is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad der Vereenigde Nederlanden; opgerigt bij besluit van zijne Koninklijke Hoogheid den Heere Prinse van Oranje-Nassau, soeverein vorst der Vereenigde Nederlanden enz. enz. enz. van den 18 december 1813 no.5, 1815, 01-01-1815

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

patfint tot dit bedrijf, gelijk metle die genen, <1'e onder hun of in hunne absentie, bet opzigt op den buskruid-molen hebben, vóór dat zii eeuige Terzending doen, met eede, in handen van het hoofd der plaatse!!]kè poiicie, moeten beloven: „ dat zij de wet, omtrent liet vervoeren van uskruid, exactelijk

zullen nakomen, en zoo veel ia hun is en hun betreft, doen ,, nakomen alle die orders, die m de tegenwoordige wet, om-

trent het vervoeren van buskruid zijn of verder zullen worden „ vastgesteld en gepubliceerd." De aflegging van dezen eed zal bij het Verleenen van het patent . op hetzelve aangeteekend worden, en bij de overtreding van dezen eed, zullen de transgresseurs als meinëedigen gestraft worden.

Eenige aflevering vóór het presteren van den eed gedaan hebbende, zai voor iedere vijftig ponden buskruid, die hij zal hebben afgeleverd, de afleveraar vijfhonderd guldens verbeuren.

27. Schippers van schepen met buskruid beladen , of buskruid aan boo«tl hebbende, en van buiten dezé lauden inkomende, zullen gehouden zijn zich te gedragen naar hetgeen bij deze wet, op het vervoeren van buskruid is gestatueerd, eu ingekomen zijnde, zich in alles moeten houden aan hetgeen daar Bij is voorgeschreven, ten aanzien van andere particulieren, die tot het vervoeren van buskruid autorisatie verzoeken.

28. Alle invoer van buskruid lanss de landzijde, het zij met karren of wagens, ofte met schuiten langs kleine rivieren, wordt van stonden afaan verboden. De invoerder zal boven de confiscatie van het buskruid en van de wagens, karren en paarden of schuiten, waarmede de invoer zal zijn geschied of ondernomei, worden gestraft, met duizend guldens boete, of deze uiet kunnende worden betaald, met een jaar conüncment.

29. De invoer langs de rivieren, zal mitsdien alleen gepermitteerd iïijn 'langs den Rijn, de Maas en de Schelde, en alieen met ordinaire veer. chepen als zoodanig bekend.

Alle invoer met andere of met onoverdekte, en geen mast en igeil voerende schuiten of aken, wordt verboden, en aal gestraft Worden als bij art, 28 is gesteld,

50. Schepen, de rivier afkomende, zullen gehouden zijn van het aan boord zijnde buskruid, aan de eerste wacht der eoiwpijen en licenten , behalve de gewone inklaringen en aangaye schriftelijk kennis te geyen, met preciese opgave der