigde onder¬

teekend verzoekschrift tot de arrondissementsrechtbank te 's Gra~ venhage wenden, ten einde de inschrijving worde bevolen. De inzender ingevolge art. 4 doet dit binnen ééne maand, die van

het bij art. 8 bedoelde merk binnen zes maanden na die kennisgeving.

Art. 10. Indien het overeenkomstig art. 5 ingeschreven merk of het overeenkomstig art. 8 ingeschreven buitenlandsch merk geheel of in hoofdzaak overeenstemt met dat, waarop een ander voor dezelfde soort van waren recht heeft krachtens art. 3, kan deze zich, voor wat betreft een overeenkomstig art. 5 ingeschreven merk, binnen zes maanden na de bij art. 6 voorgeschreven openbaarmaking in de Staatscourant, en voor wat aangaat een overeenkomstig art. 8 ingeschreven buitenlandsch merk binnen negen maanden na de daar aan het slot voorgeschreven mededeeling, bij door hem of zijn gemachtigde onderteekend verzoekschrift tot de arrondissements-Rechtbank te 's Gravenhage wenden, ten einde de inschrijving worde nietig verklaard.

Binnen hetzelfde tijdsverloop kan, indien het merk in strijd is met de bepaling van het voorlaatste lid van art. 4, door den Officier van Justitie bij de in het vorige lid genoemde rechtbank worden gevorderd, dat de inschrijving worde nietig verklaard.

Art. 11. Van elk in art. 9 of art. 10 bedoeld verzoek, en van elke in art. 10 bedoelde vordering van den Officier van Justitie, wordt door den Griffier binnen drie dagen aan het Bureau voor den industrieelen eigendom schriftelijk kennis gegeven.

Art. 12. De rechtbank beslist in raadkamer.

De beslissing op een verzoek krachtens art. 9 gedaan, wordt niet gegeven dan nadat de verzoeker in de gelegenheid is gesteld om zijn recht op de inschrijving van het merk en de Directeur van het Bureau voor den industrieelen eigendom om de weigering van inschrijving voor de rechtbank mondeling te verdedigen.

De beslissing op een verzoek of eene vordering krachtens art. 10 gedaan, wordt niet gegeven dan na verhoor of behoorlijke oproeping van den inzender van het merk op den door de rechtbank bij eenvoudig appointement op het verzoek of de vordering bepaalden dag, welke aan het Bureau voor den industrieelen eigendom door den Griffier schriftelijk wordt medegedeeld, en, indien het een overeenkomstig art. 5 ingeschreven merk betreft, aan den inzender ten minste veertien dagen te voren wordt bekendgemaakt door beteekening van het verzoek of de vordering en het daarop gegeven appointement.

Geldt het een overeenkomstig art. 8 ingeschreven merk, dan geeft het Bureau voor den industrieelen eigendom van het verzoek of de vordering kennis aan het Internationaal Bureau te Bern en deelt aan dit Bureau zoodra mogelijk den door de rechtbank voor het verhoor bepaalden dag mede, en wel ten minste eene maand of drie maanden te voren, naar gelang de inzender in of buiten Europa woont.

Bij het verhoor kan de verzoeker> en in het geval voorzien bij het tweede lid van art. 10 de Officier van Justitie de gronden, waarop zijn verzoek of zijne vordering berust, mondeling uiteen¬

zetten.

Vóór het sluiten van een verhoor, als in dit artikel voorge¬

schreven, bepaalt de rechter den dag, waarop hij zijne beslissing geven zal.

Art. 13. Hooger beroep van de beslissing der rechtbank is niet toegelaten.

Binnen ééne maand na den dag der beslissing kan beroep in

cassatie worden ingesteld.

Het daartoe strekkend verzoekschrift wordt, indien het een ingevolge art. 4 ingezonden of een overeenkomstig art. 5 ingeschreven merk betreft, aan de belanghebbende wederpartij beteekend.

Indien het beroep strekt ten einde de inschrijving van een merk worde bevolen, wordt het Bureau voor den industrieelen eigendom als belanghebbende wederpartij beschouwd.

Van elk ander beroep in cassatie, hetwelk niet is ingesteld door het Bureau voor den industrieelen eigendom, wordt door den Griffier bij den Hoogen Raad binnen drie dagen aan dat Bureau schriftelijk kennis gegeven.

Geldt het beroep in cassatie een merk als bij art. 8 bedoeld, dan geeft het Bureau voor den industrieelen eigendom daarvan kennis aan het Internationale Bureau te Bern.

Art. 14. Hij die geene woonplaats binnen het Rijk in Europa heeft, moet bij de inzending bij art. 4 of art. 7 bedoeld, en bij de indiening van een verzoekschrift volgens art. 9, art. 10 of art. 13, woonplaats binnen het Rijk kiezen.

Alle exploten geschieden dan aan die gekozen wooplaats.

Art. 15. Van de beslissing der rechtbank wordt binnen drie dagen door den Griffier schriftelijk kennis gegeven aan het Bureau voor den industrieelen eigendom.

Gelijke kennisgeving geschiedt door den Griffier bij den Hoogen Raad van den uitslag van het beroep in cassatie, zoowel aan genoemd Bureau als aan den Griffier der rechtbank.

Overeenkomstig de beslissing van de rechtbank, zoodra die in kracht van gewijsde is gegaan, of van den Hoogen Raad, indien deze de hoofdzaak heeft beslist, wordt door genoemd Bureau het merk ingeschreven of van de nietigverklaring der inschrijving aanteekening gedaan in de daartoe bestemde kolom van het openbare register, waarin het merk werd ingeschreven.

De inschrijving wordt alsdan geacht te zijn geschied op den dag der inzending of der ontvangst van de in art. 8 bedoelde bekendmaking.

Genoemd Bureau deelt de in dit artikel voorgeschreven kennisgevingen, voor zoover zij betreffen een merk als bij art. 8 bedoeld, mede aan het Internationaal Bureau te Bern zoodra de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan.

Art. 16. Door de zorg van het Bureau voor den industrieelen eigendom wordt aankondiging gedaan van :

1°. de weigering van inschrijving van een merk overeenkomstig

Sluiten